Every step

Daar zit je dan, onderuit, op de bank. Facebook open op je telefoon. Allemaal blije berichten. Een vriendin heeft 5 kilometer gelopen, de ander heeft 20 kilometer gefietst. Een volgende is gestart met bootcamp. Een vage kennis uit het verleden haalt een persoonlijk record. Een screendump van 'wie is dat ook alweer?' die zijn rondje hardlopen heeft geregistreerd met Runkeeper. And. So. On.

Jouw afgelopen anderhalf jaar is een ander verhaal. Net iets minder energie. Net iets vaker hoofdpijn. Van 3 keer per week wandelen naar 2 keer per week. Uiteindelijk maar helemaal niet meer. Iets minder presteren op het werk. 's Avonds maar de afspraak met je vrienden afzeggen. Hoofdpijn. En weer. En weer. En weer. Uiteindelijk elke dag bezig zijn met de angst op wéér een verloren dag. Hangen op de bank. Niet meer weten of geloven wanneer de achteruitgang op gaat houden. En maakt de fysiotherapie het er nu beter op, of juist erger? Was er eigenlijk een een periode waarin ik géén hoofdpijn had? 

Maar dan, vandaag. Eindelijk. Ik mag ook jubelen. Drie maanden geleden stopte ik met werken in loondienst. Ik begon 'voor mezelf'. Nam het heft in eigen handen. Kwam in behandeling van de juiste therapeut. Sliep. Sliep nog een beetje meer. Werk met 100% energie in een halve werkweek, in plaats van met 50% energie in een volledig dienstverband. Én, last but not least: ik kon vandaag 5x3 minuten dribbelen, wat uiteindelijk leidde tot een volledig rondje over mijn twee favoriete bruggen over de Maas.

Samen met mijn liefde, die er was, en is, letterlijk én figuurlijk, every step of the way. 

Dinsdag 25 Maart 2014 Tien reacties

Lente - of toch niet

's Ochtends neem ik een foto vanuit het raam van mijn slaapkamer. Prachtig licht over de stad, een lichtroze gloed, zonnig oranje reflecteert in sommige ramen.

In de trein gaat het feest verder. Warmte op mijn gezicht, de kleding van de mede-reizigers lijkt kleuriger dan anders.

Buiten, langs het fietspad, wandelend naar mijn werk. Eendjes waggelen naast de sloot, door het gras. Of liggen op te drogen, bijna in zonnebaadstand met hun oogjes dichtgeknepen.

Het lentegevoel lijkt zich van iedereen meester te maken. Hoewel... Bijna iedereen. In een van de flats zie ik een vrouw haar gordijn openschuiven. Ze kijkt, een seconde, en schuift het gordijn bijna in één vloeiende beweging weer dicht.

Niet voor iedereen is het al zonnig genoeg.

Vrijdag 29 Maart 2013 Twee reacties

Treinflirt

Onze blikken kruisen elkaar terwijl ik in de trein mijn jas uittrek. De trein is nog niet vertrokken, iedereen is zich aan het installeren op een van de schaarse zitplekken in de op dit tijdstip altijd overvolle Fyra.

Ik merk het op, negeer het, en leg mijn jas bovenop mijn tas op de stoel naast me. Stiekem - sorry voor eenieder die mij inschatte als een sociaal persoon - in de hoop dat er niemand naast me komt zitten. Stel je voor zeg.

Tevreden met mijn plekje aan het raam en een verse 'Metro' lees ik het nieuws dat ik de avond daarvoor al lang en breed via een online medium heb kunnen lezen.

De toegevoegde waarde van een gratis ochtendkrant zit 'm dankzij de vele nieuws-Apps op mijn smartphone alleen nog in leuke stripjes en columns. Met veel plezier lees ik dan ook 'De killer van de treinflirt', waarin de schrijver zijn frustratie uit over het volledig gebrek aan flirten in de trein sinds het 'smartphone-tijdperk' is ingetreden.

Met een glimlach van herkenning vouw ik de krant dicht terwijl mijn trein stopt op station Schiphol. Tijd om mijn jas weer aan te trekken. Terwijl ik mijn sjaal omsla en mijn telefoon in mijn tas wil stoppen merk ik dat ik wederom oogcontact heb met de man van 'een paar stoelen verderop'.

Dit keer negeer ik hem niet. Hij glimlacht, ik glimlach terug. We zullen nooit van elkaar weten: was dit een treinflirt, of was dit een verontschuldigende 'ik-heb-net-een-herkenbare-column-in-Metro gelezen-jij-zeker-ook'-glimlach?

Dinsdag 05 Februari 2013 Zeven reacties

Afterparty

De man tegenover me beslaat het hele tweezitsbankje met zichzelf en al zijn tassen. "Mevrouw, Leiden, half uurtje ongeveer?", vraagt hij me.

Mijn bevestigende antwoord is een uitnodiging voor een verder gesprek. "Jeetje, ik ben al zo lang onderweg, bij vrienden geweest, geintjes uitgehaald, je kent het wel, ze hebben me even naar Amsterdam gebracht, en nu ben ik weer onderweg naar Leiden, poeh", zegt hij.

Ik antwoord dat het klinkt alsof hij het erg naar zijn zin heeft gehad. "Klopt, en joh, dat treinreizen ook! Ik ben clini-clown, weet je, en ik kijk altijd naar mensen om me heen, en dan verzin ik er hele verhalen bij."

Ik lach, uit herkenning, en luister naar zijn omschrijving van de mensen die hij afgelopen treinreis al zag. Mensen met een 'air', neus in de lucht, mensen met gekromde schouders, een zware last meetorsend. De man weet alles visueel te maken met zijn eigen lichaamshouding en expressieve gezichtsuitdrukkingen.

"Tsja, als je clini-clown bent, dan kun je daar niet meer tegen hoor, echt niet." Hiermee doelt hij op klagende mensen. Meisjes, bijvoorbeeld, die klagen over een gebroken nagel. Die vraagt hij vaak of ze misschien een dokter of therapeut nodig hebben. Niet te vergelijken met de kindertjes die hij ziet, en die hem soms met een stoere houding vertellen dat ze in feite 'wegrotten van binnen' en vervolgens zonder morren hun zoveelste operatie ondergaan.

Alle verhalen worden verteld met een grote grijns, een sprankeling in zijn ogen, en gaan vergezeld met grote gebaren en een overduidelijke passie voor zijn werk.

"Nee, dan jij", vervolgt de man die ik enkele minuten geleden voor het eerst heb ontmoet. "Jij bent echt een feestje. Vrolijk. Geen klager. Gewoon een feestje." En terwijl ik hardop begin te lachen om het feit dat ik een feestje genoemd wordt verbetert hij zichzelf. "Oh nee, nee, sorry, geen feestje, jij bent de afterparty! Jij bent het feestje ná het feestje. Als het feestje op is kom jij met nóg een feestje."

Als ik even later uit de trein stap en nageniet van mijn ontmoeting met deze unieke persoonlijkheid bedenk ik me dat ik hem eigenlijk uit had moeten nodigen voor een afterparty. De afterparty die zou plaatsvinden na het feestje waarop gevierd wordt dat er zulke open, vrolijke en originele mensen zoals hij bestaan.

Donderdag 24 Mei 2012 Zeven reacties

ZigZagCity #2

Wat jij als bezoeker van ZigZagCity zult beleven is natuurlijk heel anders dan wat ik zal beleven. Geen twee mensen zullen hetzelfde zien en denken als ze naar hetzelfde plaatje kijken: onze ervaringen uit het verleden bepalen hoe we een beeld of ervaring inkleuren. En dus zul jij jouw Rotterdam anders ervaren dan ik het mijne.

Hoogtepunten
Voor ZigZagCity heb ik een aantal persoonlijke hoogtepunten opgesteld. Sinds ik in New York City over de High Line heb gelopen kijk ik erg uit naar de Luchtsingel die middels Crowdfunding gebouwd zal worden. De Luchtsingel is een onderdeel van I / We / You Make Rotterdam, en is onlangs via publieksstemmen uitgeroepen tot 'beste Stadsinitiatief'. Leuk! Heel benieuwd ben ik naar welke ideeën er nog meer onder Rotterdammers leven als het gaat om het verbeteren of verlevendigen van de stad, en dus bezoek ik zeker het NAi waar onder andere de tentoonstelling Making City getoond wordt.

Ooit was
Gek als ik ben op rare contrasten in grote steden, of dingen die doen beseffen wat 'ooit was', moet ik ook zeker kijken naar de 'happy sheep' die geplaatst worden in de tuin van het Chabot Museum. Vroeger waren er weilanden zichtbaar vanaf deze locatie. Met dit in mijn achterhoofd zal het uitkijken over deze tuin vast een andere ervaring zijn, en laat ik dat nu net heel erg leuk vinden.

Opblaasbare paviljoen
En als ik dan toch bezig zijn met de stad vanuit een ander perspectief te bekijken: even langs het Schouwburgplein voor het opblaasbare paviljoen Comntemplatorium-Vortex, een kunstwerk waar je zowel naar kunt kijken als in kunt liggen.

Op grote hoogte
Ook mooi: op grote hoogte een kopje koffie drinken. Hoewel Het Hofplein nu niet direct de eerste plek is die ik associeer met vrije tijd en ontspanning kun je tijdens ZigZagCity op 18 hoog in De Hofpoort terecht in een tijdelijke koffietent. Hm, uitkijken over de stad vanaf een onbekende locatie met een kop hete thee? Klinkt goed!

Jamin
Zoals gezegd, iedereen ervaart dingen op een andere manier, en dus zijn mijn gekozen hoogtepunten waarschijnlijk anders dan de jouwe. Ga je vast oriënteren op de website, of probeer ergens een programma-boekje op te pikken. Er staan onder andere twee interviews in met Rotterdammers ( Annet Schiebergen en Paul Zijdenbos) die al in Rotterdam woonden en werkten voordat ik geboren was... Meer van dit soort verhalen ga ik graag beleven tijdens de Locatie Theater, in onder andere snoepwinkel Jamin, waar 'een beeld wordt geschetst over de voormalige snoepfabriek in Crooswijk'. (Hm, en dan proberen van de chocola af te blijven!)

Woensdag 11 April 2012 Geen reacties

ZigZagCity #1

Lekker zeg, er wordt weer eens iets gedaan met architectuur in Rotterdam! In 2007 heb ik met volle teugen genoten van het Wolkenkrabberweekend. Vanaf het KPN-gebouw en bovenop het WTC genieten van de mooie skyline van Rotterdam. Wat mij betreft de architectuurstad van Nederland, en daarom verbaast het me ook niets dat ZigZagCity in het leven is geroepen.

Website
Voorlopig moet ik me nog even zoet zien te houden met de websitezigzagzity.nl, want het festival begint pas op 20 april. Wat kunnen we al zien op de website? In ieder geval een introductie van het festival, namelijk met de volgende omschrijving: "Beleef de stad op een onverwachte manier tijdens de eerste editie van ZigZagCity. Het nieuwe architectuurfestival leid je via een alternatieve route dwars door het Lijnbaankwartier naar verborgen binnenplaatsen en tuinen."

Nieuwsgierig
Een andere kijk op de stad die ik goed denk te kennen, dat spreekt me wel aan. Binnenplaatsen? Tuinen? Twee dingen waarvan ik niet eens besef dat we die kunnen vinden in de binnenstad, dus dat prikkelt alvast mijn nieuwsgierigheid.

Programma
Het programma staat al (bijna volledig) online. Met mijn voeten nog moe van een paar uur shoppen op de Lijnbaan begrijp ik wat er bedoeld wordt met de omschrijving "Vroeger had het gebied echter meer uitstraling en sfeer dan tegenwoordig". De Lijnbaan is toch een beetje datgene waar ik me altijd voor moet verdedigen als ik met niet-Rotterdammers over mijn stad praat. "Maar Rotterdam is zo grijs!", roepen ze vaak uit. Het kost me vaak veel moeite uit te leggen dat Rotterdam diverser en kleurrijker is dan alleen de Lijnbaan en de Koopgoot. Heel benieuwd ben ik dus naar de metamorfose die de Lijnbaan zal ondergaan tijdens ZigZagCity.

Iets om over na te denken
De website biedt alvast wat prikkelende informatie, een agenda, een korte omschrijving van de route, en meer. Ik ben nieuwsgierig geworden naar wat het festival allemaal gaat brengen, en hoop jullie ook! Ga ik nu even nadenken over 'Making City' in het NAi, want hoe ziet mijn ideale Rotterdam er eigenlijk uit?

[Deze blog heb ik geschreven in opdracht van ZigZagCity, dat plaatsvindt in Rotterdam van 20 april tot en met 6 mei. Het origineel is hier te bekijken.]

Vrijdag 06 April 2012 Twee reacties

A note a day (not) #20

Ik was vanavond de enige die niets te vieren had. En daarom verzonnen mijn vriendinnen maar dat er gevierd moest worden dat ik 'Roos' ben. Dus dronk ik een biertje extra. Omdat het maandagavond was, en ik Roos ben.

Dinsdag 06 Maart 2012 Vijf reacties

A note a day #19

Een paar luchtige woorden, die geen doel hadden, behalve mij blij te maken. Een paar woorden die vanuit zijn oprechtheid rechtstreeks mijn hart bereikten. Alsof ik klaar was ze te ontvangen, zonder dat ik daar vooraf bij stil had gestaan. Ineens zat ik te huilen. Omdat hij mij meer accepteert zoals ik ben dan ikzelf.

Woensdag 22 Februari 2012 Eén reactie

A note a day #18

Een zachte stem. Hij laat me luisteren naar mijn lichaam. Me bewust worden van de sensaties. Leert me het te accepteren. Leert me ernaar te kijken, ze voor mezelf te omschrijven.

Zachtjes praat hij door mijn proces van bewustwording heen. "Misschien voel je spanning. Of een tinteling. Of misschien voel je juist niets. Dat is allemaal goed."

"Je voelt nu je linkerhand. Vergelijk hem eens. Misschien voelt je linkerhand nu groter dan je rechterhand. Als je dat niet voelt, dan, oké, ook goed."

Nog een keer adem ik. In. Uit. Voel ik de beweging van mijn ademhaling. En hoor ik weer zijn stem, die me vertelt: "Zo niet, dan niet"

Hoe verder de les vordert, hoe makkelijker het accepteren wordt. En hoe fijner het voelt. En hoe beter ik het begrijp. En hoe meer ik besef dat deze houding en acceptatie goed bij me passen. En dat ik het nog beter wil kunnen, in alle facetten van mijn leven.

"Of als je iets anders voelt, dan voel je wat anders. Dan is dat gewoon zo."

Dan is dat gewoon zo.

Wat een verademing.

Dinsdag 21 Februari 2012 Drie reacties

A note a day #17

In het midden van al zijn instrumenten staat de zanger. Met gesloten ogen gaat hij op in zijn zang. Met gevoel voor ritme beweegt hij op de tonen van de muziek. Met gekromde schouders buigt hij zich naar een van zijn instrumenten om op het juiste moment de juiste tonen aan te slaan. Multi-tasken, en hoe. Als een roofdier valt hij een van zijn drumstellen aan, jagend op een ritme dat ik niet bij kan houden, zo snel, zo energiek, zo hard.

Achter en om de zanger heen staan de andere leden van de band. Net zo energiek. Net zo muzikaal. Net zo aan het opgaan in de muziek. Als een van de muzikanten met een voor mij onbekend toetsapparaat twee minuten lang tonen aanslaat, springend, met gesloten ogen, zwetende oksels, gaat het publiek om mij heen los. En dan is daar weer de zanger. Met een fantastische drumsolo. Weer die gekromde schouders, weer het gevoel dat er even geen mens maar een dier op het podium staat.

Puur genot. Gotye, Tivoli, Utrecht, 19 februari 2012.

Maandag 20 Februari 2012 Eén reactie

A note a day #16

World Press Photo 2012: de winnende foto is al veelvuldig in digitale en analoge media voorbij gekomen. Nieuwsgierig naar de andere foto's scroll ik door naar de tweede. Pas na het lezen van het onderschrift bekijk ik de foto wat beter. En nog beter. En hoe langer ik kijk en tot me door laat dringen wie en wat deze meisjes zijn hoe groter de knoop in mijn maag wordt. Een foto die ik mooi vind, vanwege de kleuren, de serieuze uitdrukkingen op de gezichten, vanwege het culturele beeld dat ze schetst, en ook simpelweg vanwege de jurken van de meisjes.

Een foto die ik zo graag beter tot me door wil laten dringen. Waar ik het verhaal beter van zou willen leren kennen. Een foto doe me doet besluiten de andere foto's op een later tijdstip te gaan bekijken.

Zondag 19 Februari 2012 Twee reacties

A note a day #15

Een bouwkraan, de haven. Een fijne band, die bijna onaangekondigd een pop-up optreden komt verzorgen. Stromende regen. Zingende mensen. Dansende mensen. Fijne hits. Nieuwe hits. Druppels die langs je krullen over je wangen rollen. De stad. Jouw stad. Een klein feestje aan het begin van de zaterdagavond. De koude voeten doen er niet toe.

Thuis, douchen, warm worden, nagenieten.

Zaterdag 18 Februari 2012 Twee reacties

A note a day #14

In mijn droom belde ze me. Huilend, van blijdschap. Ze kon niets zeggen. Ik zei, vragend: "Ja...?", want dat was het enige wat ik wilde horen. Haar 'ja'.

Na vele snikken kwam het eruit. 'Ja'. Ik riep: "JA!"

Dat was de droom. Nu de werkelijkheid. Ze belde me, daarnet. Met iets van vreugde in haar stem. Ik zei, vragend: "Ja...?", en werd meteen weer aan mijn droom herinnerd. Het enige wat ik wilde, maar ook ging horen, was haar 'ja'.

"Ja", zei ze, lachend dit keer.
"Ja!", riep ik blij.

Vrijdag 17 Februari 2012 Twee reacties

A note a day #13

Ik kwam nooit in Duivendrecht. Of in Eindhoven. Of in Arnhem (laat staan Arnhem Presikhaaf), 's-Hertogenbosch, Doetinchem, Hengelo, Sittard, Katwijk of Ede. Maar dankzij mijn leuke baan kwam ik er ineens wel. Voor het eerst. En dat was leuk. Ik leerde de wereld een beetje beter kennen. En mezelf.

Maanden later, mijn laatste dag gevierd, staat er een bos bloemen uit Velp op mijn Rotterdamse dressoir.

Woensdag 15 Februari 2012 Eén reactie

A note a day #12

Er zijn mensen die andere mensen ontwijken. Zich verstoppen. Langs de muur schuifelen, hopend niet gezien te worden. Juist die onzichtbare mensen trekken mijn aandacht. Waarom ben je zo verlegen? Waarom ben je zo onaanraakbaar? Waarom ben je zo zeker van het feit dat andere mensen niet naar je willen kijken?

street 14-02-2012
Dinsdag 14 Februari 2012 Eén reactie

A note a day #11

Ik lach wel eens naar vreemden op straat. Gewoon, omdat het kan. En omdat je soms een glimlach terug krijgt. Soms ook niet.

Het gebeurt wel eens dat ik iemand zie lopen en denk: "Hm, wat een sjagrijn". Als ik diegene dan - onbewust waarschijnlijk net zo sjagrijnig - aankijk gebeurt er wel eens een klein wonder: er verschijnt op twee sjagrijnige gezichten een glimlach.

Mooi vind ik dat.

Een paar weken terug las ik op nu.nl 'Genegeerd worden door vreemde doet pijn'. Sindsdien heb ik een probleem. Ik lach nu niet meer 'wel eens' naar vreemden op straat. Ik voel me nu ronduit schuldig als ik het een keertje niet doe.

Maandag 13 Februari 2012 Drie reacties

A note a day #10

Terwijl ik in bed mijn dag aan het overdenken was, schoot ik ineens recht overeind. "Ik moet nog een stukje schrijven!"

Net heerlijk opgewarmd, al bijna in slaap, en toch mijn bed uitgeklommen om nog snel even aan mijn dagelijkse 'taak' te voldoen. In het donker, achter een veel te fel verlicht beeldscherm, met kippenvel op mijn armen, en met in mijn achterhoofd de warmte en de zachte dekens die ik heb moeten verlaten.

Ik neem dit serieuzer dan ik zelf dacht.

Zondag 12 Februari 2012 Drie reacties

A note a day #9

We ontmoeten elkaar ergens in de stad. Met plannen. Een museum, of winkelen, of wat dan ook. Iets doen, samen. Als we elkaar zien begint meteen een waterval aan woorden te stromen. Tussendoor wijst een van de twee een winkel aan. We pakken even een shirtje vast, een van ons wijst naar een trui die ze mooi vindt, maar de ander heeft die trui vorige week al gekocht. Dezelfde genen, dezelfde smaak, moeder en dochter. Midden in het gangpad staan we stil. Altijd in de weg. Mensen kunnen er niet langs. We praten, en praten. En vergeten onze plannen. Ook de lunch die in de plaats van de plannen komt duurt lang. Praten, praten.

Dan gaan we weer naar huis. Ook de volgende keer dat we iets plannen zal het in een waterval van woorden verdwijnen. Wij hoeven niets te doen. Wij hoeven alleen maar ergens te zijn.

Zaterdag 11 Februari 2012 Vijf reacties

A note a day #8

Enige tijd geleden stond er een stoere Amerikaanse te vertellen over haar onderzoek naar synesthesie. 'Het door elkaar lopen van zintuigen' is waarschijnlijk de makkelijkste manier om dit uit te leggen. Denk bij een synestheet aan iemand die letters en cijfers in kleuren ziet, iemand die geluiden ruikt, iemand die geen noten kan lezen maar er wel kan aangeven dat de muziek 'iets bruiner' moet.

Vriend E. is een voorbeeld van de eerste vorm van synesthesie, Toon Hermans een voorbeeld van de laatste vorm van synesthesie. Mijn held Daniël Tammet compenseert met synesthesie op bepaalde vlakken zijn autistische kenmerken. Fascinerend, vond ik altijd. Waarom hebben de hersenen van sommige mensen besloten de scheidingslijn tussen onze zintuigen los te laten?

Toen de Amerikaanse ons uit wilde leggen wat synesthesie was, stelde ze ons een paar vragen. "Denk eens aan wat je deed in 2008", zei ze. "Denk nu eens aan wat je deed in januari 2010", zei ze daarna, "en in december". "En denk eens aan wat je begin dit jaar hebt gedaan", sloot ze af.

Vervolgens vroeg ze: "hoeveel van jullie hebben een plek voor al deze tijdsmomenten in hun hoofd?"

Verbaasd stak ik mijn hand op, want natuurlijk was 2008 links van 2010, en natuurlijk was januari ook links van februari, en december was uiteraard rechts te vinden.

Maar mijn verbazing werd groter toen ik vriendin I. met grote ogen naar me zag kijken. En toen ik het zaaltje rondkeek zag ik dat er een flink aantal handen omhoog waren gegaan, maar dat er ook een flink aantal handen omlaag bleven.

Sindsdien weet ik dus dat ik zelf een vorm van synesthesie heb. Time-space synesthesia, om precies te zijn.

Vrijdag 10 Februari 2012 Vier reacties

A note a day #7

Er hangt een bedompte sfeer in de vroege trein richting Utrecht. Ik vermoed dat het te maken heeft met de 'in verband met de weersomstandigheden aangepaste dienstregeling door heel het land', waardoor de trein die normaal richting Enschede rijdt nu niet voorbij Utrecht Centraal gaat. Voor mij ver genoeg, maar de gezichten van enkele reizigers turen al zenuwachtig naar de trein- en NS-apps op hun smartphone, om te zien of en waar de volgende trein zal gaan.

Hoe snel zo'n grijze stemming om kan slaan wordt bewezen wanneer een van de reizigers moet niezen. De doodse stilte van een seconde geleden wordt met zo'n luid gebulder doorbroken dat het bij veel medepassagiers minimaal wat geschrokken oogknipperen veroorzaakt. Als vervolgens een andere medepassager met een diepe luide stem 'gezondheid!' door de coupé roept slaat dat oogknipperen voorzichtig om in een glimlach op enkele gezichten.

Helaas is de lucht die dit korte intermezzo in de bedompte trein heeft gebracht van korte duur. De niezende passagier had zijn mond kunnen houden, maar in plaats daarvan besluit hij te reageren: "Dankjewel, ik kon nog maar net op tijd bij mijn zakdoek, haha", waarna hij met veel omhaal zijn snotterige neus begint te snuiten.

In gedachten zie ik de glimlachen op de gezichten van de passagiers verdwijnen. Of zelfs veranderen in een soort afkeurend neusophalen. Eerlijk gezegd weet ik niet precies wat er gebeurt. Ik besluit me zo veel mogelijk van deze overdaad aan onaangename prikkels af te sluiten door me te richten op de mooie witte landschappen waar de trein naar Utrecht Centraal doorheen rijdt.

Donderdag 09 Februari 2012 Eén reactie

A note a day #6

Ik voelde me vandaag heel erg Sex and the City toen ik in sportkleding op een matje in een warme met waxinelichtjes verlichte ruimte zonder klok mijn handen boven mijn hoofd bracht om mijn chi vervolgens via mijn hoofd naar mijn buik te sturen.

Nog meer dat ik nooit eerder deed: twee middelvingers in mijn navel laten rusten. Met mijn ogen dicht naar mijn eigen lichaam luisteren. Onder een fleecedeken liggen en het koud krijgen na een les waarin ik voor mijn gevoel 'niets' heb gedaan, maar het ongemerkt toch warm van heb gekregen.

Change is good, schreef ik gisteren. Zhineng Qigong is een verandering waar ik nog even over na ga denken.

Woensdag 08 Februari 2012 Twee reacties

A note a day #5

Het huis uit. Lopend. Langs het onlangs geopende Yogacentrum, een lesje Zhineng Qigong inplannen. Nieuw, geen idee wat het is. 

Via de Hoogstraat, op weg naar de Meent. Drogisterij. Op naar de markt. Een Turks brood. Doorlopen naar de supermarkt. Paprika, sla, geitenkaas, muesli, magere yoghurt. 

Met een volle boodschappentas fluitend naar huis. Nog even vier trappen oprennen. Weer thuis.

De onbekende mede-Rotterdammer heeft vandaag niets opvallends aan mij gezien. Zij die mij kennen zullen in bovenstaand stukje enkele opvallende details lezen.

Ik zocht het op in mijn agenda: 30 mei 2011 is de datum waarop ik besloot mezelf een andere levensstijl aan te meten. Keer op keer besef ik: de nieuwe levensstijl past.

Change is good.

Dinsdag 07 Februari 2012 Zes reacties

A note a day #4

De rustige, soms sociaal onhandige, vertederende Bachir Lazhar. Een Algerijnse man die als vluchteling in Canada onzeker is over de hulp die hij kan bieden aan een groep kinderen die een groot verlies moeten zien te verwerken. Een man die zelf hulp nodig heeft, zijn toekomst niet zeker is, zijn verleden definitief verloren heeft, maar nergens over wil praten. Die een beetje kleur in zijn steriele klas wil brengen door er een plantje neer te zetten, het plantje overleeft het niet.

Als hij een beetje verlegen en verscholen achter een deurpost een andere klas inkijkt begrijp je dat. Hij is hier nog niet op zijn plek, in deze vreemde nieuwe wereld. Als hij zijn enige Arabisch sprekende leerling afstraft omdat die iets in zijn moedertaal vertelt moet je glimlachen. Want hoe fijn moet het stiekem voor hem zijn om iets van thuis te horen.

En laten we naast Monsieur Lazhar de perfect gecaste kinderen niet vergeten. En de directrice van de school. En de gymleraar met zijn belachelijke fluitje. Stuk voor stuk prachtige personages in een briljante film. Een film die het verhaal van verdriet en rouw luchtig en met onverwachts grappige momenten weet te vertellen. De terechte winnaar van de publieksprijs van IFFR 2012.

Maandag 06 Februari 2012 Twee reacties

A note a day #3

Ik kocht vandaag een grijs-wit gestreepte boodschappentas. Dus de weblognotitie van vandaag zou gaan over hoe blij ik werd van die grijs-wit gestreepte boodschappentas.

Gaap.

Om het op te leuken hoopte ik iets te vinden op het wereldwijde web. Ik beval - ja, zo ben ik - Google het web te doorzoeken op 'patterns'. En wat zag ik? Deze eenvoudige zoekopdracht geeft nog steeds als eerste resultaat Squidfinger Patterns, de website waar ik 'vroeger', jaren geleden, regelmatig met veel liefde doorheen bladerde op zoek naar het beste patroontje voor mijn nieuwe webloglayout.

Ik werd toen van die patroontjes net zo blij als vandaag van mijn nieuwe grijs-wit gestreepte boodschappentas.

Nu ben ik ineens twee keer zo blij.

Zondag 05 Februari 2012 Drie reacties

A note a day #2

Haar ogen vullen zich met tranen, mijn hart vult zich met wanhoop. Er is maar zoveel dat je kunt doen voor de mensen van wie je houdt, hoe graag je ook wilt, er moet een opening komen, een ingang, een klein zacht fluisterend 'help'.

Als ze bevestigend knikt op mijn vraag weet ik dat het moment er eindelijk is. Het is geen schreeuw om hulp, maar in vergelijking met de stilte van hiervoor klinkt het oorverdovend.

Er mag geholpen worden.

Dankjewel.

Zaterdag 04 Februari 2012 Drie reacties

A note a day #1

A blog note a day. Al is het maar ter grootte van een tweet. Honderdveertig tekens. Dat moet toch lukken? Waarom gooi ik wel de hoogst onnozele uitspraken op Twitter, maar neem ik niet de moeite in te loggen op mijn blog? Eventjes een paar woorden schrijven. Of het nu gaat over vallende sneeuw, de prachtfilm Monsieur Lazhar, of het half uurtje dat ik vandaag buiten was om boodschappen te doen. Who cares? Well, I do. Ik moet mijn vingers warm houden. Zeker nu. Zeker in die kou. Maar ach, onzin op Twitter plaatsen blijf ik toch wel doen, all is het maar om aan te kondigen dat ik weer ga proberen vaker te bloggen. 

A note a day. #1.

Vrijdag 03 Februari 2012 Zeven reacties

#instagramwalk010

Zondagochtend. De dag van uitslapen, zeker wanneer het de nacht ervoor laat is geworden. Maar ik ben ondanks alles toch wakker, tegen elven. Ik gaap, reik naar mijn iPhone, scroll door mail, nieuws en Facebook, en zie op de Facebookpagina van We Own Rotterdam een aankondiging van #instagramwalk010. Met smartphones door Rotterdam lopen, foto's maken en de resultaten uploaden naar Instagram. Klinkt fantastisch.

Ik ben al lange tijd fan van fotograferen met mijn iPhone, ook te zien aan de pagina die ik ervoor heb ingericht op mijn website. Heel trots ben ik op het feit dat een van deze foto's inmiddels is verkocht, en gebruikt wordt als cover op de dichtbundel van de Rotterdamse dichter Mark Boninsegna. Who needs a DSLR anymore?

Dus dankzij mijn enthousiasme over deze originele meeting met gelijkgestemde fotografen, besluit ik snel op te staan, te douchen en op mijn fiets richting Buiten te fietsen, waar de meeting zal beginnen, inclusief fantastische lunch en heerlijke koffie en thee. Een beetje onwennig kijk ik om me heen, ik zie alleen onbekenden, maar al snel kom ik erachter dat heel veel onbekenden misschien toch niet zo onbekend zijn: sommigen 'ken' ik al via twitter, of zelfs via Instragram. We lopen door de stad, fotograferen, de stoep, elkaar, de lucht, maar vooral heel veel en heel gepassioneerd.

Aan het einde van de 'walk' ontspannen we met een kop koffie of warme chocomelk met slagroom in Trenta Secondi op het Stadhuisplein. Waar inmiddels het schrikbeeld van de digitale generatie is ontstaan: 50 mensen die ongegeneerd naar hun iPhone staren, foto's uploaden, de foto's 'liken' van de persoon die bij hem of haar aan tafel zit, en af en toe roepen: 'Hey, wie is [nickname]? Gave foto's man!'

Voor het eerst is het sociaal geaccepteerd om massaal naar de schermen van de iPhone te staren. Hoewel, buitenstaanders zullen er anders over gedacht hebben.

Een te gekke dag. Een dag die nog gekker word als ik met vier 'nieuwe vriendinnen' de brug over fiets naar het Noordereiland, waar een Open Studio is, ook aangekondigd op de website van We Own Rotterdam. Waar vervolgens de makers van We Own Rotterdam blijken te werken en soep serveren. Handig, kon ik ze meteen bedanken voor de leuke dag die ze me zonder het te weten hadden bezorgd.

[Voor Facebookgebruikers: hier een album met mijn foto's van afgelopen zondag. De complete serie met foto's van alle fotografen kan hier bekeken worden.]

[Special thanks to Buiten op de Binnenweg, Trenta Secondi, Tupalo Rotterdam en de organisatoren Christine en Floor voor het regelen en sponsoren van deze dag!]

Dinsdag 17 Januari 2012 Acht reacties

Rode vlaggen

Begin van de middag, nog in zondagskledij (joggingbroek) op de bank. Ik hoor herrie. Gegil. Gestamp. Gejuich. Zware mannenstemmen. Op twitter zie ik de hashtag #ajafey (Ajax-Feyenoord) voorbij komen. Ik hoef de herrie boven mijn hoofd niet meer te interpreteren, dat is zojuist bijna automatisch gebeurd. Er moet een doelpunt zijn gevallen voor de club van mijn stad.

Iets later in de middag loop ik door zonnig Rotterdam. Vijf Turkse jongetjes met twee moeders lopen me tegemoet. Dat ze een Turkse afkomst hebben interpreteer ik ook bijna automatisch. Ze dragen allemaal een rode vlag met de bekende witte maan en ster.

"Voetbal", voegt mijn hersenpan aan al die automatische interpretaties toe. De enige andere keren dat ik de Turkse vlag op straat zag was tijdens voetbalevenementen. Er moet iets in voetballand gaande zijn wat ik gemist heb.

Tijdens een zitpauze, genietend van de nog verbazingwekkend warme zon op mijn gezicht, check ik nu.nl. Ik scroll naar 'sport', maar zie niets staan over Turks voetbal. Terug naar boven onder het kopje 'algemeen' zie ik staan: "500-1000 doden na aardbeving Oost-Turkije". De Turkse vlaggen die ik even daarvoor zag krijgen ineens een heel andere betekenis.

Na de zitpauze loop ik over de Erasmusbrug. De brug is afgesloten voor verkeer in verband met werkzaamheden. Toch lijkt de enorme brug drukker dan anders. Mij tegemoet lopen enkele honderden Turkse mensen. Met vlaggen in hun hand, om hun schouders en rode t-shirts en hoofddoekjes. Ik kan niet geloven hoe snel na het nieuws heel Turks-Rotterdam zich heeft gemobiliseerd.

Aan de voet van de brug zie ik een grote groep mensen staan. Er staat politie omheen, hoewel er in mijn ogen alleen maar rust heerst in de groep mensen die ik zie staan. Bovenop een flat hang een man een grote rode vlag naar buiten. Mensen wijzen en zwaaien.

Ik hoor geroep door een dictafoon. Ik zie verschillende cameramensen. Ik hoor gejuich. Ergens klopt de sfeer niet in combinatie met het berichtje dat ik even daarvoor las op nu.nl. Ik besluit nog een keer te lezen. "Confrontatie politie met Turkse demonstranten", zie ik meteen onder het berichtje over de aardbeving staan. Het gaat over Amsterdam. Maar toch herinterpreteren mijn hersenen direct de aanwezigheid van honderden Turks-Rotterdamse mensen op straat.

Nu, thuis, dit stukje typend, denk ik te weten wat ik heb gezien, maar zeker weten zal ik het nooit.

Zondag 23 Oktober 2011 Drie reacties

Oud nieuws, nieuwe website

Ik wil niet zo'n blogger wil worden die alleen maar blogt om te zeggen dat ze al tijden niet meer geblogd heeft en die zich verontschuldigt voor het feit dat ze al tijden ook niet meer op andere blogs heeft gelezen (sorry!).

In plaats daarvan schrijf ik hier een nieuwtje neer dat ook al maanden geen nieuws meer is, want als u behoort tot mijn vrienden, familie, Facebookmatties of Twitterfollowers weet u dit al heel lang.

Maar mocht u toch ergens buiten de boot zijn gevallen - hoe kan dat eigenlijk? - dan nog even de officiële mededeling dat ik nu een heuse echte fotowebsite heb: www.rosannedubbeld.nl

[En nee, rosannedubbeld.nl is niet ter vervanging van soyrosa.nl, maar een aanvulling op. Nu nog even mijn goede voornemen waarmaken om allebei de websites met enige regelmaat te updaten.]

Maandag 17 Oktober 2011 Vijf reacties

Rolwolk

Een dreigende lucht, aan mijn linkerhand. Een donkere, bijna perfecte sliert wolken hangt boven de Maas. Nog nooit heb ik zo'n zwarte lucht gezien, en mensen blijven staan om te kijken. Ik niet, ik ben aan het wandelen, en wil stevig de pas erin houden omdat buienradar mij waarschuwt dat ik nog twintig minuten heb om droog thuis te komen.

Ik sla rechtsaf, laat de dreigende lucht achter me. Een kwartier later, vijf minuten voordat er mogelijk een bui los gaat barsten kom ik aan bij de volgende brug. Ik neem even een momentje om te genieten van mijn favoriete uitzicht over de Maas. Ik draai mij om, kijk richting de wolkensliert, hij is er nog. Prachtig. Maar is het een wolk? Of is het brand? RTV Rijnmond vertelt niets over een brand. Het moeten wolken zijn.

Een bezweet hardloopmeisje spreekt mij aan. "Wat gaan die wolken doen?" Ze is aan het hardlopen en twijfelt of ze wel richting die pikzwarte lucht moet lopen. Ik twijfel, en kijk nog een keer op RTV Rijnmond of er misschien sprake is van brand. Want nog nooit zag ik zo'n bizarre lucht. Ik kan nog steeds niets vinden.

Een koude wind steekt plots op. Het meisje naast me wijst ongelovig naar boven. Als ik kijk zie ik boven mijn hoofd de pikzwarte lucht die net nog kilometers verderop te zien was boven ons hoofd hangen. Als ik in de verte kijk is daar plotseling geen wolkensliert meer te bekennen. Hij is me gevolgd. Boven het centrum is de duisternis gevallen, en is de lucht spookachtig donker.

Ik geniet van het bijzondere spelletje van de natuur, en zie de wolk in de verte als het ware langzaam 'oplossen'. Thuisgekomen plaats ik een foto - gemaakt met mijn iPhone - op Facebook. Een ervaren zeevaarder weet mij te vertellen dat ik zojuist een rolwolk heb gezien. Een ander trekt dit in twijfel en vertelt dat er een brand was elders in Rotterdam. Geen natuurfenomeen dus, maar toch gewoon brand.

Omdat een brand geen plotselinge koude wind veroorzaakt stuur ik mijn foto op naar RTL Weer. En inderdaad: ik was getuige van een bijzonder fenomeen, de zogenaamde rolwolk. Een halve uitzending wordt eraan gewijd, en ook mijn foto wordt getoond.

Soms zou ik willen dat ik tussen mijn ogen een videocamera ingebouwd had zodat ik dit soort bijzondere momenten eeuwig en eeuwig in HD-kwaliteit terug kon zien.

Vrijdag 08 Juli 2011 Tien reacties

Bruggen

Nog maar een aantal weken geleden zat ik in het vliegtuig, kwam ik terug van New York. Het verbaast me op zulke momenten hoe klein de wereld is. Je kijkt drie films, komt niet eens toe aan het leesvoer dat je speciaal voor de vlucht hebt meegenomen, en voor je het weet loop je in een stad die het decor vormt van minimaal één van de films die je zojuist zag.

Weer thuisgekomen geniet ik van Rotterdam. De bruggen, de ‘drukte’ die ineens zo rustig aanvoelt. De ‘hoge gebouwen’ die ineens zo klein zijn. Het uitzicht op de woonbootjes die voor je flat liggen. Het gevoel van energie die de stad me geeft wanneer je met vrienden op een terras zit, op een van de zomerse festivals rondloopt, of een wandeling maakt die minimaal vier bruggen beslaat.

