In love with a tulip. The end.

Ik was toen nog 'in love with a tulip'. Een ander blog, op een andere plek, een beetje meer in de schaduw van het internet. Ik schreef er anders. Makkelijker. Vrijer. Niemand las mee. Behalve mijn oudste lezers natuurlijk, zij die me zelfs nog kennen uit de tijd dat ik op 20six.nl blogde. Wat een tijden waren dat.

Ik begon mijn 'in love with a tulip'-blog op het moment dat ik ging studeren. Grote veranderingen, een nieuwe fase. Het is op dat blog geweest dat ik M. leerde kennen. Al tijden op mijn weblog, na wat aarzelen in het echt, buiten op straat, in Utrecht.

M. en ik werden verliefd. Gingen van elkaar houden. Hij werkte, ik studeerde, we zagen elkaar in de weekends, gingen op vakantie naar Berlijn, Boedapest, Ameland, de Portugese Algarve. Het waren mooie jaren, en voor ik het wist waren er ruim drie jaar voorbij.

Ik studeerde af. Een prachtige reis volgde. Ik kwam ook weer terug. Op het vliegveld bleek mijn koffer kwijt. Die was snel weer gevonden. Maar ik vond die eerste nacht in Nederland niet alles terug wat ik terug had willen vinden.

Een paar uur later, zaterdag 13 februari 2010, nam ik afscheid van M. Het was voorbij. De relatie. Mijn gevoel voor die relatie. De reis. Mijn studie. Mijn blog met 'in love with a tulip' als slogan bestond ook al jaren niet meer. Een hele fase was weg. Afgesloten.

Ik probeer al twee weken te verzinnen hoe ik dat ga samenvatten in een blog.

Dinsdag 02 Maart 2010 27 reacties

Aan het eind

In Argentinië zie je mensen staan, zitten, of liggen. Ze staan op een bus te wachten. Ze zitten met een beker mate in het park. Ze liggen op een bankje siësta te houden. Zelden zie je de mensen in Argentinië lopen. Laat staan rennen. Of zich haasten. Haast? Je wordt er zelf ook relaxt van. Rustig aan joh.

Buenos Aires is geen Argentinië. Hoewel in de stad bijna evenveel mensen wonen als in de rest van het land, is het een land op zich. Het verkeer is chaotisch. De mensen hebben haast. Veel haast. De mensen zitten niet, liggen niet, en een werkdag eindigt hier vroeg, in tegenstelling tot elders, waar werkdagen laat eindigen vanwege de lange siësta die ´s middags wordt gehouden. Wat leidt tot verschrikkelijke spits in de metro, en op straat.

Buenos Aires is de plek waar ik even tot bezinning kan komen na een prachtige reis. Tien weken lang de mooiste dingen van een prachtig land gezien. Zwoele stranden. Oneindig en steppe-achtig Patagonië. Vriendschap en gastvrijheid in Rada Tilly. Koel en wittetoppenbebergd Tierra del Fuego. Ijs en gletsjers en mintgroenblauwe meren rond El Calafate. Merengebieden rond Bariloche. Paragliden in Mendoza. Geschiedenis, oude stammen, rijke cultuur en onaardse (wacht de foto´s maar af) landschappen rond Salta en Jujuy. Enorme watervallen in de Missionesprovincie (volgens vriendin I. vallen de Niagarawatervallen hierbij in het niet).

Ik ga het missen. Wat ik niet ga missen is dat de wc´s hier niet op slot kunnen.

(Zo, ik dacht, laat ik even met iets negatiefs eindigen, anders ga ik nog huilen.)

Laat ik straks het vliegtuig maar eens gaan halen.

