Allochtoon #10

Alle mooie verhalen over allochtone Rotterdammers die ik spreek zouden een boek kunnen vormen. Een boek waaruit zou blijken hoe kwetsbaar, mooi en divers deze groep mensen is. Allemaal met hun eigen problemen, onzekerheden, talenten, en vooral bijzondere verhalen. Een groep mensen waar ik inspiratie uit haal, die me raakt. Die me een spiegel voorhoudt over mijn eigen leven, mijn eigen jeugd, mijn eigen cultuur (of gebrek daaraan), mijn gewoontes en gebruiken en mijn taal.

Maar al mijn positieve associaties met de doelgroep ten spijt, zie ik ook de keerzijde van de allochtone samenleving in Rotterdam. Er is namelijk ook een grote groep allochtone Rotterdammers die geïsoleerd is geraakt. Die na (soms tientallen) jaren in Nederland te wonen nog steeds geen onderdeel is van de maatschappij.

Vrouwen die wel boodschappen doen, maar alleen om de hoek bij de ‘eigen’ supermarkt. Vrouwen die wel mensen op bezoek krijgen, maar alleen familieleden die in haar eigen taal spreken. Vrouwen die wel naar een buurthuis ‘mogen’ van hun man, maar alleen omdat daar geen mannen komen, en alleen als ze door een mannelijk familielid gebracht worden. Vrouwen die het telefoonnummer van de ambulance niet kennen en alleen met behulp van hun man naar de dokter kunnen.

Hoe groot deze groep vrouwen is besef ik pas als ik mezelf betrap op een gedachte waarvan ik nooit had gedacht die ooit te zullen hebben. Zo zat tegenover me een vrouw, gesluierd, me met gebaren duidelijk te maken dat ze geen Nederlands sprak. Ik wilde weten hoe lang ze al in Nederland woonde, maar ze kwam hier niet uit: ze begreep de vraag niet, en kon zodoende al helemaal geen antwoord geven.

Bladerend in het dossier kijk ik naar de achtergrondgegevens die ik van een andere partij toegestuurd heb gekregen. Ik zie staan dat de vrouw begin 2003 naar Nederland is gekomen. En dan hoor ik mezelf denken: “Oh, logisch dat deze vrouw nog geen Nederlands spreekt, ze woont pas acht jaar in Nederland”.

vier reacties

Dat het op latere leeftijd leren van een vreemde taal erg moeilijk is heb ik ervaren toen ik een cursus Spaans volgde. Omdat in de vacantie bleek dat je met aanwijzen en wat Engels in de toeristische gebieden een heel eind kon komen ben ik er maar weer mee gestopt. Maar als je je in een land vestigt is dat toch wat minder vrijblijvend. De taal vloeiend leren spreken is slechts aan jonge talenten voorbehouden. Een basis zou na 8 jaar toch echt wel bereikt kunnen zijn. Maar als mevrouw van haar man niet naar buiten mocht dan schiet het ook niet op. Fijn dat jij je inzet om ook deze mensen erbij te betrekken.

Menno Nicolai

kijkt om zich heen Och, er zijn autochtonen die hun hele leven al in Nederland wonen en nog steeds gebrekkig Nederlands schrijven en spreken.

Struikelaar

Vrouwe Rosa,
Er moet mij iets van het hart. Vandaag zag ik toevallig op de Nederlandse verrekijk een herhaling van het programma Pauw en Witteman. Daarin gaven publiek en programmamakers aan hoe vreselijk gelukkig zij waren met de revolutie die nu in Egypte om zich heen grijpt. Een van de uigenodigde gasten sprong zelfs op tafel om een Egyptisch dansje ten beste te geven. Ik was een beetje ontroerd. Allemaal goed en wel, maar als die mensen toch zo verschrikkelijk verbonden blijven met hun thuisland en zo emotioneel reageren op berichten uit datzelfde thuisland – waar zij blijkbaar nog ontzettend verbonden mee blijven en waar zij met heimwee aan terugdenken – waarom blijven ze dan hier in Nederland wonen? Welk voordeel hebben ze daar nu toch bij? Waarom maken zij zichzelf ongelukkig? Wat is de meerwaarde van hun emigreren dan? Dat snap ik niet.
Met vriendelijke groeten,
De Drs.

Drs. Johan Arendt Happolati

Goeie vraag, heer Drs.

Uit ervaring weet ik dat er twee groepen immigranten zijn: degenen die altijd heimwee zullen houden naar hun eigen land en degenen die nooit meer terug willen naar hun eigen land. In de laatste categorie heb ik een aantal vrienden: zij (en hun ouders!) gaan nog af en toe terug naar eigen land (denk aan bijvoorbeeld Pakistan), maar halen opgelucht adem als ze weer op Nederlandse bodem zijn.

In de eerste categorie ken ik er ook een paar. Ik zie bij deze mensen een onderscheid tussen verstand en gevoel: gevoelsmatig blijven ze (bijvoorbeeld) ‘Egyptenaar’, en altijd spreken over ‘mijn land’ (en dat is dan dus niet Nederland…), en gaan zo vaak en zo lang ze maar kunnen op vakantie naar het geboorteland om familie op te zoeken, weer even ‘thuis’ te zijn.

Ik vind dat logisch. Deze mensen zijn om bepaalde redenen (politiek, economisch, gezinshereniging) naar Nederland verhuisd. Vervolgens zijn ze gewend geraakt aan de Nederlandse logistiek, rijkdom, kwaliteit van leven. Ze ‘kunnen’ niet meer terug, want teruggaan naar eigen land betekent op al die vlakken een achteruitgang, en er zijn weinig mensen die die keuze maken. Maar het hart, en ik kan dat ├ęcht begrijpen, het hart blijft liggen in eigen land. Daar woont immers nog steeds familie, en daar schijnt de zon vaker :-)

Het is dus waar dat ze zichzelf hier ‘ongelukkig’ maken, maar ze beseffen maar al te goed dat ze in eigen land ook ‘ongelukkig’ zullen zijn, op een ander vlak. ‘Kiezen tussen twee kwaden’ noemen we dat…

Rose



  


Persoonlijke info onthouden?:
Kattebel:

Small print: All html tags except <b> and <i> will be removed from your comment. You can make links by just typing the url or mail-address.