Mijmerend langs de Maas, langs het cruiseschip in het water. ‘Rotterdam’, staat er groot op de zijkant, en ik weet dat er vandaag mensen over de grote oceanen vertrekken naar New York. Vorige week was ik getuige van twee grote cruiseschepen die over de Maas vertrokken, vandaag zou er opnieuw een lading mensen een avontuur beginnen.

Per boot is de wereld misschien iets groter dan ‘drie films verder’, maar och, wat is de wereld klein. Het zien van het schip dat Rotterdam met New York verbindt doen me geloven dat er maar een kleine schakel ontbreekt tussen de stad waar ik van hou en de stad waar ik een ander deel van mijn hart verloren ben.

En terwijl ik denk aan de mensen op de schepen en de bruggen aan mijn én de andere kant van de wereld hoor ik het getoeter van een van de cruiseschepen langzaam uitdoven.

Zondag 03 Juli 2011 Drie reacties

Verbazing

De arts komt af en toe langs bij mij op kantoor. Een vrolijke man, een beetje warrig. Soms stond ik in de keuken en sprak hij me ineens aan; hele verhalen kwamen er dan uit die duidelijk voortboorduurden op een gesprek dat wij samen niet hadden gevoerd.

Het duurde even voor ik doorhad dat hij mij voor iemand anders aanzag.

Een ander kleiner meisje met blonde krullen en lichte ogen werkt ook bij ons op kantoor. Zij doet ander werk, en spreekt in haar functie de arts vaker dan ik. Nog tot enkele weken geleden merkte ik dat de arts mij wéér voor haar aanzag. Grappig, natuurlijk. Hoe sommige mensen moeite hebben met het uit elkaar houden van gezichten en blijkbaar niet het verschil zien tussen mijn donkerblonde krullen en haar lichtblonde.

Afgelopen week zegde ik mijn baan op. Per 1 augustus mag ik namelijk aan een nieuwe uitdaging beginnen, en zodoende verlaat ik het kantoor met mijn 'evenbeeld' en de arts. De arts staat in de gang en wij praten met nog een andere collega. Vanuit de gang zie ik de lichtblonde krullen aan komen lopen. Plots staat de arts tussen mij en mijn 'evenbeeld' in.

Hij kijkt naar links, naar haar. Hij kijkt naar rechts, naar mij. De verrassing op zijn gezicht is duidelijk merkbaar. Ik vermoed dat pas nu ik het kantoor ga verlaten de arme man doorheeft waarom hij soms zulke verbaasde blikken kreeg van 'dat meisje met die krullen'.

Vrijdag 01 Juli 2011 Acht reacties

Zelfonderzoek

Vandaag analyseerde ik mijzelf. Om me zo snel mogelijk in te kunnen werken op verschillende bekende en onbekende persoonlijkheidsvragenlijsten vulde ik ze stuk voor stuk zelf in. Na het invullen vond een leuk proces plaats van nakijken met mallen, scores bij elkaar optellen, vergelijken met de normgroep (lees: 'normale vrouwen' of 'psychiatrische patiënten') en het samenvattende profiel tekenen in een daarvoor bestemd vakje.

Leuk om te doen. Hier scoor ik laag, daar scoor ik hoog, even verderop heb ik een typisch profiel waar ik even mijn wenkbrauwen bij omhoog trek. Gelukkig staat er in de handleiding dat er bij zo'n profiel ook rekening gehouden dient te worden met zus en zo, en dus is het profiel dat ik zie toch niet zo gek. Of toch wel?

Want weer een vragenlijst later komt er weer een score uit die ik niet verwacht. En nog een vragenlijst later zie ik dat ik eigenlijk opgenomen zou moeten worden in een zwaar beveiligde inrichting.

Tien vragenlijsten later kom ik tot een conclusie. Ik weet precies wie ik ben, waarom ik dingen doe die ik doe, waarom ik mijn blogjes schrijf zoals ik ze schrijf en zelfs heb ik ontdekt waarom ik zo ongelooflijk de behoefte had om mee te doen aan de #blogrevival deze week.

Jammer wel dat ik over die conclusie niet kan bloggen, want ik heb me als psycholoog natuurlijk wel te houden aan de geheimhoudingsafspraak met mijn patiënt.

Donderdag 26 Mei 2011 Tien reacties

Allochtoon #12

De vrouw draagt een gebloemde jurk, een donkerpaarse hoofddoek, een mooie speld die de hoofddoek bij elkaar houdt, is make-uploos, mooi, lief, is moeder van vijf kinderen, heeft zorgen, heeft pijn op haar borst, komt niet meer uit haar eigen angstige gedachten, huilt, maar niet uitbundig, heel ingetogen, alsof ze denkt niet verdrietig te mogen zijn.

Ik hou even haar hand vast. Ze knijpt terug in de mijne, en antwoordt met het Arabische Insha'Allah op mijn bemoedigende woorden.

Een klein moment dat ineens grote dingen met het brein doet. Een klein moment dat me raakt. Eigenlijk zou ik er daar iedere dag een van op moeten schrijven.

Woensdag 25 Mei 2011 Acht reacties

Vrolijk kijken

Ik ben het meisje dat altijd lacht. Het bewijs voor deze stelling kwam een tijdje geleden. Ik was misselijk, verdrietig, had niet ontbeten, had de nacht ervoor niet geslapen, was met mijn gedachten kilometers weg en een collega merkte op: "Goh, jij bent ook altijd vrolijk!"

Sindsdien weet ik dat mensen denken dat ik dus daadwerkelijk altijd vrolijk ben. Zelfs als ik me rot voel. Begrijpen doe ik het wel. Alleen bij de mensen die het dichtst bij me staan durf ik wel eens sjagrijnig te zijn. Maar verder? Ik lach altijd. Maar lachen is iets anders dan vrolijk zijn.

Misschien denkt u nu: 'waarom doet dat meisje dat? Waarom laat ze haar ware gemoedstoestand niet zien? Waarom doet ze zich vrolijker voor dan ze daadwerkelijk is?'

Welnu, ons bijzonder fascinerende brein heeft me een reden gegeven om te lachen als ik me niet vrolijk voel. En echt, u moet het zelf ook eens proberen. Want onderzoek van de heer Ekman wijst uit dat we onze emoties kunnen bepalen door de manier waarop ons gezicht staat. Het aanspannen van bepaalde spieren kan ervoor zorgen dat we ons depressief of juist vrolijk gaan voelen.

Dus ja. Inderdaad. Je gezicht in de lachstand zetten kan ervoor zorgen dat je je vrolijker voelt. En daarom zal ik voor de meeste mensen het meisje blijven dat altijd lacht. Zoals ik al zei: lachen is iets anders dan vrolijk zijn. Lachen is een soort natuurlijk en onschuldig medicijn waardoor je je vrolijk gaat voelen.

[En het hielp vandaag ook weer. De rij bij de AH was lang, de klant voor me deed vervelend, het was weer mijn tijd van de maand, au, au, au, fuck, buikpijn, en het kassameisje liet een van mijn flesjes bier vallen dat ze op haar gemak op ging ruimen en waardoor ik weer terug de winkel in moest om nieuwe te halen. Maar in plaats van zuchten lachte ik en gaf ik een knipoog naar een man achter een rollator die net zo vrolijk stond te kijken. Terwijl hij zelfs nog een plek naar achter in de lange rij stond. Ik verliet de AH met een opgewekt gevoel.]

Dinsdag 24 Mei 2011 Negentien reacties

En toen

En toen begon ik uit verveling te bloggen en toen reageerde er iemand op mijn weblog en toen reageerde ik ook op iemand anders zijn weblog en toen kreeg ik nog een reactie en toen kwamen er meer en meer en meer reacties en toen kreeg ik soms wel veertig reacties op een blogje en toen verhuisde ik naar een ander weblog en toen kreeg ik het weblog in eigen beheer en toen werd bloggen serieuzer en toen leerde ik zelfs mensen kennen via mijn weblog en toen kreeg ik zelfs een vriendje via mijn weblog en toen gingen bedrijven ineens ook bloggen en toen werden wij bloggers ineens 'lijfloggers' genoemd en toen kwamen er enge nieuwe dingen bij zoals twitter en toen gingen mensen meer twitteren en toen blogde ik ineens niet meer anoniem en toen gingen mensen ineens minder bloggen en toen ging ik steeds minder blogs lezen en toen kreeg iedereen steeds minder reacties en toen kreeg ik soms niet eens tien reacties meer en toen werd bloggen ook steeds minder interessant en toen ging ik nog minder bloggen en toen ging ik zelfs minder twitteren en toen was er ineens behoefte aan een blogrevival.

En toen ging ik daar deze week maar eens aan meedoen.

[In het kader van de blogrevival zal ik deze week proberen dagelijks te bloggen. Proberen ja, want na een tijdenlange impasse... Wie weet hoe groot de inspiratie of het writersblock zal zijn. Een lijst met deelnemers vindt u hier.]

Maandag 23 Mei 2011 Achttien reacties

Vrijheid

We zitten de zon op het gras tussen de bomen in een mooi park in Rotterdam. Ik heb hier gewerkt, vroeger. Een vreselijke plek. Niet de locatie van het bedrijf, maar het bedrijf zelf was vreselijk. 's Ochtends kwam ik twintig minuten voor tijd aan met de tram. Ik kon het na enkele weken precies zo timen dat ik toch nog 19 minuten deed om het gebouw binnen te stappen. Nog even naar de bootjes staren in de haven, nog even een paar blokken omlopen. Hoe minder tijd ik binnen besteedde, hoe beter.

Nu zit ik hier. Vrij van dat vervelende buikpijngevoel. Dat gevoel dat ontstaat als je iets moet doen dat je niet wilt. Ik kan me de opluchting nog herinneren toen ik ergens anders kon werken. Het leek de ultieme vrijspraak.

Aboutaleb, onze Rotterdamse burgervader, spreekt ons toe vanaf het podium waar net nog leuke bandjes stonden te spelen. Hij spreekt over vrijheid. Over hoe we dat moeten eren, en hoe we vandaag feest vieren op de schouders van de mensen die ooit voor ons vochten. En hoe gezegend wij zijn, hier te mogen zitten, middenin Rotterdam, in het gras, tussen de bomen, en hoe er op dit moment een jongen in Syrië met een steen in zijn hand staat, en op weg is deze steen naar een tank te gooien. Een tank die symbool staat voor de gevangenschap waarin hij leeft.

En dat niet wij, niet ik, niet jij, maar juist hij de persoon is die weet wat vrijheid eigenlijk inhoudt.

Vrijdag 06 Mei 2011 Vier reacties

New York City #5

Ik staar naar het schilderij voor me. Vermaak me met het maken van foto’s met mijn digitale camera. Naast me hoor ik het geluid van een sluiter. Het geluid klinkt analoog. Met een blik op rechts wordt mijn vermoeden bevestigd: hier zit iemand in het meest hippe museum van New York met een van de oudste camera’s die ik ooit heb gezien foto’s te maken. Mooi contrast.

Het is een oud mannetje, met een lichtblauw overhemd aan, en een linnen tasje op schoot. Af en toe staat hij op en schiet hij een foto. Bewegen gaat nauwelijks, zijn hele lichaam is stram, maar hij haalt duidelijk plezier uit het bedenken van composities voor de foto’s in zijn volgende foto-album. Tenminste, zo bedenk ik dat.

Als ik een kwartier later nog steeds naar het schilderij voor me zit te kijken, zie ik andere mensen verbaasd kijken naar de inmiddels lege plek naast me. Het mannetje is enkele minuten geleden weggestiefeld naar een van de andere grote ruimtes van het museum. Als ik hun blik volg zie ik waar ze naar kijken: een volgeschoten fotorolletje ligt op het bankje. Het beeld van een fotorolletje lijkt niet binnen de context van de moderne ruimte waarin we ons bevinden te passen. Het object op het bankje lijkt zelfs zó vervreemdend dat ik mensen zichzelf zie afvragen of het misschien onderdeel is van een expositie.

Ik begrijp die gedachte.

Ik pak het rolletje, en besluit op zoek te gaan naar de man. Hij is al oud, misschien is hij in alle commotie vergeten het op te bergen en in zijn tas te doen? Na zeven zalen doorgezocht te hebben zie ik ineens het oude mannetje in zijn blauwe overhemd. Ik roep hem, steek mijn hand uit, laat hem het rolletje zien, en vertel dat hij het vergeten moet zijn.

“No”, zegt hij, “I don’t want it anymore”.

Zijn stem klinkt resoluut. Verdrietig. Ik vraag hem of hij het zeker weet.

“Yes”, antwoordt hij, “I don’t want it anymore”.

Met die woorden draait hij zich om en vervolgt hij zijn weg. En zit ik terug in Nederland te bedenken wat ik moet doen met een fotorolletje van iemand die ik niet ken en die de foto’s om een voor hem duidelijke reden niet wilde laten ontwikkelen.

Donderdag 14 April 2011 Tien reacties

New York City #4

Ik zit ‘on top of te rock’. Het is koud, maar de zon gaat net onder, en op zeventig verdiepingen hoog uitkijken over Manhattan is het klappertanden waard. 

Ernie is een luidruchtige Amerikaan die met een brede glimlach en vol enthousiasme iedereen met de Empire State Building op de achtergrond op de foto zet. Je hoeft het niet te vragen, hij rukt praktisch je camera uit je handen om je ongevraagd op de foto te zetten. Zo komt het dat zelfs ik, die het vaak vermijd om op foto’s gezet te worden, nu op het geheugenkaartje een foto heb staan van mezelf. Mét de skyline van New York achter me. 

Als ik iets later op een randje ga zitten blijk ik per ongeluk voor een rooster te zitten waar warme lucht uit komt blazen. Zeer welkom, want de zon is inmiddels helemaal onder, en het is kouder dan ooit. 

Ernie, die me inmiddels ‘baby’ noemt, loopt een aantal keer langs. “Just soaking it up, huh?”, vraagt hij als ik na een half uur nog steeds naar de steeds meer verlichte stad zit te kijken. “Is it cold enough for you?”, vraagt hij bij de tweede keer langslopen. En na de derde keer buigt hij ineens naar me toe en roept: “Wait… Is that warm air coming out of that vent?”

Vanaf dat moment is Ernie mijn grootste vriend. Ik word geen ‘baby’ meer genoemd, maar ‘Rose’. “Keep my spot warm, Rose!”, roept hij elke keer als hij van me wegloopt om weer mensen op de foto te zetten. 

Maar iedere keer komt hij terug en staren we naar de stad. De lichtjes. De bruggen. “Never knew I had a warm spot here”, zucht hij. 

In de verte kleuren twee torens blauw. Hij vertelt dat ze gisteren rood waren. Ik lach, en vertel hem dat ze om de paar minuten van kleur veranderen. 

De mond van Ernie valt open. Nog iets dat hij niet wist. “You’re smart and very observant, Rose, you’ve got the whole world on your feet and I’ll never forget you”.

En terwijl ik op 70 hoog samen met mijn nieuwe beste vriend uitkijk over de gaafste stad ter wereld voelt het inderdaad even alsof heel de wereld aan mijn voeten ligt.

Zaterdag 09 April 2011 Zes reacties

New York City #3

Zigzaggend door de stad. Ik zoek met behulp van mijn iPhone de juiste overstappunten binnen het ingewikkelde metronetwerk. Simpelweg op de juiste lijn stappen betekent hier niet dat je op de juiste plek uitkomt: de verschillende kleuren lijnen (8) splitsen zich soms op in vier eindbestemmigen, en dan moet je ook nog opletten of je uptown of downtown gaat. Ohja, en of je in een express of local train stapt kan het verschil maken tussen op iedere halte stoppen of plotseling vijf tussenliggende haltes overslaan. 

Drie metrolijnen later stap ik uit waar ik zijn moet. Dat is hindernis 1. De tweede is de weg ook te voet weten te vinden. Vanuit de metro kan ik vier uitgangen kiezen, maar als je nauwelijks weet waar je bent kun je ook nauwelijks bepalen waar je precies wilt zijn. 

In New York hebben ze een geniaal systeem bedacht, speciaal voor vrouwen als ik: alle avenues lopen van Noord naar Zuid, en alle straten lopen van Oost naar West. Als je na een blok lopen van 107 ineens 108 ziet weet je dat je naar het Noorden loopt, en als je dus eigenlijk naar het Zuiden had gemoeten word je meteen gewaarschuwd en draai je je om. Lopen de nummers van de gebouwen waar je langs komt op dan loop je naar het Oosten, lopen ze af ga je richting het Westen. Appeltje eitje. 

Maar dan nog: als je in zo’n immense stad bent kan zelfs bepalen waar 6th avenue ligt ten opzicht van 5th avenue verwarrend zijn, omdat je nog niet altijd over de juiste herkenningspunten beschikt. 

Vijf blokken rechtdoor, zes blokken naar rechts, één naar links. Met mijn ogen gesloten sla ik de hoek om, ik doe een schietgebedje, en JA!, ik ben zowaar in één ruk, zonder fout te lopen op de plaats van bestemming beland. 

Vol trots en bijna met een air van een echte New Yorker steven ik met een beker hete thee in mijn hand op de ingang af. 

Closed on Tuesdays“, lees ik op een bordje. 

Dan maar een nieuwe bestemming zoeken.

Woensdag 06 April 2011 Vijf reacties

New York City #2

Het grote gapende gat midden in New York City. Zelfs wij Nederlanders weten vaak nog precies te vertellen waar we waren, 9/11 in 2001. Ik zat thuis, op de bank, toen mijn buurjongetje op zijn fiets langsreed, aanbelde, en zei dat ik NU de televisie aan moest zetten. Iets met een vliegtuig en een gebouw. De televisie ging de rest van de dag en avond niet meer uit.

Als ik langs de plek loop waar nu hard gewerkt wordt aan iets dat een schrale troost zal zijn van wat ooit geweest is krijg ik kippenvel. Nu ik New York een beetje heb leren kennen besef ik pas goed dat de stad in 2001 in haar hart geraakt is.

Veel van de bouwput kun je niet zien, alles is afgeschermd, waarschijnlijk om te voorkomen dat drommen glurende toeristen de dagelijkse bezigheden van de New Yorkers belemmeren.

In het WTC Tribute Center wordt meer duidelijk over de twee torens. Het WTC was een stad op zich: dagelijks waren er 50.000 mensen aan het werk, 150.000 kwamen dagelijks op bezoek, en zo waren er dagelijks dus meer mensen in die twee torens aanwezig dan in een gemiddelde stad in Nederland. Het WTC was een volledige gemeenschap met eigen bakker, Starbucks, kinderopvang, en wat iedereen nog meer in een stad zou verwachten.

De foto's van honderden gezichten die aan het eind van de expositie bij elkaar aan drie muren hangen doen me letterlijk tot tranen roeren. Allemaal lachende gezichten, jong, oud, mannen, vrouwen, stelletjes, in alle nationaliteiten. De muur moet een perfecte afspiegeling zijn van de inwoners van Manhatten. En al deze mensen, met al hun verschillen, hoorden toch op de een of andere manier bij elkaar.

Eén foto in het bijzonder staat op mijn netvlies gebrand. Een jongen, een meisje, lachend en met de armen om elkaar heen, staan ergens in New York, en worden op de foto gezet met de WTC-torens op de achtergrond. Stonden ze bewust met hun werkplek op de foto? Waren ze zich überhaupt bewust van het feit dat dit deel van de skyline op de foto zou verschijnen?

Een antwoord zal ik nooit krijgen. Maar een ding is zeker: er zijn maar weinig mensen ter wereld duidelijk dolgelukkig op de foto staan met hun eigen sterfplek als decor.

Dinsdag 05 April 2011 Twee reacties

New York City #1

Een klassiek ontbijt in New York City: een bagel met cream cheese. Vriend E. en ik zitten te genieten van dit ochtendritueel in een bagelshop direct om de hoek van ons hotel, een winkel met bagels die toevallig door New York Times is uitgeroepen tot de beste van heel Manhattan. Niet alleen kan ik me voorstellen dat dit klopt, heel de Upper West Side lijkt het met de New York Times eens te zijn: in het weekend lijnen de mensen zich op tot ver buiten de winkel. Ze schijnen allemaal te weten: het is het wachten waard, zelfs in regen en kou.

Uitkijkend over Broadway met zijn gezellige winkeltjes en drukke verkeer verbazen we ons over de verrassend gave stad. Ineens worden we verrast door een lachend gezicht dat voor het raam verschijnt. Het waarom blijft ons een raadsel, maar het mannetje kijkt naar binnen, kijkt ons aan, begint te lachen, zwaait, en als ik terugzwaai draait hij zich om en komt hij de winkel binnen.

We worden begroet als oude vrienden, en de man glundert van oor tot oor als we hem een hand geven. Hij belooft ons, volledig uit het niets, dat als hij ooit de loterij wint dat hij 'us guys' laat delen in de winst. Ik twijfel er geen moment aan dat hij het meent. Na het doen van deze belofte loopt hij weg, vriend E. en mij lachend achterlatend na deze bijzondere ontmoeting.

Een paar dagen na dit incident zitten vriend E. en ik wederom met uitzicht op Broadway elders in de Upper West Side iets te drinken. Een lachend gezicht verschijnt voor het raam: het mannetje met zijn grijze haren en kleine pretoogjes zwaait, en komt weer binnen, alsof we afgesproken hebben het gebeuren van een paar dagen geleden nog een keer te herhalen.

"When I win the lottery I will get you guys out of here", belooft hij ons, en na een hand vertrekt hij naar een onbekende bestemming, ons achterlatend met een bijna spijtig gevoel dat we deze man waarschijnlijk nooit meer terug gaan zien.

Nooit zullen we weten waarom deze man het gevoel heeft ons weg te moeten halen van een plek waar we zo van zijn gaan houden.

Zondag 03 April 2011 Twee reacties

Eekhoorn

De rommel op mijn bed en vloer even negerend open ik het schrijfscherm. Tikken ging me vroeger makkelijker af. Ik deed het gewoon. Dacht niet na, want had nog geen lezerspubliek, wist niet dat er zoiets bestond als een doelgroep. Ik tikte gewoon. Hoe makkelijk was het leven.

Vroeger had ik het hier beschreven. Over de eekhoorn. Hoe die vrolijk de boom omhoog klom, lonkte, knipoogde, daarna naar beneden donderde en zijn staart brak, als dat al mogelijk is. Maar of iets mogelijk is hoeft voor een schrijver geen belemmering te zijn.

Puur op gevoel, geen ratio, gevoelens en gedachtes de vrije loop. Ik was jong. Ben nog steeds jong. Maar ouder. Ik weet wie er met me meeleest. Of iemand meeleest zou voor een blogger geen belemmering moeten zijn.

Het is vandaag, of gisteren, of eergisteren, in ieder geval deze maand het zevenjarige bestaan van 'Roos' in de gedaante van blogger. Het zijn mooie jaren geweest. Ik moet meer schrijven. Misschien begin ik daar wel weer mee in of na New York.

Het notitieboekje en de gedachte aan de eekhoorn gaan in ieder geval mee.

Woensdag 23 Maart 2011 Zeven reacties

Museumnacht 2011

Met zijn allen staan we bij elkaar. De avond is droog, koud, en ruikt naar wierook en aankomende lente. Met onze gezichten geheven luisteren we naar een van de bekendste schrijvers van Rotterdam, die een wereld schildert van verwondering, onmogelijke gebeurtenissen en die een lach op ons gezicht tovert.

Een gouden figuur vliegt weg over het dak van een van de musea waartussen we verzameld staan. Plots geven alle bomen licht, en klinkt er geluid, herrie, en zien we boven onze hoofden een groene deken van licht ontstaan. Het licht golft, beweegt, creëert tekeningen op de muren van de Kunsthal, en betovert het Museumpark.

Kinderen en volwassenen steken hun handen omhoog om de deken van licht aan te kunnen raken. Maar het licht laat zich niet pakken, het beweegt alleen. Het geluid zwelt aan, verandert, beweegt mee met het licht. Het is magisch, en er zijn momenten waarop ik achter me kijk of er niet stiekem toch écht een invasie is van aliens.

Als het afgelopen is klinkt er een zucht van stilte door het park. Het is de tiende editie van de Museumnacht, '10x010'. Iedere Rotterdammer die van zijn stad houdt is aanwezig. En we weten: de nacht is nog maar net begonnen.

Museumnacht
Zondag 06 Maart 2011 Vijf reacties

Omgekeerd racisme

"Mag ik uw vervoersbewijs zien, alstublieft?", vraagt de conducteur. Al van ver zie ik hem aankomen. Ik pak het kaartje uit mijn portemonnee, en wacht tot hij langs mijn zitplaats zal komen.

Het duurt lang voordat het zover is. Een aantal plaatsen verderop schrijft de conducteur een boete uit. Twee haltes verder kan hij pas weer doorlopen.

Nog twee vierzitjes is hij verwijderd van mij. Uiteindelijkt komt hij aanlopen en steekt hij zijn hand uit, om mijn kaartje aan te pakken. "Is goed hoor", knikt hij, en draait zich om naar het vierzitje aan de andere kant van het looppad. Daar zitten twee jongens, Marokkaanse jongens, en zometeen wordt duidelijk waarom ik dat nadrukkelijk erbij vermeld.

"Mag ik alsjeblieft jullie vervoersbewijs zien?", vraagt de conducteur aan de twee jongens. Maar de jongens reageren niet. De een kijkt star voor zich uit, de andere kijkt, zijn oordopjes nog wat steviger in zijn oren duwend, uit het raampje naar buiten.

Als de jongens niet reageren, herhaalt de conducteur zijn vraag. Hij zwaait met zijn hand voor de ogen van de ene jongen, die hem aankijkt.

"Wilt u mijn kaartje zien? Wat voor kaartje dan?", vraagt hij zogenaamd onnozel. "Dat weet je best", antwoordt de conducteur. Na nog een aantal van dit soort grapjes te hebben gemaakt haalt de jongen het kaartje uit zijn jaszak, en toont het aan de conducteur. Die knikt, het is goed zo.

Dan is de tweede jongen aan de beurt, die nog steeds net doet alsof er niets aan de hand is. "Hallo?", ook bij deze jongen wappert de conducteur met zijn hand voor de ogen van de jongen. De jongen doet net of hij niets ziet. Dan raakt hij de jongen aan bij zijn schouder. Nu reageert de jongen wel: "Wat? Mag u mij aanraken? Heeft u dat gevraagd?", reageert hij op agressieve toon. "Ik wil graag jouw kaartje zien", reageert de conducteur.

"Wat? Waarom? En moest je me daarom aanraken?", reageert de jongen. Een verbaal gevecht ontstaat, en uiteindelijk laat de jongen met veel omslachtige gebaren zijn kaartje zien. De man bekijkt het kaartje, en is het zat, geeft het kaartje niet terug aan de jongen, maar legt het op de stoel voor hem neer. "Prima", zegt hij er nog achteraan, want het kaartje is gewoon een geldig kaartje.

"Jammer he!", roept de jongen nu. "Je kunt geen Marokkaantjes pakken dit keer!"
De conducteur loopt door.
"Racist!", roept de tweede Marokkaan nu achter hem aan.
De conducteur negeert het tweetal zo goed en zo kwaad als het kan.
"Wilders!", roept Marokkaan 1.
"Geertje!", roept Marokkaan 2.

Als ik de twee jongens nog eens goed bekijk vraag ik me af of ze beseffen dat zij vandaag degenen zijn die discrimineren. En hoe dat voelt voor de conducteur. Maar ook hoe zij zich voelen, en waarom ze doen wat ze doen, waarom ze zichzelf opzettelijk in hokjes plaatsen. En wat Wilders hier eigenlijk mee te maken heeft.

Maandag 28 Februari 2011 Acht reacties

Allochtoon #11

Stralend vertelt de vrouw over haar zoontje van 7 jaar oud. Hij was vorige week jarig, begrijp ik uit het beperkte Nederlands dat ze spreekt. Hij had mooie cadeaus gekregen, en hij werd al zo groot, en hij ging naar school, en dat ging zo goed, en, en, en…

De vrouw vertelt vol trots en liefde over haar kind. Ze vertelt me dat hij wel eens tegen haar zegt: “mama, jouw Nederlands is slecht, jij moet naar school”. En hier zat ze dan, want ze was het met haar zoontje eens. Hij werd steeds groter, en het moment zou al snel komen dat ze hem niet eens meer zou kunnen helpen bij zijn huiswerk, omdat zij de uitleg niet zou kunnen lezen.

De blik in haar ogen wordt treuriger. “Mevrouw, ik wil Nederlands leren”, zegt ze met een serieus gezicht. Want vorige week, toen haar zoontje jarig was, had haar zoontje om een taart gevraagd. Ze was met zijn specifieke wens naar de banketbakker gegaan, en had zo’n taart weten te reserveren. Toen ze op de verjaardag de taart ophaalde en vol trots aan haar zoontje liet zien, had haar zoontje gezegd: “mama, die taart is niet de taart die ik wilde”.

“Mevrouw, ik wil Nederlands leren”, zegt de vrouw nogmaals. “Ik kan niet eens een goede taart voor mijn zoontje bestellen”.

Zaterdag 12 Februari 2011 Acht reacties

Allochtoon #10

Alle mooie verhalen over allochtone Rotterdammers die ik spreek zouden een boek kunnen vormen. Een boek waaruit zou blijken hoe kwetsbaar, mooi en divers deze groep mensen is. Allemaal met hun eigen problemen, onzekerheden, talenten, en vooral bijzondere verhalen. Een groep mensen waar ik inspiratie uit haal, die me raakt. Die me een spiegel voorhoudt over mijn eigen leven, mijn eigen jeugd, mijn eigen cultuur (of gebrek daaraan), mijn gewoontes en gebruiken en mijn taal.

Maar al mijn positieve associaties met de doelgroep ten spijt, zie ik ook de keerzijde van de allochtone samenleving in Rotterdam. Er is namelijk ook een grote groep allochtone Rotterdammers die geïsoleerd is geraakt. Die na (soms tientallen) jaren in Nederland te wonen nog steeds geen onderdeel is van de maatschappij.

Vrouwen die wel boodschappen doen, maar alleen om de hoek bij de ‘eigen’ supermarkt. Vrouwen die wel mensen op bezoek krijgen, maar alleen familieleden die in haar eigen taal spreken. Vrouwen die wel naar een buurthuis ‘mogen’ van hun man, maar alleen omdat daar geen mannen komen, en alleen als ze door een mannelijk familielid gebracht worden. Vrouwen die het telefoonnummer van de ambulance niet kennen en alleen met behulp van hun man naar de dokter kunnen.

Hoe groot deze groep vrouwen is besef ik pas als ik mezelf betrap op een gedachte waarvan ik nooit had gedacht die ooit te zullen hebben. Zo zat tegenover me een vrouw, gesluierd, me met gebaren duidelijk te maken dat ze geen Nederlands sprak. Ik wilde weten hoe lang ze al in Nederland woonde, maar ze kwam hier niet uit: ze begreep de vraag niet, en kon zodoende al helemaal geen antwoord geven.

Bladerend in het dossier kijk ik naar de achtergrondgegevens die ik van een andere partij toegestuurd heb gekregen. Ik zie staan dat de vrouw begin 2003 naar Nederland is gekomen. En dan hoor ik mezelf denken: “Oh, logisch dat deze vrouw nog geen Nederlands spreekt, ze woont pas acht jaar in Nederland”.

Zaterdag 05 Februari 2011 Vier reacties

Eigen bijdrage

Het gebouw tegenover me is groot, nieuw, en pas sinds enkele weken vol in bedrijf. Mensen lopen af en aan over de lange gangen, van en naar het kopieerapparaat, door deuren naar collega’s, via het trappenhuis naar de verdieping erboven, of naar de leesruimte beneden.

Vanaf mijn positie tegenover het gebouw, ik werk op de zesde verdieping, kan ik alles zien en volgen. Soms staar ik naar buiten, en roep ik mezelf tot de orde. Ik vraag mezelf dan om me bewust te worden van wat ik zie. Te vaak verandert er iets in je omgeving, of blijft het juist hetzelfde, en zie je het niet. Blijft het onopgemerkt, totdat je jezelf vraagt eens écht ernaar te kijken. Want wat gebeurt er bijvoorbeeld in het gebouw waar je iedere dag langs fietst en tegenover zit te werken?

Ik vraag het me af. Ik zie een man in een lichtblauw overhemd en een zwarte pantalon met een stapeltje papieren naar het kopieerapparaat lopen. Hij stopt de stapel papieren in het daardoor bestemde vak en haalt er aan de andere kant een nieuwe stapel uit. Hij loopt met de stapel papieren naar een bureau van een collega, en legt het stapeltje – nog warme, zo stel ik me voor – papieren bij hem neer. De collega in kwestie negeert de actie volkomen, want deze zit aan de telefoon met drukke gebaren een gesprek te voeren.

De man met het blauwe overhemd loopt een andere deur door, en verdwijnt uit mijn zicht.

Hoe graag ik het ook zou willen, ik kan niet de hele tijd blijven kijken. Maar als ik weer eens zoiets zie blijf ik met vragen zitten. Namelijk: wat was het nut van het kopiëren van de stapel papieren? Deed de man dit uit zichzelf, of deed hij dit in opdracht? En in opdracht van wie? En waarom? En wat verandert er in het kantoorgebouw, in Rotterdam, of elders in Nederland, naar aanleiding van het kopiëren van die stapel papieren? Wiens leven wordt erdoor beïnvloed? Misschien zelfs dat van mezelf? En hoe groot is die invloed? Zou de wereld hetzelfde zijn blijven draaien als de man in het blauwe overhemd de stapel niet op de bureau van zijn collega had gelegd?

Nog met mijn hoofd bij al deze onbeantwoorde vragen loop ik met een stapeltje papieren naar het kopieerapparaat. Ik haal de papieren er doorheen, krijg een nieuwe stapel papieren, en loop ermee naar een bureau. Ik ga zitten, loop de stapel papieren door, en verstuur uiteindelijk een deel per post. Een actie waarvan ik het nut ken, maar die in de ogen van een buitenstaander misschien net zo nutteloos kan lijken als die van de man in het blauwe overhemd. En zelfs nu, nu ik het nut van de actie ken, betrap ik mezelf erop dat ik denk: 'welke bijdrage lever ik met mijn kleine acties aan de grote complexe wereld waarin ik leef?'

Woensdag 02 Februari 2011 Vier reacties

Allochtoon #7, #8 en #9

De man en de vrouw die uit een ver land in Nederland kwamen wonen schilderden allebei. Tekeningen van landschappen, van mensen, hun eigen verhalen. Pas aangekomen in Nederland schilderden ze hun verhalen in zwart-wit. Allebei. Het verdriet was te groot, Nederland was nog niet hun 'thuis', ze waren verdwaald in de wereld, zagen geen kleur.

Pas later, hun kinderen zaten bij mij en mijn broertje op school, vonden ze een plek. Een thuis. Ze lachten. Groetten iedereen, en werden door iedereen begroet. Waren vrolijk. En ze beschilderden een grote container op mijn schoolplein. In kleur nu, want er was voor hun veel in positieve zin veranderd sinds de dag dat ze vertrokken uit hun eigen land.

De man en de vrouw die nu tegenover me zitten doen me aan hun denken. Ze spreken nog nauwelijks een woord Nederlands, hun zoon is een snelle leerling, en probeert zo goed en zo kwaad als het kan het gesprek aan twee kanten te vertalen. Moedig, want ook hij is pas net in Nederland.

De man en de vrouw proberen uit alle macht met mij en mijn collega's te communiceren. De prachtige vrouw met donkerbruine krullen verstopt onder een sjaal om haar hoofd en felgroene ogen probeert met gebaren een verhaal te vertellen. Haar man, een donkere oosterling met een lieve blik in zijn ogen staat haar bij. Waar haar gebaren stoppen gaan de zijne verder.

Ze maken een toets. Vragen ons via hun zoon de oren van het hoofd. Want hun leven bestaat nu alleen uit eten en slapen en televisie. "Eten, slapen, televisie, eten, slapen, televisie", herhaalt de man. Met zijn handen wijst hij naar zijn hoofd, om duidelijk te maken dat hij er gek van wordt. Zich verveelt. Iets wil doen. Of ze alsjeblieft snel naar school mogen om in te burgeren zodat ze daarna aan het werk kunnen?

We leggen ze uit hoe het traject dat ze zullen gaan volgen zal verlopen. En dat ze al over 3-4 weken 5 ochtenden per week naar school zullen gaan.

De vrouw vouwt haar handen samen en zegt 'dankjewel', terwijl haar hele gezicht straalt. De man slaakt een diepe zucht van verlichting. De jongen kijkt met een blik vol emotie naar de reactie van zijn ouders. En met een gevoel van spijt dat ik hun niet het verhaal kan vertellen over het andere gezin dat zich nu zo goed op hun plek voelt in Nederland neem ik afscheid. Met de hoop dat ik dit gezin ooit nog tegen zal komen en ze mij zelf kunnen vertellen dat hun leven niet meer alleen bestaat uit zwart en wit.

Dinsdag 11 Januari 2011 Drie reacties

Cliënt #2

Hij vertelt over zijn verzameling flessendoppen. Ik luister geïnteresseerd, want in mijn nog jonge leven ben ik nog nooit iemand tegengekomen die flessendoppen verzamelt. Wel iemand die afgebroken potloodpunten verzamelde. En bierglazen. En theezakjes. Of die zilverkleurige lipjes van blikjes frisdrank en bier.

Maar flessendoppen, nee, dat nog nooit.

Acht zakken vol had hij verzameld, vertelt hij me. "Vuilniszakken he", voegt hij eraan toe, daarmee meteen mijn visioen van bescheiden AH-tassen wegvagend. "Acht vuilniszakken", denk ik bij mezelf, dat is wel veel.

Met de volledige openheid die ik wel vaker tegenkom in de doelgroep waarmee ik regelmatig werk vertelt hij verder over zijn verzameling flessendoppen. Hoe hij ze van iedereen kreeg, van straat opraapte en steeds maar weer in een vuilniszak stopte. Om er een ketting van te rijgen. Er bleek een wedstrijdelement te zijn met zijn vriendjes: degene die de langste ketting reeg van flessendoppen won eeuwige roem.

Maar toen kreeg hij een ongeluk. Een heftig ongeluk waarmee hij onder andere zijn arm en hand verminkte. En toen kon hij geen gaatjes meer prikken in die flessendoppen. Bovendien was een van zijn vriendjes tijdens het betreffende ongeluk gestorven. De ketting was er nooit gekomen, en de 8 vuilniszakken met flessendoppen had hij uiteindeiljk maar weggegooid.

Opgewekt vertelt hij me over zijn nieuwe verzameling. Modelauto's dit keer.

Woensdag 05 Januari 2011 Acht reacties

NaNoWriMo: op naar 2011

Laat ik er kort over zijn: ik heb gefaald. Maar ben geslaagd tegelijkertijd. Want hoewel ik gisternacht om 00:00 niet de beoogde roman van 50.000 woorden afkreeg, heb ik toch grofweg een halve roman geschreven. En dat is meer dan ik voor elkaar had gekregen zonder het fantastische NaNoWriMo.

Valkuil: tijd. Tijd, tijd, tijd. Als je werkt (en toevallig in november 75 uren extra...), af en toe wilt sporten, af en toe een gezellig weekend hebt en je vrienden niet wilt verwaarlozen én ook nog gemiddeld 7 uur per nacht wilt slapen blijven er weinig schrijfuren over. En dat brak eigenlijk in de eerste week al op: want met mijn impulsieve 'last-minute' beslissing om mee te doen aan de NaNoWriMo begon ik 1 november zonder plot, zonder hoofdpersonen en zonder echte inspiratie aan het schrijfproces. En probeer dan maar eens 1650 woorden per dag te schrijven.

Tegen de tijd dat je een beetje op gang bent, weet waar het boek naartoe moet gaan, kom je bij het tweede moeilijke punt: doorzettingsvermogen. Want niemand, en ik bedoel echt: niemand kan een goed boek schrijven in een maand. Daar is de NaNoWriMo ook niet voor bedoeld. Het gaat om productie van woorden. Schrijven, schrijven, schrijven, zonder je al te veel druk te maken om de schrijfvorm of mooie zinnen. 'Editing is for december', was het motto. Maar hoe moeilijk is het om door te blijven schrijven als je je stiekem toch druk maakt om de vorm? En hoe moeilijk is het om door te blijven schrijven als je eigenlijk weet dat je je in het onderwerp had moeten verdiepen, omdat je nu wellicht onzin aan het opschrijven bent?