Donderdag 11 Februari 2010 Vijf reacties

Neger in Argentiniƫ

De man stuurt ons door de stortregen. We rijden over een weg zonder afvoersysteem, en de plassen water zijn zo diep dat er verschillende auto´s in vastlopen. Dwars over de weg lopen rivieren met water de berg af. Ik kan mijn ogen niet geloven: we zijn in Salta, waar het nagenoeg nooit regent, maar deze regenval is enorm. Ik kan niet voorkomen dat ik ´oh mijn god´ zeg bij het zien van een twee meter brede rivier dwars over de weg. De chauffeur lacht.

Hoewel Argentijns grinnikt hij om mijn Nederlandse woorden. Hij weet wat het betekent, en blijkt veel van talen te weten en ook aardig wat verschillende talen te spreken of aan het leren te zijn. Hij is een ster in het nadoen van accenten, en vergemakkelijkt zijn spaanstalige verhaal over de Quebrada de Cafayate door sommige lastige woorden in het Duits, Engels of Nederlands te vertalen.

Hij is geestig, gezellig, intelligent, heeft passie voor zijn werk. Ik zie hem als een Argentijn met een plusje, een plusje omdat hij een extra leuke Argentijn is. Onder het grootste deel van de Argentijnse bevolking heeft hij echter een minnetje. Een minnetje omdat hij van mindere afkomst is.

Vanuit Salta is het vijf uur met de bus en drie uur lopen (!) naar zijn geboortedorp in de bergen. Hij is van een bepaalde stam met een eigen taal en een eigen cultuur.

Op een avond, hij is dan vijftien jaar, onderneemt hij die lange wandeling en busrit, om een meisje uit zijn klas op te halen voor een feest. Ze zijn tot over hun oren verliefd op elkaar, en zien naar de avond uit. Na de lange reis schudt hij zijn intussen afgeknipte lange indianenhaar (althans, zo zie ik dat voor me), trekt zijn kleren nog een keer recht, en belt aan bij het grote huis in de grote stad.

Een vrouw doet open. ´Ik heb niets van je nodig´, zegt ze tegen de jongen. Hij antwoordt dat hij niets komt verkopen, maar dat hij haar dochter op komt halen voor een feest. ´Hoezo, mijn dochter? Hoe ken je haar? Zij kent jou niet´. Hij reageert dat haar dochter en hij bij elkaar in de klas zitten. ´Bij elkaar in de klas? Je bedoelt dat je op school zit? Maar dat kun jij helemaal niet betalen!´, reageert de vrouw.

Na enig aandringen wordt dochter erbij gehaald. ´Ja, dit is mijn klasgenoot, en we gaan samen dansen´, zegt het meisje tegen haar moeder. ´Maar, maar´, zegt de moeder wanhopig, ´deze jongen is casi negro, bijna een neger!´

Het gesprek wordt - vader, moeder, dochter - achter gesloten deuren verder gevoerd. Het meisje wil nog steeds met de jongen dansen, zij ziet nog geen verschil tussen arm, rijk, verschil in ras. Maar haar ouders houden vol. Pas na lang onderhandelen stemmen ze toe: ze mag gaan dansen met de jongen, zolang ze verder geen enkele (seksuele) relatie aangaat met deze jongen. Een neger, dat kan niet hoor.

De jongen, die het gesprek heeft afgeluisterd, is nooit eerder blootgesteld aan zoveel negativiteit over zijn afkomst, en druipt af. Hij gaat alleen naar het feest, en zowel hij als het meisje voelen zich rot. 

Vijftien jaar later zit ik naast hem in een auto. Ik kijk naar zijn huid, en kan niet onderscheiden dat deze donkerder is dan andere huiden die ik de afgelopen negen weken heb gezien. Maar de Argentijnen, en vooral de Argentijnen in Salta, zien het wel. De ´negers´ in Argentinië maken schoon, werken op het land. De ´blanken´ in Argentinië verdienen meer dan de ´zwarten´ met een betere opleiding en meer werkervaring.

In heel Argentinië heb ik nog geen enkel hoofddoekje gezien. Er zijn geen zwarte mensen, geen of ´onzichtbare´ moslims, geen Chinezen. Alleen maar Argentijnen. Maar vanaf vandaag weet ik dat een gewone Argentijn door een andere gewone Argentijn als neger kan worden beschouwd, in de meest negatieve zin van het woord.

Zaterdag 06 Februari 2010 Zes reacties

bespaard

Hoewel ik vooral de rijke kant van het land beleef, zie ik ook duidelijk de arme kant van het land. Het wordt zichtbaar in kleine dingen. Zo zijn wc´s zelden voorzien van wc-papier, als je mazzel hebt kun je twee velletjes kopen. Het is te duur om nieuw geld te drukken of munten te slaan, waardoor overal een chronisch tekort is aan kleingeld. Al het geld is oud en versleten, je zou het bijna in plaats van het ontbrekende wc-papier gebruiken. En omdat niemand wisselgeld heeft wordt er van supermarkt tot taxi aan alle kanten afgerond en ben je soms zo een paar peso duurder of goedkoper uit.

Er zijn meer voorbeelden te noemen. Maar als je op een warme zomeravond in Mendoza langs de kant van de weg een pizza zit te eten komen de beste voorbeelden - letterlijk - voorbij.

Een oud vrouwtje met een knotje komt langs met een stapeltje kaartjes met een tekst erop. Een jongen komt langs met ´musica para todo´, een pakketje met vier cassettebandjes. Een hooguit achtjarige jongen met kort stekeltjeshaar zien we nu al de tweede avond achter elkaar. Hij verkoopt sleutelhangers, vandaag krijg ik een salamander te zien die ik eerst aanzie voor een alien, gisteravond kreeg ik een prachtige naakte vrouw naast mijn bord gelegd. ´No gracias´, zeg ik hem vriendelijk.

Bij de tweede pizzapunt begint een man met luide stem een liedje te zingen. Hij komt langs om muntjes op te halen. Een oudere man komt langs om tafelkleedjes te verkopen, drie voor de prijs van twee. De vrouw die ik bij mijn eerste pizzapunt al afgewezen heb komt nu voor de tweede keer langs. Ze trekt een lelijk gezicht naar iedereen die haar afwijst.

Bij de derde pizzapunt komt een man met krullen op zijn gitaar spelen. Een meisje komt langs met haarelastiekjes. Ze legt ze op tafel en keert twee minuten later terug om bij alle tafels de onaangeraakte pakketjes weer op te halen. Een man met een baby op zijn arm verkoopt ook iets, ik weet niet eens wat. Een jongen die nauwelijks boven onze tafels uitkomt houdt zijn vieze zwarte handjes op en vraagt om een ´moneda´.

Bij de vierde pizzapunt zeg ik automatisch ´no, gracias´ bij iedereen die te dicht in de buurt van de tafel komt. Vriendin I. en ik vragen ons af wat deze mensen overdag doen. Gaan ze naar school? Hebben ze ouders? De ouderen, volwassenen, hebben die nog een andere bron van inkomsten?

Tegen de tijd dat de rekening betaald moet worden heb ik het idee dat we gratis gegeten te hebben, zo veel geld hebben we ´bespaard´.

Vrijdag 22 Januari 2010 Zeven reacties

Perito Moreno

Het brein is een fascinerend ding. Een van mijn favoriete vakken tijdens mijn opleiding psychologie was misschien wel het vak ´waarneming´. Hoe de dingen die we objectief kunnen registreren eerst nog een weg door onze hersenen af moeten leggen, uiteindelijk in een achterkamertje geinterpreteerd worden, en lang niet meer een objectieve registratie zijn op het moment dat we er met behulp van een ander achterkamertje een label op kunnen plakken.