En dan kom je aan in de derde week. Daar had ik me al berust in het feit dat ik de eindstreep niet ging halen, maar bleef ik toch vrijwel iedere dag schrijven. Omdat het nog steeds november was, zeg maar. En nu is november om, en is mijn boek nog niet af. Maar ik heb een jaar om na te denken over een nieuwe start, namelijk een jaar om me voor te bereiden op NaNoWriMo 2011. Want leuk vond ik het. En meedoen ga ik zeker weer. Maar nu met in mijn achterhoofd de wetenschap dat ik die maand alle andere bezigheden opzij zal moeten zetten, alvast een verhaallijn moet bedenken, en me in het onderwerp in zal moeten lezen...

Wordt vervolgd in 2011 dus.

Woensdag 01 December 2010 Twaalf reacties

NaNoWriMo: Roman in een maand

Morgen begint de NaNoWriMo: National Novel Writing Month. En ik doe mee. Dat betekent dat ik uitgedaagd word om vóór 31 november 2010 (middernacht) een boek te schrijven van ongeveer 175 pagina's. Vijftigduizend woorden. Een boek dat dus geen pareltje zal worden, want als je 1700 woorden per dag moet schrijven en je werkt en je sport en je wilt ook nog een sociaal leven is er geen tijd om na te denken over wát je schrijft.

Maar mocht het me lukken: mijn eerste boek. Duizenden mensen over heel de wereld doen mee. Lang niet iedereen haalt de eindstreep. Ik wil het wel halen. Dat betekent dat ik mijn neiging tot uitstelgedrag flink zal moeten onderdrukken en dat jullie me flink mogen aanmoedigen als ik op een punt kom waar ik de pen neer wil leggen.

Wish me luck.

[Lees hier ook de ervaring van een mede-NaNoWriMo'er.]

[En laat ik terwijl ik een blogje schrijf over mijn eerste boek lezen dat Harry Mulisch is overleden.]

Zondag 31 Oktober 2010 24 reacties

Telepathie?

In een van de leukste straatjes van Rotterdam zit het leukste kledingreparatiezaakje van Rotterdam. Een Frans uitziende Turkse charmante man werkt daar met zijn lieftallige Turkse vrouw tussen honderden klossen garen aan de kleding van anderen.

Terwijl ik op mijn beurt sta te wachten kijk ik toe hoe de Turkse vrouw een oud klein en vrij chique vrouwtje helpt met haar jas, maillots en rok. Het gaat er allemaal heel gemoedelijk aan toe, en hoewel ik niet per se hou van wachten hou ik wel van deze plek, waar wachten door niemand als een straf word gezien. De Turkse eigenaresse verblikt of verbloost dan ook niet bij de wetenschap dat het winkeltje steeds voller komt te staan met wachtende mensen.

De vrouw laat het oude vrouwtje op een stoel wachten. Haar man blijkt op dit moment geld aan het halen te zijn, en het vrouwtje heeft nog tien euro wisselgeld tegoed.

Als de man aan komt lopen (rennen) met een dikke stapel geld in de hand wordt hij door zijn vrouw in het Turks begroet. Een paar korte lettergrepen die ik niet kan verstaan. Cruciale lettergrepen, blijkt later. Nog geen twintig seconden nadat de man binnen is gekomen krijgt het oude vrouwtje tien euro in haar hand gedrukt.

Het volgende moment van verbazing is onbeschrijfelijk; het vrouwtje, dat blijkbaar niet alles heeft gezien en gehoord blijft een paar seconden lang naar de tien euro in haar hand kijken. Dan kijkt ze de man aan en stamelt: "hoe weet jij nou dat ik nog tien euro krijg?" En dan, wantrouwend, maar wetende dat het niet klopt: "ze - met een knikje naar zijn vrouw - heeft je gebeld he!"

De Turkse man heeft plezier in de verwarring van de vrouw, en knipoogt naar het vrouwtje en met gevoel voor show ook naar de rest van de winkel: "telepathie, mijn vrouw en ik, telepathie."

Nog lang na dit hele gebeuren vraag ik me af of dit raadsel ooit nog door het vrouwtje begrepen zal worden.

Donderdag 21 Oktober 2010 Vijf reacties

Glimlach

Op sommige dagen wil je in Rotterdam niet over de Meent fietsen. De twee marktdagen, dinsdag en zaterdag, zijn daar goede voorbeelden van.

Stom als ik ben reed ik plotseling toch over de Helse Meent. Ik probeer zo rustig mogelijk te fietsen, maar de wirwar van hordes overstekende mensen, toeterende auto’s en moeilijk manouvrerende fietsers met zwaar beladen tassen aan het stuur maakt het me niet makkelijk.

Terwijl ik langzaam maar zeker sjagrijnig begin te worden, want waarom ben ik niet anders gereden?, kom ik achter een man te fietsen die naast de stoep op de straat loopt.

Op zichzelf al irritant natuurlijk, maar helemaal erg wordt het wanneer hij zich plotsklaps omdraait, midden op straat, zodat ik met piepende remmen tot stilstand moet komen.

Drama.

Boos kijk ik de man aan, terwijl de man, die vast ook geschrokken is, even zo boos naar mij kijkt.

In het tumult om ons heen hoort niemand hoe ik mijn hersenen kraak om zo voordelig mogelijk uit deze situatie te komen. Maar een fractie van een seconde later bedenk ik ineens een briljante oplossing: ik geef de man een brede glimlach. En nog een fractie van een seconde later krijg ik een even zo brede glimlach terug en voeren we midden op straat nog een goed gesprek;

“Poeh, poeh.”
“Nou, druk he?”

Donderdag 14 Oktober 2010 Zes reacties

Soyrosa 'live'

"Ik wist het! Leuk, open, spontaan... Prima gesprekje, dat gaan de mensen leuk vinden."

"Leuk interview, daar had je helemaal niet zenuwachtig voor hoeven zijn."

"Grappig, ontroerend en wat een lief Rotterdams accent hoor ik tussen de woorden door."

Zomaar een paar reacties op het filmpje dat ik nog niet aan iedereen heb laten zien. Want wat zit ik te wiebelen zeg! Ik ben duidelijk niet geschikt om voor een camera te praten. Maar dankzij de geruststellende stem vanMenno is het toch nog een grappig interview geworden. En speciaal voor de archieven die ik in de toekomst weer op mijn weblog moet gaan zetten dus hier voor de volledigheid het betreffende filmpje:

http://vimeo.com/15465681 

Interview met Roos from About:blank on Vimeo. (Met hier de link naar het artikel op about:blank)

Zondag 10 Oktober 2010 Geen reacties

Speeddaten

Een beetje bibberend bekijk ik de ruimte binnen waar het allemaal plaats gaat vinden. Tussen de 25-30 single mannen en evenveel single vrouwen, een bar, een paar zithoekjes, en pen en papier. Daar moet je het mee doen. Om de drie minuten klinkt er een fluitje en gaat de man die je voor je gevoel pas enkele seconden geleden hebt leren kennen weer door naar het volgende tafeltje.

Hoewel ik makkelijk contact maak met mensen verloopt het eerste gesprek stroef. Zonde, want de man tegenover me is mooi, heeft een prettige oogopslag en ziet er verzorgd uit. Maar omdat ik aan het speeddaten ben en niet in een discotheek loop beoordeel ik de man op basis van het gesprek met een 'nee', oftewel: deze man is geen match.

Een paar leuke gesprekken later, want echt, na het derde gesprek begint het enorm leuk te worden, komt er ineens een lange slungelige man tegenover me zitten. Vanaf het moment dat hij aan komt lopen zie ik het al: een ware autist. En laat autisme nu net de liefde van mijn leven zijn.

We praten een beetje over onze bezigheden, en hij vertelt me dat hij graag van beroep zou willen veranderen. Ik vraag hem wat hij wil. Hij vertelt me dat hij meer met kinderen wil werken.

"Autistische kinderen, om precies te zijn", zegt hij.

Ik moet van binnen lachen, want hij weet niet dat ik meer besef dan hij nu weet. Ik vraag hem naar het waarom van deze overstap van werken binnen de ict naar werken met autistische kinderen. Want, zo vertel ik hem, ik ben toevallig zelf ook erg geïnteresseerd in autistische kinderen.

"Nou... Ik heb zelf een boek over Asperger in mijn kast staan, en ik herken er soms wel dingen van mezelf in, en daarom denk ik dat ik deze kinderen heel goed zou kunnen helpen. Maar... Mag ik soms vragen, wat denk jij? Ben ik een Asperger?"

En met zijn onhandige slungelige houding en zijn steeds wegkijkende ogen lach ik hem toe en geef ik voorzichtig aan inderdaad trekjes van autisme in hem te herkennen. Als hij vervolgens vraagt of ik tips heb voor hem kan ik niet anders dan hem bewonderen om zijn stap om te gaan speeddaten: respect voor de persoon die met een sociale handicap zo'n immens overweldigende samenkomst van mannen en vrouwen binnenstapt.

Als hij wegloopt naar de volgende vrouw heb ik tijd om een 'nee' aan te kruisen achter zijn naam. Want hoewel er geen sprake was van een psycholoog-patiënt-relatie voelde het toch al een beetje zo, en begreep ik meteen waarom er tijdens ethiek gehamerd werd dat zulke scheve relaties nooit aangegaan kunnen worden.

Maar echt, ik ken veel mensen die van hem nog wat kunnen leren. En wat wens ik hem een leuke vrouw toe.

[Andere mannen waar ik een 'nee' aankruiste waren de volgende: "Mijn hobby is DVD's" (echt waar!) en "Hey, heet jij Rosanne, dan ken ik nog een leuk liedje..." (2x gebeurd, om te huilen.)]

Vrijdag 01 Oktober 2010 Zestien reacties

Onderzeebootloods

Wachtend in de zon, op weg richting de Heijplaat. De Aqualiner wordt speciaal vandaag extra ingezet, dus het wachten duurt niet lang. Bijna jammer, met die late septemberzon op je gezicht. Ik zie iedereen genieten. Meer en meer mensen komen aanlopen. En daar is-ie dan, de waterbus.

Een bootritje later sta je ineens in een van de betere gebieden van Rotterdam. Rotterdam, havenstad, dus wil je Rotterdam leren kennen moet je de haven zien. Het grove, het ruwe, het ongepolijste, zomaar wat redenen waarom de haven mij trekt. Ook vanuit fotografisch oogpunt natuurlijk.

Nieuwsgierig loop ik richting de loods. De Onderzeebootloods, zoals al maanden in grote letters op de borden in Rotterdam te lezen staat. Vandaag is de laatste mogelijkheid hier naartoe te gaan. Vooraf voelde ik me stom zo lang te hebben gewacht met het bezoek, maar uiteindelijk pakte dit mooi uit: vanwege deze laatste dag was zowel de boot als de entree gratis.

Het is magisch. Er staat kunst van Atelier van Lieshout, de naam achter het in mijn ogen afgrijselijke werk dat nabij Eendrachtsplein staat. Gelokt dus door de locatie en minder door de kunstenaar zelf, of misschien had hij me toch nieuwsgierig gemaakt, bekijk ik zijn werk.

Vaak niet begrijpend wat ik zie loop ik door de immense ruimte waarin zijn kunst staat. Een onthoofde vrouw ligt middenin de loods, in haar lingerie. Ze is immens, als je naast haar staat kun je niet eens over haar polsen heen kijken. Probeer dat maar eens te visualiseren.

Verderop staat een vrouw op handen en knieën met een opengereten buik. Een ander werk heet 'de vleesmolen' en laat menselijke wezens zien die tot gehakt worden gemalen. Ik zie veel darmen, en een ruimte in de loods verder word ik begroet door drie enorme erecties: de penis is in tact, maar de zaadleiders worden in volle glorie getoond.

Blij ben ik dat de expositie zich in deze ruimte van enorme omvang bevindt. Blij ben ik dat ik dit niet in een museum hoef te zien, waar het niet tot zijn recht zou komen, en het me zelfs zou benauwen. Blij ben ik dat ik deze unieke ervaring mee heb mogen krijgen: kunst, haven, water, boot. Een bijzonder experiment in samenwerking tussen museum Boijmans en Havenbedrijf Rotterdam. Een experiment dat, zo wordt de bezoekers van deze laatste dag beloofd, de komende vier jaar herhaald zal worden.

Ik kan niet wachten.

[In mijn zelfbenoemde 'culturele maand' bezocht ik nog meer leuke dingen in Rotterdam. Het leukste was natuurlijk Festival Witte de With, het lekkerste waren de mannen van Stornoway in Rotown. Rotterdam verwent me maar.]

Zondag 26 September 2010 Drie reacties

De jongen met de blik

Hij was zo'n jongen en ik was zo'n meisje. Hij was de underdog, en ik had een zwak voor de underdog. Simpel. Een jongen die stil was, het liefst naar de grond keek, mompelde, en een donkere blik in zijn ogen had.

Fantastisch.

Een jaar of 17 was ik, en mijn docente had door hoe ik in elkaar zat. "Jij bent net als ik", zei ze op een dag. "De leukste jongen van de klas is niet de populairste, maar degene die afgezeken wordt". Met een knikje verwees ze naar M., die weer eens naar de grond zat te staren.

Ik moest lachen, en we knipoogden. "Als jij straks psychologie gaat studeren worden dat soort jongens nog interessanter voor je", sloot ze ons gesprek af.

En hoe ze vanmiddag gelijk kreeg. In de jaren van mijn studie heb ik twee belangrijke dingen geleerd: allereerst observeren, gegevens verzamelen, analyseren, nadenken, concluderen. Het tweede dat ik geleerd heb is dat er naast de wetenschapper in mij ook een gevoelsmens huist met een sterke intuitie waar ik steeds meer op begin te vertrouwen.

Dus toen ik voor het theevak stond te vloeken omdat de AH geen witte thee (meer) verkoopt en ik een prikkend gevoel in mijn rug voelde keek ik meteen op. Mijn hersenen registreerden laat wat hier gebeurde. De jongen. M. Met 'de blik'.

We kwamen elkaar de tweede keer tegen bij de kassa. Onze blikken kruisten, hij zei 'hoi', ik zei 'hoi' terug, en ik ging in een andere rij dan de zijne staan. Terwijl ik stond af te rekenen voelde ik weer iets tintelen in mijn rug. Ik keek om, en hij stond met zijn hoofd naar de grond naar me te gluren. De blik. De donkere blik, die ik vroeger zo mysterieus vond gaf me nu een naar gevoel in mijn buik.

De blik achtervolgde me. Of eigenlijk: snelde me vooruit. De 100 meter die hij voor me liep fietste ik achter hem en zag ik hem welgeteld 4 keer naar me omkijken.

En zo kreeg mijn docente gelijk. Deze jongen werd dankzij mijn studie en alle andere dingen die ik die jaren leerde ineens nog interessanter. Maar wel op een heel onaangename manier.

Vrijdag 24 September 2010 Zeven reacties

Cliënt #1

Hij zit voor me. Een Rotterdamse jongen zoals ik 'm zou omschrijven als iemand me om een stereotype zou vragen. Kort blond stekeltjeshaar, wijde zwarte trui aan, zilveren ketting om, petje op zijn hoofd.

Ik neem bij de jongen een intelligentietest af. Een onderdeel van de intelligentietest bestaat uit het vragen van overeenkomsten tussen twee woorden: de overeenkomst tussen een hamer en een zaag is gereedschap. Een onderdeel dat voor mensen met een lager dan gemiddeld IQ heel ingewikkeld is. Want: een hamer en een zaag zijn toch helemaal niet hetzelfde?

Zo ook is deze test lastig voor de Rotterdammer die tegenover me zit. Hij doet goed zijn best, en komt steeds een vraag verder. Een item dat om een vrij abstract denkniveau vraagt is die waarbij de overeenkomst tussen een vijand en een vriend wordt gevraagd. Maar niet voor deze jongen hoor. Want als ik hem vraag 'wat is de overeenkomst tussen een vijand en een vriend?', komt hij zonder aarzelen met een antwoord.

"Vijanden wonen in Amsterdam."

Ik heb nog gezocht, maar volgens mijn handleiding mocht ik voor dit antwoord geen punten geven.

[Een paar maanden geleden introduceerde ik de serie 'Allochtoon'. Ik schrijf in die serie verhalen over kleurrijke Rotterdammers. Sinds kort test ik niet meer alleen allochtonen, maar ook een subgroep Rotterdammers die getest moet worden op intelligentieniveau. Een groep mensen met weer heel andere eigenschappen, een groep waar ik de nieuwe serie 'cliënt' voor introduceer.]

Zaterdag 04 September 2010 Zeventien reacties

Slaap zacht lieve oma

"Fijn, zo'n oma die altijd de waarheid spreekt."

Het is nog maar vier maanden geleden dat ik die schets van mijn oma op dit blog tekende. Haar pittige, soms felle opmerkingen, haar soms plotseling glimmende pretoogjes als ze ergens ondeugend over grinnikte.

Over alles en iedereen had ze een mening klaar. Die kon positief zijn, maar zeker ook negatief. En hoewel ze zich als zeer zelfstandige vrouw sterk heeft aan moeten passen aan het feit dat ze de dingen 'niet meer zelf kon' liet ze het kaas niet snel van haar brood eten.

Ik zie zo voor me dat nadat de arts tegen haar zei: 'mevrouw, uw medicatie wordt gestopt, begrijpt u dat?', oma haar schouders ophaalde, de arts nog even de waarheid vertelde over de zusters die haar hadden verwaarloosd - ze waren, 'en dat moest ze nog even kwijt', de thee waar ze tot driemaal om gevraagd had niet komen brengen -, vastbesloten zei dat ze nog een keer eigengemaakte soep wilde eten, en zich vervolgens naar de televisie heeft laten rijden omdat haar favoriete soap om kwart over vijf begon. De afstandsbediening was van haar, en niet van een van de andere bewoners, en dat had iedereen maar te accepteren.

"Als het dan mijn laatste dag wordt, dan in ieder geval zoals ik 'm wil beleven", moet ze hebben gedacht.

Een scene zoals ik hem mij inbeeld aan de hand van de verhalen die ik heb gehoord. Ik was er niet bij op het moment dat oma te horen kreeg dat het tijd was om het leven op aarde los te laten. Over te gaan naar de plek waarvan zij geloofde haar man en recent overleden zoon terug te zien. Ik was er wel bij toen ze op haar bed lag, met een gezicht dat niet meer leek op oma, toen ze lag te vechten tegen de dood. Of misschien toch: vóór de dood.

Ze lag van alle bewoners altijd als een van de laatsten op bed. Zeven uur was immers geen fatsoenlijke bedtijd. Half tien ook niet, maar tot dat moment wist ze het met haar sterke wil te rekken. En zelfs nu, deze laatste avond, terwijl ze lag te vechten, een mentale strijd voerde die ging over blijven en overgaan, wist ze het slapengaan te rekken tot diep in de nacht. Pas toen iedereen al lang en breed lag te rusten blies zij haar laatste adem uit.

Slaap zacht, lieve oma.

Donderdag 19 Augustus 2010 Veertien reacties

Fotorolletjes gezocht!

"Heeft u misschien ook fotorolletjes?", vroeg ik met een bedeesd stemmetje aan de grijsharige man achter de toonbank. De man boog zich naar me toe, fronste zijn wenkbrauwen. "Wat?", vroeg hij.

"Eh... Ik weet dat het niet meer van deze tijd is, maarreh... fotorolletjes?", vroeg ik nog een keer.

"Oh!", lachte de man, die ongetwijfeld terugdacht aan zijn eigen jaren in de prehistorie, toen hij zijn passie voor fotografie ontwikkelde. "Dat is inderdaad geen gebruikelijke vraag meer", knipoogde hij.

En teleurstellen moest hij me dan ook. Enkele fotorolletjes bleken nog wel op voorraad, liggend achter de toonbank onder een dikke laag stof, maar geen leveranciers meer die ze willen leveren, laat staan dar er nog enige keuze bestaat in verschillende iso-waarden, kleur/zwart-wit, etcetera.

En daarom, maar eigenlijk ook gewoon omdat het kan, want ik kreeg nog wel een adres mee voor een fotospeciaalzaak, hierbij een oproep aan jou, mijn lieve lezer: heb jij, of heeft je moeder, of heeft je opa of oma, of je buurvrouw, of wie dan ook, nog ergens een fotorolletje liggen in een laatje/nooit uitgepakte verhuisdoos/mandje op het dressoir? En vind je het de moeite voor mij het stof ervan af te blazen en het mij op te sturen?

Laat het me dan weten. Op twitter kreeg ik al enkele reacties, eens zien of mijn weblog me ook nog iets op kan leveren. Alle soorten rolletjes zijn welkom, zelfs rolletjes waarvan de houdbaarheidsdatum verlopen is.

[Reden van mijn oproep: zie hieronder. Mijn twee nieuwe vriendjes, een Rus en een Japanner. Analoog en wel. Over mijn nieuwe vriendjes hoort u later zeker meer!]

De Japanner

[Boven: sexy, sexy camera. Onder: minder sexy. Kijken met welke van de twee ik de mooiste foto's ga maken.]

De Rus
Donderdag 12 Augustus 2010 Dertien reacties

Roze

Het roze frame van de fiets bracht haar in een fractie van een seconde weer terug in mijn hoofd. Jarenlang ondergedoken in een stelsel van ingewikkelde hersenstructuren. Gevonden onder de ‘R’ van roze.

Alles aan haar was roze. Ze droeg roze truitjes, roze broeken, liep - maar dat wisten we toen nog niet - flink voor op de mode van 2010 door leggings met roze rozen te dragen, had roze elastiekjes in haar haren, droeg roze nagellak, had roze wangetjes, had zelfs - hoe is het mogelijk - rossig haar, dat dankzij de oranje gloed flink vloekte met haar kleding.

Haar rugzak was roze. Haar etui was roze. Haar agenda was roze. Haar pennen waren roze met roze (en wow, paarse!) veertjes aan het uiteinde. Schoolschriftjes: roze. En helemaal hip in die tijd waren gekleurde gelpennen, die zij had in 't roze met glittertjes.

Helaas voor haar was ons gymtenue blauw. Een donkerblauw broekje met een shirtje van een iets lichtere kleur blauw. Ze kon niet bewegen, was houterig, onhandig, struikelde over haar eigen roze benen. Maar dat was niet waarom ze opviel tijdens gym. Ik kon nooit wennen aan haar roze huid en haar rossige haar in combinatie met die blauwe kleding. Het klopte niet. Alleen haar roze benen die uitmondden in roze sokken en roze gymschoenen waren zoals ze hoorden te zijn.

Ik besefte vandaag dat een collega van mij dezelfde naam draagt als het roze meisje uit mijn geheugen. Blijkbaar is deze niet alledaagse naam voor mijn hersenen geen trigger om haar terug te brengen in mijn hoofd. Alleen roze. Het roze van de frame van de fiets was het roze van het meisje van jaren geleden.

Donderdag 05 Augustus 2010 Negen reacties

allochtoon #6

'Waar komt u vandaan?', vroeg ik aan de vrouw die voor me zat.

'Pakistan', gaf ze als antwoord.
'Ik ben een christen uit Pakistan', voegde ze aan dat antwoord toe.

Alsof ze wilde voorkomen dat ik mijn vooroordelen over vrouwen uit Pakistan die vast allemaal islamitisch zijn op haar zou loslaten. Of alsof ze zelf het vooroordeel had dat ik het vooroordeel zou hebben dat iedereen in Pakistan islamitisch is. Of misschien had ze zelf wel vooroordelen over islamieten uit Pakistan, en dacht ze er helemaal niet aan dat ik vooroordelen zou kunnen hebben. Of misschien heb ik wel het vooroordeel dat mensen die zeggen dat ze christen zijn dat zeggen omdat ze niet als islamitisch gezien willen worden.

Ik raakte in mijn gedachtengang over het vooroordelencirkeltje volledig de draad kwijt.

Maandag 12 Juli 2010 Veertien reacties

Allochtoon #230.451

Een vermoedelijk allochtone mevrouw (ik moest gokken dat zij de 230.451ste allochtone inwoner van Rotterdam is, anders kon ik mijn blogje geen titel geven) kwam voor me staan, en gaf me een knipoog. Ze deed haar spijkerjasje open: een oranje polo. Ze draaide met haar heupen. Draaide zich met haar kont naar me toe, en schudde haar billen. Dit alles om de nadruk te leggen op haar prachtige rok, die ook overwegend oranje was.

Heupwiegend liep ze weg. En zo waren er nog 230.450 allochtonen - binnen een paar jaar wonen er meer allochtonen dan autochtonen in Rotterdam, vandaar dat ik het in dit rare stukje niet heb over de autochtonen, we vallen straks toch in het niet - die ieder op hun eigen manier de toelating tot de finale uitbundig vierden. Het liefst al zwemmend en polonaise lopend in de fontein op Hofplein.

Woensdag 07 Juli 2010 Drie reacties

allochtoon #5

Of de man die tegenover me zit naar school is geweest? De man lacht. "Nee, ik woonde in de bergen, 65 kilometer bij een dorp of school vandaan, en er was toen oorlog, en als er dan vliegtuigen met bommen overvlogen dan drukten we ons tegen de muur, en ik was nog klein, dus nee, ik ben niet naar school geweest, begrijp je, het is anders dan in Nederland."

En ik knik, en ik probeer het te begrijpen. Ik probeer te begrijpen dat er mensen bestaan die zo ver van de beschaafde wereld wonen dat ze alleen van hun imam iets kunnen leren over normen en waarden. Ik probeer te begrijpen dat hij het als kleine jongen de gewoonste zaak van de wereld vond dat er vliegtuigen over zijn hoofd vlogen die bommen konden laten vallen. Ik probeer ook te begrijpen hoe het mogelijk is dat hij zo'n veelomvattend verhaal in amper twee zinnen aan me vertelt.

Als ik later de man naar een klaslokaal breng om hem lees- en schrijftoetsen te laten maken wijs ik hem een lege plek aan in het lokaal. Alle andere stoelen zijn bezet, en ik loop met hem mee naar de tafel waar hij aan kan zitten werken. De man blijft staan. Gaat ergens anders zitten. Ik heb het voorrecht nooit met ongehoorzame Marokkanen te maken te hebben, dus ik ben verrast en kijk hem vragend aan.

"Ja, snap je, als ik daar ga zitten zit ik tegen over een Marokkaanse vrouw en haar man, dat is niet respectvol, begrijp je."

En ik knik begrijpend, ik probeer het ook daadwerkelijk te begrijpen, maar begrijp het niet écht. Voor de man is het allemaal volkomen duidelijk. Zijn toets maakt hij op schoot, waardoor ik de antwoorden in een onregelmatig en bibberig handschrift van hem terug krijg. De twee ruime plekken tegenover de Marokkaanse vrouw blijven de rest van de middag leeg.

Dinsdag 06 Juli 2010 Vier reacties

WK versus Tour de France

De ramen van verschillende kroegen schreeuwen 'Jup Holland, Jup' en de etalages van verschillende winkels prijzen allerlei oranje accessoires aan. En hoewel we vrijdag nog gekleed in oranje aan de buis gekluisterd zullen zitten (gaat Oranje de Brazilianen dit keer wel verslaan?), is de kleur geel in Rotterdam de kleur oranje aan het overnemen. De grotere gebouwen (Nationale Nederlanden, WTC, 'de Maas', Unilever) zijn versierd met grote gele letters. Ook kleinere gebouwen doen enthousiast mee. En vergeet Rotterdam Centraal niet: zij maakt dankbaar gebruik van de gele letters om onze lelijke bouwput tijdelijk met doeken vol spreuken aan het oog te onttrekken.

Niets op aan te merken dus, die leuzen rondom de Tour de France door Rotterdam. Leuk genoeg zelfs om alvast het parcours dat komend weekend in Rotterdam gereden wordt zelf alvast te fietsen met een fototoestel in de hand. Zie hier de fotoserie in wording. Favoriete uitspraken: 'ik reed lek en de rest reed lekker', 'op een boterham met pindakaas kun je de tour niet rijden', en de uitspraak van meervoudig tourwinnaar Lance Armstrong 'I figured the faster I pedal, the faster I can retire'.

[En laat ik nu net horen dat er een tourpoul speciaal voor webloggers is gestart door Maarten! Alles in strijd tegen de weblogkomkommertijd. Voor mij een mooi vervolg op het Sokkerploegbaas van 'ekisnul'.]

Dinsdag 29 Juni 2010 Zeven reacties

allochtoon #4

Het was een vrouw van middelbare leeftijd met een vrolijke appeltjesgroene hoofddoek. Ik vroeg waar ze vandaan kwam en hoe lang ze al in Nederland was. Haar Nederlands was redelijk, maar nog niet perfect. Volgens haar dossier wilde ze haar Nederlands naar een hoger niveau brengen.

Ik vroeg haar wat voor opleiding ze had gedaan in haar eigen land, Marokko. De meeste vrouwen die ik dezelfde vraag stel, die een hoofddoek dragen en die ouder zijn dan veertig hebben hooguit zes jaar basisonderwijs gevolgd. Deze vrouw niet. Basisonderwijs, middelbaar onderwijs, én een opleiding op MBO-niveau.

En het ging verder. Zodra ze in Nederland kwam deed ze nóg een MBO-opleiding. En behaalde ze een propedeuse bij een HBO-instelling. Pas op het moment dat ze een scriptie moest schrijven haakte ze af: met haar taalniveau was dit te hoog gegrepen, en ze besefte dat ze haar Nederlands eerst moest gaan verbeteren.

En nu zat ze voor me. Ze deed zelf ongelooflijk veel maatschappelijk-cultureel werk en ik was onder de indruk van haar CV. Ze begon mij vragen te stellen. Over mijn opleiding. En voor ik het wist zaten we in een geanimeerd gesprek over psychologie, puberteit, en vroeg ze me wat er omging in het hoofd van jongens in de puberteit.

"Seks", wilde ik zeggen, maar dat ging me net iets te ver. Ze droeg immers nog steeds een hoofddoek.

Drie kwartier later zat ik verbluft in mijn stoel. Wat een mooie, intelligente, betrokken vrouw was dit. "Ik wil die scriptie afronden", benadrukte ze. Want ze wilde iets terugdoen, wilde iets bereiken hier in Nederland.

En nu zou ik natuurlijk nog iets kunnen zeggen over Wilders en de verkiezingsuitslagen van gisteravond, maar dat doe ik niet. Laten we soyrosa.nl vooral vrij van politiek houden.

Donderdag 10 Juni 2010 Negen reacties

Jojo met blingbling

Wijde broek, wijde trui, donkere huidskleur, een tas met Bob Marley op zijn rug, blingbling in zijn oren, blingbling om zijn nek, blingbling om zijn polsen.

Een type man waar ik spontaan liedjes door ga YouTuben, een type waar de geur van marihuana bijna altijd in de buurt is.

Maar toen ik om mijn vooroordeel over deze man te bevestigen met mijn blik richting zijn hand gleed zag ik daar geen joint, maar een jojo. Een jojo met blingbling, dat wel. Maar toch, een jojo.

Donderdag 03 Juni 2010 Vier reacties

Voor de tweede keer

Ik geniet van een van de mooiste plekken van Rotterdam. Water, wind, muziek in de oren, en een fascinerend boek mee om te lezen.

Als ik van mijn boek naar het water staar, en daarna naar links, zie ik ineens een meisje lopen. Een klein meisje met een roze jas. Ze heeft blond haar, en loopt naast een man. Voor de man uit loopt een zwarte hond.

Een moment van herkenning.
De hond is groter geworden.
Het meisje is groter geworden.
Het meisje neemt grotere stappen, en waar ze vorig jaar met een vrouw liep, loopt ze nu met een man.

Ze kijkt niet naar mij, en als ze gekeken zou hebben zou ze me vast niet meer herkend hebben. Maar ik herken haar wel. Nog geen jaar later verschijnt ze voor de tweede keer op mijn weblog.

Donderdag 20 Mei 2010 Vier reacties

Jarig

Het is nog geen 12:00 en ik ben al door 30 mensen gefeliciteerd. En ik ben nog lang geen dertig, dat kan ik jullie wel vertellen.

Woensdag 19 Mei 2010 Elf reacties

Ijsje

En toen hadden we het ineens over ijsjes. En dacht ik terug aan de ijsjes in Argentinië. Hoe je voor zeven pesos twee 'bolletjes' kocht en de eerste keer dat je zo'n ijsje kocht stomverbaasd naar buiten liep omdat je ineens voor iets meer dan een euro met het grootste ijsje ooit in je hand liep.

Omdat ze daar geen bolletjes kennen, maar het ijs op kunstzinnige wijze scheppen en sculpturen.

En toen dacht ik ook terug aan die ene keer, dat we weer nietsvermoedend ergens een ijsje kochten, maar intussen wel wisten hoe groot de ijsjes waren, en we onze onschuld dus al hadden verloren, op ijsjesgebied dan. Voldaan met een ijsje van 7 pesos liepen we bijna naar buiten. De spanning in de ijsjeszaak was om te snijden. En ineens zei een van de drie jongens achter de balie tegen ons:

"Uh, jullie waren onze eerste klanten."

Dat was ergens hier. Op Sarmiento, 9 de Julio, España, 28 de Julio of San Martin. Een wilde gok, want veel andere straatnamen kom je niet tegen in steden in Argentinië.

Afijn, daar moest ik dus aan denken. En dat het nu, 11 mei 2010, een zomerseizoen verder is in Argentinië. En dat daar toeristen, in die betreffende ijszaak, nietsvermoedend misschien hun eerste Argentijnse ijsje hebben besteld en naar buiten liepen, stomverbaasd omdat ze voor iets meer dan een euro met het grootste ijsje ooit in hun hand liepen.

Maar dat ik daar dus een paar maanden terug de eerste klant ooit was.

Dinsdag 11 Mei 2010 Negen reacties

Hoogtepunt

Toen ik er een paar weken terug voor het eerst een voet over de drempel zette kreeg ik een rondleiding door het gebouw. Een sportschool op waarschijnlijk de beste locatie van Nederland, met uitzicht over de Maas en de skyline van Rotterdam.

Er was een trap. Ik liep hem af. Daarna liep ik hem weer op. Na vijf jaar niet sporten en alles in Rotterdam op een kwartier fietsen afstand was ik bovenaan de trap volledig buiten adem. Erg confronterend.

Of dat de reden is geweest dat ik lid ben geworden of dat de enorme foute flirtende Spanjaard daar nog een klein rolletje in mee heeft gespeeld laten we even in het midden. Feit is dat ik nu een paar weken aan het sporten ben en ik me er lekker bij voel. Mijn spieren en daarmee ook mijn rug worden met de week sterker, en waar ik opzag om weer aan sporten te beginnen zie ik er nu naar uit om drie avonden per week mezelf uit te putten.

En vanavond kwam ineens het besef: die trap die me de eerste avond nog uitputte alsof ik een flinke berg had beklommen overwon ik nu huppelend en zonder naar adem te snakken.

Drie kwartier na dat besef had ik krachttraining gedaan en lag ik buikspieroefeningen te doen. Toen de fitnessinstructeur ons uitdaagde langer door te gaan dan de vereiste 30 seconden was ik de enige die dat ook écht deed. En na mijn buikspierkwartiertje deed ik nog een uurtje uitputtend Zumba, waar ik helemaal 'loos' ging omdat Youri, de beste danser van Nederland, één van zijn laatste lessen gaf.

Goed, die trap kan ik nu zonder moeite beklimmen. Ik denk dat ik op mijn hoogtepunt moet stoppen.

Maandag 03 Mei 2010 Tien reacties

Dikke konten

"Wat een dikke konten!", roept oma ineens uit. Ze gebaart met haar hoofd richting twee vrouwen die net langs ons zijn gelopen.
Verbaasd kijk ik haar aan. "Pardon?"
"Ja, het is toch zo? Echte dikke konten", zit ze hoofdschuddend te foeteren.

"Maar ik heb ook een dikke kont!", zeg ik haar, een beetje met de bedoeling, uiteraard, anders zeg ik zoiets niet, van mijn oma te horen dat dat allemaal wel meevalt, maar dat die twee vrouwen écht een dikke kont hebben, en ik niet. Duh. Ik ben immers alweer een paar weken aan het sporten.

Maar niets daarvan. "Ja, inderdaad, en ook nog dikke benen", zegt mijn oma.
En terwijl ik nog quasi-boos, want hoe kun je boos zijn op je oude oma'tje, haar zit te plagen dat ze niet zomaar kan zeggen dat mensen een dikke kont hebben, en zeker niet over vreemden, maar liever sowieso nóóit over haar lieve kleindochter, voegt ze er nog een kort maar oh zo vernietigend zinnetje aan toe.

"Ja, tuurlijk kan ik dat zeggen, want ik zeg het niet als het niet waar is."

Fijn, zo'n oma die altijd de waarheid spreekt.

Zondag 25 April 2010 Zeventien reacties

Wagenwijd open

Door de gaatjes heen zie ik het blauw van de lucht. Ik schuif de gordijnen open. Buiten zie ik de zon schijnen, een aantal blauwe zonneschermen aan de overkant zijn naar beneden gedraaid. Voor mijn flat liggen de bootjes in het Haringvliet. De afgelopen weken was het stil op de bootjes. En toen ik in Argentinië was moeten ze weken onder een dikke laag sneeuw hebben gelegen.

Maar nu zie ik weer leven. Een man en een vrouw lopen rond op een van de bootjes. Ze klappen een tafel uit. Verschuiven hem een meter. Halen ergens stoeltjes vandaan. Zetten de stoeltjes om de tafel.

Op een andere boot hangt een vrouw de was op. Gekleurde t-shirts, leggings. Ik hoop daar volgend jaar weer gewoon spijkerbroeken te zien hangen.

De man en de vrouw hebben intussen een thermoskan op tafel staan. De bootjes liggen zo vlak voor mijn flat dat ik het stoom uit de kan zie komen terwijl de vrouw het hete vocht in twee bekertjes inschenkt. De man en de vrouw steken allebei een sigaret op. Richten hun gezicht naar de zon.

Toen ik een kleine twee maanden geleden uit Argentinië kwam was het hier koud. Ik moest me aanpassen aan een temperatuur van min vijf tot nul graden terwijl ik me daar weken had mogen wentelen in 35 graden. Maar nu, maar nu. Het komt weer goed. Ik glimlach de man en de vrouw van een afstandje toe en schuif vandaag voor het eerst niet alleen mijn gordijnen, maar ook mijn schuifpui wagenwijd open.

Dinsdag 06 April 2010 Geen reacties

Tijd op de iPhone

"Mevrouw...", begint de jongen. Ik kijk hem aan, wil verontwaardigd reageren dat ik geen mevrouw ben, maar een meisje, dat we verdorie zelfs nog bij elkaar op de middelbare school hebben gezeten, ik dan wel een paar jaar hoger, maar toch, en trouwens, hallooooo, waarom weet ik wél dat wij bij elkaar op de middelbare school hebben gezeten en weet hij dat niet van mij? Maak ik dan zo weinig indruk? Ongelofelijke sukkel!

Maar in plaats daarvan knik ik hem vriendelijk toe en moedig ik hem aan: "Ja?"

"Nou, weet u misschien de tijd?", vraagt hij schuchter. Ik knik naar de grote klok boven het perron, waar het 21:07 is. "Oh, dus dat klopt", zegt hij dan. Ik haal mijn mobiel uit mijn zak om te controleren of het echt klopt. "Hier staat 21:06, je mag dus kiezen hoe laat het is", zeg ik tegen de jongen.

Als ik daarna wegloop, de telefoon in mijn zak steek, en me klaarmaak voor de trein die over enkele minuten komt en me gaat verlossen van het koude regenachtige buiten hoor ik de jongen zeggen: "Ja, nu heb ik een iPhone, staat de tijd niet eens goed!"

Dinsdag 30 Maart 2010 Geen reacties

allochtoon #1

Hij zit tegenover me, heel knap te zijn. Donkerbruine ogen, zwart haar, smaakvolle kleding en een oogopslag waar ik knikkende knieën van krijg. Mijn collega is in hetzelfde land geboren als de man voor me, en ik ben blij dat hij het woord neemt. Het communiceert makkelijker in Crioulo dan in het Nederlands, aangezien de man nog geen jaar in Nederland verblijft.