Voordat ik op reis ging had ik uiteraard al wat dingen gelezen, wat foto´s bekeken. Wat zou ik gaan zien, wat zou ik graag willen zien. Gletsjer ´Perito Moreno´ stond hoog op het lijstje met dingen die we zouden willen zien. Een enorme gletsjer die door het jaar heen zowel groeit als krimpt, wat resulteert in een schouwspel van vallende brokstukken, een steeds veranderend uiterlijk, en geluid van krakend ijs.

Ergens op het web was ik een foto tegengekomen. Een foto van de Perito Moreno met een boot ervoor. De boot leek wel een mier, zo klein was deze in vergelijking met de gletsjer. Onder de foto stond te lezen dat het een boot betrof waar wel 100 mensen op pasten. In mijn hoofd had ik dus geprobeerd te bevatten dat de gletsjer enorm groot moest zijn, en was dankbaar voor de referentie van de boot voor de ijsmuur. Ik dacht goed opgeslagen te hebben hoe hoog die ijsmuur wel niet moest zijn.

Uiteindelijk zelf, uiteraard met camera, via het enorme ´Lago Argentino´ de gletsjer gaan bekijken. We hadden al enorme schouwspellen gezien onderweg. Ijsbrokken die groter zijn dan elk huis van elke lezer van dit weblog (geloof me) die soms op tien- tot honderdtallen meters van de gletsjers af waren gedreven dankzij de beroemde Patagonische winden.

Uiteindelijk voer de boot waar we ons op bevonden een hoek om. In de verte zag ik een reepje ijs. Dankzij de computerbeelden wist ik dat dit de Perito Moreno was. Gespannen hield ik mijn camera in de aanslag. We kwamen steeds dichterbij. De afstand, te meten aan de hoeveelheid water tussen de boot en de gletsjer, werd steeds kleiner. Het reepje ijs werd groter.

Toch bleef het klein. Ik wist zeker dat we er bijna waren. Was dit het? Nog een paar meter en we zouden er bijna tegenaan varen. Ik keek om me heen, en zag hoe andere mensen ook vol verwachting naar de ijsmuur keken. Ik keek terug naar de ijsmuur. En toen ineens gebeurde het: ergens in het achterkamertje van mijn hersenen werd een en ander opnieuw geinterpreteerd, dankzij een extra referentiekader: een boot, zo klein als een mier, ik kon ´m bijna niet zien, voor de blijkbaar toch enorme muur.

Hieronder een niet al te goede foto, maar wel een die misschien een indicatie geeft van het enorme natuurwonder dat ik heb mogen aanschouwen. Ik zal uw achterkamertjes proberen te helpen: dit is in verhouding slechts een honderdste van de ijsmuur, slechts een deel van de muur die vanaf een kant te zien is, want inderdaad, er zijn nog veel meer punten vanwaar de gletsjer te aanschouwen is. De boot die op de foto te zien is ligt op zeker nog een halve kilometer afstand van de muur, hoewel het lijkt alsof deze er praktisch tegenaan ligt, en kan zeker 200 mensen vervoeren. En buiten deze muur is er dus nog een enorme ´schil´ van ijs die over een of meerdere bergen naar beneden loopt. Wat we hier zien is slechts waar het stopt.

Boot voor gletsjer

[Een blogje voor mijzelf, om te verwerken wat ik heb gezien. Ik weet zeker dat hoeveel foto´s u ook ziet van boten voor de ijsmuur van de Perito Moreno, u het als u het zelf ziet nog steeds niet zult kunnen geloven. En dan het geluid er nog bij, he. En die vallende brokstukken ijs die net zo insignificant lijken als een korreltje hagelslag. Of een sneeuwvlokje, waar jullie er de afgelopen weken ook wat van hebben mogen zien. Maar die zo klein als ze lijken makkelijk zo groot zijn als... geen idee. Ik ben klaar met referentiepunten verzinnen, het helpt toch niet.]