De vragen proberen we zoveel mogelijk in het Nederlands beantwoord te krijgen. 'Wat doen mensen in Nederland als ze een nieuw huis willen kopen?', vragen we hem. Maar de vraag wordt niet begrepen. 'Ik woon hierachter, bij mijn tante', antwoordt hij. 'Nee, we bedoelen, als iemand een nieuw huis wil kopen, wat moet diegene dan doen? Waar moet hij dan heen? Met wie kan hij praten?', proberen we. Het idee is een vraag zoveel mogelijk te herformuleren tot iemand de vraag begrijpt. 'Bij mijn tante', antwoordt hij weer.

Voordat mijn collega het over zal nemen in de eigen taal, probeer ik het nog één keer, dit keer met wat meer gebaren. 'Als ik', hierbij nadrukkelijk op mijzelf wijzend, 'als ik een nieuw huis wil, want ik heb nog geen huis, wat moet ik dan doen?'

De knappe man met de prachtige oogopslag kijkt me aan, en zegt: 'bij mijn tante.' Ik glimlach hem toe en neem zijn voorstel in overweging.

[In het kader van de inburgeringswet worden zowel oud- als nieuwkomers opgeroepen om hun Nederlands taalniveau en kennis van de Nederlanse samenleving te laten testen. Op basis van deze tests wordt bepaald hoeveel uur taalonderwijs nog nodig is om het inburgeringsexamen te kunnen halen. Sinds kort neem ik een aantal van deze toetsen af. In de serie 'allochtoon' hoop ik de kleurrijke mensen die ik voorbij zie komen een gezicht te geven, zodat ik ze niet zal vergeten.]

Zaterdag 20 Maart 2010 Zes reacties

Dood in de eenentwintigste eeuw

Het meisje bedelt om de telefoon van haar moeder. De onwillige moeder geeft haar mobiel. Het meisje tapt wat met haar vingers op het touchscreen, terwijl de metro ons ondergronds naar plaats van bestemming brengt.

Moeder: "Hey, je gaat nu het internet op!"
Meisje, van na het jaar 2000, en dus veel 'gadgetwijzer' dan haar moeder: "Nee hoor!"
Moeder: "Nou, volgens mij wel. En dat kost geld."
Meisje: "Nee, kijk, hier en hier en hier ga je het internet mee op. Maar met dit spelletje niet."
Moeder: "Nou, ik denk toch dat ik de rekening scherp in de gaten houden."
Meisje: "Is goed. Als er staat 'spelletje 10 euro' dan mag je het van mijn rekening halen."

Vijf minuten later, het meisje is verwoed met haar vingers op het scherm aan het tappen.

Moeder: "Geef maar hier, die mobiel."
Meisje: "Nee! Nog niet hoor!"
Moeder: "Jawel, en wel nu, want we moeten uitstappen."
Meisje: "Nee, wacht, nog één seconde!" 
Moeder, nu ongeduldig: "Nee, nu!"
Meisje: "Maar als ik nu stop, dan ga ik dood!"
Moeder: "Ach, dat gaan we allemaal."

Maandag 15 Maart 2010 Geen reacties

In love with a tulip. The End.

Ik was toen nog 'in love with a tulip'. Een ander blog, op een andere plek, een beetje meer in de schaduw van het internet. Ik schreef er anders. Makkelijker. Vrijer. Niemand las mee. Behalve mijn oudste lezers natuurlijk, zij die me zelfs nog kennen uit de tijd dat ik op 20six.nl blogde. Wat een tijden waren dat.

Ik begon mijn 'in love with a tulip'-blog op het moment dat ik ging studeren. Grote veranderingen, een nieuwe fase. Het is op dat blog geweest dat ik M. leerde kennen. Al tijden op mijn weblog, na wat aarzelen in het echt, buiten op straat, in Utrecht.

M. en ik werden verliefd. Gingen van elkaar houden. Hij werkte, ik studeerde, we zagen elkaar in de weekends, gingen op vakantie naar Berlijn, Boedapest, Ameland, de Portugese Algarve. Het waren mooie jaren, en voor ik het wist waren er ruim drie jaar voorbij.

Ik studeerde af. Een prachtige reis volgde. Ik kwam ook weer terug. Op het vliegveld bleek mijn koffer kwijt. Die was snel weer gevonden. Maar ik vond die eerste nacht in Nederland niet alles terug wat ik terug had willen vinden.

Een paar uur later, zaterdag 13 februari 2010, nam ik afscheid van M. Het was voorbij. De relatie. Mijn gevoel voor die relatie. De reis. Mijn studie. Mijn blog met 'in love with a tulip' als slogan bestond ook al jaren niet meer. Een hele fase was weg. Afgesloten.

Ik probeer al twee weken te verzinnen hoe ik dat ga samenvatten in een blog.

Dinsdag 02 Maart 2010 Geen reacties

Aan het eind

In Argentinië zie je mensen staan, zitten, of liggen. Ze staan op een bus te wachten. Ze zitten met een beker mate in het park. Ze liggen op een bankje siësta te houden. Zelden zie je de mensen in Argentinië lopen. Laat staan rennen. Of zich haasten. Haast? Je wordt er zelf ook relaxt van. Rustig aan joh.

Buenos Aires is geen Argentinië. Hoewel in de stad bijna evenveel mensen wonen als in de rest van het land, is het een land op zich. Het verkeer is chaotisch. De mensen hebben haast. Veel haast. De mensen zitten niet, liggen niet, en een werkdag eindigt hier vroeg, in tegenstelling tot elders, waar werkdagen laat eindigen vanwege de lange siësta die ´s middags wordt gehouden. Wat leidt tot verschrikkelijke spits in de metro, en op straat.

Buenos Aires is de plek waar ik even tot bezinning kan komen na een prachtige reis. Tien weken lang de mooiste dingen van een prachtig land gezien. Zwoele stranden. Oneindig en steppe-achtig Patagonië. Vriendschap en gastvrijheid in Rada Tilly. Koel en wittetoppenbebergd Tierra del Fuego. Ijs en gletsjers en mintgroenblauwe meren rond El Calafate. Merengebieden rond Bariloche. Paragliden in Mendoza. Geschiedenis, oude stammen, rijke cultuur en onaardse (wacht de foto´s maar af) landschappen rond Salta en Jujuy. Enorme watervallen in de Missionesprovincie (volgens vriendin I. vallen de Niagarawatervallen hierbij in het niet).

Ik ga het missen. Wat ik niet ga missen is dat de wc´s hier niet op slot kunnen.

(Zo, ik dacht, laat ik even met iets negatiefs eindigen, anders ga ik nog huilen.)

Laat ik straks het vliegtuig maar eens gaan halen.

Donderdag 11 Februari 2010 Geen reacties

Neger in Argentinië

De man stuurt ons door de stortregen. We rijden over een weg zonder afvoersysteem, en de plassen water zijn zo diep dat er verschillende auto´s in vastlopen. Dwars over de weg lopen rivieren met water de berg af. Ik kan mijn ogen niet geloven: we zijn in Salta, waar het nagenoeg nooit regent, maar deze regenval is enorm. Ik kan niet voorkomen dat ik ´oh mijn god´ zeg bij het zien van een twee meter brede rivier dwars over de weg. De chauffeur lacht.

Hoewel Argentijns grinnikt hij om mijn Nederlandse woorden. Hij weet wat het betekent, en blijkt veel van talen te weten en ook aardig wat verschillende talen te spreken of aan het leren te zijn. Hij is een ster in het nadoen van accenten, en vergemakkelijkt zijn spaanstalige verhaal over de Quebrada de Cafayate door sommige lastige woorden in het Duits, Engels of Nederlands te vertalen.

Hij is geestig, gezellig, intelligent, heeft passie voor zijn werk. Ik zie hem als een Argentijn met een plusje, een plusje omdat hij een extra leuke Argentijn is. Onder het grootste deel van de Argentijnse bevolking heeft hij echter een minnetje. Een minnetje omdat hij van mindere afkomst is.

Vanuit Salta is het vijf uur met de bus en drie uur lopen (!) naar zijn geboortedorp in de bergen. Hij is van een bepaalde stam met een eigen taal en een eigen cultuur.

Op een avond, hij is dan vijftien jaar, onderneemt hij die lange wandeling en busrit, om een meisje uit zijn klas op te halen voor een feest. Ze zijn tot over hun oren verliefd op elkaar, en zien naar de avond uit. Na de lange reis schudt hij zijn intussen afgeknipte lange indianenhaar (althans, zo zie ik dat voor me), trekt zijn kleren nog een keer recht, en belt aan bij het grote huis in de grote stad.

Een vrouw doet open. ´Ik heb niets van je nodig´, zegt ze tegen de jongen. Hij antwoordt dat hij niets komt verkopen, maar dat hij haar dochter op komt halen voor een feest. ´Hoezo, mijn dochter? Hoe ken je haar? Zij kent jou niet´. Hij reageert dat haar dochter en hij bij elkaar in de klas zitten. ´Bij elkaar in de klas? Je bedoelt dat je op school zit? Maar dat kun jij helemaal niet betalen!´, reageert de vrouw.

Na enig aandringen wordt dochter erbij gehaald. ´Ja, dit is mijn klasgenoot, en we gaan samen dansen´, zegt het meisje tegen haar moeder. ´Maar, maar´, zegt de moeder wanhopig, ´deze jongen is casi negro, bijna een neger!´

Het gesprek wordt - vader, moeder, dochter - achter gesloten deuren verder gevoerd. Het meisje wil nog steeds met de jongen dansen, zij ziet nog geen verschil tussen arm, rijk, verschil in ras. Maar haar ouders houden vol. Pas na lang onderhandelen stemmen ze toe: ze mag gaan dansen met de jongen, zolang ze verder geen enkele (seksuele) relatie aangaat met deze jongen. Een neger, dat kan niet hoor.

De jongen, die het gesprek heeft afgeluisterd, is nooit eerder blootgesteld aan zoveel negativiteit over zijn afkomst, en druipt af. Hij gaat alleen naar het feest, en zowel hij als het meisje voelen zich rot. 

Vijftien jaar later zit ik naast hem in een auto. Ik kijk naar zijn huid, en kan niet onderscheiden dat deze donkerder is dan andere huiden die ik de afgelopen negen weken heb gezien. Maar de Argentijnen, en vooral de Argentijnen in Salta, zien het wel. De ´negers´ in Argentinië maken schoon, werken op het land. De ´blanken´ in Argentinië verdienen meer dan de ´zwarten´ met een betere opleiding en meer werkervaring.

In heel Argentinië heb ik nog geen enkel hoofddoekje gezien. Er zijn geen zwarte mensen, geen of ´onzichtbare´ moslims, geen Chinezen. Alleen maar Argentijnen. Maar vanaf vandaag weet ik dat een gewone Argentijn door een andere gewone Argentijn als neger kan worden beschouwd, in de meest negatieve zin van het woord.

Zaterdag 06 Februari 2010 Geen reacties

Bespaard

Hoewel ik vooral de rijke kant van het land beleef, zie ik ook duidelijk de arme kant van het land. Het wordt zichtbaar in kleine dingen. Zo zijn wc´s zelden voorzien van wc-papier, als je mazzel hebt kun je twee velletjes kopen. Het is te duur om nieuw geld te drukken of munten te slaan, waardoor overal een chronisch tekort is aan kleingeld. Al het geld is oud en versleten, je zou het bijna in plaats van het ontbrekende wc-papier gebruiken. En omdat niemand wisselgeld heeft wordt er van supermarkt tot taxi aan alle kanten afgerond en ben je soms zo een paar peso duurder of goedkoper uit.

Er zijn meer voorbeelden te noemen. Maar als je op een warme zomeravond in Mendoza langs de kant van de weg een pizza zit te eten komen de beste voorbeelden - letterlijk - voorbij.

Een oud vrouwtje met een knotje komt langs met een stapeltje kaartjes met een tekst erop. Een jongen komt langs met ´musica para todo´, een pakketje met vier cassettebandjes. Een hooguit achtjarige jongen met kort stekeltjeshaar zien we nu al de tweede avond achter elkaar. Hij verkoopt sleutelhangers, vandaag krijg ik een salamander te zien die ik eerst aanzie voor een alien, gisteravond kreeg ik een prachtige naakte vrouw naast mijn bord gelegd. ´No gracias´, zeg ik hem vriendelijk.

Bij de tweede pizzapunt begint een man met luide stem een liedje te zingen. Hij komt langs om muntjes op te halen. Een oudere man komt langs om tafelkleedjes te verkopen, drie voor de prijs van twee. De vrouw die ik bij mijn eerste pizzapunt al afgewezen heb komt nu voor de tweede keer langs. Ze trekt een lelijk gezicht naar iedereen die haar afwijst.

Bij de derde pizzapunt komt een man met krullen op zijn gitaar spelen. Een meisje komt langs met haarelastiekjes. Ze legt ze op tafel en keert twee minuten later terug om bij alle tafels de onaangeraakte pakketjes weer op te halen. Een man met een baby op zijn arm verkoopt ook iets, ik weet niet eens wat. Een jongen die nauwelijks boven onze tafels uitkomt houdt zijn vieze zwarte handjes op en vraagt om een ´moneda´.

Bij de vierde pizzapunt zeg ik automatisch ´no, gracias´ bij iedereen die te dicht in de buurt van de tafel komt. Vriendin I. en ik vragen ons af wat deze mensen overdag doen. Gaan ze naar school? Hebben ze ouders? De ouderen, volwassenen, hebben die nog een andere bron van inkomsten?

Tegen de tijd dat de rekening betaald moet worden heb ik het idee dat we gratis gegeten te hebben, zo veel geld hebben we ´bespaard´.

Vrijdag 22 Januari 2010 Geen reacties

Perito Moreno

Het brein is een fascinerend ding. Een van mijn favoriete vakken tijdens mijn opleiding psychologie was misschien wel het vak ´waarneming´. Hoe de dingen die we objectief kunnen registreren eerst nog een weg door onze hersenen af moeten leggen, uiteindelijk in een achterkamertje geinterpreteerd worden, en lang niet meer een objectieve registratie zijn op het moment dat we er met behulp van een ander achterkamertje een label op kunnen plakken.

Voordat ik op reis ging had ik uiteraard al wat dingen gelezen, wat foto´s bekeken. Wat zou ik gaan zien, wat zou ik graag willen zien. Gletsjer ´Perito Moreno´ stond hoog op het lijstje met dingen die we zouden willen zien. Een enorme gletsjer die door het jaar heen zowel groeit als krimpt, wat resulteert in een schouwspel van vallende brokstukken, een steeds veranderend uiterlijk, en geluid van krakend ijs.

Ergens op het web was ik een foto tegengekomen. Een foto van de Perito Moreno met een boot ervoor. De boot leek wel een mier, zo klein was deze in vergelijking met de gletsjer. Onder de foto stond te lezen dat het een boot betrof waar wel 100 mensen op pasten. In mijn hoofd had ik dus geprobeerd te bevatten dat de gletsjer enorm groot moest zijn, en was dankbaar voor de referentie van de boot voor de ijsmuur. Ik dacht goed opgeslagen te hebben hoe hoog die ijsmuur wel niet moest zijn.

Uiteindelijk zelf, uiteraard met camera, via het enorme ´Lago Argentino´ de gletsjer gaan bekijken. We hadden al enorme schouwspellen gezien onderweg. Ijsbrokken die groter zijn dan elk huis van elke lezer van dit weblog (geloof me) die soms op tien- tot honderdtallen meters van de gletsjers af waren gedreven dankzij de beroemde Patagonische winden.

Uiteindelijk voer de boot waar we ons op bevonden een hoek om. In de verte zag ik een reepje ijs. Dankzij de computerbeelden wist ik dat dit de Perito Moreno was. Gespannen hield ik mijn camera in de aanslag. We kwamen steeds dichterbij. De afstand, te meten aan de hoeveelheid water tussen de boot en de gletsjer, werd steeds kleiner. Het reepje ijs werd groter.

Toch bleef het klein. Ik wist zeker dat we er bijna waren. Was dit het? Nog een paar meter en we zouden er bijna tegenaan varen. Ik keek om me heen, en zag hoe andere mensen ook vol verwachting naar de ijsmuur keken. Ik keek terug naar de ijsmuur. En toen ineens gebeurde het: ergens in het achterkamertje van mijn hersenen werd een en ander opnieuw geinterpreteerd, dankzij een extra referentiekader: een boot, zo klein als een mier, ik kon ´m bijna niet zien, voor de blijkbaar toch enorme muur.

Hieronder een niet al te goede foto, maar wel een die misschien een indicatie geeft van het enorme natuurwonder dat ik heb mogen aanschouwen. Ik zal uw achterkamertjes proberen te helpen: dit is in verhouding slechts een honderdste van de ijsmuur, slechts een deel van de muur die vanaf een kant te zien is, want inderdaad, er zijn nog veel meer punten vanwaar de gletsjer te aanschouwen is. De boot die op de foto te zien is ligt op zeker nog een halve kilometer afstand van de muur, hoewel het lijkt alsof deze er praktisch tegenaan ligt, en kan zeker 200 mensen vervoeren. En buiten deze muur is er dus nog een enorme ´schil´ van ijs die over een of meerdere bergen naar beneden loopt. Wat we hier zien is slechts waar het stopt.

Boot voor gletsjer

[Een blogje voor mijzelf, om te verwerken wat ik heb gezien. Ik weet zeker dat hoeveel foto´s u ook ziet van boten voor de ijsmuur van de Perito Moreno, u het als u het zelf ziet nog steeds niet zult kunnen geloven. En dan het geluid er nog bij, he. En die vallende brokstukken ijs die net zo insignificant lijken als een korreltje hagelslag. Of een sneeuwvlokje, waar jullie er de afgelopen weken ook wat van hebben mogen zien. Maar die zo klein als ze lijken makkelijk zo groot zijn als... geen idee. Ik ben klaar met referentiepunten verzinnen, het helpt toch niet.]


Dinsdag 12 Januari 2010 Geen reacties

Vuurland

schoenen

[Drielandenpunten doen me vrij weinig. Ik zie de grenzen niet (oh, dus daar ligt...?), het landschap is vaak niet zichtbaar anders, oftewel je kunt alleen aan een nietszeggend bordje zien dat je op een drielandenpunt bent. Goh. Afgelopen week was ik op een ander soort ´punt´, een waar ik wel gevoel bij had. Ik heb er zelfs een foto van gemaakt. De neuzen van mijn schoenen wijzen richting Chili. Achter me en onder mijn voeten ligt Argentinie. Links van me ligt de Atlantische Oceaan. Rechts van me de Pacifische oceaan. De oceanen liggen allebei op 2 meter afstand van mijn schoenen af. Wauw. Hoe vaak in je leven kun je een foto maken van zo´n moment?]

steen

[En omdat ik zo´n nietszeggend blogje heb geschreven een van mijn favoriete foto´s van ´Tierra del Fuego´, oftewel ´Vuurland´. Een van de mooiste plekken ter wereld, ongetwijfeld.]

Donderdag
Donderdag 07 Januari 2010 Geen reacties

Windguru

In Nederland typen we buienradar.nl in de adresbalk van onze browser om te kijken of we veilig boodschappen kunnen doen. In Argentinië wordt windguru.com in de adresbalk ingetypt. Dat had een belletje bij me moeten doen rinkelen. Maar niets had me voor kunnen bereiden op de wind in Patagonië.

Een paar dagen terug stonden we op het busstation in Puerto Madryn. Het waaide, een wind die zo erg was dat vriendin I. en ik allebei onze zonnebril opzetten omdat we anders onze ogen niet open konden houden. In dit deel van Argentinië ligt overal zand en onze ogen traanden van de korrels die ons gezicht in werden geblazen.

Een lange busreis later kwamen we aan in Comodoro Rivadavia. We waren al gewaarschuwd dat het hier hard zou waaien. ´Ach, in Nederland waait het soms ook hard´, zei ik nog luchtig. Maar toen we de deur van de auto niet openkregen omdat de wind er tegenaan stond besefte ik dat de soms krachtige wind in Nederland maar een briesje was in vergelijking met de wind hier.

Twee dagen laten gingen we naar een Bosque Petrificado, een versteend bos. Boomstammen verstenen door een ingewikkeld chemisch proces, versplinteren door de wisselwerking tussen warm en koud, en al deze boomstammen en -splinters liggen verspreid tussen de rotsen. Een mooie route was aangelegd, en we moesten daarvoor een stuk naar boven lopen. ´Het waait boven twee keer zo hard als beneden´, waarschuwde de parkwachter ons. ´Die sjaal - hij wees naar de sjaal van vriendin I.´, kun je beter hier achterlaten.´ 

Nog steeds een beetje naief konden we niet geloven dat de wind harder kon waaien dan hij al deed. Maar twee stapen heuvelopwaarts wisten we wel beter. Ik durfde zelfs geen foto´s te maken, want mijn anderhalf kilo wegende fotocamera woog voor deze wind niet meer dan een veertje. 

Als ik mijn linkerbeen optilde om een stap vooruit te zitten, duwde de wind me een halve slag de andere kant op. Als ik dit wilde corrigeren met mijn rechterbeen, draaide ik nog een halve slag om, en was ik uiteindelijk wel rondgedraaid, maar had ik nog geen stap vooruit gezet. 

Probeer het u maar eens voor te stellen.

Afijn, uiteindelijk kreeg ik de smaak te pakken. Ik was in het voordeel ten opzichte van de rest omdat ik de dikste en korste beentjes had. Eindelijk iets om ze dankbaar voor te zijn. Nog steeds rondtollend, maar nu ook af en toe vooruitkomend, pakte ik met bevende handen mijn camera vast om het prachtige landschap te fotograferen. Bij deze mijn dank aan G., vriend van vriendin J., omdat hij mijn lensdop heeft gered die door de wind een kilometer verderop werd geblazen.

Zie hieronder enkele foto´s. Bedenk erbij dat ik de camera meestal ergens anders op had gericht, en dat de wind dus de resultaten heeft bepaald. En herinner mij eraan dat als ik in Nederland ooit zeg dat het hard waait dat het niets is in vergelijking met 27 januari 2009.

wind 1

[afbeelding 1]

wind 2

[afbeelding 2]


Dinsdag 29 December 2009 Geen reacties

Kerst volgens...

...mijn favoriete cartoons: We the Robots, UserFriendly (deel 1deel 2),xkcd. Zelfs de Burkababes doen aan kerst! En last but not least kerst volgens de meest cynische psychiater ter wereld: deel 1 en deel 2.

Zaterdag 26 December 2009 Geen reacties

Patagonië

De busrit naar Las Grutas is lang. Boven me hoor ik het geluid van een een luik dat kraakt. Achter me liggen mensen te slapen. Naast me ligt vriendin I. ook een poging te doen in slaap te vallen. Voor me slapen mensen. Het is donker buiten. En donker is hier echt donker. Toen we twee dagen geleden in Valeria del Mar naar de kust liepen, voor het eerst de Atlantische Oceaan aanraakten, keken we naar boven. Het melkwegstelsel is hier enorm goed zichtbaar. Sterren achter sterren achter sterren. Ze zijn er ook boven Nederland, heb ik me laten vertellen, maar ik heb ze er nog nooit gezien.

Het luik kraakt nog steeds. Ik doe oordoppen in en probeer net als de bevolking hier te wennen aan een nachtrit in een schommelende (maar begrijp me niet verkeerd: enorm luxe, aangezien de bussen hier worden gebruikt als treinen in Nederland) bus. Het lukt niet.

Een uur of vijf later word ik wakker. Het slapen is toch gelukt. Door een kiertje tussen de gordijnen ze ik hoe de zon op het landschap schijnt. Geel, zie ik, met een blauwe lucht erboven. Het is vrij letterlijk wat ik zie, geel, blauw, geen huizen, geen dorpen. Vijf minuten later zie ik een boom. Langzaam wordt het geel groen, en zie ik groen en blauw. Met weer een keer een boom, kilometers verderop.

Het is duidelijk dat we richting Patagonië rijden. Enorme vlakke landschappen, die alleen doorbroken worden door een boom, een kudde dieren, of een riviertje. Ik dommel weer wat weg, en kijk de volgende keer dat ik wakker ben nogmaals naar buiten. Het groen is nu veranderd in een palet van goud en grijs, van nogmaals enorme vlakke landschappen met dorre planten en een enkele boom. Het is zo ver. We zijn in Patagonië, het gebied waar ik gletsjers, bergen en meren ga zien.

Met weemoed denk ik terug aan het eerste deel van deze busreis. Aan het eind van de middag, tegen ondergaande zon, stonden er grote groepen flamingo´s bij elkaar in het water. Een prachtig gezicht. Ik weet dan nog niet dat als ik de volgende dag op het strand lig er grote groepen rode, gele, blauwe, groene papegaaien boven mijn hoofd zullen vliegen. En dat ik daardoor allang weer vergeten ben hoe ergerlijk het luik was dat boven mijn hoofd nog steeds aan het kraken is.

Zondag 20 December 2009 Geen reacties

Kwallen, zeeleeuwen, pinguïns

Ik haat kwallen. Toen ik jaren geleden enthousiast ging zwemmen in het Spaanse zeewater, was er een plaag. Duizenden kwallen zwommen langs de kust, en dagenlang was er een rode vlag, omdat het water onbezwembaar was. Zodra de groene vlag opgehesen werd durfde ik weer te gaan zwemmen. Te vroeg: ik werd geprikt, in mijn rechterduim. De dag erna, in een andere plaats, en ander stuk zee, een zelfde groene vlag: weer geprikt, nu in mijn linkerduim.

Vanmorgen ging ik zwemmen met zeeleeuwen. Een hele ervaring, iets wat men slechts op twee plekken op de wereld schijnt te kunnen doen, en ik ben nu op een van die twee plekken. Vriendin I. en ik waren vol verwachting over deze ervaring. Prachtig. Zeeleeuwen. Zeeleeuwen. Zeeleeuwen. Over niks anders konden we meer denken. Zeeleeuwen, en het feit dat we met ze gingen zwemmen.

Toen ik dus vanmorgen in een duikpak, duikbril en snorkel vol verwachting onder water dook en het eerste bewegende wezen dat in mijn zicht kwam een kwal was, was ik geschokt. Dankzij mijn overenthousiaste focus op zeeleeuwen had ik geen seconde gedacht aan de mogelijkheid van kwallen in het zeewater.

Het waren er veel. Zo veel dat ik blij was dat ik dankzij het pak, de schoenen, de handschoenen, de duikbril en het ding dat over mijn hoofd getrokken was bijna geen blote huid meer overhield. Nog leuker werd het toen ik boven de zeeleeuwen zwom en merkte dat een van de zeeleeuwen met de kwallen speelde, ze gebruikte als een bal, waar hij met een vin tegenaan sloeg, en er nog een keer met zijn neus in prikte.

Vanaf dat moment kon ik gaan genieten. Wat een prachtige beesten zijn dat, die zeeleeuwen. Ze maken salto's onder water, zwemmen nieuwsgierig om je heen, komen naar je toe, kijken je aan met enorm grote ogen, laten zich aaien, bijten je heel zachtjes in je hand, en blijven met je spelen tot ze een ander object vinden om te onderzoeken.

Ik hou nog steeds niet van kwallen. Maar ben wel gek geworden op zeeleeuwen. De beesten die je in Blijdorp vaak passief in de zon zie zitten, ziet gapen, ziet liggen. Maar die in feite zeer nieuwsgierig en vriendschappelijk zijn, zelfs met mensen in zwarte duikpakken en lelijke duikbrillen op.

[Hoewel ik vaker blog dan ik had verwacht, kan ik lang niet alles vertellen. Zo doe ik met bovenstaand verhaal absluut tekort aan mijn bezoek aanPunta Tombo, waar zich de - op degene op Antartica na - grootste pinguinkolonie van de wereld bevindt. Ik was hiervan zo diep onder de indruk dat ik er nog een dag moe van ben geweest. Hieronder een foto van een van de pinguins. Ik heb er die dag nog een half miljoen gezien.]

 

Punta Tombo



Zondag 20 December 2009 Geen reacties

Fietsen in Argentinië

Na de drukke stad Buenos Aires komen we aan in een rustig plaatsje aan de Argentijnse kust. Een man verwelkomt ons: ´Buenas noches chicas!´, vooral dat ik hier tien keer op een dag chica genoemd wordt stemt me vrolijk. De man verzekert ons dat we rustig mogen installeren, en dat ´de papieren´ later wel komen. En dat we kunnen ontbijten, televisie kunnen kijken, uitslapen... ´Es como una casa´, zegt de man. En thuis voel ik me er.

Twee dagen later komt de volgende hartverwarmende man ons hosterialeven binnen. Fernando, heet hij, en hij probeert ons te woord te staan in het Engels, maar ons Spaans is na 11 dagen al beter dan het Engels dat hij tot nu toe heeft geleerd. Toch komen we eruit: hij heeft fietsen voor ons, als we die willen lenen moeten we een seintje geven.

Ik grinnik een beetje. Hij weet zeker dat we Hollanders zijn. Maar enthousiast zijn we: een stukje fietsen na al het lopen dat we doen is een welkome afwisseling.

Afijn, ik heb het geweten. De fietsen waren twee bmx´en. Grote fietsen zonder ´vrouweninstap´met grove banden en een groot stuur. Op zich prima. Ware het niet dat de wegen hier niet net als in Nederland verhard zijn, maar bestaan uit het zand dat blijkbaar niet ophoudt op het strand. Zandhopen op een geasfalteerde weg zijn al eng om overheen te fietsen, maar het slippen dat mijn fiets hier deed was echt niet normaal. En niet te vergeten: terugtrapremmen, mijn grootste nachtmerrie. Iedere keer dat ik schrok van mijn band die weggleed in een zandhoop trapte ik achteruit, veroorzaakte ik dus een onverwachte rem (echt, die motoriek van mij...), en viel ik bijna om, aangezien ik ook nog eens niet met mijn voeten bij de grond kon. Genant.

Mochten jullie op YouTube een filmpje tegenkomen van een gillend en vloekend Hollands meisje op een veel te grote fiets ergens op een zandweg in Argentinië: dat ben ik. Uiteindelijk hebben we een prachtige omgeving gezien, vol bomen en belachelijk mooie huizen, waar rijke Argentijnen in de zomer vakantie vieren. Maar hoe snel je je zeer Hollandse verkregen fietsvaardigheden verliest op een fiets die niet de jouwe is en op wegen die niet de jouwe zijn is verbazingwekkend. Of misschien was het wel heel Hollands van me dat ik niet kon fietsen op onverharde wegen...

Maandag 14 December 2009 Geen reacties

Tocar la bocina

Een lange slopende, maar gelukkig vrij rustige vlucht later stappen we eindelijk op Argentijns grondgebied. Vriendin I. en ik kijken elkaar aan. Ze vraagt of we nu de grond moeten kussen. We besluiten het niet te doen, en eerst te kijken of we een visum kunnen krijgen. Je weet maar nooit. Straks heb je de grond gekust en mag je het land niet in.

Gelukkig komt dat goed. We lopen nu echt Argentinië binnen. Vriendin J., waar we de eerste weken bij zullen verblijven, had mij eerder in haar mooie gebroken Nederland gemaild dat we opgewacht zouden worden door een taxichauffeur met een ´board´ waarop zou staan: ´Roos Dubbeld´.

Het bord blijkt een geruit A4´tje te zijn, dat wordt vastgehouden door een vriendelijk uitziende man. ´Roos Dubbeld?´, vraagt hij, en zodra ik ´ja´ knik pakt hij mijn zware koffer over. Vriendin I. mag haar tas zelf sjouwen. Hij ratelt wat in het Spaans en ik realiseer me meteen dat de audiolessen wel voldoende zijn om mezelf verstaanbaar te maken in dit land, maar nog lang niet genoeg basis zijn om de taal te verstaan.

Nadat ik hem vertel dat ik maar ´un poco´ Spaans spreek wordt het ratelen minder. In de taxi kletsen we wat over de maan (die hier veel dichterbij de aarde lijkt te staan, en veel meer licht geeft), over onze lange reis, en over de verbazingwekkende grootte van de stad.

Stilstaand bij de ingang van een tolweg horen we getoeter. Veel getoeter. Alle auto´s toeteren en vriendin I. en ik keken om ons heen waar dat vandaan kwam. De taxichauffeur mompelde iets over ´gentes loco´, en ik knikte, want loco waren deze mensen zeker: ze sloegen allemaal zonder reden op hun claxon.

Twee seconden later zie ik een bord. Er staat een toeter op met een rode streep er doorheen. ´Niet toeteren´, begrijp ik. Ik lees de worden die eronder staan op. ´No tocar la bocina´. De taxichauffeur hoort wat ik zeg en roept uit: SI! No tocar la bocina, y tocan la bocina!´ Oftewel: niet toeteren, en toch toeteren ze!

We lachen wat, en laten de toeterende auto´s achter ons. Ik besluit op dat moment dat het wel goed komt met de taal. Als je met de eerste Argentijn die je tegenkomt al over toeteren kunt praten kan de rest van de taal geen uitdaging zijn.

Zaterdag 05 December 2009 Geen reacties

Vier vrouwen

Vier vrouwen zaten tegenover me. Een zat in een hoekje te schrijven. Verwoed te schrijven. Pagina na pagina schreef ze vol, en toen ik ging zitten keek ze even op en glimlachte ze naar me. Ik kon eindelijk op een leeg plekje naast vriendin B. gaan zitten. Even daarvoor zat ik nog naast een naar alcohol stinkende man. "Hier wordt ook veel alcohol gedronken hoor!", grapte de schrijvende vrouw.

Links van haar zat een moeder. Een lieve vrouw, die op aanraden van haar schrijvende vriendin haar kinderen belde. Ze had een leuk gesprek. Het ging over voetbal (zoon) en koekjes (dochter). Af en toe lachten de andere drie vrouwen, omdat zij uit het gesprek dingen konden halen die ik niet begreep. Maar zij wel. Want zij kenden de vrouw. En zij kenden ook de dochter.

Links van de moeder zat een knappe vrouw. Kort blond haar. Ze lachte om de moedervrouw, en kletste vrolijk verder met de vrouw die weer links van háár zat. Een vrouw die het verst bij me vandaan zat, maar die het liefste gezicht had van allemaal. We hadden even oogcontact en een warme lach kwam mijn kant op. Ik wist niet waarom. Misschien vond ze het fijn om naar vreemde meisjes te lachen.

De vier vrouwen waren duidelijk goede vriendinnen. Mooie lieve vrouwen die met elkaar in België waren geweest en nu met de trein richting huis gingen. In sommige huizen woonden kinderen, in anderen misschien niet.

Zodra ik naast vriendin B. zat kreeg ik van haar muziek aangereikt. Vriendin B. hoefde niets te zeggen, ze wist dat ik de muziek mooi zou vinden. Ik dacht aan vriendin I. en vriendin E. Ook wij waren vier vrouwen. Jonger dan de vrouwen tegenover me. Maar niettemin vier vrouwen die hadden genoten van bier, van onze diploma's, van Gent. Belangrijke elementen voor een memorabel weekend.

En terwijl ik met muziek in mijn linkeroor de vier vrouwen aan het observeren was bedacht ik me dat ik hoop dat wij over twintig jaar nog steeds met zijn vieren met de trein weekendjes naar België gaan. Dat een van ons in een boekje zit te schrijven. De ander nog steeds zo knap is als ze nu is. De volgende haar kinderen belt en de laatste lacht naar een meisje dat op een bankje tegenover haar zit.

Woensdag 11 November 2009 Geen reacties

Blog in dialect: Rotterdam

"Gefeliciteerd, lieve meid!", hoort ze haar vader zeggen. Lies opent haar ogen, en doet alsof ze gaapt. Vader lacht. Hij heeft haar twee uur geleden al naar de huiskamer horen lopen, en weet dat ze ook al gezien heeft hoe moeder en hij die nacht de kamer vol ballonnen heeft gehangen. Moeder overhandigt haar een cadeautje. Een klein pakketje, versierd met slingers. Al weken telt ze af naar vandaag. Jarig, cadeautjes, taart. En nu eindelijk is het zo ver.

Ongeduldig opent ze het pakketje. Onder het papiertje zit een klein doosje, met een mooie sluiting. Ze opent het doosje. Slaakt een kreetje. Haar kleine vingertjes pakken het gouden ringetje op dat verstopt ligt in de watten. "Wat mooi!", zegt ze. Ze kan haar ogen niet van het ringetje afhouden. Zo mooi. Haar eerste ringetje. Van goud. Hoe jong ze ook is, ze weet nu al dat ze dit ringetje nooit meer los wil laten. Haar vader schuift het om haar vinger, en geeft haar een zoen op haar voorhoofd. "Je bent al een grote meid, Lies, en je verdient het". 

De hele dag staat in het teken van Lies. Visite komt langs, taart wordt gegeten, en Lies krijgt veel cadeautjes. Het ene cadeau nog mooier dan het ander, maar haar ring verliest geen seconde haar aandacht. Ze poetst de ring op, doet het voorzichtig af als ze haar handen wast, en laat aan iedereen die maar wil zien hoe mooi het glimt.

Dan, ineens, krijgt deze mooie dag een andere wending. Lies staat in de keuken met haar moeder als iedereen ineens een enorm kabaal hoort. Mensen staan op, anderen zitten verstijfd op hun stoel. Vliegtuigen vliegen over, en het kabaal zet door. De visite begint druk te praten, en alleen haar vader blijft rustig. Hij loopt naar de keuken, neemt de theedoek van moeder over, droogt de laatste paar theeglazen af, en ruimt ze op in de kast. "Kom", zegt hij tegen moeder en Lies, "we gaan weg. Binnenkort komen we weer terug".

Pas dagen later is het zover. Lies, moeder en vader gaan terug naar huis. De kranten schetsen een onheilspellend beeld over een afgebrand Rotterdam, huizen die niet meer bestaan. Vader, Lies en moeder weten niet wat ze te wachten staat. Maar Lies wil terug. Lies heeft haar ring laten liggen op het aanrecht tijdens het afwassen. Lies heeft na het vallen van de bommen en het verlaten van het huis aan niets anders meer gedacht dan haar ring, de mooie ring, waar ze zo zuinig op was dat ze het niet dof wilde laten worden door zeepsop.

Even later weet ze dat ze het ringetje nooit meer om of af zal doen. Het huis waar ze enkele dagen geleden nog zo vrolijk haar verjaardag vierde is weg. Afgebrand. Rondom de resten van het huis ligt modder, een mengsel van hun kale tuin met bluswater. Het bluswater kwam te laat. Lies herkent het huis niet meer. Ze klimt over resten van wat ooit een muur was heen, naar de plek waar de keuken moet hebben gezeten. As, modder, gebroken servies. Met haar hand waar haar vader het ringetje omheen had geschoven woelt ze door de modder. Haar moeder trekt haar terug. "Kom", zegt ze, "we moeten gaan". Lies kijkt nog één keer om. Ze weet dan nog niet dat in de weken erna de bommen nog meer van haar af zullen afpakken dan alleen haar gouden ring.

[Blog in dialect is geïnspireerd op een van de geluidsfragmenten die de afgelopen decennia zijn verzameld door onderzoekers van het Meertens Instituut. De verhalen van deze personen zijn soms wonderbaarlijk mooi, en ook opvallend oprecht. Kies je eigen dialect (het dialect van de streek of stad waarin je zelf geboren bent), beluister het fragment of de fragmenten, verbaas je over het verhaal van de personen die dit dialect spreken, en laat het fragment de basis zijn van een blogje. En uiteraard: laat mij even weten waar dat blogje staat. Het fragment waar ik bovenstaand verhaal op heb gebaseerd is 'opname 2' in de categorie 'Rotterdam'.]

[Natasja schrijft over het dialect in Smilde, Schrijfjunkie over het dialect inHaarlem.]


Woensdag 07 Oktober 2009 Geen reacties

Afgestudeerd

En dan verzin ik zo veel mooie woorden, maar dat komt er dan weer niet van, om jullie te vertellen welke inspanning ik leverde, hoe ik werkte, wat ik deed, dat ik een mijlpaal heb bereikt, dat de witte beer uit mijn hoofd is (waarbij ik dan over dat leuke experiment met de witte beren zou vertellen, want daar had ik over geleerd tijdens mijn studie), dat het een 7,5 is geworden, dat het goed voelt, dat ik even moest huilen toen ik na een heerlijke vakantie in Portugal het goede nieuws hoorde. Kleine traantjes hoor, maar ik was blij. Ben blij.

Ik ben afgestudeerd.