Dinsdag 12 Januari 2010 Zeven reacties

Vuurland

schoenen

[Drielandenpunten doen me vrij weinig. Ik zie de grenzen niet (oh, dus daar ligt...?), het landschap is vaak niet zichtbaar anders, oftewel je kunt alleen aan een nietszeggend bordje zien dat je op een drielandenpunt bent. Goh. Afgelopen week was ik op een ander soort ´punt´, een waar ik wel gevoel bij had. Ik heb er zelfs een foto van gemaakt. De neuzen van mijn schoenen wijzen richting Chili. Achter me en onder mijn voeten ligt Argentinie. Links van me ligt de Atlantische Oceaan. Rechts van me de Pacifische oceaan. De oceanen liggen allebei op 2 meter afstand van mijn schoenen af. Wauw. Hoe vaak in je leven kun je een foto maken van zo´n moment?]

steen

[En omdat ik zo´n nietszeggend blogje heb geschreven een van mijn favoriete foto´s van ´Tierra del Fuego´, oftewel ´Vuurland´. Een van de mooiste plekken ter wereld, ongetwijfeld.]

Donderdag 07 Januari 2010 Tien reacties

Windguru

In Nederland typen we buienradar.nl in de adresbalk van onze browser om te kijken of we veilig boodschappen kunnen doen. In Argentinië wordt windguru.com in de adresbalk ingetypt. Dat had een belletje bij me moeten doen rinkelen. Maar niets had me voor kunnen bereiden op de wind in Patagonië.

Een paar dagen terug stonden we op het busstation in Puerto Madryn. Het waaide, een wind die zo erg was dat vriendin I. en ik allebei onze zonnebril opzetten omdat we anders onze ogen niet open konden houden. In dit deel van Argentinië ligt overal zand en onze ogen traanden van de korrels die ons gezicht in werden geblazen.

Een lange busreis later kwamen we aan in Comodoro Rivadavia. We waren al gewaarschuwd dat het hier hard zou waaien. ´Ach, in Nederland waait het soms ook hard´, zei ik nog luchtig. Maar toen we de deur van de auto niet openkregen omdat de wind er tegenaan stond besefte ik dat de soms krachtige wind in Nederland maar een briesje was in vergelijking met de wind hier.

Twee dagen laten gingen we naar een Bosque Petrificado, een versteend bos. Boomstammen verstenen door een ingewikkeld chemisch proces, versplinteren door de wisselwerking tussen warm en koud, en al deze boomstammen en -splinters liggen verspreid tussen de rotsen. Een mooie route was aangelegd, en we moesten daarvoor een stuk naar boven lopen. ´Het waait boven twee keer zo hard als beneden´, waarschuwde de parkwachter ons. ´Die sjaal - hij wees naar de sjaal van vriendin I.´, kun je beter hier achterlaten.´ 

Nog steeds een beetje naief konden we niet geloven dat de wind harder kon waaien dan hij al deed. Maar twee stapen heuvelopwaarts wisten we wel beter. Ik durfde zelfs geen foto´s te maken, want mijn anderhalf kilo wegende fotocamera woog voor deze wind niet meer dan een veertje. 

Als ik mijn linkerbeen optilde om een stap vooruit te zitten, duwde de wind me een halve slag de andere kant op. Als ik dit wilde corrigeren met mijn rechterbeen, draaide ik nog een halve slag om, en was ik uiteindelijk wel rondgedraaid, maar had ik nog geen stap vooruit gezet. 

Probeer het u maar eens voor te stellen.

Afijn, uiteindelijk kreeg ik de smaak te pakken. Ik was in het voordeel ten opzichte van de rest omdat ik de dikste en korste beentjes had. Eindelijk iets om ze dankbaar voor te zijn. Nog steeds rondtollend, maar nu ook af en toe vooruitkomend, pakte ik met bevende handen mijn camera vast om het prachtige landschap te fotograferen. Bij deze mijn dank aan G., vriend van vriendin J., omdat hij mijn lensdop heeft gered die door de wind een kilometer verderop werd geblazen.