Zaterdag 26 September 2009 Geen reacties

Uitgeschreven

Zolang je je scriptie aan het schrijven bent vragen mensen ‘en wat ga je daarna doen?' Het antwoord bleef maandenlang: ‘och, geen idee, eerst maar eens reizen, en daarna zien we wel verder’. Opgetrokken wenkbrauwen, want van (jonge) mensen wordt verwacht dat ze een duidelijk doel hebben in het leven. (Onvoorstelbaar dat ‘geen idee, eerst reizen’ niet gezien wordt als een duidelijk doel.)

Zodra je je scriptie hebt ingeleverd verandert de vraag een beetje. ‘Wat ga je nu doen?’, waarop je in ieder geval kunt antwoorden dat je NU een leuke opdracht hebt bij je voormalige stageplek. Maar er komt een vraag bij: ‘en hoe voelt dat nu, dat je klaar bent?’

Meestal val ik na die vraag stil. Ik weet niet hoe het voelt. Op het moment van inleveren ben je opgelucht. Blij. Leeg. Moe. Voldaan. Onzeker. Weemoedig. Het is af, en het inleveren van je scriptie is het moment waar je een half jaar naar hebt uitgekeken. Maar op de fiets naar huis zaten de tranen in m’n ogen. Ik kon niet uitleggen waarom. Misschien wel het gevoel van iets afsluiten. Of de onzekerheid van het cijfer nog niet hebben. Of gewoon iets uit handen geven waar je maanden aan zit te werken, dat wel ‘af’ is, maar eigenlijk nooit af kan zijn, want je had nog dit en dat en zus en zo.

Maar daarna? De eerste dagen stort je in. Moe, leeg, geen zin om nog een toetsenbord aan te raken. Dan word er weer wat van je verwacht, en pak je weer wat activiteiten op. En dan krijg je die vraag. ‘En hoe voelt dat nu?'

Op mijn weblog bleef het ruim een week na het inleveren van mijn scriptie stil. In de reacties werd gesuggereerd dat ik er met de blonde krullen en blauwe ogen vandoor was gegaan. Niets was minder waar. Ik wilde een jubelberichtje schrijven, maar eigenlijk denk ik dat dat jubelberichtje zich pas aandient als ik mijn cijfer weet, en als ik iedereen precies kan vertellen ‘hoe dat nu voelt’.

[Wie geïnteresseerd is in mijn scriptie ‘Modaliteitsprincipe en Autisme’ kunnen mailen naar mail apenstaartje soyrosa.nl.]


Dinsdag 08 September 2009 Geen reacties

Rotterdam Zuid

Ik ben in het deel van Rotterdam waar mijn telefoon geen bereik heeft. Ik fiets door straten waar alles omringd lijkt door hoge metalen rekken. Alsof iedereen tegen elkaar beschermd wordt. Flats en hekken en grijze straten.

Ik fiets en fiets en zie mensen met slippers en onhippe kleding. De man die aan het hardlopen is doet dat op sandalen, en op de hoek van de straat staat een groep mannen op straat te eten.

Er klinkt muziek. Vrolijke muziek die waarschijnlijk ook afgelopen weekendop de straten te horen was. Mijn voeten tappen op de trappers van mijn fiets. Ik heb zin om te dansen. Het is feest op straat, hoewel ik niemand zie. De muziek kleurt de straten, de grijze hekken lijken niet zo hoog meer.

Ik fiets door, rij over een aantal bruggen heen, en ben ineens in een ander stuk van Rotterdam. Studenten lopen op straat, iedereen is netjes gekleed, hardlopen doet men op dure witte schoenen, er zijn geen beschermende hekken meer en mijn telefoon heeft weer bereik.

Maar er klinkt geen muziek. Aan de andere kant van Rotterdam is het feest.

Woensdag 29 Juli 2009 Geen reacties

Ik had het willen filmen #2

Naast de iMac waar ik dit stukje op tik staat eerst een lamp, daarnaast hangt een gordijn, en daar weer naast biedt een schuifpui uitzicht op het Haringvliet. Bomen, water en woonboten.

In het water ligt een klein bootje. Geen woonboot dit keer. Een klein bootje met een naar verhouding veel te groot houten stuur. Een man met een roze overhemd en grijze haren zit in het bootje. Een vrouw met een rode bodywarmer en eveneens grijze haren staat aan de kant.

De vrouw probeert op het bootje te klimmen. Balancerend op haar linkerbeen probeert ze met haar rechterbeen het bootje te bereiken. Met haar armen gestrekt probeert ze haar evenwicht te behouden. Het lukt, maar ze durft niet. Na enkele pogingen staat ze weer met beide benen naast elkaar aan de kant te wachten.

De man, die een grote picknickmand aan het verzorgen was, staat op. Loopt naar de vrouw toe, strekt zijn handen uit, en zonder enige twijfel springt de vrouw zo aan boord van het kleine bootje. Het bootje wankelt, de man en de vrouw omhelzen elkaar, en nog geen minuut later vaart het bootje weg.

Zaterdag 11 Juli 2009 Geen reacties

Ik had het willen filmen

Een klein meisje, met een heel kleine hond. Ze houdt een heel kleine halsband vast, en loopt met heel kleine stapjes langs het water. Haar moeder heeft de hond ook aan de ketting. Ik had het nooit eerder gezien, maar deze halsband is geschikt voor een groot mens en een klein mens. Het kleine mensje heeft het gevoel zelf de hond uit te laten, terwijl in werkelijkheid het grote mens alle touwtjes in handen heeft.

Slim, want dat is lang niet altijd het geval.

Het kleine mensje loop met het kleine hondje met diezelfde kleine stapjes flink door. Ze ziet mij zitten en zoekt contact. Ze is trots, dat is duidelijk te zien. Wisselend kijkt ze naar mij of naar haar hond. Om te laten merken dat ik haar heb gezien zwaai ik even. Ze straalt, en zwaait terug. Haar kleine handje klemt zich nog vaster om de halsband van haar hondje heen.

Verderop loopt een oude man. Een man met een gebogen rug, maar wel een man die nog flink de pas erin heeft. De man houdt eveneens een halsband in zijn hand. Aan het eind van de lijn loopt een grote hond. De grote hond loopt fier voor de man uit, en is even groot als de man zelf. De man en de hond komen mijn richting uit.

Op twee meter bij elkaar vandaan stoppen beide honden even. Het kleine hondje kijkt naar de grote hond, terwijl de grote hond kwispelstaart naar het kleine hondje. Na enkele minuten besluiten ze dat ze door willen lopen. Het kleine hondje trekt het kleine meisje vooruit, terwijl de grote hond zijn grote oude baas door laat lopen.

Groot en oud en klein en jong, ze passeerden elkaar. In mijn hoofd heb ik opgeslagen hoe mooi het eruit zou hebben gezien als ik het had kunnen filmen.

Dinsdag 07 Juli 2009 Zeven reacties

Ik had het willen filmen

Een klein meisje, met een heel kleine hond. Ze houdt een heel kleine halsband vast, en loopt met heel kleine stapjes langs het water. Haar moeder heeft de hond ook aan de ketting. Ik had het nooit eerder gezien, maar deze halsband is geschikt voor een groot mens en een klein mens. Het kleine mensje heeft het gevoel zelf de hond uit te laten, terwijl in werkelijkheid het grote mens alle touwtjes in handen heeft.

Slim, want dat is lang niet altijd het geval.

Het kleine mensje loop met het kleine hondje met diezelfde kleine stapjes flink door. Ze ziet mij zitten en zoekt contact. Ze is trots, dat is duidelijk te zien. Wisselend kijkt ze naar mij of naar haar hond. Om te laten merken dat ik haar heb gezien zwaai ik even. Ze straalt, en zwaait terug. Haar kleine handje klemt zich nog vaster om de halsband van haar hondje heen.

Verderop loopt een oude man. Een man met een gebogen rug, maar wel een man die nog flink de pas erin heeft. De man houdt eveneens een halsband in zijn hand. Aan het eind van de lijn loopt een grote hond. De grote hond loopt fier voor de man uit, en is even groot als de man zelf. De man en de hond komen mijn richting uit.

Op twee meter bij elkaar vandaan stoppen beide honden even. Het kleine hondje kijkt naar de grote hond, terwijl de grote hond kwispelstaart naar het kleine hondje. Na enkele minuten besluiten ze dat ze door willen lopen. Het kleine hondje trekt het kleine meisje vooruit, terwijl de grote hond zijn grote oude baas door laat lopen.

Groot en oud en klein en jong, ze passeerden elkaar. In mijn hoofd heb ik opgeslagen hoe mooi het eruit zou hebben gezien als ik het had kunnen filmen.

Dinsdag 07 Juli 2009 Geen reacties

Zwartrijden

Als ik die ochtend in de trein stap, is er niets aan de hand. Ik lees een krantje, beluister mijn iPod, staar naar buiten, ben op weg naar Den Haag. Overstappen op de tram gaat eveneens vlekkeloos: hoewel het voor de deur van Den Haag Hollands Spoor een bouwput is die bijna (haha) de bouwput op Rotterdam Centraal evenaart, komt tram 11 netjes aanrijden wanneer ik aan kom lopen. Perfecte timing. Ik ben tevreden.

Nog steeds tevreden vermaak ik me die dag met het lezen van psychologische dossiers van mijn onderzoekspopulatie. Een doelgroep waar ik aantal keren al iets over schreef. Een doelgroep die nog veel complexer in elkaar blijkt te zitten dan ik dacht. Een groep die me waarschijnlijk heel mijn leven niet meer los zal laten.

Nog met mijn gedachten bij de dossiers stap ik tram 4 in. Tram 4 brengt me naar Den Haag Leyenburg, waar ik de bus richting Maassluis zal pakken. In Maassluis zal ik eten, om 's avonds weer terug te gaan naar Rotterdam. Ik tast met mijn hand in mijn knalrode tas, op zoek naar de groene portemonnee waar ik mijn vervoersbewijs in bewaar.

De groene portemonnee is onvindbaar. Ik heb hem heel de dag niet nodig gehad. De avond ervoor heb ik hem nog gebruikt. Mijn hart staat stil. En nu? Zwartrijden is makkelijk als je niet weet dat je het aan het doen bent. Zwartrijden is moeilijk als je wéét dat je geen geldig vervoersbewijs bij je hebt. De 20 eurocent in een vakje in mijn tas gaan me ook niet helpen bij het kopen van een strippenkaart. En zucht: in een bus kán niet zwartgereden worden. De bus is zo'n belachelijk voertuig waar reizigers daadwerkelijk gecontroleerd worden voordat ze instappen.

'Shit', was mijn conclusie na die gedachtenstroom.

Uiteindelijk kon ik regelen dat ik met de auto gered zou worden. Maar toen ik de bus aan zag komen rijden en wist dat die me binnen een half uur op de plaats van bestemming zou brengen, terwijl mijn 'taxi' pas over een half uur hier kon zijn, besloot ik het erop te wagen.

'Ik heb een probleem', begon ik. 'Ik stapte vanmorgen in Rotterdam op, werd niet gecontroleerd. In de tram in Den Haag werd ik niet gecontroleerd. Ook de tram op weg naar hier besloot dat het niet de moeite waard was te kijken of ik zwart aan het rijden was. En nu sta ik hier, en nu moet ik naar Maassluis. En pas nu besef ik dat ik geen portemonnee bij me heb'.

Met grote onschuldige ogen - die hoefde ik niet eens op te zetten, want bovenstaand betoog kwam vanuit mijn tenen - keek ik de buschauffeur aan. Die zei niet veel. Hij wenkte. Hij wenkte richting de stoelen achter hem, die leeg waren, en waarop ik kon gaan zitten. Mocht gaan zitten. Ging zitten.

Het was nog nooit zo fijn door mijn minst favoriete vervoersmiddel naar plaats van bestemming gereden te worden.

Vrijdag 03 Juli 2009 Geen reacties

Michael Jackson

Ooit vroeg mijn opa me: 'wat voor muziek luister je dan? Michael Jackson?' Ik was verontwaardigd, want Michael Jackson was niet hip. Boven mijn bed hing een poster van de Backstreet Boys. Op de achterkant van die poster stonden de Spice Girls afgebeeld - ik was om die reden nog boos geweest op de Hitkrant, waar ik de poster uit had gehaald, want hoe hadden ze het verzonnen: twee fantastische posters, maar ik kon er maar één tegelijk zien!

Michael Jackson was het dus niet voor mij. In ieder geval lange tijd niet. Michael Jackson had echter ondanks dat hij niet hip was wel indruk op me gemaakt. Stiekem. Ik herinner me avonden met pannenkoeken - toen nog pannekoeken - en Disney Festival. Ik ben niet opgegroeid in een huishouden waar het vanzelfsprekend was dat de televisie heel de dag aanstond. Pannenkoeken eten met de televisie aan en kijken naar Donald Duck stond voor mij gelijk aan feest.

Tijdens die avonden draaide de zender waar Disney Festival op was ook wel eens een clip. Een van de meest afgespeelde clips van die tijd was 'Earth Song'. Een clip met beelden die indruk maakten op het jonge meisje dat pannenkoeken zat te eten. Vooral vanaf 3:45 kon ik het nare/spannende/indrukwekkende gevoel dat de clip bij me opriep niet meer onderdrukken. Het vuur, de aardbeving, de vallende bomen, de olifant. Immens.

Michael Jackson werd later een van de artiesten waarbij ik opgetrokken wenkbrauwen in antwoord kreeg op mijn bekentenis - zo gaat dat dan voelen - dat ik zijn muziek eigenlijk erg kon waarderen. Mijn opa was toch zo gek nog niet.

En nu is Michael dood.

Vrijdag 26 Juni 2009 Geen reacties

Gewone bijzondere mensen

Belangrijke mensen zou ik interviewen. Mensen op hoge posities in belangrijke organisaties als het gaat om ICT/innovatie en onderwijs. Mensen van over de hele wereld. Mensen waar ik wetenschappelijke artikelen van had gelezen. Mensen waar ik tegenop keek, om al de redenen hierboven.

Het was spannend. Ik ben geen interviewer. Ik weet wel 'iets' over onderwijs en ICT, maar deze mensen weten 'alles' over onderwijs en ICT. De interviews werden voorbereid. Achtergrondinfo over de mensen werd gegoogled.

De mensen waren bijzonder. De mensen waren spannend. De mensen hadden veel kennis. De brain power aanwezig tijdens de drie-daagse conferentie was gigantisch.

De mensen kwamen samen om beleid, praktijk en onderzoek eindelijk met elkaar te verenigen. Niet meer in hokjes denken, niet meer enkel het eigen vak uitoefenen zonder een en ander van de 'andere kant' te bekijken.

De mensen waren leuk. De uitkomst van de conferentie was interessant. De mensen waren leuk. De mensen bleken 'gewone', maar ook hele bijzondere mensen. De mensen zijn een blogje waard, bedenk ik nu. Morgen weer een dag.

Vrijdag 12 Juni 2009 Geen reacties

Autist!

Wat is nu eigenlijk een autist? Zelfs de docente waar ik mee zit te praten weet af en toe geen goed voorbeeld te verzinnen als iemand dat aan haar vraagt. Ze hebben een defect op het gebied van communicatie, verbeelding en sociale interactie. Ze zijn zich soms volledig onbewust van hun omgeving. Hebben behoefte aan structuur. Zijn heel letterlijk.

'Ik heb zojuist een voorbeeld uit je les opgeschreven!', meld ik de docente. Ik doel op een voorbeeld van letterlijkheid, de manier waarop een autist taal waarneemt, de manier waarop een autist nooit iets symbolisch op zal vatten, taal gebruikt op een manier die wij alleen zouden kunnen leren wanneer we alleen maar met autisten zouden praten. Ongenuanceerd, zwart-wit. Letterlijk.

Ik schreef al eerder over dit fenomeen. Mijn vriend kon volgens J. nooit dezelfde zijn als mijn vriendje (alleen met de laatste kon ik verkering hebben), iets waar ik sinds dat moment goed op let. Wenen (huilen) en Wenen (de stad) zouden nooit naast elkaar mogen bestaan, want twee betekenissen voor één woord is verwarrend. 'Wie het hoogst gooit!' als opmerking tijdens een spelletje met dobbelstenen kan bij een autist betekenen: pak de dobbelstenen, gooi ze tegen het plafond, en kijk triomfantelijk naar je medespelers omdat je zojuist het hoogst hebt gegooid. (Hoger dan het plafond kan immers niet. En ja, dit is een waargebeurd verhaal.)

'Echt, een voorbeeld?', vroeg de docente me. Ze was blij, want ik vertelde haar dat ik het had opgeschreven zodat ik het op mijn weblog kon schrijven. Vanaf nu zou ze eindelijk altijd een voorbeeld kunnen geven. Die ochtend had ik bij haar in de les gezeten, en had ik me wederom zitten verbazen over een klas die parallel loopt aan de klas waar ik me had verbaasd over de humor van de leerlingen.

Het ging die ochtend over laptops en lege accu's. De jongens waren verontwaardigd dat ze een afgedankte laptop met een lege accu ergens in de school hadden staan, en kakelden daarover door. De docente wilde graag beginnen.

"Kom op!", zei de docente.
"Maar wat gaan we dan doen, juf?", vroeg een van de leerlingen.
"Jullie gaan nu eerst kijken naar wat ik zeg!", reageerde 'juf', die doelde op de PowerPointpresentatie die ze aan de leerlingen wilde laten zien.
"Dat vind ik knap, juf, kijken naar wat je zegt!", reageerde leerling 1.
Waarop leerling 2 reageerde: "Autist!"

En inderdaad. Hoewel deze leerlingen moeite hebben met zich in anderen te verplaatsen, weten ze donders goed te herkennen wanneer ze hun typisch 'eigen' gedrag vertonen.

Vrijdag 05 Juni 2009 Geen reacties

Grote grijze mannen

Als ik 's ochtends langs het grote grijze gebouw loop op weg naar mijn stage, kijk ik altijd even naar links. Het grote grijze gebouw heeft namelijk grote grijze ramen, en in de grote grijze ramen zie ik mezelf. Ik schik mijn jasje, ik haal een hand door mijn haren, en loop twee minuten later mijn 'eigen' gebouw binnen.

Als ik 's middags langs hetzelfde grote grijze gebouw loop, kijk ik even naar rechts. Het is dan aan het eind van de dag, en er hoeft niets meer geschikt te worden. Niet m'n jasje, niet m'n haar, niet m'n sjaal. Iedereen heeft me toch al gezien.

Misschien door die afwezigheid van handelingen besef ik 's middags altijd dat ik richting het gebouw kijk, maar dat ik niet kan zien wat zich achter die grote grijze ramen afspeelt. De grote grijze ramen zijn van buiten namelijk verduisterd. Van binnenuit kan men vermoedelijk wel zien wat zich buiten afspeelt. Wie er buiten langsloopt.

Het stoort me. Ik heb regelmatig visioenen van wat zich in het grote grijze gebouw afspeelt. Ik weet het niet, maar ik vermoed het. Achter de grote grijze ramen staan namelijk grote grijze bureaus waar grote grijsharige mannen achter zitten te werken. Iedere morgen rond een uur of negen kijken ze naar buiten, en zien ze me aan mijn jasje trekken. Iedere middag rond een uur of vijf kijken ze nog een keer: dan zien ze mijn hangende schouders, die aantonen dat ik weet dat het toch geen zin meer heeft om nog iets aan mezelf te willen veranderen.

De visioenen gaan verder. De mannen stoten elkaar namelijk aan als ik langsloop. Ze lachen me uit. Ze sluiten weddenschappen af over welke broek ik vandaag aan zal hebben. Ze zijn vreselijk, die mannen. Ze vinden me lachwekkend, omdat duidelijk is dat ik geen idee heb dat die mannen achter die grote grijze ramen zitten. Terwijl ik ze praktisch in het gezicht kijk.

Iedere avond rond een uur of zes nader ik de flat waar ik woon. Voordat ik die flat benader loop ik langs een ander gebouw, met een kelder. Vlak boven de stoep zitten raampjes, die een kijkje geven in die kelder. In die kelder werken grote grijsharige mannen achter grote grijze bureaus. De grote grijsharige mannen kijken altijd naar boven, om de benen van alle vrouwen die langslopen te keuren. De grote grijsharige mannen denken dat niemand weet dat zij daar zitten.

Iedere avond rond een uur of zes kijk ik door de raampjes naar binnen. Ik kijk dan heel boos, en regelmatig kijken de mannen weg. Ze voelen zich betrapt. Ik heb dan een klein beetje het gevoel wraak te hebben genomen voor de gemene, mij uitlachende, grote grijze mannen die achter de grote grijze ramen zitten van het gebouw waar ik de volgende dag weer langs zal lopen.

Woensdag 03 Juni 2009 Geen reacties

Jarige vrouw

In de serie '... vrouw' (lees: interessant en belangrijk), ben ik nu ook nog een jarige vrouw. En hoewel ik me niet voor kan stellen dat er na alle berichtjes van mijn online en offline vrienden op Facebook, Hyves, Twitter, Ning, en/of per telefoon, sms, mail nog felicitaties binnen zullen komen meld ik het hier toch maar even. Voor de volledigheid. En omdat ik wel eens boze reacties van jullie heb gekregen dat ik pas dágen later op mijn weblog melde dat ik 'oh ja, ook nog jarig was geweest'.

Proost!

Dinsdag 19 Mei 2009 Geen reacties

Extreem mannelijk

Toen ik 'ik wil geen inmij meer zijn' las, een boek waarin je directe teksten leest van een jongen met een stoornis binnen het Autistisch Spectrum, was ik er nog heilig van overtuigd dat ik Culturele Antropologie zou gaan studeren. Of, heilig, ik wilde ook wel een talenstudie doen, of tolk worden. (Dat laatste was nadat ik binnenhuisarchitecte wilde worden, en dat zei ik weer nadat ik had ontdekt nooit aan de minimale lengte-eisen te zullen voldoen om stewardess te worden. Ik bedoel maar, ik had nog geen idee.)

Het is niet dankzij dat boek dat ik psychologie ben gaan studeren. Het is ook niet dankzij mijn studie dat ik dat boek ben gaan lezen. Het is wel een boek dat altijd zal blijven hangen, en ook het boek dat ervoor zorgde dat ik toen het onderwerp 'autisme' in de collegezaal werd behandeld, extra alert was.

Een mooie theorie die in die collegezaal werd behandeld was de theorie van het 'extreem mannelijk brein'. Wanneer we in gedachten een horizontale lijn trekken, links een 'E' (empathy) en rechts een 'S' (systemising) schrijven, kunnen we alle vrouwen links op de lijn plaatsen, en alle mannen rechts. Een autist is in die zin extreem mannelijk dat we ze aan de meest rechtse kant van de lijn kunnen plaatsen, wat uitlegt dat zij nog verder rechts van de 'E' zitten dan de gemiddelde man.

Buiten dat deze theorie niet direct 'bewezen' kan worden, en eigenlijk alleen maar een mooie schematische weergave is van wat men in de praktijk observeert, is het me altijd bijgebleven. Inderdaad kun je in iedere autist een extreme versie van het gedrag van een man zien, en wat dat betreft zie ik ook in iedere man een afgezwakte vorm van autisme terug.

Vanmiddag kwam ik terecht in een klas vol met jongens met een bepaalde vorm van autisme. Intelligente jongens, die op een andere manier het lokaal binnenlopen, op een bijzondere manier hun blik opslaan, en anders bewegen en doen dan andere kinderen van hun leeftijd.

Het vak dat ze volgden was informatica. Ik wist niet wat ik moest verwachten, maar dit sloeg alles. Drie van de negen jongens zaten stil en rustig naar hun oefenopgaven te kijken, de andere zes compenseerden hun stilte. Een derde van de klas was onzeker, had moeite met het formuleren van antwoorden, had duidelijk moeite met het verwerken van informatie. De andere zes waren slim én wisten dat te uiten. Ze discussieerden, fel, waren druk, gingen overal op in.

Maar wat wil je? Het kernwoord van de les was computers, LAN- en WAN-verbindingen, programmerern, SQL, PDA's, touch screens, en meer van dit soort ongein. Bits, bytes, en commentaar over de langzame netwerkverbinding die iemand aan zou schaffen bij een fictieve provider vlogen het lokaal rond. Dat het examen dat ze aan het doornemen waren uit de Nederlandse Antillen afkomstig was (de Nederlandse versies komen niet openbaar) hielp niet. In een mooi Antilliaans accent gaf een van de jongens een reactie op de belachelijke apparatuur die in het examen waren afgebeeld: men liep achter daar in de Antillen! Dat ding was immers uit de 7-serie, en wij in Nederland gebruikten toen (lees: 2006) al lang de 9-serie!

Vele felle discussies over het onderwerp volgden. Veel humor zag ik. De humor komt slechts vanuit een richting, en is zelden wederkerig, maar gelachen heb ik. De jongens vergoeilijkten de game-verslaving van een van de andere jongens: 'nee joh, gamen is een prime voorbereiding op je examen! Als je dan maar wel helemaal begrijpt hoe die game in elkaar zit, in zijn volledige programmeerstructuur...' Deze jongens hoeven elkaar niet aan te kijken om elkaar te begrijpen.

Uiteindelijk gingen de jongens naar huis. Over een paar weken doen ze examen. Eén van de jongens bleef achter. Hij had een ochtendkrant bij zich. Uit zijn tas haalde hij een krant. 'Gameboy bestaat 20 jaar', stond er op een van de pagina's te lezen. De juf gaf toestemming, en de jongen knipte zo scheef mogelijk het artikel uit de krant, pakte plakband, en hing het artikel scheef aan de muur. "Zo", zei hij tevreden, en keek trots naar het krantenartikel waar ik hem voor de les al een half uur met vijf verschillende personen over had horen praten.

Ik ben gek op dat extreem mannelijke brein.

Woensdag 22 April 2009 Geen reacties

Ontmoeting met een 0

Er heerste een vloek. Een vloek op onze ontmoeting.

Eerst zou hij zou naar Rotterdam komen, een bezoek brengen aan de universiteit waar ik studeer. De afspraak op de universiteit heeft hij nog steeds niet gemaakt.

Daarna zou ik zou hem een seintje geven als ik in Haarlem was. In Haarlem kom ik zelden. (En om nu naar je eerste date je moeder of je vriend mee te nemen...)

Vervolgens zou ik hem in Wijk aan Zee bij een schaaktoernooi al schreeuwend en zingend komen aanmoedigen, zodat hij al zijn tegenspelers zou verslaan. Voor, tijdens en na het toernooi zat ik aan eenziekenhuisbed, en nu ben ik nog steeds nooit in Wijk aan Zee geweest.

Als laatste zou ik naar Amsterdam komen. Een pub, een prijsuitreiking, bier en een 'hallo'. Maar Doe Maar (niet) gooide roet in het eten. Ik ging niet naar Doe Maar, en ik ging ook niet naar Amsterdam.

Uiteindelijk is het ons gelukt. Bier, terras, en een concert in een zaal zo groot als een flinke studentenkamer. Het was gezellig, en hoewel hij soms op zijn weblog overkomt als een zure man, valt dat in het echt best wel mee.

[Jammer alleen om achteraf te horen dat je al de zevende vrouw bent met wie hij die week op het terras zit.] 
[Normaal gesproken zou ik zeggen: lees zijn blog! Lees zijn blog! Maar heer Zero houdt een (welverdiende) sabbatical.]
[Of ik zou je doorsturen naar Twitter. Maar dat vindt-ie dus niet leuk.]
[O, en het viel dus wel mee he, met dat weg willen rennen.]


Dinsdag 21 April 2009 Geen reacties

Bijna

Ik heb een groene portemonnee. Nu is dat niet zo interessant, maar voor dit stukje wel belangrijk om te weten is dat in mijn groene portemonnee een vakje zit waar ik mijn OV-kaart in opberg. Voor dat vakje zit dik, beperkt doorzichtig plastic. Daardoor is mijn OV-kaart bijna onleesbaar geworden.

Ik ben niet onbewust asociaal (eigenlijk wel, maar SIRE beperkt zich gelukkig in wat zij asociaal gedrag noemen). Maar ik ben wel lui. En dus laat ik mijn OV-kaart altijd onleesbaar achter dat dikke plastic in mijn groene portemonnee zitten als de conducteur roept: 'vervoersbewijs alstublieft!' (Dat bedoel ik, de categorie 'laat vervoersbewijs in portemonnee zitten zodat het onleesbaar is voor de conducteur' wordt niet genoemd door SIRE.)

Ik krijg daar nooit commentaar op. Ik heb ook ooit geen commentaar gekregen toen ik niet gestempeld had in de tram maar wel mijn strippenkaart omhoog hield. Er werd geknikt dat het goed was. Ik kon zomaar zwartrijden. Conducteurs kijken niet, concludeerde ik dan ook.

Vandaag heb ik mijn conclusie bijgesteld. Er zijn blijkbaar conducteurs met goede ogen. Die ook verder kijken dan alleen of je kaart voor week- of weekenddagen geldig is. Want toen ik mijn groene portemonnee vanmorgen achteloos ophield, terwijl ik dacht: 'hij ziet toch niks', kreeg ik ineens een mep (!) tegen mijn schouder van de conducteur. Ik deed mijn oordop uit mijn oor, en hoorde de man zeggen: "Joh, over een maandje ben je jarig!"

Woensdag 15 April 2009 Geen reacties

Vader en dochter

Ik ging in de trein tegenover een jong meisje zitten. Een jaar of acht, schatte ik haar. Zij zast naast een man, een man die ik meteen het stempel 'haar vader' gaf. De twee zaten gemoedelijk naast elkaar, allebei verdiept in een krant.

De vader en de dochter zaten zwijgend naast elkaar. Sloegen steeds bijna gelijktijdig een pagina om. Zwegen verder. Ik vroeg me af waar ze naar op weg waren. Wat ze gingen doen die dag.

De vader en de dochter legden hun krantjes neer. Stonden op. Keken elkaar niet aan. Ik zag de vader naar de ene uitgang lopen. Zijn dochter liep naar een andere uitgang. Ik was verbaasd.

Blijkbaar heeft de dochter een andere vader. Misschien heeft de vader geen dochter.

[In het kader van 'vader en dochter' nog een prachtig filmpje: 'Father and Daughter'.]


Vrijdag 10 April 2009 Geen reacties

Ik heb een Poken

“Poken?”, dacht ik. Het was hét woord op Twitter, alweer een tijdje terug.Poken werd het digitale swaffelen (oorspronkelijk verzonnen door VerbalJam). Sleutelhanger tegen sleutelhanger, en hop! Je had digitale informatie uitgewisseld.

Ik vond het niet leuk. Ik wilde niet poken en ik wilde geen Poken. Ik vond poken eng. En dus deed ik niet aan de bescheiden rage mee. Immers, alleen online bekenden hadden een Poken. Vriendin I. zag ik dat nog niet zo snel doen.

Tot ik gisteren op de TeachMeet aansloot. Hoe bijzonder was dat! Al die mensen waar ik het weblog van volg, mensen die gewaardeerd worden in edublogland, waren daar aanwezig. Ik noem een Annet Smith een Gerard Dummer een Willem Karssenberg een Sia Vogel een Essen2punt0 eenMarcel de Leeuwe een Fons van den Berg.

Zij hielden presentaties op een teachmeet waar Pikachu de baas was. Kreeg je die naar je hoofd geslingerd wist je dat je tijd om was, en was het podium niet langer de jouwe. Ik kreeg mooie verhalen te horen in eenongedwongen setting over hoe ICT wordt gebruikt in het onderwijs. Nog leuker werd het toen een spreker die zich niet had voorbereid toch een verhaal ging houden: de Stand-up Inspiration was geboren! Wanneer de Stand-Up Inspiration aan de beurt was mocht een willekeurig persoon in de zaal opstaan, naar het podium komen, en een onvoorbereid verhaal vertellen. Met als beloning: een poken.

Nu wil het geval dat ik op mijn stageplek iets leuks heb gedaan met Twitter. Nu wil ook het geval dat mijn stagegenootje en ik dat verhaal net aan een collega hadden verteld. Nu wil ook het geval dat precies dat stagegenootje heel graag een Poken wilde. (Ik wilde nog steeds niet, dat snapt u.) Nu wil ook het geval dat wij elkaar aankeken, aangemoedigd werden door Marc, en wij besloten naar voren te gaan.

En nu wil dus het geval dat ik ook een Poken heb.

Afijn, dat is dus leuk. Nu kan ik mensen die ik online ken en in het echt ontmoeten online weer beter leren kennen door digitale informatie uit te wisselen, waardoor we elkaar op een volgende TeachMeet nog meer te vertellen hebben. Hartstikke gaaf kringetje is dat, waarin je met zo’n Poken terechtkomt.

Om het kringetje nog ronder te maken is de eerste man met wie ik heb gepokend (laat mijn vriend dit niet lezen!) de man die de poken naar Nederland haalde. Om het kringetje volledig af te sluiten de reactie van vriendin I. nadat ik gisteravond vertelde hoe een poken werkte: geniáál!

Daar heb je het al. Ik zit nu vast aan mijn poken. Mensen van wie ik ook nooit had gedacht dat zij hiermee aan de haal zouden gaan straks misschien ook.

De wereld is corrupt.

Donderdag 09 April 2009 Geen reacties

Vader en dochter

Ik ging in de trein tegenover een jong meisje zitten. Een jaar of acht, schatte ik haar. Zij zast naast een man, een man die ik meteen het stempel 'haar vader' gaf. De twee zaten gemoedelijk naast elkaar, allebei verdiept in een krant.

De vader en de dochter zaten zwijgend naast elkaar. Sloegen steeds bijna gelijktijdig een pagina om. Zwegen verder. Ik vroeg me af waar ze naar op weg waren. Wat ze gingen doen die dag.

De vader en de dochter legden hun krantjes neer. Stonden op. Keken elkaar niet aan. Ik zag de vader naar de ene uitgang lopen. Zijn dochter liep naar een andere uitgang. Ik was verbaasd.

Blijkbaar heeft de dochter een andere vader. Misschien heeft de vader geen dochter.

[In het kader van 'vader en dochter' nog een prachtig filmpje: 'Father and Daughter'.]


Zaterdag 04 April 2009 Geen reacties

Vijf jaar

Vijf jaar. Een mooi rond getal, en in huwelijk, werk of anders een moment waarop je na gaat denken. Terug gaat kijken. 'Wat is er allemaal gebeurd de afgelopen vijf jaar'?

Vijf jaar. Twee weken en vijf jaar geleden zette ik mijn eerste stappen in de blogosfeer. Ik verveelde me op school (echt, uitdagend onderwijs had men in mijn ogen nog niet uitgevonden), had geen klik met mijn leeftijdsgenoten en voelde me direct thuis in een wereld waarin niemand elkaar vragen stelde maar gewoon aardig was. Reacties achterliet op stukjes waarin niets stond dat het reageren waard was.

Vijf jaar. Ik denk dat toen het moment was dat ik heel erg met mijzelf bezig was. Ik vond mijn leeftijdsgenoten oppervlakkig. Zij begrepen mij ook niet. Ik was met andere dingen bezig. Zij experimenteerden met vriendjes en vriendinnetjes, terwijl ik vaak niet eens puf had om na school nog naar huis te fietsen. Als ik er nu op terugblik was de pijn in mijn rug toen op zijn ergst. Of misschien niet op zijn ergst, maar ik wist er niet mee om te gaan. Was me er de hele dag van bewust. Dat vreet energie, kan ik u zeggen. 

Vijf jaar. Ik ben sindsdien gaan zoeken. Heb mezelf leren kennen. Kwam via omwegen bij een therapeut terecht die wat meer met mij kon dan andere therapeuten. Met vallen en opstaan leerde ik dat een mens met fysieke grenzen die grenzen goed in het oog moet houden. Dat klinkt simpel. Dat is niet simpel. Ik wilde ook skeeleren. Net als de rest. Met die ene jongen.

Vijf jaar. Er waren ook leuke dingen. Ik begon aan mijn studie psychologie en heb het idee steeds beter te weten waar mijn hart ligt. Een onderzoek naar multimedia voor autisten. Een psychologe die tegen mij zegt dat ik therapeute moet worden. Een lieve vriend. Vriendinnen. Ouders die uit een diep dal op zijn geklommen en zich beter lijken te voelen dan ooit tevoren.

Vijf jaar. Mijn weblog onderging vele metamorfoses. Door mijn weblog heb ik geleerd wat CSS is. De eerste keer dat ik zelf iets maakte stopte ik de weblogcode in een knalroze kader met lichtgrijze letters. In love with a tulip, was toen mijn motto. Een grote rode tulp, kleine letters. Mijn weblog op zwart. Mijn weblog zonder reacties. Mijn weblog met linkdump, mijn weblog zonder linkdump. Ik weet nog steeds niet wat ik wil.

Vijf jaar. Er is zoveel meer nog over te zeggen. Ik was persoonlijk. Was dat zat, en schreef alleen nog maar observaties. Ben weer iets persoonlijker. Weet nog steeds niet wat ik wil. Ik wil me vooral niet meer te druk maken om wat u denkt. U leest mij immers al vijf jaar. Daar kunnen best nog wel vijf jaartjes bij.

Moge degenen die hieronder reageren en altijd gereageerd hebben in 2014 ook weer een reactie achterlaten. Amen.

Donderdag 26 Maart 2009 Geen reacties

Gebliept

"Ik heb gezegd dat ik 'A' helemaal uit moest lopen, terwijl het 'B' moet zijn", dacht ik terwijl ik op station Gouda richting het eind van spoor 8B liep. Het was koud op het station en de trein had vertraging. Ik ging zitten op een van die zwarte bankjes waar je het alleen maar nog kouder van krijgt.

Mijn oog viel op een man. De man had muziek in zijn oren, en stond een beetje met zijn hoofd te knikken. Hij keek omhoog. Minuten achter elkaar. Hij liep wat heen en weer, en bleef naar boven kijken. Ik volgde zijn blik en besefte dat hij de stroomdraden (of hoe heten die dingen?) aan het checken was.

Plots haalde hij een hand uit zijn zak waarin hij iets zwarts geklemd hield. Een mobiel, een sleutelhanger, zijn mp3-speler, ik had geen idee. Hij richtte het zwarte stuk plastic omhoog, richtte op de stroomdraden en maakte een gebaar zoals je dat met een afstandsbediening zou doen.

Zijn arm zakte weer, hij liep twintig meter, bleef naar de stroomdraden kijken, en bliepte weer naar de stroomdraden met het zwarte ding in zijn hand. Het boeide me. Zeker toen hij erbij begon te zingen. Keer op keer werden de stroomdraden gebliept.

De trein kwam aan, ik stond op van mijn zwarte bankje, en zag de man vrolijk zingend weglopen. Weg van de tein, weg van spoor 8. Het is maar goed dat ik hier dit stukje zit te typen, want ik heb even sterk aan mijzelf getwijfeld toen ik een trein instapte die afhankelijk was van stroomdraden die net op mysterieuze wijze op afstand bediend waren door een zingende man die zelf de trein klaarblijkelijk niet meer wilde of durfde in te stappen.

Maandag 09 Maart 2009 Geen reacties

In- en overstappen

Ik reis weer meerdere dagen per week met de trein. Van Rotterdam naar Zoetermeer, en weer terug. De eerste dag ga je ruim op tijd op pad, zodat je zeker weet dat je genoeg marge hebt als buffer tegen eventuele tegenslagen. Na twee dagen wil je alleen maar zo efficiënt en snel mogelijk reizen.

Twee problemen die ik ondervond wat betreft 'efficiënt reizen', waren de volgende: 1) sommige perrons zijn ongelooflijk lang, net als de treinen, wat betekent dat als je in de achterste coupé stapt en vervolgens snel over moet stappen op de volgende trein, je voor je gevoel een oneindig aantal meters trein langs moet lopen voor je eindelijk van dat perron af bent, voordat je eindelijk kunt gaan rennen om die volgende trein die over twintig seconden vertrekt te halen, en 2) de overstaptijden zijn tussen sommige treinen héél kort. Bijkomend probleem is natuurlijk dat ik niet graag ren en dat ik gewoon überhaupt graag de dingen zo efficiënt mogelijk doe.

Dus. Mijn tactiek is als volgt. 's Morgens stap ik op de trein op station Blaak. Ik loop daar de roltrap af ('s morgens wacht niemand rustig op de roltrap, maar loopt men), ga vervolgens niet met de stroom mensen mee, maar sla het hoekje om. Ik loop dan tot het eind van het perron, daar waar niemand staat omdat niemand gelooft dat de trein helemaal dáár gaat stoppen, en stap twee minuten later voorin in de trein. (Bijkomend voordeel: deze coupé is lekker rustig.)