Zie hieronder enkele foto´s. Bedenk erbij dat ik de camera meestal ergens anders op had gericht, en dat de wind dus de resultaten heeft bepaald. En herinner mij eraan dat als ik in Nederland ooit zeg dat het hard waait dat het niets is in vergelijking met 27 december 2009.

wind 1

[afbeelding 1]

wind 2

[afbeelding 2]

Dinsdag 29 December 2009 Veertien reacties

Kwallen, zeeleeuwen, pinguins

Ik haat kwallen. Toen ik jaren geleden enthousiast ging zwemmen in het Spaanse zeewater, was er een plaag. Duizenden kwallen zwommen langs de kust, en dagenlang was er een rode vlag, omdat het water onbezwembaar was. Zodra de groene vlag opgehesen werd durfde ik weer te gaan zwemmen. Te vroeg: ik werd geprikt, in mijn rechterduim. De dag erna, in een andere plaats, en ander stuk zee, een zelfde groene vlag: weer geprikt, nu in mijn linkerduim.

Vanmorgen ging ik zwemmen met zeeleeuwen. Een hele ervaring, iets wat men slechts op twee plekken op de wereld schijnt te kunnen doen, en ik ben nu op een van die twee plekken. Vriendin I. en ik waren vol verwachting over deze ervaring. Prachtig. Zeeleeuwen. Zeeleeuwen. Zeeleeuwen. Over niks anders konden we meer denken. Zeeleeuwen, en het feit dat we met ze gingen zwemmen.

Toen ik dus vanmorgen in een duikpak, duikbril en snorkel vol verwachting onder water dook en het eerste bewegende wezen dat in mijn zicht kwam een kwal was, was ik geschokt. Dankzij mijn overenthousiaste focus op zeeleeuwen had ik geen seconde gedacht aan de mogelijkheid van kwallen in het zeewater.

Het waren er veel. Zo veel dat ik blij was dat ik dankzij het pak, de schoenen, de handschoenen, de duikbril en het ding dat over mijn hoofd getrokken was bijna geen blote huid meer overhield. Nog leuker werd het toen ik boven de zeeleeuwen zwom en merkte dat een van de zeeleeuwen met de kwallen speelde, ze gebruikte als een bal, waar hij met een vin tegenaan sloeg, en er nog een keer met zijn neus in prikte.

Vanaf dat moment kon ik gaan genieten. Wat een prachtige beesten zijn dat, die zeeleeuwen. Ze maken salto's onder water, zwemmen nieuwsgierig om je heen, komen naar je toe, kijken je aan met enorm grote ogen, laten zich aaien, bijten je heel zachtjes in je hand, en blijven met je spelen tot ze een ander object vinden om te onderzoeken.

Ik hou nog steeds niet van kwallen. Maar ben wel gek geworden op zeeleeuwen. De beesten die je in Blijdorp vaak passief in de zon zie zitten, ziet gapen, ziet liggen. Maar die in feite zeer nieuwsgierig en vriendschappelijk zijn, zelfs met mensen in zwarte duikpakken en lelijke duikbrillen op.

[Hoewel ik vaker blog dan ik had verwacht, kan ik lang niet alles vertellen. Zo doe ik met bovenstaand verhaal absluut tekort aan mijn bezoek aan Punta Tombo, waar zich de - op degene op Antartica na - grootste pinguinkolonie van de wereld bevindt. Ik was hiervan zo diep onder de indruk dat ik er nog een dag moe van ben geweest. Hieronder een foto van een van de pinguins. Ik heb er die dag nog een half miljoen gezien.]

Punta Tombo


Zondag 20 December 2009 Zeven reacties
Dit weblog is gebouwd met PivotX. Het ontwerp, inclusief de foto, is van mijzelf. Op alle tekst- en beeldmateriaal op soyrosa.nl is een Creative Commons 3.0-Licentie van toepassing.