Aangekomen op Den Haag Centraal stap ik uit waar de stationshal begint, ik loop rustig naar perron 7, en heb nog een hele minuut over om het beste plekje in de trein richting Gouda Goverwelle te vinden. Ik omzeil hiermee dat belachelijk smalle perron waar iedereen langs elkaar heen probeert te dringen om snel een trein te halen, en hoef niet achteraan aan te sluiten, waardoor ik de volgende trein niet nét mis.

Terug naar huis is de route anders. Ik neem de trein vanaf Zoetermeer Oost, stap ongeveer in het midden in, zodat ik in Gouda ongeveer in het midden uit kan stappen, loop zo direct de trap op, vanaf de trap kijk ik vast welke kant perron 8 is, ik snij wat mensen af, loop snel naar mijn perron, loop naar richting 'A', loop deze helemaal uit, haal de trein precies (de trein naar Gouda Goverwelle is altijd nét een paar minuutjes te laat), of precies niet, maar stap in ieder geval in de voorste coupé van de trein naar Rotterdam Alexander. U moet weten, de eerste paar keren liep ik richting 'B' helemaal uit, en de trein richting Rotterdam is lang. Heel lang. Dat kostte me vijf minuten looptijd vanaf de trein richting de metro's. Zonde.

En vanaf Rotterdam Alexander is het makkelijk: metro richting Schiedam of Spijkenisse, uitstappen op Oostplein, soms snel nog even wat boodschappen doen, en thuis tevreden op de bank neerploffen omdat ik het allemaal zo prachtig en efficiënt heb geregeld met het openbaar vervoer.

Het kost je een kleine drie weken van je stage om dit uit te vogelen, maar dan heb je ook wat.

Woensdag 04 Maart 2009 Geen reacties

Nachtmerrie van een fiets

De flat waar ik op dit moment woon kenmerkt zich vooral door de vele fietsen die aan de voorkant staan. Veel fietsen, maar dan bedoel ik ook echt: véél fietsen. Soms moet ik via de straat naar de ingang lopen, omdat de stoep geplaveid is met liggende en staande fietsen.

Met één fiets in het bijzonder heb ik een speciale band. Deze fiets trok meteen mijn oog als potentieel foto-object. De fiets is een favoriet onderwerp van mij, en deze fiets paste helemaal tussen mijn huidige serie foto's: blauw met roze geverfd, en een rode kerstslinger om het stuur gedraaid.

U begrijpt: een mens komt niet iedere dag een blauwroze geverfde fiets tegen met een rode kerstslinger om het stuur gewikkeld. Bovendien: de fiets was nog maar pas geverfd, te zien aan de roze en blauwe verfspetters die nog op de stoep zichtbaar waren, precies op de plek waar de fiets blijkbaar stond te drogen.

Een droomobject voor een fotograaf zoals ik. Totdat.

De fiets begon al snel een vervelend ding te worden. De fiets achtervolgde me. Nam mijn leven over. Ging op een gegeven moment mijn hele dag, mijn gedachten beheersen.

De fiets was overal waar ik was, zo leek het. Ging ik met de fiets naar de universiteit, zag ik voor de ingang van het universiteitsgebouw de kerstslingerfiets staan. Kwam ik een paar uur later thuis, stond de fiets weer op zijn oude plek, alsof hij niet weggeweest was. Ging ik naar de supermarkt, was de enige mogelijke plek om mijn fiets te stallen nota bene náást de blauwroze fiets. Alsof-ie het er om deed. Alsof het lot een spelletje met me speelde.

Het werd eng. De fiets heb ik nooit gefotografeerd. De fiets begon in plaats van een droomobject een bescheiden nachtmerrie te worden. In mijn dromen transformeerde de fiets in een blauwroze monster dat met een rode kerstslinger geknoopt als lasso me achtervolgde om me vervolgens op te eten met tanden die het meest leken op enorme spaken.

Echt.

Maar nu: afgelopen week. Ik liep naar huis, met mijn eigen bescheiden grijze fiets aan de hand. Ik liep langs de fiets met de rode kerstslinger. Ik probeerde het te negeren. Ik probeerde er niet aan te denken dat ik dezelfde fiets die ochtend nog bij de supermarkt tegen was gekomen. Ik liep dapper verder, naar het fietsenrek. Wilde mijn fiets stallen. En zag ineens een blauwroze fiets met een rode kerstslinger.

Ik keek achter me: ik zag een blauwroze fiets met rode kerstslinger.
Ik keek voor me: ik zag een blauwroze fiets met rode kerstslinger.
Ik keek achter me: ik zag een blauwroze fiets met rode kerstslinger.

Ik telde één en één bij elkaar op en kwam tot de conclusie dat er twee blauwroze fietsen met rode kerstslingers op deze wereld zijn. De nachtmerrie is nu compleet.

Zondag 15 Februari 2009 Geen reacties

Nog één keer

Deze week is een week vol tegenstrijdige emoties. Herinneringen, toekomstplannen. Begin, eind. Bah: toets, maar ook: jeetje, alweer de laatste.

Het lijkt nog maar de dag van gisteren dat ik naast (toen nog niet) vriendin I.ging zitten in de enorme sportzaal aan het begin van de Eurekaweek. Klein voelde ik me, nog kleiner dan ik fysiek al ben. Duizenden studenten keken net als ik om zich heen en vroegen zich in stilte af waar dit allemaal toe zou leiden. Een stem brulde door de microfoon: "Kijk goed links of rechts van je. Vijftig procent van jullie gaat het niet halen. De kans dat je buurman of -vrouw het niet zal redden is dus groot. Zorg dat jij bij de goede vijftig procent hoort."

Vriendin I. en ik keken elkaar aan. Ze zat links van me. Blijkbaar heeft mijn buurman of -vrouw rechts, geen idee meer wie dat was, de eindstreep niet gehaald.

Vriendin I. en ik hebben ons prima gered. Gisteren zaten we nog in de grote sportzaal, morgen gaan we een reis maken door Zuid-Amerika. Tussen vandaag en morgen moeten we nog drie dingen doen: een statistiektoets halen, een (onderzoeks-)stage doorlopen en ons diploma ophalen.

Nog een keer kijk ik zuchtend naar mijn scherm. Nog een keer vloek ik om statistiek. Nog een keer (ha, eigenlijk de eerste keer) denk ik 'ik geloof dat ik statistiek makkelijk ga halen aanstaande vrijdag'. Nog een keer zal ik door de deuren van het M-gebouw lopen en in de enorme zaal tussen het maken van de opgaven door kijken naar al die andere studenten die ongeveer het zelfde pad lopen als ik. Hebben gelopen. Gaan lopen.

Nog één keer. Wish me luck.

Woensdag 04 Februari 2009 Geen reacties

Motherfucker

Er is een tijd geweest waarin ik iedere dag een stukje tikte voor mijn weblog. Die tijd is allang voorbij. Nog twee maanden en dan bevind ik mij alweer vijf jaar in de blogosphere, een jubileum dus. Maar ja, het ding met jubilea is toch wel dat ze aangeven dat iets al heel lang duurt, en dat de klad er dus in gaat zitten. (Letterlijk, want soms schrijf ik wel een 'klad', maar kom ik er niet aan toe het stukje af te maken, waarna ik op het moment dat ik daar wel tijd voor heb allang het onderwerp van het stukje niet meer relevant of 'recent' genoeg vind. Tsja.)

Afijn. Bloggen dus. Ik blog weinig de laatste tijd. U snapt: dat komt door statistiek. Statistiek heeft de vervelende eigenschap vrij veel tijd in beslag te nemen, en een groot deel van mijn energie op te slurpen. Maar dit jaar is het niet alleen dat: statistiek brengt mij in vervoering. Statistiek is leuk. Statistiek is spannend. Statistiek is sexy. Statistiek is interessant. Statistiek is mooi!

Althans, als ik de docente moet geloven.

De statistiekdocente is een jonge vrouw, blond haar, pittige uitdrukking in haar gezicht. Ze staat voor de volle collegezaal, en laat ons een flowchartwaar alle mogelijke statistische analyses op staan weergegeven, en welke invloed het soort en het aantal afhankelijke en onafhankelijke variabelen heeft op het kiezen van de juiste analyse. De zaal slaakt een diepe zucht. Ik grom alleen.

De docente smijt met termen als between-subjectfactorenwithin-subjectfactoren, en weer grom ik. Covariaten, meervoudige regressie-analyse, binnengroepsvariantie, en een prachtig overkoepelend fenomeen, genaamd het general linear model. Ze roept deze termen met een glimlach op haar gezicht. Nog twee weken, dan moet ik dit kunnen reproduceren op een toets. Weer grom ik.

Maar dan: dan gebeurt het. De studenten die onderuitgezakt zaten gaan rechtop zitten. Degenen die de uitspattingen van afgelopen weekend aan het bespreken waren stoppen met praten. De tekening die ik in de kaft van mijn schrift was begonnen wordt in ieder geval in dat college niet meer afgemaakt: even krijgen honderden studenten een kijkje in de ware keuken van de statistiek. Even krijgen wij te zien dat statistiek voor sommige mensen écht spannend kan zijn.

De vrouw die staat te praten gaat rechterop staan. Ze wijst naar de sheets. Op de sheets staan getallen, en er staat: "F=68,72". Ze wijst, en legt iets uit over de verhouding tussen between- en withinsubjectvariantie. Haar gebaren worden groter, breder, heftiger. Als ik meer vooraan zou zien zou ik de lichtjes in haar ogen kunnen zien flikkeren. En dan roept ze uit: "Want die F, die F, dat is echt een motherfucker van een F-waarde!"

En dat is het. Het moment. Precies dat moment waarop ze haar vuist balt en alle expressie in haar gezicht tot uiting laat komen terwijl ze deze F-waarde een motherfucker noemt is het moment waarop wij allemaal zaten te wachten. De passie en het enthousiasme waarmee ze deze F-waarde benoemt geeft ons het idee dat statistiek spannend is. Dat er meer achter statistiek te vinden is dan alleen maar saaie getallen en moeilijke begrippen. Dat we, als we goed opletten, misschien zelf ook wel een beetje in vervoering kunnen raken. En dat allemaal dankzij deze vrouw, de vrouw die F-waardes motherfuckers noemt, hierarchische regressie-analyses spannend vindt, voor haar plezier 's avonds laat nog venn-diagrammen voor ons uittekent en MANOVA's 'de bom' vindt.

U begrijpt, het blijft weer even stil hier. Ik heb wel wat beters te doen. Ik leer statistiek.

Zaterdag 24 Januari 2009 Geen reacties

Statistiek, stage, ziek

Het is tijd voor mijn jaarlijks terugkerende statistiekklaagblog. Statistiek is immers moeilijk, abstract, saai, bevat te veel getallen voor een alfavrouwtje zoals ik, en, nou, gewoon, statistiek. U weet wel.

Dit jaar wordt mijn laatste statistiekklaagblog. Een gedenkwaardig moment dus. Nog vier weken, en ik hoef in principe nooit meer te zuchten en te steunen over sommen die ik niet snap, want ik hoef 'alleen nog maar' onderzoek te doen, en dan studeer ik af.

Laat het nu net het laatste jaar interessant worden: eindelijk lees ik een boek waarin in begrijpelijke woorden wordt uitgelegd waarom een bepaalde analyse gedaan wordt zoals-ie gedaan wordt. En eindelijk wordt in wederom begrijpelijke taal uitgelegd wat ik nooit snapte aan al die verschillende onderzoeksdesigns, en welke ik op welk moment moet kiezen.

Maar goed, zoals ik al zei: ik moet nog vier weken, dus laten we niet te hard juichen dat ik tot nu toe alles begrepen heb.

Leuk om te weten: ik ben afgelopen week aangenomen bij een dijk van een organisatie waar ik een prachtig onderzoek uit mag gaan voeren naar een nog nader te bedenken onderwerp met de sleutelwoorden autisme, ICT en onderwijs.

En verder ben ik hartstikke ziek vandaag. Ik ga slapen.

(Een gepaste reactie, in deze volgorde, op dit blogstukje zou kunnen zijn: Arme Roos! (statistiek), Hoera! (eindelijk statistiek begrijpen), Je kunt het! (nog vier weken te gaan), Gefeliciteerd! (prachtige stageplek geregeld), Beterschap! (hoesten, verkouden, keelpijn, hoofdpijn, warmte en koude tegelijk ervaren.))


Zondag 11 Januari 2009 Geen reacties

2009

Tweeduizendnegen. De tijd gaat hard. Raast voorbij. Een jaar geleden 'vierde' ik 'raar nieuwjaar' in het ziekenhuis. Het was mistig, net als afgelopen oud en nieuw. Toch was het zicht afgelopen jaarwisseling veel beter: de belangrijke mensen in mijn leven die vorig jaar ziek waren of niet meer konden lachen zijn nu topfit en hebben weer lichtjes in hun ogen.

Tweeduizendnegen moet daarom mijn jaar worden. Een mooi jaar. Een jaar dat waarschijnlijk weer net zo snel voorbij zal vliegen als 2008. Een jaar waarin ik onderzoek ga doen, zal afstuderen, een jaar dat ik af zal sluiten met een reis naar Zuid-Amerika.

Meer websites maken, minder huis- tuin- en keukenstukjes schrijven, meer foto's maken. En vooral met dat laatste wilde ik dit jaar beginnen. Hoewel ik nu een beetje een valsspeler ben (de foto's zijn in de laatste dagen van 2008 gemaakt) introduceer ik deze serie foto's toch als het begin van soyrosafotografiejaar 2009: Zeeland.

Vrijdag 02 Januari 2009 Geen reacties

Bootjes kijken

Ik vraag me af wat die mensen doen die op van die kleine bootjes wonen. De bootjes die ik vanaf hier kan zien liggen er al een tijdje, in ieder geval al zo lang als ik hier woon. Sommige bootjes zijn bewoond, andere bootjes niet. Op het ene bootje liggen de herfstbladeren tot 10 centimeter dik opgehoopt, op het andere bootje is geen vuil te zien en hangt de was vrolijk buiten te wapperen.

Maar goed, wat ze doen, die mensen, daar op die bootjes. Wassen, blijkbaar. Ik zie eigenlijk altijd was hangen. Misschien wordt er op die bootjes niet veel tegelijk gewassen, want de ruimte om was op te hangen is beperkt. Het bootje waar ik nu naar kijk heeft twee lakens en twee sokken hangen. Waslijn: vol.

Er is weinig 'leven' te zien op die bootjes. Het is koud, vandaar dat de bootbewoners vermoedelijk meestal binnen zitten. Soms zie ik iemand buiten. Die hangt dan de was op. Op boot 'Rosalina' zie ik trouwens nooit iemand. Misschien dat ik daar binnenkort stiekem de naam een klein beetje aan ga passen.

Eén van de woonbootmensen die ik wel eens buiten zie heeft een hond. Ik neem aan dat de hond af en toe uitgelaten wordt, maar ik heb het nog nooit zien gebeuren. Meestal volgt de hond het baasje trouw, kijkt hoe zijn baasje de lakens aan de waslijn hangt.

Vandaag zag ik de man wijzen. "Kijk", leek hij tegen de hond te zeggen. De hond ging naast hem zitten, en kwispelde met zijn staart. De hond en zijn baasje keken dezelfde richting uit. Ik kon niet zien waar ze naar keken, en werd nieuwsgierig. (En nu niet afkeurend kijken, want zonder die nieuwsgierigheid zou ik dit weblog niet vol kunnen schrijven met onzin. Hoor.)

Ik stond, een en al nieuwsgierig, voor het raam, en keek mee met de hond en zijn baasje. Een paar meter verderop kwam iets aanvaren. Een boot. De hond en het baasje keken, wachtten vol spanning op het moment dat de grotere boot langs hun eigen kleine bootje zou komen varen. Het ging maar net, en het hele ritueel duurde een minuut of drie.

En toen wist ik het ineens. Die mensen die op die bootjes wonen doen niet alleen de was, nee, ze kijken bootjes. Net als ik.

Vrijdag 19 December 2008 Geen reacties

Jonge romantiek

De jongen en het meisje, allebei een jaar of 15, liepen hand in hand langs het water. Ik naderde het stel, en hoorde muziek. Mooie muziek die ik nooit eerder had gehoord. Toen ik dichterbij kwam zag ik waar de muziek vandaan kwam: de jongen en het meisje droegen in hun 'hand-in-handen' een klein radiootje met zich mee.

Zondag 07 December 2008 Geen reacties

Verstopt

Met zijn handen in de zakken van zijn jas ging de jongen zitten. Hij rilde. Het was koud buiten, maar in de trein was het warmer. De jongen rilde nog een keer, stopte zijn hoofd diep in zijn kraag.

Hij sloeg zijn benen over elkaar en stopte zijn handen onder het bovenste been. Hij schoof iets naar links, meer tegen de wand van de coupé aan, en ging zo veel mogelijk ineengedoken† zitten. Hij wilde het zo snel mogelijk weer warm krijgen.

Omdat hij lang was en een donker uiterlijk had bleef ik vanuit mijn ooghoeken naar hem kijken. Hij zat daar, rustig te wachten tot hij de toppen van zijn vingers weer kon voelen.

Ineens begon de jongen te lachen. Geen schaterlach, maar rond zijn ogen verschenen lachrimpels, zijn wangen bolden op en zijn mondhoeken gingen omhoog.

Ik vroeg me af waarom hij lachte. Hij had de hele tijd naar zijn knieën zitten staren, leek het nog steeds koud te hebben, maar begon toch zomaar te glimmen.

Ik bleef kijken, en na een paar seconden gebeurde het opnieuw. Zijn ogen veranderden, zijn mond bewoog omhoog, ik zag zelfs zijn lichaam een beetje schudden. Het was een echte lach.

Al die tijd had de jongen niet opgekeken. Starend naar zijn knieën en leunend tegen de coupéwand leek hij volledig in zijn eigen wereld te verkeren. Zelfs de lach leek naar binnen gekeerd te zijn. Alsof alleen hij kon lachen om dat waar hij om lachte.

Mijn psychologenbrein had intussen al verschillende 'diagnoses' gesteld. Autistisch, schizofreen, stoned. Weer begon de jongen te lachen. Ik kon geen oordopjes vinden in zijn oor, zodat ik uit kon sluiten dat hij naar een cabaretier of anekdotes vertellende vriend zat te luisteren. Het staren naar zijn knieën, het regelmatige lachen om de dertig seconden, alles maakte mij in de war.

Zelfs iemand die zo stoned is als een garnaal gaat niet zomaar lachen tijdens een poging om het warm te krijgen.

Uiteindelijk keek de jongen op, wierp een blik naar buiten, en maakte zich klaar om de trein uit te stappen. Hij haalde zijn knieën van elkaar, stond op, en stopte het mobieltje waar hij al die tijd tussen zijn benen naar had zitten staren terug in zijn jaszak.

Donderdag 04 December 2008 Geen reacties

Engelse woordjes

Engelse woordjes overhoren anno 2008:

'In my opinion', zei ik.
'Naar mijn mening', reageerde J.
'Accomplish'
'Bereiken'
'Draught'
'Tocht'
'Part-time'
'Parttime'
'Ja, part-time'
'Dat zeg ik, parttime!'
'Maar kun je een Nederlands woord bedenken voor parttime?'
'Parttime'
'Disagree'
'Oneens zijn met'
'Nail polish'
'Nagellak'
'Designer'
'Designer'
'En een Nederlands alternatief voor designer?'
'Designer'

Woensdag 03 December 2008 Geen reacties

Gereformeerde kerk

Nu wij elkaar bijna 5 jaar kennen, kan ik het u wel vertellen: ik ben gedoopt. Gedoopt binnen de gereformeerde kerk. Een kerk die ik nadat ik water over mijn hoofd gegooid had gekregen terwijl ik in een lange witte jurk de kerk bij elkaar schreeuwde alleen nog bezocht wanneer vanuit school een kerstdienst georganiseerd werd. Oh, en voor de diploma-uitreiking van mijn broertje.

Ieder jaar kreeg ik rond mijn verjaardag 'iemand van de kerk' aan de deur. Die overhandigde mij dan een felicitatiekaartje. Als ik dan dankjewel zei werd ik vragend aangekeken, en kreeg ik een collectebusje onder mijn neus geduwd. Sommige mensen kopen ook op Valentijnsdag een kaartje voor zichzelf.

De kerk achtervolgde mij niet alleen op mijn verjaardag. Ieder jaar krijgt iemand die ingeschreven is bij de kerk in Maassluis een brief. In deze brief wordt op slinkse wijze een beroep gedaan op je geweten, waarna de vraag wordt gesteld welk bedrag je 'vrijwillig' wilt doneren. Er móet iets op het stippellijntje ingevuld worden, want de brieven worden door wederom 'iemand van de kerk' opgehaald. "Nul (0) euro", schreef ik jaar na jaar op het stippellijntje.

Sinds afgelopen vrijdag woon ik niet meer in Maassluis. Ik sta ingeschreven bij de gemeente Rotterdam, en heb mijn bank, mijn telefoonprovider, universiteit en werkgever laten weten waar ik tegenwoordig woon. De kerk had ik niet ingelicht. Groot was dan ook mijn verbazing toen ik nog vóórdat ik post had gekregen van mijn bank, telefoonprovider, universiteit of werkgever een brief ontving van de gereformeerde kerk in Rotterdam.

"Geachte mevrouw", stond bovenaan deze brief. Dat ik hartelijk welkom werd geheten, en dat men hoopte dat 'de wijze waarop zij kerk waren mij aan zou spreken'. Maar, stond er eerlijk bij, dat ze ook wisten dat sommige mensen niet blij zouden zijn met deze brief, en zich liever bij de kerk zouden uitschrijven. "Redelijk", dacht ik bij mijzelf. Ik las de brief door, en zag onderaan de brief een keuzelijstje staan onder de zin 'wat betreft mijn lidmaatschap wil ik'. Ik pakte mijn pen, en liep het lijstje langs:

A: het kerkblad Mare en de kerkelijke post ontvangen
B: een gesprek met iemand van de kerk
C: nadere informatie over de kerk


Zondag 30 November 2008 Geen reacties

Onderwijs

Thomas Edison was er heilig van overtuigd: een digitale revolutie met de komst van 'de film'. Een revolutie die snel door zou dringen in het onderwijs, waar 'film' de tekstboeken volledig zou vervangen. Waarom tekstboeken gebruiken, of sterker, een leraar, wanneer collegezalen vol studenten naar een groot beeldscherm zouden kunnen kijken?

Jaren later beïnvloedt een zelfde gedachte over computertechnologie de ontwikkeling van het onderwijs. Blindelings worden miljoenen over de balk gesmeten om 'het onderwijs te digitaliseren'. Leren moet beter, effectiever, sneller. Computers worden aangeschaft, leraren worden omgeschoold. In het meest positieve geval, voeg ik daaraan toe, want de meeste onderwijzers schijnen zichzelf niet capabel te vinden om les te geven met behulp van computers. Communiceren via de PC gaat nog net, maar de rest? Pen en papier en een schoolbord met een krijtje.

Grote onderzoeken worden opgezet om de effectiviteit van animaties te bekijken. Animaties zijn gaaf, zijn aantrekkelijk voor de jeugd die hele dagen achter de computer wil zitten, en zijn bovendien veel beter in het uitleggen van conceptuele modellen, of, bijvoorbeeld, rekenen. Fout. Animaties zien er dan wel leuk uit, maar leiden af, maken dat een leerling slechts nog passief leert (er hoeft immers geen moeite meer gedaan te worden om iets te 'snappen', waardoor de gegeven informatie ook niet opgeslagen wordt). Als animaties al effectiever lijken te zijn dan stilstaande afbeeldingen komt dat vaak door de extra informatie die aan animaties toegevoegd wordt. Een oneerlijke vergelijking dus.

Digital agents, nog zo'n uitvinding van het digitale onderwijs. Een soortclippit, maar dan eentje die helpt bij het oplossen van rekensommen. Of denk eens aan een konijntje dat met behulp van een getallenlijn leert hoe positieve en negatieve getallen bij elkaar opgeteld of afgetrokken moeten worden?

Interessante studiematerie, waar ik in de trein terug naar huis aan moest denken toen ik een vrouw met een rode pen leesboekjes na zag kijken. Het kwam ineens bijna ouderwets op mij over. Pagina na pagina sloeg ze om, boekje na boekje keek ze na. Op iedere pagina verscheen een krul, bovenaan schreef ze '0'. Nul stond voor het aantal fouten dat werd gemaakt. Twee keer zag ik haar een '1' neerpennen.

Intussen luisterde ik naar het gesprek dat werd gevoerd tussen een jongen en een meisje die naast en tegenover mij zaten. Ze spraken over school, over het aantal vakken dat ze moesten volgen. Alles werd besproken, van het aantal vakken dat ze moesten volgen tot de vakken die ze extra zouden moeten doen om naar de havo te mogen.

"En, u ook lekker aan het nakijken?", vroeg de jongen plotseling aan de lerares. "Haha, ja", zei de lerares. Ze raakten in gesprek over haar leerlingen. "Tsja", zei de lerares, "ik heb hier bijna geen werk aan. In mijn klas zitten bijna alleen maar hoogbegaafde leerlingen. Ze doen dus alles goed". De jongen lachte. "En luisteren ze dan nog ook?", vroeg hij. "Ook dat nog", gaf de lerares toe. "Maar het is moeilijk hoor, met zulke kinderen. Hoe kun je ze motiveren? Ze vinden immers alles veel te makkelijk".

Het meisje tegenover mij reageerde, een beetje verbaasd. "Da's ook wat", zei zei, "bij ons mankeert juist iedereen wat, en heeft iedereen moeite met leren! De één heeft ADHD, de ander is autistisch, en toch zitten we allemaal bij elkaar in de klas."

Ik hoorde in dat gesprek zomaar het belangrijkste aspect van onderwijs voorbijkomen. Leerlingen, het zijn er duizenden, met ieder hun eigen leerlingkenmerken, persoonlijkheidsinvloeden, achtergrond. Al deze leerlingen volgen onderwijs. De één is slim, de ander moet meer moeite doen om hogerop te komen. Leerling A hoeft geen huiswerk te doen en haalt daarmee allemaal negens en tienen, leerling B moet naast alle huiswerk waar hij moeite mee heeft ook nog eens leren omgaan met een vorm van psychopathologie.

Effectief onderwijs. Of het nu digitaal is of niet, of we nu wel of geen tekstboeken gebruiken, voorlopig is één van de meest belangrijke vragen bij mijn weten nog steeds onbeantwoord: hoe creëren we voor ieder kind met zijn of haar individuele kenmerken een zo geschikt mogelijke leeromgeving?

Zondag 23 November 2008 Geen reacties

Einddatum

Ik kreeg een brief, van mijn pensioenboer. Er stond een contractnummer in, een volgnummer, mijn burgerservicenummer, mijn geboortedatum, mijn geslacht, de aanvangsdatum, de mutatiedatum. En een einddatum: 2052.

Ik kreeg plotseling het gevoel weinig invloed uit te kunnen oefenen op het verloop van mijn eigen leven. De einddatum staarde me aan. Ik heb het gevoel nog amper van een 'begin' te kunnen spreken. De brief heb ik in één van de vele verhuisdozen gestopt die zich langzaam maar zeker aan het opstapelen zijn. Onderop. Ik kom 'm wel weer eens tegen. Misschien op zijn vroegst pas over een jaar of 40.

Dinsdag 11 November 2008 Geen reacties

Vriendje

Voor deze autist was de oplossing eenvoudig. Het leven moest simpeler, en ons taalgebruik maakte het hem niet makkelijk. Hij pakte de Dikke van Dale, en ging schrappen. Alle dingen die voor een autist verwarrend zijn moesten weg: woorden met een dubbele betekenis, dubbele woorden voor één betekenis. Voor het woord 'school' liet hij de betekenis 'groep vissen' staan, 'school' als gebouw en/of instituut werd geschrapt. Van de woorden 'huilen' en 'wenen' mocht er slechts één overeind blijven, hij koos voor wenen. Toen hij besefte dat wenen gebruikt kon worden als 'de stad Wenen', besloot hij een voorstel te schrijven aan Van Dale: 'Wenen' moest voortaan aangeduid gaan worden met 'Wien', zodat wenen als fysieke respons op bijvoorbeeld negatieve stimuli kon blijven staan.

Toen Ina dit vertelde moest de zaal lachen. Deze man was op zijn manier bezig zijn leven te vereenvoudigen, en deed dat op een voor hem zeer logische manier. De Nederlandse taal was duizelingwekkend complex, en hij vond dat 'wij' de niet-autisten voor een deel verantwoordelijk waren voor deze complexiteit. 'Wij' kunnen ons niet voorstellen dat het voor autisten (want hij is niet de enige) veel meer moeite en energie kost woorden, zinnen en verhalen te begrijpen simpelweg omdat sommige woorden niet eenduidig zijn.

Afgelopen week hielp ik J., een jongen met Asperger, met zijn huiswerk. Hij stelde me een paar vragen. Wat ik voor websites maak, en waar ik op dit moment aan werkte. Ik vertelde hem over de website die ik nog maar net had afgerond, en hij was onder de indruk. "Hoe kom je aan zo'n grote opdracht?", vroeg hij mij. Ik vertelde hem dat mijn vriend, die voor die organisatie werkt, mij had aangedragen, waarna ik de opdracht had gekregen.

"Je vriend of je vriendje?", vroeg J. aan mij. Zonder er bij na te denken zei ik 'vriend'. Iemand die dertig jaar oud is, waar je al ruim twee jaar mee samen bent en die bovendien 1.97m lang is kun je geen 'vriendje' noemen. "Oh", zei J., "dus je hebt geen vriendje".

Ik moet even stil gevallen zijn om dit tot me door te laten dringen. Ik dacht terug aan de anekdote van Ina op het autismecongres. "Oh!", zei ik. "Nee, ik bedoel natuurlijk mijn vriendje". "Oké", zei J., en ik vroeg hem of hij de zijde van een driehoek kon berekenen met behulp van de stelling van Pythagoras. Tegelijkertijd knoopte ik tussen mijn oren dat voor 'ons', de niet-autisten, nauwelijks een inhoudelijk verschil bestaat tussen 'mijn vriend' en 'mijn vriendje'. Hooguit geeft het een subtiele nuance aan die is gerelateerd aan leeftijd, fysieke lengte en/of lengte van de relatie. Voor J. was dit echter anders. In zijn nabijheid heb ik een vriendje, en zal mijn vriend een heel stuk aan lichaamslengte verliezen.

Maandag 03 November 2008 Geen reacties

Maarten

"De juwelier daar draagt jouw achternaam", reageerde ik bij Maarten. In 2005, drie jaar geleden. De tijd gaat hard. Later bleek dat de juwelier waar ik vaak langs was gelopen en soms naar binnen was gegaan niet zomaar de achternaam van Maarten droeg. Dat hij de ontdekking wel toevallig deed in combinatie met zijn bezoekje aan Maassluis. Wie komt nu 'zomaar' in Maassluis terecht. Maarten in ieder geval niet. Weer later bleek dat mijn fantasie over dit feit op hol is geslagen, en Maarten tóch toevallig in Maassluis kwam. Ach, wat wil je, na vele jaren bloggen vervaagt de grens tussen feit en fictie.

De tijd gaat hard, en niet alleen in weblogland. Het laatste jaar van mijn studie alweer. Plannen om te reizen. Maar ook tijd om uit Maassluis te vertrekken. Wonen in Rotterdam, de stad aan de Maas, de Maas die als uitloper de Nieuwe Waterweg heeft, de Waterweg met zijn bootjes en wandelaars, met water dat voorkomt in het liedje "Maassluis, mijn thuis aan de Waterweg". Ja, echt, Maassluis heeft een liedje.

"Blijf je nog wel een beetje webloggen?", vroeg Maarten me vanavond. Ik reageerde van "nah". Maar omdat Maarten Maarten is (en we elkanders weblog blijkbaar al meer dan drie jaar lezen, dat kan ik toch niet van iedereen zeggen) mocht hij een beetje tegen me zeuren. Dat ik moest bloggen. Desnoods een foto'tje moest plaatsen. Zelfs als dat foto'tje niet recent gemaakt was. Ik reageerde weer van "nah". Maar Maarten hield niet op.

Sint Maarten (de liedjes die ik zou gaan zingen, welja), mijn meest recente leuke post uit de brievenbus (drie shirtjes plus een sjaaltje van de H&M), het eten van vanavond (erwtensoep), een stukje over 'in de trein', een omschrijving van de mist van deze ochtend. Maarten is een kei in het schrijven van stukjes over 'alledag'. Hij moet zijn domeinnaam zorgvuldig gekozen hebben. En hoewel geen van zijn ideeën is uitgewerkt op mijn weblog heeft hij me na twee weken toch weer aan het bloggen gekregen. Waarvoor dank, Maarten. Het zal dat stukje Maassluis, maar ook onze wederzijdse bewondering voor Rotterdam zijn die me aan het schrijven hebben gekregen.

Vrijdag 24 Oktober 2008 Geen reacties

Dit is psychologie

U vraagt zich dat natuurlijk af. Wat ik zoal moet doen om psycholoog te kunnen worden. U weet natuurlijk al dat wij psychologiestudenten aan grondige introspectie doen. Dat we, als we al niet gek zijn, wel gek worden van deze studie. U weet dat wij oefenen met rode sofa's, en het liggen daarop. U heeft het vermoeden dat wij een poging doen het 'menselijk gedrag', aangestuurd door de neuronale netwerken onder onze schedel, te begrijpen en te analyseren. Verder bent u ervan overtuigd dat wij urenlange praatsessies doen met als leidraad het Oedipus- of Electracomplex.

Ik kan u zeggen: van dat beeld klopt helemaal niets. Wij zitten namelijk hele dagen achter de computer om essentiële psychologische vaardigheden te leren, zoals werken met Flash. Echt waar. Ik heb gisteren, na een dagje oefenen, dit resultaat weten te boeken. Ik ben trots. En voor eens in uw leven mag u ook psycholoog zijn. Wat zegt deze prachtige animatie over mij als persoon? Moet ik u er wel bij vertellen dat ik geen invloed had op 'het idee' van de animatie (lees: iedereen heeft een zon, drie wolken, drie schapen en twee molens gemaakt), maar uiteraard wel op de uitwerking daarvan. Roept u maar!

Noot 1: Zet uw geluid aan en klik op de schaapjes.
Noot 2: Vindt u het niet zielig dat die schaapjes in het water staan?

Noot 3: Download Flash, indien nodig.
Noot 4: U weet nu meteen waarom ik zo stil ben, de laatste tijd.


Vrijdag 10 Oktober 2008 Geen reacties

Tevergeefs

Ruim 4,5 jaar terug opende ik een weblog. Een kleine community zei “hallo”, en ik schreef “hoi” terug. Ik had geen idee wat een weblog was, maar verveelde me en was nieuwsgierig. Ik blogde wat, kreeg daar vaak verfrissend commentaar op, en werd zonder het volledig te beseffen een slaaf van mijn eigen weblog. Bij alles wat ik zag of hoorde dacht ik: leuk voor mijn weblog! Ik rustte niet voordat ik het gebeuren in een verhaal had verwoord. En dan te bedenken dat ik schrijven tot die tijd nooit leuk had gevonden.

Het bloggen in een kleine community maakte de verslaving erger: trouw las iedereen elkaars epistels, en we leefden met elkaar mee. Er werden mooie dingen beleefd: zwangerschappen (waarbij we massaal probeerden te raden wat het geslacht van de toekomstige peuter zou zijn), verjaardagen (standaard honderd felicitaties), geslaagde sollicitaties. Ik was positief verrast toen ik ontdekte dat mensen elkaar via deze weblogs aardig waren gaan vinden. Dat de weblogs een basis waren voor 'echte' vriendschappen, en soms zelfs ware liefde. Mijn eerste digitale trouwerij was een feest: ik snelde na mijn verplichtingen naar huis om de foto's van het getrouwde paar te zien. Ik was jaloers op de mensen die de trouwerij zelfs hadden bijgewoond.

De basis van het besef dat achter de pixels op mijn scherm 'echte mensen' zaten was snel gelegd. Ik had immers foto's gezien. De echte klap kwam een tijdje daarna: een van de meest zachtaardige vrouwen die binnen de community schreef had kanker, ging dood. Ik heb verdwaasd naar mijn scherm zitten kijken, omdat ik het niet kon geloven. Het weblog stopte weken later met leven, de persoon daarachter ook. De community rouwde, en ik had mijn eerste digitale verlies te pakken. 

Het was een begin. Er verdwenen meer mensen uit weblogland: sommigen met een halfslachtig afscheidsberichtje ('mijn echte leven gaat nu even voor'), een volgende vertelde ziek te zijn, sommige weblogs bleven gewoon stil. Dat laatste blijft me vaak achtervolgen. Nog steeds denk ik wel eens: 'wat is er van Nienke terechtgekomen?'. Nienke, een meisje dat in groep 2 plotseling uit mijn kleuterklas werd gehaald, geen afscheid nam, er ineens niet meer was. Zoals ik nog wel eens aan haar denk tik ik ook nog wel eens de URL in van dat ene leuke weblog dat opeens ophield te bestaan.

In ieder geval. Ik wilde hier iets mee zeggen. Ik kan niet precies uitleggen wat. Misschien wel gewoon dat ik soms het gevoel heb u te kennen. Dat u misschien ook denkt mij te kennen. Dat ik afgelopen week ontroerd was toen een medeblogster jarig was die, zoals ze zelf zegt, in haar 'reservetijd' zit, omdat ze met al haar humor en levenskracht sterker is dan haar vreselijke ziekte. Dat ik hoop dat u nooit uw weblog zomaar achterlaat. Omdat ik dan jaren later nog steeds de URL van uw weblog in moet typen. Tevergeefs.

Dinsdag 30 September 2008 Geen reacties

Lezen #2

lezen met schaduw

[Als mens houd ik van lezende mensen. Als fotograaf houd ik van lezende mensen die zonder het te weten de perfecte muurschaduw creëren.]

Vrijdag 26 September 2008 Geen reacties

Een echte

Wijdbeens en onderuitgezakt zit hij op een houten stoeltje voor zijn huis. Een zwarte kniebroek, afgetrapte gymschoenen, een zwart t-shirt. Het t-shirt is te klein voor zijn buik, of de omvang van zijn buik te groot voor het t-shirt, want van onder de rand probeert een flink stuk vlees wat van de zachte septemberzon op te vangen. Zijn rode gezicht wordt gesierd door gezellige bolle wangen en een zwarte alpinopet. Genietend kijkt hij om zich heen, het flesje Heineken in zijn rechterhand is nog halfvol.

Ik loop langs, bekijk de man, en besef dat ik denk: dat is een echte. Nu, een paar uur later, weet ik nog steeds niet wat 'een echte' dan precies is.

Vrijdag 26 September 2008 Geen reacties

De wet van vraag en aanbod

Om 11:44, een advertentie:

ik heeft een kamer te huur voor een dame nat niet zo belangrijk en leeftijd ook niet bij een alleeen staande man van 61 jr met een herderhond woon ik samen hij is per heden vrij maar ik ben wel een naturist en zoek ook zo dame als je dat wil mail maar

Het te betalen bedrag (per maand) is 350,-.

Om 17:17, de tweede advertentie:

ik heeft nog een een slaapkamer te huur maar die moet je delen met een alleenstaande man van 61 jr met een herderhond woon ik samen maar het is mij slaapkamer en ik zoek iemand boven de 35 jr tot 59 en er staat ook een tv dan kan je er naar kijken maar ik ben een ruimdenkend voor meer info mail maar

Het te betalen bedrag is 200,-.

Zondag 14 September 2008 Geen reacties

Geknakt

We renden allebei naar de gesptreepte latten die net naar beneden gingen. Te laat. Twee treinen kruisten elkaar, waardoor de slagbomen te laat weer openden. Ik deed nog een poging een bescheiden sprintje te trekken terwijl ik achter me hoorde roepen: "Ja, rennen, houd de trein tegen voor oma!", maar het was te laat. De trein was vertrokken.

"Gelukkig ben ik een optimist", begon de vrouw die zichzelf oma had genoemd. Een minuut geleden hadden we bij de slagbomen al geconstateerd dat we beiden lafaards waren: een meisje voor ons had gewoon de slagbomen omhoog geduwd, en had de door ons begeerde trein wél gehaald. Ik draaide me om, en toen ik haar aankeek kregen we beiden de slappe lach. Het was uiteraard helemaal niet grappig.

Toen we beiden de tranen uit ons gezicht hadden geveegd legde de vrouw een hand op mijn arm. Als iemand een hand op je arm legt (of je op een andere subtiele wijze aanraakt) krijgt hij of zij meer van je gedaan. Deze vrouw had me ook zonder hand op mijn arm van alles mogen vragen: ze was beeldschoon, met een hartvormig gezicht, een bijzondere niet te benoemen vorm ogen van lichtgroene kleur. Haar lange blonde haren omsierden haar al oudere gezicht, en haar sierlijke houding werd benadrukt door de lange jurk die ze droeg.

"Mag ik je wat vragen?", vroeg ze. Of ik haar kon uitleggen hoe ze een kaartje kon kopen. Hulpeloos gebaarde ze in de richting van twee gele kaartautomaten. Ik grinnikte, want ik had wel jongere mensen met deze moderniteiten geholpen, en vroeg wat ze wilde weten. "Ja, ik ben dan wel oud, maar niet gek hoor, maar ik dacht, als ik het nu vraag en niet in de winter als het koud is, of regent, en niemand me wil helpen, nou ja, het is zo vervelend als er straks allemaal mensen achter me staan te wachten, terwijl ik sta te tobben he...", legde ze uit.

Terwijl ik haar geduldig uitlegde wat alle opties op het scherm te betekenen hadden, begon ze te vertellen. Over het meisje dat ze dertien jaar lang in huis had gehad, en dat het meisje alles voor de vrouw had gedaan, die de stad waar ze net naar was verhuisd nog niet kende. Hoe afhankelijk ze zonder het in eerste instantie te beseffen was geworden, en hoe het meisje haar letterlijk van de ene op de andere dag had laten vallen: ze was het huis van de vrouw uitgelopen, en nooit meer teruggekeerd. "Op dat moment wist ik nog niet eens waar het politiebureau of het postkantoor was", zei de vrouw.

Ze kreen tranen in haar ogen toen ze verder vertelde. "Het heeft me geknakt", en ze wees naar de zijkant van haar hoofd. Haar dokter had hoge bloeddruk gesignaleerd, en haar verteld dat de geest het lichaam ziek kan maken. "Ik snap er niets van, ik ben nu helemaal alleen, hoe kan iemand zoiets doen?", en mijn hart brak om het verdriet van deze vrouw. Het verdriet dat ze had om het meisje maakte haar hoofd zo vol dat 'eenvoudige' handelingen een enorme last voor haar leken. Zoals het kopen van een treinkaartje.

Uiteindelijk was het tijd om te gaan. "Kom, we gaan deze trein wél proberen te halen", knipoogde ik naar haar. "Je bent een schat", zei de vrouw, en ze legde weer haar hand op mijn arm. "U ook", zei ik tegen de vrouw die ik slechts 15 minuten geleden had leren kennen, maar waarmee ik al had gelachen en gehuild.

Donderdag 11 September 2008 Geen reacties

Spelletjes

In een roze auto rijd ik over de weg. Hard, steeds harder, en op bepaalde punten gaat het gaspedaal écht ver naar beneden. In de bochten houd ik niet in; sterker, zodra het kan rijd ik een rode, groene en grote blauwe auto in hoog tempo voorbij. Het eindpunt komt in zicht, ik schiet nog wat vuurpijlen op mijn tegenstanders af, en rijd als eerste over de finish. Ik juich, mijn persoonlijk record van 4:53 is verbroken.

Op momenten dat ik SuperTuxKart niet wil opstarten (het blijft nooit bij één race) moet ik het doen met een standaard schaakspel op de Mac, of de gedownloade spelletjes Lines en Quinn. Schaken heb ik nooit geleerd, de andere twee spellen kunnen mijn aandacht nooit lang vasthouden, en dus start ik toch SupertuxKart weer op. Om een kwartier later te willen googelen naar een ander racespel (ik krijg de laatste challenge niet uitgespeeld), maar nee, ik kan niet nog een verslaving gebruiken.

Vanmiddag zou ik ook spelletjes gaan spelen, dit keer niet op een computer, maar op een Wii. J. en ik zouden op deze manier kennis maken met elkaar, iets dat moeizamer zou kunnen verlopen dan met een andere jongen van dezelfde leeftijd, omdat J. Asperger heeft. Toen ik zijn kamer binnenliep zat hij al klaar, en had hij bedacht dat wij gingen brawlen. Ik had nog nooit van Brawl gehoord, maar ik dacht dat het geen kwaad kon. Ik met mijn ervaring met een roze auto en een paarse pinguin (ze heet Penny) zou ook wel kunnen brawlen. Dacht ik.

"Kijk, hier zit de Z., en hier zit de B., en hiermee kun je naar links en naar rechts, maar als je wilt aanvallen kun je met die andere ook naar links en naar rechts en dan op de B., dat is dan een aanval. Oh, en je hebt ook nog A., daarmee kun je items pakken, en zo, nee, zo, probeer maar, nee, zó! Ja, dat lijkt ergens op, nu op de D!, en met de Z. kun je jezelf beschermen."

Verward keek ik naar de twee witte dingen waarmee ik eerder eens voor de gein had gebowld. Bowlen in het echt kan ik niet, maar bowlen op een Wii ging fantastisch. Arm naar achteren, arm naar voren, een knop ingedrukt, en loslaten betekende dat de bal ging rollen. Na twee keer verliezen ging ik winnen, en hoewel ik ook op de Wii geen eerste werd eindigde ik niet net als op een echte bowlingbaan onderaan de ranglijst. Zoals ik al zei: fantastisch.

Maar dit! Agressieve poppetjes, gelikte platforms, vechten, speciale items pakken en dan watch the attack! horen. Waarna ik meestal werd geroosterd (dan had ik zelf dat item maar moeten pakken) en verwoed op Z. drukte (te laat), en op B., om een tegenaanval te doen, ook te laat. Er was geen simpel abc te ontdekken op de twee controllers, en tegen de tijd dat ik had uitgevonden waar de B. zich bevond (rechts) was ik al dood, verloren, verslagen.

Uiteindelijk heb ik het opgegeven. Of eigenlijk gaf J. het op, die aangaf liever online te gaan spelen dan tegen mij. Ik had me beledigd kunnen voelen, maar ik gaf hem groot gelijk: zelfs van zijn online tegenspelers won hij met groot gemak. Terwijl ik het kwartier daarna toe zat te kijken hoe hij het ene na het andere karakter met blote vuisten aanviel bedacht ik me dat mijn eerste contact met J. misschien toch goed was verlopen.

Dinsdag 09 September 2008 Geen reacties

Depers

Een citaat uit een boek:

"Een volwassen lezer die nog nooit het woord gemelijkheid heeft gezien (of gehoord) zal -lijk en -heid onmiddelijk als eenheid herkennen en omzetten in de bijbehorende klankclusters. Het segment ge- kan daarentegen een probleem geven omdat het, in tegenstelling tot de veel vaker voorkomende, onbeklemtoonde versie (zoals in geval, gebruik, etc.), om de uitzonderlijke beklemtoonde versie en dus de lange /ee/-klank gaat. Hij zal dus waarschijnlijk twee keer moeten kijken voor hij de juiste uitspraak te pakken heeft: zijn aangeleerde associatie werkt in dit geval niet. Een ander voorbeeld is het woord bommelding dat meninge stripliefhebber het eerst aan 'heer van stand' doet denken."

In deze alinea gaat het om mensen die leren lezen, waarbij chunking, het combineren van frequent gelezen lettercombinaties ervoor zorgt dat een mens steeds sneller en efficiënter zal gaan lezen. Uiteraard spelen hier persoonlijke (lees)ervaringen een grote rol, zoals wordt aangegeven met het voorbeeld van 'bommelding'.

In mijn geval, als ik de URL www.depers.nl zie, lees ik negen van de tien keer: www.deepers.nl, dus met de klemtoon op de eerste 'e'. Een foutje, want de 'chunks' in mijn hoofd zouden de letters 'de' (al sinds de eerste zin die ik leerde, namelijk 'de vis in de kom') moeten herkennen als 'de' met een 'stomme e'. Maar nee: in plaats daarvan zorgt mijn zorgvuldig gesponnen neurale netwerk ervoor dat ik in dit enkele geval iedere keer denk: 'wat is een deper?' Vervolgens kan datzelfde neurale netwerk niet bedenken waar of wanneer ik deze associatie heb aangeleerd.

Van Dale weet het gelukkig wel: via de zoekterm 'deper' word ik doorverwezen naar de pagina 'depersonalisatie', alwaar mij wordt verteld dat dit een 'stoonis in het besef van de eigen ik' is. Goed, weet ik dat ook weer.

Zondag 07 September 2008 Geen reacties

Heimwee naar pepernoten #2

Ik ben een van de eersten die dit jaar op haar weblog gaat schrijven over pepernoten. Ik zeg 'een van de eersten' omdat het begin september al niet meer zeker is dat nog geen andere weblogger de klaagzang 'sinterklaas komt steeds vroeger in de winkels!' heeft neergepend. Die winkels hebben werkelijk geen idee wat ze ieder jaar weer op gang brengen in de Nederlandse blogosfeer.

Afijn, ik wil hier liever geen klaagzang aan u opdringen (laat het me weten zodra u dat heeft gedaan, dan kom ik lezen en heftig met u meeknikken), nee, eerder wil ik een soort mededeling doen, een poging om voor mezelf tastbaar te maken dat het ooit echt gaat gebeuren.

Alweer bijna drie jaar terug omschreef ik mijn 'heimwee naar pepernoten', of eigenlijk het gemis van een vriendin die aan de andere kant van de planeet woont. Het gemis is er nog steeds. Onze gespreken gaan, zelfs drie jaar later, nog altijd zo:

"Juli!"
"Roos!"
"Hoe gaat het?"
"Goed! Met jou? Ik mis je, vriendin! Wanneer kom je naar Argentinië?"
"Zodra het kan. Wanneer kom jij naar Nederland?"
"Zodra ik de loterij heb gewonnen, haha", waarmee zij dan verwijst naar onze afspraak een ticket naar Argentinië danwel Nederland te kopen zodra een van ons een paar duizend euro wint.

Ook gisteren hadden we weer zo'n gesprek. In het Nederlands, want Juli is vastbesloten de rest van haar leven de woorden die ze hier ooit leerde te onthouden, hoe onbegrijpelijk ik dat ook vind gezien het feit dat ze zelf een veel mooiere taal spreekt.

Dit keer ging ons gesprek echter iets anders.
"Juli!"
"Roos! Ik mis je! Wanneer kom je hier?"
"Misschien wel eind volgend jaar, Juli!"
"Echt? Ja? Je bent altijd uitgenoudig! Ups, hoe schrijf je dat?"
Waarna het gesprek overging in een discussie over hoe 'uitgenodigd' geschreven moet worden. Ik moest lachen toen ik besefte dat 'ups' stond voor 'oeps'.

In ieder geval is het eerste woord eruit, en durf ik na het vrij soepel behalen van mijn bachelordiploma - waarmee het vertrouwen is gegroeid dat ook het masterdiploma geen problemen zal opleveren - plannen te maken voor de tijd na mijn studie. Het wordt verdorie tijd dat ik eens meemaak hoe het is om pepernoten te eten in een land waar het in december tropisch warm is...

Donderdag 04 September 2008 Geen reacties

Soyrosawallpaper

Altijd al een echte Soyrosawallpaper willen hebben? Download 'm hier!

Ik hoop dat u kunt waarderen dat ik de kleur van de wallpaper heb aangepast aan het weer.

Dinsdag 02 September 2008 Geen reacties

RSS

Mijn RSS-feed doet raar. Maar hoe vertel ik dat aan de mensen die daar last van hebben? Zij ontvangen deze update immers niet. In ieder geval, mocht u een andere RSS-feed in uw reader hebben staan dan deze (http://soyrosa.nl/blog/atom), raad ik u aan dit aan te passen. Of niet natuurlijk, scheelt u weer wat leeswerk.

Zondag 31 Augustus 2008 Geen reacties

Lezen

Lezen

[Traditiegetrouw maak ik op vakantie foto's van lezende mensen, eerder bijvoorbeeld deze. Wegens omstandigheden (1,2) kwam ik niet eerder toe aan het bewerken van foto's. Vandaar nu, want beter laat dan nooit.]

Donderdag 28 Augustus 2008 Geen reacties

Eierboer

Eierboeren zijn enge mannen. Degene die nu niet meer aan de deur komt wegens hartproblemen ook. Onaangenaam gezicht, klein (dat zijn de ergste), en altijd proberen een praatje te maken dat meestal net teveel tijd in beslag neemt. Zeker omdat het vaak over zijn eigen kwaaltjes gaat, en jij snel weer terug naar de tv wilt, je zit immers niet te wachten op zijn verhalen. Hoe vervelend het allemaal ook is voor de man, je kunt hem niet vergeven dat hij altijd net iets te glad in zijn opmerkingen en complimenten is. Kippenvel krijg je van hem. Brrr.

Ongeveer een kwartier geleden belt een vervanger van bovenstaande eierboer aan. De afgelopen tijd werden vele vervangers weer vervangen, en ik heb geen idee hoe lang deze het uit zal houden. Ik overhandig hem de lege doos eieren, hij geeft mij een gevulde terug, waarop ik hem betaal. En dan gebeurt het.

"Fijne vakantie gehad?", vraagt de man.
"Ja hoor", antwoord ik zo beleefd mogelijk, maar op niet al te uitnodigende wijze.
"Mooi! Je ziet er weer gelukkig uit!", antwoordt de man.

Ik doe de deur dicht, en schud mijn hoofd. De man en ik hebben elkaar nog nooit gezien, van 'weer' is dus absoluut geen sprake. Het feit dat de oude eierboer naast hem in de auto zit doet vrezen dat de twee uit hetzelfde eierboerenhout zijn gesneden.

Donderdag 28 Augustus 2008 Geen reacties

Verliefd

Ik ben een naïeve, domme vrouw die niets van computers snapt. Toen op mijn beeldscherm strepen verschenen heb ik dus niets gedaan. Ik heb niet gekeken of de instellingen van mijn monitor gereset/aangepast konden worden, ik heb niet gekeken of de videokaart kapot was door mijn monitor op de videokaart op mijn moederbord aan te sluiten, ik heb niet gezocht naar beschikbare drives en firmware. Dat ik misschien voor vier tientjes een nieuwe videokaart zou kunnen kopen of voor iets meer geld een nieuwe monitor (welke uiteindelijk inderdaad zélf de problemen bleek te veroorzaken) is al helemaal niet in mij opgekomen.

Nee, in plaats daarvan heb ik gewoon een nieuwe computer gekocht. Een iMac, die er zo uitziet en dit allemaal (2,66-GHz Intel Core 2 Duo) in huis heeft. En hoewel ik als naïeve domme vrouw niet snap wat dat allemaal betekent zit ik al een dag of drie onafgebroken naar dit mooie apparaat te staren. Een foto van 9MB openen doet-ie zonder morren, RAW converteren naar JPG duurt nog maar twee seconden in plaats van een halve minuut, en de hoge eisen die ik soms stel (ik open het liefst tien zware programma's tegelijk die elkaar vervolgens niet in de weg mogen zitten) zijn voor dit prestatiewonder geen enkel probleem.

Ik ben verliefd.

Maandag 25 Augustus 2008 Geen reacties

Vrouwen en eten

Mijn oma zit in zo'n verzorgingstehuis waarvan je hoopt dat jij, je ouders, of je grootouders er nooit in terecht zullen komen. Of je partner, want mijn hart breekt wanneer gezonde wederhelften bij hun minder gezonde wederhelft 'op de koffie' komen. Allemachtig, die mensen hebben soms meer dan zestig jaar met elkaar in één huis geleefd.

Maar, mijn oma zit daar. En omdat ze alleen lichamelijk mankerende is, is een gezellig gesprek nog altijd mogelijk. Zeker nadat eerst het antwoord op de vraag hoe het gaat is uitgesproken. Dat is altijd zoiets als "het moet kind, het moet".

Zo kwam het vandaag op eten. Mijn oma had een lekkere kop soep op, en verzuchtte hoe heerlijk hartig dat was. Ik vertelde haar over mijn eigen obsessie met hartig voedsel de afgelopen week. Bloemkool, soep, aardappeltjes met appelmoes... Veel pittiger kon mijn maag niet aan, en zelfs dit vet-, kruiden- en zoutarme voedsel deed mijn maag nog morren. Dus kon ik op een dag aan niets anders meer denken dan knakworstjes, en denk ik al een week lang verlangend aan een broodje frikandel met mayo en ketchup. De knakworstjes heb ik al op, ik moet nog even wachten tot mijn maag een frikandel aankan.

"Het is ook iets hormonaals, denk ik", zei ik tegen oma. "Vrouwen hebben dat veel meer dan mannen, zomaar ergens trek in hebben". Mijn oma knikte. Ineens lachte ze. "Als ik zwanger was wilde ik altijd van die hele zure augurken. En afgelopen week had ik zomaar trek in zure haring!" Helaas had mijn oma per ongeluk een groene haring gekregen, en was haar trek in deze zure haring nog niet verminderd. Ik herkende het gevoel, en had met haar te doen.

Even later breng ik mijn oma naar haar kamer. Onderweg loop ik langs de 'huiskamer', waar een zuster aan een vrouw vraagt wat ze vanavond wil eten. Een bruine boterham, maar met wat erop? "We hebben kaas, worst, of iets zoets", zegt de zuster. Even is het stil. "Oh", zegt de vrouw, "jeetje, eigenlijk heb ik trek in alles!" Ze giechelt, en de zuster lacht met haar mee. Vrouwen en eten, dat hoeven wij niet aan elkaar uit te leggen.

Donderdag 21 Augustus 2008 Geen reacties

TIH

Geen idee of een niet opgegeten boterham om kwart over drie 's middags een symptoom is van een maag die al sinds woensdagavond ziek is, of dat de gevormde letters een symptoom zijn van een ernstiger mentaal-cognitieve aandoening. Hoewel het nu wel eens over mag zijn hoop ik toch op het eerste.

tiH
Zondag 17 Augustus 2008 Geen reacties

12:34

"Tot de grote wijzer op de drie staat, Rose", zei mijn moeder dan. Een kwartier tot twintig minuten mocht ik nog lezen voor het slapengaan. Meestal werd dat een half uur en schrok ik, verdiept als ik was in mijn boek, op van de voetstappen van mijn moeder op de trap. De wijzer stond dan op de zes, of erger, bijna op de negen.

's Nachts werd ik vaak wakker. Er is een tijd geweest dat ik bijna iedere nacht rond half één wakker werd. Groot was mijn vreugde als de rode ledjes op mijn digitale wekker dan 12:34 aangaven. Mooier kon niet, die opeenvolging van cijfers. Soms werd ik iets vroeger wakker, en lag ik te wachten tot de tijd van 12:33 naar 12:34 versprong. Eerder kon ik mijn ogen niet dichtdoen.

Tegenwoordig slaap ik zelden voor 12:34, en zie ik geen mooie cijferreeksen meer 's nachts. Een enkele keer 03:03, maar veel spannender wordt het niet. Op dit moment geeft de wekker 12:21 aan. Ik heb tussen 12:03 en 12:15 liggen kijken hoe de cijfers steeds een stukje versprongen, en besloot om 12:16 dit stukje te gaan schrijven. Ik heb het koud, de lakens doen pijn op mijn huid, en mijn buik schreeuwt moord en brand van de steken die het voelt.

12:24. Ik ga voor het eerst sinds tijden weer eens beleven dat ik op bed lig en de wekker op 12:34 zie springen.

Vrijdag 15 Augustus 2008 Geen reacties

Gesprek zonder woorden

Tegenover mij in de trein zit een wat oudere vrouw in een wijde en rafelende jurk te borduren. De trein wordt op temperatuur gehouden met een zeer goed werkende airco. Waar wij in Nederland tegenwoordig halfliterflessen meedragen naar ons werk en onze studie, dragen de bewoners hier (anderhalf)literflessen mee. Broodnodig, want het is hier warm.

De vrouw borduurt een zonnebloem. Ik word rustig van het staren naar de gelijkmatige bewegingen die de vrouw maakt met haar naald en draden in zachte kleuren over het voorgeschilderde borduurdoek. Het is een soort schilderen op nummer, maar dan zonder de nummers en zonder de verf.

Ze kijkt op, ik vang haar blik. Ze glimlacht, ziet dat ik haar zit te bekijken. Ze houdt haar borduurwerk omhoog, ik maak haar met gebaren en gezichtsuitdrukkingen duidelijk dat ik het mooi vind. Vol trots haalt ze een borduurwerk uit haar tas dat al af is: een soort familie- of stadswapen. Een ander borduurwerk waar ze nog aan moet beginnen laat het portret van twee honden zien.

Zonder woorden voeren we een heel gesprek. Ik kijk naar buiten, in de hoop de zonnebloemvelden te zien die ik langs het spoor al eerder zag. Ik zou haar graag de velden willen wijzen, om het gesprek gaande te houden, maar waarschijnlijk zijn we er al voorbij. De vrouw pakt haar werkje weer op en borduurt verder. Ik kijk met haar mee.

Later laat ze mij en mijn reisgenoot even alleen. Ze vertrouwt ons haar bezittingen toe, maakt duidelijk dat wij er op moeten passen tot ze terug is. Wij doen dat, de eindbestemming zullen we pas een half uur later bereiken. Nog een paar minuten later praten we zonder woorden over de duidelijk onopgevoede jeugd die in een andere vierzit veel drukte maken. Ik kan ze niet verstaan, maar aan de blik van de vrouw te zien is het niet veel goeds wat daar besproken wordt.

Uiteindelijk bereiken we ons eindpunt, tevens het eindpunt van deze trein. Ik sta op, de vrouw stopt haar borduurwerk terug in haar linnen tas, en ik zwaai naar haar, bij wijze van afscheid. Dan hoor ik haar voor het eerst praten: goodbye, zegt ze zacht. Ik groet haar terug, en onze wegen scheiden zich in Boedapest.

[Waarmee niet TafelDertien, die heel dicht in de buurt zat, maar Cyriel er met een echte soyrosafoto vandoor gaat. Cyriel, als wij voortaan elkaars prijsvragen blijven winnen, zullen we dan gewoon eens per jaar afspreken om deze uit te wisselen? Want waar blijft mijn t. van V.? ;-)]


Zondag 10 Augustus 2008 Geen reacties

Ogenblik

Ik stapte uit de trein en keek recht in de blauwe ogen van een man met blond haar in een staart. Ik hou niet van blauwe ogen, maar mán, wat had deze man blauwe ogen. Ik hou ook niet van blond haar, maar dit haar bestond uit hele fijne krulletjes die samengebonden waren in een staart. En mán, wat hou ik van mannen met lang haar in een staart.

We keken elkaar aan. Het aankijken duurde heel lang. We keken en keken en keken en ik wilde blijven kijken. Maar mijn voet raakte de tegels van het perron, en ik voelde achter me de drukte van andere forensen die uit wilden stappen.

Ik liep naar voren, richting de trap, en de man en ik keken elkaar nog steeds aan. In een film zou dit een mooi moment op hebben kunnen leveren. De man zou opgestaan zijn om iets hartveroverends tegen me te zeggen. Ik zou zijn gestruikeld over zijn tas vol (hopelijk) waardeloze spullen, waarna hij mij in zijn armen op zou vangen en we elkaar nog langer in de ogen zouden kijken. Waarna de vonk over zou slaan. Een happy end, of juist het begin van een fantastisch romantisch verhaal dat in geen woorden te beschrijven zou zijn.

Maar helaas was het donderdagochtend, 8:34, en was ik gewoon op weg naar Zoetermeer. De forensen achter me liepen ineens naast me, toen voor me, en voerden mij mee naar de trap waar ik eigenlijk naar op weg was. Het oogcontact werd verbroken en dit blogje is het enige dat van het korte maar tegelijkertijd ook heel lange ogenblik over is gebleven.

Vrijdag 08 Augustus 2008 Geen reacties

Zomerstop

Voor de enkeling die na mijn hoge updatefrequentie (kuch) nog denkt dat het op soyrosa.nl een drukke boel zal zijn deze zomer de volgende mededeling: mijn weblog en ik hebben zomervakantie, en daar gaan wij samen volop van genieten.

iets met een camera

Tot snel!

[PS: de eerste persoon die (zonder voorkennis) in de reacties de naam van de Europese cultuurstad vermeldt waar ik het grootste deel van deze zomerstop zal doorbrengen (alleen uw eerste gok telt) krijgt van mij een foto naar keuze (wel of niet van deze vakantie) thuisgestuurd, formaat 30x40.]

Donderdag 31 Juli 2008 Geen reacties

Wat ik dacht te zien op televisie

Op de keukentafel ligt een bloemetjeskleed. Plastic, met oudroze bloemetjes op een groene achtergrond. De tafel is gedekt met twee borden van twee verschillende serviezen. In dit huis zijn al meerdere kopjes gebroken en verscheidene borden gesneuveld tijdens het afwassen. Aan de tafel zit een man. Grijs, oud, en bezig met het schillen van een appel. Naast zijn ontbijtbordje ligt een krant. Mopperend leest hij zijn vrouw, die bij het aanrecht de rest van het ontbijt staat voor te bereiden, voor wat er in de krant staat. De regering heeft net een nieuwe wet ingevoerd, een wet waar, volgens de mopperende man, niets van deugt.

De vrouw zucht, en haalt een fluitende theeketel van het gasfornuis. Het mopperen van de man stopt niet. Gedurende tien minuten passeren zijn ergernissen de revue in de vorm van een slechte regering, te hoge belastingen en een appel die niet sappig genoeg is. De vrouw zet een radio aan, een heel kleine buisradio zoals ze alleen nog in tweedehandswinkels te koop zijn. De ontvangst is slecht, door de muziek heen klinkt onvervalste ruis. Plots draait de vrouw aan de volumeknop. De in eerste instantie zachte tonen klinken luider uit de radio. Tegelijkertijd besluit de man zijn stem te verheffen: hetzelfde gemopper klinkt nu harder, precies boven de muziek uit.

“Stil!”, zegt de vrouw. Ze pakt de radio op, en draait nog een keer aan de volumeknop. Oud als de radio is kan hij niet harder dan hij al stond. “Stil!”, smeekt de vrouw nog een keer. De man moppert door. Het gaat nog steeds over de appel, waar geen positief woord over gezegd kan worden. Te muf, niet smakelijk. “Stil!”, roept de vrouw een laatste keer, maar de man houdt niet op. Het liedje op de radio is nog geen minuut bezig, maar de vrouw geeft het op. Met een droef gezicht zet ze de radio terug op het aanrecht, waarna ze hem uitzet. Ze haalt een broodplank van het aanrecht, pakt een brood uit de broodtrommel, en begint op de keukentafel boterhammen te snijden.

“Het was het liedje van onze Johanna”, zegt de vrouw. De man kijkt niet op of om, maar moppert nog steeds. Dit keer over de thee die nog steeds niet is ingeschonken. “Luister je wel?”, vraagt de vrouw. “Het liedje van onze Johanna!” Onverstoorbaar en immer mompelend slaat de man een pagina van zijn krant om. “Johanna!”, roept de vrouw nogmaals, nu harder. Eindelijk kijkt de man op. “Je snijdt te dikke plakken”, snauwt hij. Dan gebeurt het. Alsof het broodmes een eigen leven gaat leiden komt het recht in het hart van de man terecht. De krant glijdt op de grond, en het klokhuis van de appel valt op het plastic keukenkleed met de roze bloemetjes. Verslagen kijkt de vrouw naar haar hand en naar het mes tussen de ribben van haar man. Met tranen in haar ogen draait ze zich om naar haar oude radio. “Alles wat ik wilde was naar het lievelingsliedje van onze overleden dochter luisteren”, fluistert ze zacht.

Donderdag 24 Juli 2008 Geen reacties

Bachelor

Na wat moeite met het interpreteren van onderzoeksdesigns,een knipoog naar mijn soms langdradige maar enthousiaste schrijfstijl en met veel lof over mijn initiatief en zelfstandigheid kreeg ik uiteindelijk deze woorden binnen in de mail:

"Beste Rose, We hebben je scriptie beoordeeld en zijn op een 7.5 uitgekomen, ruim voldoende dus. Van harte gefeliciteerd!"

Binnenkort komt mijn naam te staan op een prachtig bachelordiploma.

Dinsdag 22 Juli 2008 Geen reacties

Andersombserveren

Er schijnen mensen mij te hebben geobserveerd. Meestal ben ik degene die mensen observeert. Ze keken hoe ik omhoog staarde, mijn camera richtte, en foto's maakte. Ze bleven stilstaan, sloegen hun armen over elkaar, en keken verrast en geboeid naar het object waar ze anders voorbij zouden zijn gelopen.

Als ik zelf mensen had geobserveerd zou ik hier een stukje hebben kunnen schrijven. Nu was ik slechts foto's aan het maken, minuten achter elkaar.

Ze bewogen, dus dit is slechts een van de vele foto's die ik maakte

[Rotterdam, voor Donner]


Maandag 21 Juli 2008 Geen reacties

Mooie neus

Mijn moeder en ik zitten na het inmiddels legendarische concert in een treincoupé, met twee mannen. Of nee, met wel meer mannen, maar deze twee trekken ieder op een heel eigen manier onze aandacht.

Eén man is knap, erg knap, mooi, lekker, aantrekkelijk. Woest aantrekkelijk. Hij heeft donkere grove wenkbrauwen, een donkere indianenhuid, en dik zwart haar dat met behulp van een elastiek in een klein staartje gebonden zit. Het elastiek haalt hij uit zijn haar, waardoor het los rond zijn gezicht valt en ik mijn ogen niet meer van hem af kan houden. Gelukkig leidt mijn moeder mij af door te klagen dat ik beter zicht heb op de indiaan dan zij, anders zou mijn gestaar vast en zeker zijn opgevallen.

De andere man is minder knap, groot, breed, en negerachtig. Hij draagt een trainingspak, gecombineerd met een beetje blingbling, maar net niet genoeg om in combinatie met zijn te lichte huidskleur voor een échte stoere neger door te kunnen gaan. Ik heb bij deze man minder de neiging tot staren, maar hij is erg goed in het trekken van aandacht. Dat doet hij door te praten.

"Jij hebt echt een mooie neus", zegt de negerpersoon. "Wat?!", zeg ik, en vol spijt glijden mijn ogen van de indiaan weg naar de neger. Ik hoor mijn moeder gniffelen. "Jij hebt echt een hele mooi neus", zegt de man nu met iets meer nadruk. Omdat ik nog steeds denk dat ik hem niet goed heb verstaan, vertelt mijn moeder dat hij zegt dat ik een mooie neus heb.

"Oh!", zei ik, terwijl ik verbaasd naar mijn neus grijp. "Nou, die neus heb ik van m'n moeder", reageer ik, "en m'n oma heeft ook dezelfde neus!", doe ik er een schepje bovenop. Aandacht krijgen van een man is leuk, maar van deze man hoef ik niet álle aandacht, waardoor ik probeer deze ook een beetje op mijn moeder af te schuiven. Dat lukt.

"Haar moeder?", reageert de negerachtige man, nu zelf verbaasd. Hij mompelt dat dat absoluut niet zichtbaar is, waarmee hij bedoelt dat ze er niet oud genoeg uitziet om de moeder van een twintiger te zijn. U moet weten, mijn moeder en ik lijken niet alleen wat betreft onze neuzen erg op elkaar, waardoor we soms voor zussen worden aangezien.

Als hij opstaat en afscheid van ons neemt is het alweer bijna tijd om uit de trein te stappen. Gelukkig stapt de indiaan samen met ons uit, zodat mijn moeder en ik nog even achter de knappe indiaan aan kunnen lopen. Maar daar blijft het bij. We komen er niet achter waar de indiaan woont, waardoor we hem niet zullen kunnen stalken. En nu heb ik dus noodgedwongen een logje moeten schrijven waain meer worden aan een gekke neger worden besteed dan aan een aantrekkelijke indiaan.

Twee dagen later denk ik nog steeds: 'Was die neger er maar niet geweest'. Bij iedere man die mij vanaf nu aankijkt zal ik twijfelen of hij naar mijn ogen kijkt of naar mijn neus. Laten we hopen dat de laatste groep niet ziet dat ik ongelijke neusvleugels heb.

Donderdag 10 Juli 2008 Geen reacties

Sparen

Het is vandaag 16 juli. Wie die nu denkt: "Nou en?" is oud, héél jong, of geen student (meer). Zestien juli is voor OV-studentenkaarthouders namelijk de dag waarop de OV-studentenkaart op vakantie gaat, met als gevolg dat arme studenten zicht diep in de schulden moeten steken om nog ergens te komen (de fiets staat immers met een lekke band ergens weg te roesten op straat, en geld om 'm te repareren hebben ze niet).

Overdreven natuurlijk, want ik beschouw mijzelf als een rijke student. Maar toch dacht en zei ik gisteren: "Als ik morgen de bus instap doe ik net alsof ik niet weet dat m'n jaarkaart niet geldig is, kijken of de chauffeur het doorheeft". Een kwestie van onbewust willen (?) leven zoals je eigen stereotype dat oplegt, moet u maar denken.

Maar helaas, zo brutaal ben ik niet. Ik stapte vanmiddag dus braaf met een roze strippenkaart de bus in, vergezeld met mijn OV-kaart, die deze maand nog wel dient als kortingbewijs. "Maar, die is toch niet geldig?", knikte de jonge buschauffeur richting mijn OV-kaart. "Nee, dat klopt, maar ik mag toch nu met een roze strippenkaart reizen?", antwoordde ik. "Ja, maar hij is niet geldig!", zei de buschauffer weer.

Ik moet heel verward gekeken hebben, want de buschauffer legde nog een keer uit dat de kaart nog niet niet geldig was. Ik had 'm verkeerd verstaan. "Oh!", zei ik. De jongen pakte mijn kaart, en begon deze grondig te bestuderen. "Nou, vandaag is de zestiende", zei ik tegen hem. Hij kleurde een beetje rood, terwijl ik niet eens lief naar hem lachte. "Oh, nou, normaal krijgen we dat door via een tekstberichtje!", zei hij.

Ik knipoogde, en zei: "Mij hoor je niet klagen, hoor!"
Hij knipoogde terug, nog steeds een beetje rood, en zei: "Ga maar zitten, dat heb ik de hele dag al toegestaan".

En zo heb ik in alle eerlijkheid toch weer wat geld weten te besparen zodat ik na de vakantie iets kan kopen. Een iMac, ofzo.

Donderdag 10 Juli 2008 Geen reacties

Doe Maar (wel)

[Op verzoek een gastbijdrage van mijn moeder. Uiteraard weer verzonden per postduif.]

Gisteren, na een lange winkeldag met vriendin, wat al niet meevalt op mijn leeftijd, met Rose op het station Rotterdam afgesproken om later het concert van Doe Maar 'nog een keer' bij te wonen. Slopende dag dus voor een oude(re) vrouw. Dit keer rond 17:15 op Stadhuisplein om een hapje te eten, dat ging dus goed. Even getwijfeld of het Mac Do ging worden, of toch maar een lekker satéschoteltje in ons, inmiddels, favoriete restaurantje. Snel voor het laatste gekozen, want de patat met hamburger van donderdagavond lag nog vers in ons geheugen. Het personeel in dit restaurant zijn rasechte Rotterdammers, wat borg staat voor een heel gezellige sfeer, wat nog benadrukt werd door muziek van Doe Maar op de achtergrond. We kwamen dus al helemaal in de stemming.

Na een heerlijke en betaalbare maaltijd richting de tram, maar iedereen wilde met de tram zo te zien. Maar… we hadden gelijk plek en binnen 10 minuten stonden we (weer) oog in oog met De Kuip, ook dit ging goed. Na een sms’je van manlief, die even 'belangstellend' informeerde of het dit keer wel ging gebeuren, op naar de kassa. Oh, als het nu maar wel goed ging met het scannen en even haperde de scanner bij het tweede ticket, maar ja hoor de caissière zei: “veel plezier bij het concert”. We waren binnen! Manlief even gerustgesteld dat hij deze avond wel echt rust zou hebben en kon ik me dus echt volledig overgeven aan mijn avondje met Ernst. Zo was iedereen tevreden.

Daar zaten we dan, Vak K – rij 15 – stoel 39 en 40. Rose en ik keken elkaar aan en moesten even grinniken dat we er nu toch echt zaten. Zelfs de zon kwam door en we konden ook nog even lekker genieten van de warmte die het stadion binnenkwam. Wat een mensenmassa is het toch in zo’n stadion en wat een bier! Overal om ons heen werd er heen en weer gelopen om maar zoveel mogelijk bier naar binnen te gieten. Er werd zelfs geblowd voor ons. We hebben anderhalf uur om ons heen zitten kijken en ons verwonderd over het soort mensen dat zich hier had verzameld in Rotterdam. Allemaal om Doe Maar in actie te zien en zo te zien om eens flink te zuipen.

Hè, hè, om 21:00 uur was het dan eindelijk zover, de ouwetjes kwamen op! Vanaf het eerste moment was het feest in De Kuip. Alles en iedereen galmde de liedjes mee en wat mij heel erg verbaasde was dat het allemaal mensen waren die vele malen jonger waren dan ik en ze kenden alle teksten uit hun hoofd! Mensen die in de Doe Maar tijd nog niet eens geboren, of net geboren waren. En ik maar denken dat Rose qua leeftijd op zou vallen en ik lekker tussen mijn leeftijdsgenoten zou zitten. Mis, het was andersom en ik voelde me dan ook echt flink oud, maar tegelijkertijd ook weer heel jong, mede door Ernst natuurlijk, wat een lekker ding is het toch…

Aan alles komt helaas een eind en zo ook aan deze Doe Maar (Ernst) avond. Moet je weer door die mensenmassa heen terug naar huis. Zoeken naar de tramhalte en snel die kant op, want de laatste trein naar huis moeten we wel halen. Mensen, mensen en nog eens mensen bij de tram, jekkes. Ik kijk om en zie een tram aankomen even nog een stapje harder dan maar. De tram stopt…vlak voor onze voeten, de deur gaat open, we stappen in en gaan zitten! Rose en ik kijken elkaar even aan, dit ging wel heel soepel zeg, zeker als je dan al die mensen ziet staan die misschien nog wel 5 trams moeten wachten! Jippie, het zit echt mee vanavond. In de trein naar huis genieten we nog na van de avond en stellen tevreden vast dat dit in alles ONZE avond is geweest en dat donderdag in alles NIET klopte. In de trein wordt onze pret nog veel groter en twijfelen we even of we de avond nog iets langer zullen laten duren, wordt vervolgd…

Donderdag 10 Juli 2008 Geen reacties

Doe Maar (niet)

Mijn moeder verlekkert zich graag aan Ernst Jansz, de voornaamste reden waarom wij samen naar Doe Maar zouden gaan. Zij om als een verliefde puber een onschuldige muzikant lastig te gaan vallen, en ik, zoals altijd sinds een jaar of tien, om de 'wijze' van het stel te zijn, en te zorgen dat ze zich zou gedragen.

Omdat mijn moeder hopeloos ouderwets is en niets van internet snapt (wanneer ze straks op dit weblog reageert heeft ze deze reactie per postduif laten bezorgen, waarna ik haar reactie zelf op mijn eigen weblog heb geplaatst) zou ik voor de kaartjes zorgen. Mijn moeder is namelijk ook al veel te oud om een nachtje voor de deur van het postkantoor te liggen, en zo'n nachtje op een harde grond heb ik voor haar obsessie niet over, dat snapt u.

In ieder geval zat ik op een zaterdagmorgen vanaf 10:00 (ik moest er verdomme nog m'n wekker voor zetten ook) achter de computer, te efvijfen. Na honderd keer efvijf, drie browsers open (ja, zelfs Internet Explorer kwam eraan te pas), en zevenennegentig keer vloeken kwam ik er eindelijk doorheen. Mijn moeder en ik hadden kaartjes voor Doe Maar in De Kuip! Kort daarna zou blijken dat er een tweede avond werd ingelast. Maar op het moment dat die avond werd in de verkoop ging had ik al een PDF met twee tickets in mijn mailbox bezorgd gekregen.

Omdat een vriendin van mijn moeder richting de Kuip zou rijden met de auto, besloten wij vanavond met haar meerijden. Stom, achteraf. Het verkeer stond vast, en hoewel we 2,5 uur hadden uitgetrokken voor een ritje van veertig minuten, kwamen we alsnog te laat aan. Terug zou makkelijker gaan, want met de tram en de trein zouden we met een uur weer thuis zijn. "Volgende keer ga ik gewoon weer met het OV", dacht ik nog.

We propten om half acht (Doe Maar zou om acht uur beginnen) nog snel een patatje en een hamburger naar binnen, waar we twintig euro voor neer moesten leggen. Ook dit hadden we anders gepland, maar door onze late aankomst was onze enige redding van een avondje muziek luisteren met een lege maag een van de patatkraampjes vlak voor de ingang van De Kuip. De hamburger was gelukkig lekker, maar ook op dat moment dacht ik: "Dit doe ik nooit meer".

Een uur en een kwartier na het eten van dat patatje waren mijn moeder en ik weer thuis. De slimmeriken onder u hebben nu berekend dat de reistijd van een uur die ik twee alinea's terug aankondigde precies een kwartier overlaat voor de mannen van Doe Maar om een spetterend concert te geven. Dat is kort, zelfs voor mannen die even oud of zelfs ouder zijn dan mijn moeder.

Afijn, bereidt u zich voor op een heerlijk moment vol leedvermaak: mijn moeder en ik zijn vanavond niet naar het concert geweest. Want hoewel wij kaartjes hadden gekocht voor de eerste avond, en het vanavond de eerste avond was waarop Doe Maar op zou treden, hadden we toch geen kaartjes voor vanavond. En reken maar dat mijn moeder en ik er het volle uur onderweg naar huis voor nodig hebben gehad om díe hersenkronkel te kunnen bevatten.

("Oh, u heeft kaartjes voor zaterdag", zei de vrouw achter de kassa, nadat ze twee keer tevergeefs had geprobeerd de barcode van onze tickets te scannen.)
(Zaterdag, dát was de eerste avond waarvoor kaartjes werden verkocht.)

(Nog steeds hebben we geen idee waar het in ons hoofd mis is gegaan.)
(Het personeel van de NS heeft flink om ons gelachen, waardoor ze extra behulpzaam waren.)
(Wat ook nodig was.)
(Gelukkig konden wij ook om onszelf lachen.)


Donderdag 10 Juli 2008 Geen reacties

Vrouwen, mannen

1.
Een groep vrouwen staat te wachten op de trein. Tien vrouwen van middelbare leeftijd, stuk voor stuk opgetut en klaar om de strijd - met elkaar, want wie ziet er het mooist uit vandaag? - aan te gaan. Een zak snoep gaat het kringetje rond. Eén voor één pakken de vrouwen een snoepje uit de zak. De laatste 'gelukkige' doet net of ze niets ziet. De eigenaresse van de zak snoep stoot haar aan - pak maar! De vrouw kijkt met een opgetrokken neus naar het zakje, bedankt vriendelijk, en trekt haar vermoedelijk vanmorgen gestreken shirtje nog een keertje glad.

2.
Een meisje stapt in de trein. Jong, hooguit een jaar of vijftien, peroxideblond haar, rode lippen, blozende wangen, zwaar opgemaakte wimpers en een zwart pak dat geraffineerd ter hoogte van de decolleté openstaat. Met haar neus in de lucht gaat ze zitten, en staart de rest van de treinreis strak voor zich uit. De man voor mij kan zijn ogen niet van haar afhouden. 'Viespeuk', denk ik nog, want hij is zeker drie keer zo oud als het meisje.

3.
Naast de viespeuk, tegenover mij, komt een vrouw zitten. Een jaar of vijftig, bloot gekleed (dit klopt inderdaad niet met het weer van vandaag, maar dit stukje had ik aan het begin van deze week al moeten schrijven), en - minder geraffineerd dan het vijftienjarig meisje - véél zichtbaar decolleté. De viespeuk kijkt naar de vrouw links van hem, en verplaatst snel zijn blik weer op het peroxidemeisje. De vrouw wuift naar iemand achter mij, steekt haar duim op, en haalt in een vloeiende beweging een paars bloemetje tussen haar borsten vandaan.

4.
Het peroxidemeisje stapt uit, en wordt door zeker vijf (te oude) mannen nagestaard. Buiten op het perron staat een lange slungelige jongen met onverzorgd haar, afgetrapte schoenen, en gaten in zijn kleren (oké, ik overdrijf) in zijn neus te peuteren. Het meisje zwaait, lach, haalt haar handen door haar blonde haren en springt de slungel in zijn armen. Terwijl het duidelijk verliefde stelletje uitgebreid staat te zoenen op het perron, verdiepen vijf mannen zich beschaamd weer in hun gratis treinkrantjes.

Woensdag 09 Juli 2008 Geen reacties

Ovveromme

Op sommige dagen voel ik me beter dan de rest. Omdat ik op tijd in de trein zit, of omdat ik beter gekleed ben. Vanmorgen leek het zo'n dag te zijn. Ik zat in de trein die ik de dag ervoor had gepland te zullen halen, zodat ik nog een en ander op de plaats van bestemming zou kunnen voorbereiden. Toen vervolgens een meisje met een witte broek, witte slippertjes en roze jurkje de trein nét niet haalde omdat ze tijdens het rennen (voor zover dat mogelijk was met die slippertjes) al haar aandacht nodig had bij het vasthouden van haar jurkje dat anders haar (vermoedelijk) blote borsten zou onthullen, voelde ik me opperbest. Haar mond leek het woordovveromme te vormen, en terwijl ze haar jurkje nog eens omhoog probeerde te hijsen, zag ik haar ogen de trein volgen die langzaam uit het zicht verdween. Op dat moment kon zelfs de die nacht opgekomen stekende rugpijn kon mijn humeur niet verpesten.

Drie haltes later zat ik nog te peinzen hoe gemeen ik eigenlijk was, tegenover dat meisje. Ze kan er immers niets aan doen dat ze een verschrikkelijke kledingsmaak heeft, en misschien had ze onderweg wel pech gehad, en was het feit dat ze haar trein miste helemaal niet haar eigen schuld. Ik zag nog steeds allerlei scenario's voorbijkomen van smachtend wachtende oma's, huilende vriendjes of kwade moeders, toen de mensen om mij heen in hun tassen of broekzakken begonnen te graaien vanwege een naderende controleur. Afwezig stak ik mijn hand in mijn tas, en vrijwel tegelijkertijd besefte ik dat mijn portemonnee (een groene nog wel, lekker opvallend) nog in mijn andere tas had laten zitten.

Met de wetenschap dat ik een treinboete nog wel terug zou kunnen vorderen, maar dat ik er in de tram door het vriendelijke maar soms onverbiddelijke Rotterdamse trampersoneel uit zou worden gegooid, lachte ik op mijn vriendelijkst naar de controleur en stapte langs hem heen de trein uit. Drie kwartier later zat ik wederom in de trein, mét portemonnee, en dacht ik terug aan het meisje dat ondanks haar slechte kledingsmaak maar vijftien minuten vertraging had opgelopen, omdat ze maar één trein had gemist. Ovveromme.

Dinsdag 01 Juli 2008 Geen reacties

De meeuw gaat ermee heen

In een kringetje

[Een groep duiven in een kringetje, vechtend om dat ene (mijn!) patatje.]

Eerste grove selectie

[Vier van hen overleven het eerste gevecht, en poseren voor de camera.]

Loser

[Eén van de vier verliest, en loopt weg.]

Nog maar drie

[Er zijn nog drie duiven over.]

Het lijkt het verhaal van de tien kleine indiaantjes wel

[Nu mogen deze twee het uitvechten.]

Hij hoeft 't patatje alleen nog maar op te pakken

[De strijd lijkt beslist.]

Slimme meeuw. Hoefde nog maar één duif weg te jagen. Wat overigens niet moeilijk was

[Maar helaas. Waar een groep duiven vecht om een been, gaat de meeuw ermee heen.]

Maandag 30 Juni 2008 acht reacties
Maandag 30 Juni 2008 Geen reacties

Iloveyou.com

Soms, als ik eigenlijk iets nuttigs zou moeten doen, zoals het schrijven van een scriptie, ga ik domeinnamen kijken. Dan type ik domeinnamen in waarvan ik vermoed dat ze zeer gewild zijn, om uit te vinden wat iemand met zo'n zeer gewilde domeinnaam heeft uitgespookt.

Negen van de tien keer is het resultaat teleurstellend. Belangrijke domeinnamen worden gevuld met reclame, of worden alleen maar gereserveerd, zonder dat er iets mee gedaan wordt.

Zojuist kwam ik nog een leuke tegen: iloveyou.com. Nutteloos, maar lief. Ik hoop dat Rachel en TC gelukkig zijn met elkaar.

Woensdag 25 Juni 2008 Geen reacties

Ga-at

In Google Docs geeft de spellingscontrole aan dat transfer-appropriate processing geen juist gespeld Nederlands woord is. Dat klopt. De spellingscontrole geeft ook aan dat 'gaat' geen juist gespeld Nederlands woord is. Als alternatieven worden 'ga at' en 'ga-at' geopperd.

Afijn, ik heb maar aangegeven dat 'gaat' als woord moet worden toegevoegd aan het woordenboek. Ik gaat me natuurlijk niet heel de tijd laten afleiden door die verkeerd geplaatste gele markeringen.

Dinsdag 24 Juni 2008 Geen reacties

Boring

Drie minuten geleden stond ik een bescheiden lunch klaar te maken. Twee bruine boterhammen met kipfilet en een mandarijntje. 'Saai', zult u denken.

Terwijl ik deze saaie zondagse handeling stond uit te voeren, klonk op de radio het popliedje 'Wonderwoman', van Leaf, die om de paar zinnen "Why's my life so booooring" zingt. Nog maar een poosje geleden keken mijn moeder en ik elkaar op een bepaalde manier aan, soms lachend, soms juist niet, wanneer wij deze regels uit de boxen hoorden klinken. Want het leven was niet boring, integendeel. Zowel mijn vader als moeder waren (op een heel ander vlak) ziek, en ook andere gebeurtenissen zorgden soms voor gedachten die vooral 's nachts de hersenen overuren lieten draaien. Boringklonk als iets hemels.

Terwijl ik dus zojuist mijn boterhammetjes stond te beleggen, die overigens intussen op zijn, de mandarijn moet nog gepeld worden, en ik dat boring liedje op de radio hoorde, dacht ik weer even terug aan dit alles. Mijn vader blaakt op dit moment van gezondheid, mijn moeder kan weer lachen, en het leven is weer saai.

Life is weer boring, en dat wil ik graag zo houden.

Zondag 22 Juni 2008 Geen reacties

U mag mij helpen met mijn scriptie

Een tijdje terug schreef ik al over de mogelijkheden die Google Docs in mijn ogen zou kunnen hebben voor een eventueel onderzoek ergens in mijn masterjaar. In plaats van deze vage aanduidingen (eventueel, ergens dan) blijkt de functie nu al van pas te komen, namelijk voor de bachelorscriptie die ik op dit moment aan het schrijven ben.

Uiteraard mag u nog niet precies weten wat het onderwerp daarvan is (waarschijnlijk bent u zelf wel al zo slim dat u vermoedt dat het iets met 'testen' te maken heeft, en ja, dat klopt), omdat u anders zou weten welk antwoord ik van u verwacht. En daar zijn in de wetenschap allemaal nare en beschuldigende termen voor bedacht, die ik liever niet op een negatieve manier van mijn beoordelaar wil horen, dat begrijpt u.

Uiteraard zal ik de resultaten binnenkort hier onthullen. Mag u nu deze zeer korte vragenlijst invullen, en mij een gelukkig en dankbaar mens maken. (Echt waar.)

Donderdag 19 Juni 2008 Geen reacties

Leuvense bibliotheek

Marmeren vloeren, hoge plafonds, en brede trapleuningen die ook als glijbaan gebruikt zouden kunnen worden. De bibliotheek in Leuven is een indrukwekkende omgeving, die respect en rust afdwingt. Niemand spreekt, en zo wel dan is een enkel tot stilte manend gebaar van iemand van de staf voldoende om de betreffende persoon meteen weer te doen zwijgen. Wat een verschil met de UB in Rotterdam.

[Studeren]

[Studeren]

[Hard studeren]

[Ook hard studeren]

[Weer iemand die zit te studeren]

[Gelukkig weet ik na een dag Leuven dat op iedere straathoek een biercafé zit. Anders zou ik nog medelijden krijgen met de studenten van de Katholieke Universiteit Leuven.]


Woensdag 18 Juni 2008 Geen reacties

Mooie websites

Sommige mensen verzamelen mooie websites. En laten die verzamelaars nu ook soyrosa.nl een mooie website vinden. In de referrers ben ik tot nu toe tegengekomen: CSS CremeCSS BasedCSS LoggiaCSS StarCSS ClipSharebrain, en degene die me op één dag meer dan duizend verwijzingen bezorgde: The Best Designs.

Ik ben best een beetje trots.

EDIT: de lijst kan aangevuld worden met Daily Slurp (echt waar), Most InspiredDezinspiration, en Bmaccess.

Maandag 16 Juni 2008 Geen reacties

Oranje #2

Ik heb er een beetje slecht van geslapen vannacht, dus ik wil er toch nog wat over zeggen. Gisteravond zag ik namelijk op Veronica, waar anders, maar wel per ongeluk, een 'programma' waarin schaars geklede dames het EK naspeelden. Deinende borsten, blubberende billen en blote buiken kwamen steeds volop in beeld, zoals alleen Veronica dat in beeld kan brengen.

Er werd gejoeld over integratie, toen de Nederlandse meisjes juichten nadat een Duits keepermeisje de bal had gestopt. Het 'spel' van de meiden werd geroemd, en er werd commentaar geleverd op de prachtige penalties die het doel invlogen. Dit alles begeleid door steeds meer close-ups van prachtige decolletés en steeds beter zichtbare billen; de bikinibroekjes van de meisjes schoven bij ieder schop een stukje omhoog.

Ik vond het jammer. En onnodig. Ik bedoel, de mannen (uitzonderingen daargelaten) vermaken zich al prima tijdens dit EK. Waarom dan nog dit extra vermaak? De scheve verdeling die zich op dit moment duidelijk vormt, waar de mannen de tijd van hun leven hebben en de vrouwen (wederom in beide gevallen uitzonderingen daargelaten) verwaarloosd worden (vrouw! bier! rot op!) wordt op deze manier getransformeerd tot een nóg schevere verdeling, waarin mannen naast prachtige wedstrijduitslagen ook nog van naakte hupsende vrouwen bediend worden.

Nee, doe dan iets om de scheve verdeling een beetje gelijk te trekken. Ik bedoel, in plaats van naakte vrouwen op televisie stel ik voor dat de mannen naakt (ach, oké, ze mogen bepaalde delen beschermen tegen knietjes) gaan voetballen. Op die manier kunnen zowel mannen als vrouwen zich deze week prima vermaken, voelt niemand zich achtergesteld, en kunnen we mooiere waves maken als er wordt gescoord. Immers, een vrouw heeft ook wat te juichen als er wordt ingezoomd op zo'n bezwete voetballer nadat-ie heeft gescoord.

Net toen ik dat vannacht allemaal had uitgedacht, je verzint wat als je wakker ligt, lees ik vanmorgen een van de gratis dagbladen dat mannen tijdens grote voetbaltoernooien niet mogen bepalen welk ondergoed ze mogen dragen. Geluksslipjes (het liefst van eigen vrouw, schijnt), speciale onderbroeken van 'hun helden' of strings (?) zijn verboden sinds bepaalde delen van het mannelijk lichaam in sommige gevallen té goed zichtbaar werden. Daarom wordt vóór iedere wedstrijd gecontroleerd of het ondergoed van de heren wel strak genoeg zit, en of het dezelfde kleur heeft als het broekje van het tenue.

Ik heb deze regel nog nergens bevestigd gezien, maar om te voorkomen dat men mijn voorstel niet meteen van tafel veegt, stel ik voor dat we Calvin Klein opdracht geven om hoofdsponsor van de grote voetbaltoernooien te worden. Alle mannen in een mooie (onze mannen in een oranje) boxershort, en de shirts lekker thuislaten. Zo'n oranje shirt staat immers sowieso lelijk bij die lichtblauwe sokken.

Donderdag 12 Juni 2008 Geen reacties

Visitekaartje

Op mijn werk, bij de bank waar 'het weer tijd voor is', kwam ik visitekaartjes tegen. Onder andere visitekaartjes van de bank die volgens M. de twee delen waaruit de naam bestaat om had moeten draaien, omdat ze danbanking (op z'n Engels) hadden geheten. (U bent gek op cryptogrammen?)

Het kaartje liet een naam zien, en bij deze naam hoorde een functie, namelijk relationshipmanager. Hoewel ik me een tijdje heb vermaakt met het bedenken van de inhoudelijke aspecten die bij deze functie zouden kunnen horen, had het natuurlijk óf relationship manager óf relatiebestuurder/beheerder moeten heten.

Een ander kaartje, van een ander bedrijf, liet een nog mooiere functieomschrijving zien, namelijk Gemeenschap Eind Coördinator.

Ik heb het vermoeden dat beide heren het wel met elkaar zouden kunnen vinden.

Woensdag 11 Juni 2008 Geen reacties

Normaal

Tegenover me in de trein zit een jongen. Een heel lange jongen met een heel lange paardenstaart. Een staart die bovendien heel hoog op zijn hoofd zit opgebonden. Een staart die is zwartgeverfd, terwijl het haar dat niet in de staart zit gewoon blond is. Oh ja, en voor een deel weggeschoren. Bovenop dat blonde haar staat een soort Mickey Mouse-achtige koptelefoon, heel groot, en wederom zwart.

Zijn zwarte mouwloze shirt en lange wijd uitlopende broek maken hem zo mogelijk nog langer, en zijn huid zo mogelijk nog witter. Naast hem op de bank ligt een rugtas, met het uiterlijk van een soort zwarte tor. Uit de banden van de rugzak steken ijzeren pinnen van zeker vijf centimter lang. Ik vermoed dat hij zo probeert te voorkomen dat er iemand naast hem gaat zitten. Wat overigens lukt.

Net op het moment dat ik probeer te bepalen of ik de jongen nu vreemd of heel vreemd moet vinden, pakt hij de Pers, en slaat hem als eerste open op het sportdeel, alwaar hij direct doorbladert naar het deel waar Oranje bejubeld wordt. Meebewegend met de ongetwijfeld prachtige muziek die uit de koptelefoon komt leest hij het artikel op zijn gemak door. Ik besluit dat hij waarschijnlijk toch normaal is.

Dinsdag 10 Juni 2008 Geen reacties

Oranje

Het is warm, en na een rondje wandelen, wat ik normaal nooit doe, maar vandaag lekker wel, ging ik met vriendin M. even uitpuffen bij de plaatselijke broodjes- ijs- en drankjeszaak, alwaar wij een smoothie met peer, zuivel en mango drinken. Zomaar, of nee, omdat we dorst hebben dus. Ook andere mensen besluiten op die betreffende plek een kop koffie te drinken, een ijsje te eten, of een peukie te roken, wat volgens het witte slordig opgeplakte A4'tje 'ook daar nog maar tot 1 juli toegestaan is'. Hoera.

De smoothie is snel op, en M. vertelt dat ze vanavond naar Ikea gaat, 'want daar is het zo lekker rustig, half Nederland zit voor de buis'. Het kwartje valt op dat moment meteen. Er is voetbal vanavond. Vijf minuten later staat een man op van zijn plek, loopt langs ons tafeltje, waarna mijn oog valt op zijn shirt met, hoe origineel, hup Holland, hup. Ook dit kwartje valt meteen. "Dus Oranje speelt vanavond!", roep ik uit. "Zou het?, denkt M. hardop, die vanavond naar Ikea gaat omdat half Nederland dan voor de buis zit. Uiteindelijk besluiten we dat dat dan inderdaad wel het geval zal zijn.

Thuis kijk ik vlak na het eten even mijn RSS-lezer door. Het recentste bericht op dat moment is van onze Arnoud. Het interesseert hem allemaal geen donder. Het bericht daaronder schept een zodanig pessimistisch beeld van de wedstrijd van vanavond 'dat het alleen nog maar mee kan vallen'. Peter is van alle gemakken voorzien, en Merel hoopt dat Marco zijn klassiekers kent. Kaat heeft, net als Aukje, haar pool slim ingevuld, en gaat het winnen van haar mannelijke collega's. Jan heeft de teleurstelling van 2000 (lees: we kregen die strafschoppen er weer eens niet in) niet verwerkt door het op een zuipen te zetten, maar door zo nu en dan naar een krantenknipsel te staren.

Kortom, de oranjegekte maakt me gek, maar geen oranjegek. Net op het moment dat ik besluit vanavond de computer en jullie, de voetbalfanaten, te vermijden, hoor ik Reinier van der Berg zeggen: "Een gezellige en sportieve avond toegewenst".

Achteraf was mijn smoothie van vanmiddag voor een drankje met peer (lichtgeel), zuivel (wit) en mango (hooguit gelig oranje) ook verdacht oranje.

Maandag 09 Juni 2008 Geen reacties

Slimme jas

De man prees zijn vrouw: "Wat een prachtige jas, Christine, écht heel mooi! Ik vind dat je dat goed uitgezocht hebt. Echt een heel slimme (?) jas. Staat ook prachtig. Goed gedaan hoor!"
De vrouw staat te stralen. "Ja he?", reageert ze.
"Nou en of!", benadrukt de man nog eens.

Terwijl de man de jas afrekent, hoor ik Christine zeggen: "Dan hoeven we ook niet meer voor een jas naar Vlaardingen, vandaag!"
"Inderdaad", zegt haar man, en met een big smile haalt hij zijn pinpas door de pinautomaat.

Vrijdag 06 Juni 2008 Geen reacties

Zebrastijl

Oh, mocht u zo'n RSS-lurker zijn, komt u dan even kijken? Want er is hier nogal wat veranderd, en ik zou het vervelend vinden als u schrikt, volgende keer dat u zonder waarschuwing even naar soyrosa.nl komt.

Minder roze, minder oranje, minder felle kleuren, maar ten compensatie wel een afschrikwekkende achtergrondafbeelding. Sorry, ik hoop dat u desondanks, misschien per RSS, toch blijft lezen.

Vrijdag 06 Juni 2008 Geen reacties

Significant

Ze droeg leren broeken, strakke t-shirtjes zonder beha (tot groot vermaak van mijn puberende mannelijke klasgenoten), en riep zo hard ze kon dat ze nooit kinderen zou willen. Ze was niet bepaald mijn favoriete lerares, maar de meesten keken reikhalzend uit naar haar lessen; vijfenveertig minuten in één lokaal met deze vrouw stond garant voor vijfenveertig minuten vermaak. De roddels over wat er binnen school gebeurde hoorde je als eerste, én als enige, van haar, en als ze ergens opgewonden over was dan waren vijfenveertig minuten nooit genoeg.

Wat mij betreft was ze té. Te vaak ergens kwaad over, té graag 'onder haar leerlingen', té graag werd ze een gave lerares gevonden. Ik probeerde kritisch te zijn als ze iets vertelde: was het waar, of werd een klein feitje enorm opgeblazen?

Het probleem van 'mij zijn', is dat ik voor de kleinste dingen een geheugen als een olifant heb. Daarom weet ik nu, zo'n 5 jaar later, nog dat ze op een dag druk aan het praten was over reclames. "Misleiding! Pure misleiding!", riep ze. "Wisten jullie dat het woord significant helemaal niet bestaat?" Ze doelde op een reclame waarin werd gezegd dat een bepaald product een significant verschil veroorzaakte op het een of ander. "Misleiding!", tierde ze verder, "Zoiets mogen ze helemaal niet zeggen in een reclame!"

Ik was jong, en had geen flauw benul of significantie inderdaad geen woord was, maar ik kwam het woord een paar jaar terug weer tegen. Inderdaad, tijdens statistiek. Intussen, na drie jaar geploeter met variabelen, populatieverschillen, covarianties en meer van die nuttige onzin denk ik te weten dat significant wel degelijk een woord is, en ook op een juiste manier (als we kijken naar betekenis) wordt gebruikt in reclames. Dat de onderzoeken waaruit deze significante resultaten komen wellicht methodologisch aan alle kanten rammelen, dat is een ander verhaal.

Een beetje uitgebreide inleiding om te zeggen dat ik statistiek, dat dit jaar significant moeilijker was dan vorige jaren, heb gehaald. En daarmee met een gerust hart aan mijn bachelorscriptie kan beginnen. Hoera.

Maandag 02 Juni 2008 Geen reacties

Soyrosa 4.0

Ik ben geen perfectionist. Dacht ik altijd. Te onverschillig, te nonchalant, te veel van 'ach, prima, als het maar af is'. Maar als puntje bij paaltje komt wil ik niet met anderen samenwerken, omdat ik dan de controle kwijt ben. Wil ik mijn eigen verdana 10pt gebruiken, en geen arial 11pt. Wil ik zeker weten dat ik de laatste ben die controleert op spelfouten en kromme zinnen. Kortom, als puntje bij paaltje komt wil ik alles 'perfect' hebben.

Hetzelfde heb ik met websites. Lettertype, afbeelding, spacing en margin: bijna niets wordt aan het toeval overgelaten. Dus toen ik vorig jaar met een ontwerp kwam voor soyrosa.nl, had ik over alles zorgvuldig nagedacht: alles was perfect. In ieder geval in míjn ogen.

Maar helaas, perfectie is geen blijvend iets. Na verloop van tijd begon het te knagen. Nadenkend over het waarom begreep ik dat er dingen waren die niet meer voldeden. Zo had ik nog steeds geen goede manier bedacht om foto's te presenteren, maar wat erger was: ik was langdradiger geworden. Waar ik in april 2007 een ontwerp had gemaakt met in mijn achterhoofd gemiddeld drie alinea's tekst, begin 2008 konden hier vaak minimaal twee alinea's bij opgeteld worden.

Of dat, het schrijven van langere stukken tekst, een goed iets is laat ik even in het midden. Wat in ieder geval níet goed was, is dat het lezen van relatief lange stukken tekst in een smalle kolom geen pretje is. Tel daar een relatief klein lettertype (in verhouding met die smalle kolom) bij op, en ik kon me de samengeknepen ogen van de niet-RSS-lezers zeer goed voorstellen.

En dat, lieve mensen, dat wil ik natuurlijk niet. Dus heb ik tussen alle andere dingen door waarvoor ik mijn weblog tijdelijk sloot ook 'even' (eigenlijk wel, want deze versie heb ik in een derde van de tijd gemaakt van de andere optionele versie) een nieuwe lay-out gemaakt voor mijn bescheiden blogje. Meer ruimte voor tekst, en een lettertype dat anders en groter is. Meer leesgemak voor u, zo hoop ik.

En ook voor mij weer veel plezier, want deze keer bouw ik alles stukje bij beetje op. Vandaag mijn weblog (voorlopig nog zonder archief), en in de loop van de komende weken de overige pagina's. Niks perfectie vanaf het begin dus, want zoals u al had gemerkt: ik heb nog vele andere dingen te doen. Denk aan het schrijven van een bachelorscriptie, denk aan werk, denk aan het regelen van een stage, denk aan nog veel meer.

Maar tussen al deze bezigheden door ga ik proberen te ontdekken of perfectie langer stand houdt wanneer er langer aan gewerkt wordt.

[bugs, foutjes, andere dingetjes: ik hoor ze graag! Het liefst met vermelding van (versie van) browser.]

Vrijdag 18 April 2008 Geen reacties

Firma X.

"Een goeeeeeedemiddag!" Een bulderende stem groet mij vriendelijk. Ik laat mijn camera zakken, en zie een man met blauw uniform, grijze baard en een zowel nors als vrolijk gezicht op mij aflopen. "U bevindt zich op privéterrein van firma X., jongedame", buldert de man terwijl hij nog steeds met grote passen op mij afloopt.

"Goh", zeg ik, quasi-naïef. "Ja", zegt de man. "En weet u wat dat betekent?", vervolgt hij. "Euh... dat ik hier niet mag fotograferen?", besluit ik mij toch maar iets minder van de domme te houden. Vijf minuten geleden heb ik M. achtergelaten in de auto, omdat hij het idee had dat ik eerder met zo'n 'overtreding' weg zou kunnen komen dan hij. Dat had iets met mijn onschuldige uiterlijk te maken, maar onschuldig was ik op dit moment zeker niet. 

"Dat klopt ja. Mag ik even uw foto's zien, en u eventueel verzoeken foto's van uw camera te verwijderen?"

Rustig laat ik hem de eerste foto zien. "Zohooo, díe is mooi!", buldert de man bij het zien van de foto van een omgevallen pion. Eigenlijk bedoelt hij: zo'n foto had ik niet verwacht. Het is immers een detailfoto, en geen foto waarop het bedrijf zélf zichtbaar is. Ik blader nog verder terug, en kom naast foto's van pionnen ook nog langs foto's die wel een goed uitzicht op het bedrijf laten zien. 

"Goed, dan vraag ik u vriendelijk deze foto's te verwijderen. De rest kan me niet zoveel schelen. En één tipje: als je vanaf de openbare weg fotografeert mag ik natuurlijk niets zeggen." En met een dikke knipoog loopt de vriendelijke norse man met grote stappen weg.

[En: ssst, niet zeggen! Want die heb ik dus niet op de openbare weg genomen.] 

Vrijdag 18 April 2008 Geen reacties

Tot snel!

Ik zet mijn weblog even stil. U zou het begrijpen als u wist waarom.

(Maar ja, dat weet u dus niet.)
(En: 'snel' is een relatief begrip.)
(Dat is geen dreigement hoor. Eerder een waarschuwing.)
(En maakt u zich geen zorgen he. Alles gaat verder prima.)

Dinsdag 25 Maart 2008 Geen reacties

Man, cola, autistisch gedrag

[Als laatste in de serie 'vrijwillig verplichte verjaardagslogjes' (hier deel 1 en deel 2) een logje over autistisch gedrag. Speciaal voor Frommel en Cyriel (want inderdaad: het ging om de enige échte cola), maar natuurlijk ook voor degenen die mij drie logjes wilden laten schrijven: Ilona, StruikelaarDondersteenNielsPascalFedde en Merlijn. Bedankt!]

De man zit op een bankje. Tussen zijn oude, versleten gympen staat een tasje van een Vlaamse supermarktketen. De man kijkt naar zijn tasje, en alléén naar zijn tasje. Voor zijn omgeving lijkt hij geen aandacht te hebben.

Uit het tasje haalt de man een blikje Coca-Cola Zero. Ik heb het nooit gedronken, maar herken het blikje aan de kleur. De man begint het blikje te bestuderen alsof zijn leven ervan afhangt. Keer op keer draait hij het blikje terug, om het opnieuw te bestuderen.

Het blikje gaat uiteindelijk weer terug het tasje in, vervolgens komt er een flesje uit. Ook hier wordt het etiket nauwkeurig van bekeken, hoewel dit een 'gewone' Coca Cola is. Na grondige bestudering stopt de man ook het flesje weer terug in het tasje. Om vervolgens het blikje er weer uit te halen.

Het bestuderen duurt nog even voort. In de tussentijd bedenk ik me of de man wellicht een echte kenner is die zeker wil weten of er écht geen suiker in de cola Zero zit, of die zeer bewust wil kiezen welke cola gemengd mag worden met zijn aangebroken fles Bacardi. Het valt op dat de man nog geen enkel moment zijn hoofd heeft opgeheven: zijn blik is onafgebroken naar beneden gericht. Hij zit met zijn neus in het tasje, of zit ineengedoken etiketten te lezen.

Aan dat lezen komt echter een eind. Het blikje, dat de man als laatste heeft bekeken, wordt terug in het tasje gestopt. En dan begint het volgende spelletje: flesjes worden verplaatst zodat het blikje in het tasje past. Zodra het blikje in het tasje zit, gaan de flesjes uit het tasje, worden de blikjes opnieuw geschikt, en gaan de flesjes weer terug het tasje in. Het flesje dat rechts stond, staat uiteindelijk links. De blikjes onderin het tasje staan uiteindelijk bovenop de rest.

Afijn, voordat u net zo duizelig wordt als ik werd tijdens het kijken naar deze man, stop ik met verder beschrijven hoe zich binnen én buiten het tasje een soort stoelendans werd gedaan. Zeker tien minuten heeft dit voortgeduurd, wat misschien niet lang lijkt, maar wel erg lang ís.

Uiteindelijk liepen we weg van ons eigen bankje, lieten de man voor wat hij was, en gingen we verder het centrum van Brugge verkennen. Waar ik tientallen foto's maakten van deuren, ramen en stenen. Ik ben zelf misschien nog wel de ergste autist.

Ja, zulke foto's maak ik dan

Zondag 23 Maart 2008 Geen reacties

Mijzelf, tutor, rolbeleving

[Gisteren vierde ik mijn vierde logverjaardag, met stukje 1. Vandaag trakteer ik u op stukje 2. Dit stukje is speciaal voor iamzero (alhoewel deze met zijn keuze om te schrijven over 'mijzelf' iets heel anders bedoelde dan onderstaand stukje),GdeBPolle, Jan-Willem, en She.]

Mijn moeder roept, keer op keer: "jij wordt later lerares!" Tien keer per dag zegt ze dat, en ik vind het vreselijk. Ze brengt het zeer complimenteus: "Rose, jij kunt dingen uitleggen! En als je enthousiast bent, dan straal je helemaal!", maar dat maakt voor mij niet goed dat docenten uiteraard de saaiste mensen van het heelal zijn.

Het vervelende van moeders is dat ze vaak gelijk hebben. Op de één of andere manier kennen ze je vrij goed. Ze zitten er wel eens naast, natuurlijk, maar toch. Vaak hebben ze gelijk. En hoewel ik mij jarenlang heb verzet tegen mijn zogenaamd voorbestemde leraarschap, brokkelt die muur stukje bij beetje af. Niet alleen heb ik binnen psychologie gekozen voor de master 'onderwijs en ontwikkeling' (waarvan ik het gedeelte onderwijs verdorie nog het leukst vind ook), ook ben ik in september binnen diezelfde opleiding aangenomen als tutor, op oproepbasis.

Nu is een tutor geen leraar, verre van dat. Een tutor is meer een coach, een voorzitter, degene die het overzicht houdt. In feite komt het erop neer dat de eerste- en tweedejaarsstudenten hun ding doen, en jij in de gaten houdt of alles goed besproken wordt, de studenten niet te nonchalant omgaan met hun taken, en bijspringt als de groepsbespreking (die drie uur duurt) vastloopt. Pas als blijkt dat de hele groep écht niets heeft begrepen van een bepaalde theorie kan een tutor zijn of haar eigen kennis aanbieden.

Ruim twee jaar terug, toen ik zelf eerstejaarsstudent was, keek ik erg op tegen de tutor. De tutor beoordeelde namelijk het individuele 'professionele gedrag', leek ongelooflijk slim te zijn en alles te weten, en had het blijkbaar als student zeer ver geschopt (een tutor moet bijvoorbeeld gemiddeld minimaal een 7,5 hebben aan cijfers). De tutor verdiende respect. Bovendien vroeg je je vaak af, als je even niet zo scherp was: 'Wat denkt ze van me? Doe ik het wel goed? Vindt ze me dom? Wat vindt ze van mijn functie binnen de groep? Voeg ik wel genoeg toe?'

De tutor maakte dus ook onzeker. Als student wil je voldoen aan de verwachtingen van iemand die jou beoordeelt. Ik merkte dan ook vaak dat mijn rol binnen een groep veranderde naarmate de groepsstructuur of de tutor veranderde: zo kan ik binnen de ene groep zeer dominant zijn, continu het voortouw nemen en houd ik me in een andere groep liever op de achtergrond, vervul ik liever de aanvullende rol. De ene tutor motiveert mij enorm, de andere tutor laat me volledig koud.

Toen ik afgelopen week zélf voor een groep eerstejaars zat, moest ik daaraan terugdenken. Regelmatig keken de studenten mij aan tijdens hun groepsbespreking. Ik wist dat ze op zo'n moment bevestiging zochten. 'Zijn we goed bezig? Kun je misschien bijspringen?', en ook in deze groep zag ik de studenten verschillende rollen aannemen. En telkens wanneer ik de groep aanstuurde, hun afdwalingen afkapte, mijn eigen kennis aanbood wanneer het gesprek vastliep gingen er verschillende dingen door mij heen: 'Doe ik het wel goed? Ben ik niet te streng? Zou ik zo'n tutor zijn die hen kan motiveren? Wat vinden ze van me?'

En zo blijft een rol een rol, met al zijn zekerheden en onzekerheden. Ook een tutor, waarvan je in eerste instantie denkt dat die alle onzekerheid achter zich gelaten heeft, moet zich vormen in een rol, zelfs al lijkt deze op het eerste gezicht alle kennis en kracht van de wereld te bezitten.

Zaterdag 22 Maart 2008 Geen reacties

Tram, vrouwtjes, knappe conducteur

[Rose bestaat vandaag vier jaar in de vorm van een weblog. Blijkbaar kreeg ik vier jaar geleden het blogvirus te pakken, tegelijkertijd met de eerste lentekriebels. Mijn veeleisende lezers hebben democratisch besloten dat ik alle drie de stukjes moet schrijven. Bij deze deel 1. Zaterdag deel 2, zondag deel 3. Dit deel schrijf ik speciaal voor MaartenPuur KaatTaaldoosNightfall en Casper (he's back!).]

Ik kijk graag naar mijn favoriete tramcontroleur. Een donker, oosters uiterlijk, zijn lichte ogen in contrast met zijn pikzwarte haar. Als ik 's morgens in tram 7 stap en zie dat hij de kaartjes controleert, weet ik dat het een mooie dag wordt. Niet alleen vanwege zijn uiterlijk, uiteraard. Nee, ook omdat hij bij iedere strippenkaart, iedere OV-jaarkaart en ieder busabonnement dat hij bekijkt even zijn duim omhoog houdt; alsof hij wil zeggen: goed gedaan joh. Al met al geeft hij me een goed gevoel.

Ook afgelopen week begon de dag weer goed: ik stapte in tram 7 en werd toegeknikt door hemzelf. Ik was op weg naar een tentamen, en wist nu al dat dat helemaal goed zou komen. Twee haltes nadat ik ben ingestapt zie ik een groep van ongeveer twaalf gehoofddoekte vrouwen instappen. Druk lachend, druk kletsend, alles druk. Ik kan ze niet verstaan, maar ze hebben het duidelijk naar hun zin. Ze bezetten met zijn twaalven de overgebleven stoeltjes in de tram, en kakelen in een voor mij onverstaanbaar taaltje vrolijk verder.

Plichtsgetrouw als hij is, mijn favoriete controleur, loopt hij vrijwel direct op de dames af om hun kaartjes te controleren. De dames, die hem vermoedelijk ook wel een lekker ding vinden, kijken hem schaapachtig aan. Hij vraagt netjes of hij hun vervoersbewijzen mag zien, waarop de dames nog drukker beginnen te praten, ditmaal gecombineerd met veel weidse gebaren. De vrouw die het dichtst bij de controleur zit pakt een blauwe strippenkaart uit haar tas. Binnen een minuut zitten de overige elf vrouwen óók met een blauwe strippenkaart in hun hand. Op geen van de strippenkaarten is een stempel te zien.

Vervolgens begint er een soort doorgeefspelletje. De voorste vrouw geeft haar kaart door aan de vrouw achter haar, welke op haar beurt de kaart ook weer doorgeeft. Totdat de achterste vrouw de kaarten in ontvangst neemt en begint te stempelen. Sommige vrouwen doen niet mee aan het doorgeefspelletje, maar lopen zelf naar een van de stempelautomaten. Druk gebarend en kakelend zie ik een soort stoelendans voor mijn ogen: twaalf vrouwen in lange gewaden lopen en zitten en stempelen door elkaar heen, staan druk te doen bij een automaat en gaan vervolgens weer op een van de lege plekken zitten.

Intussen staat de controleur al drie haltes te kijken naar dit wonderlijke schouwspel. Alle andere reizigers worden volledig genegeerd. Iedereen kan gerust zwartrijden, de aandacht is volledig gericht op een twaalftal vrouwen die de hele tram bezet lijken te hebben. Wanneer de vrouwen eindelijk weer zitten begint de controleur zijn taak: stuk voor stuk loopt hij de vrouwen af.

Eén van de vrouwen houdt haar blauwe strippenkaart omhoog. Ik zie dat er een stempel op staat. Ze maakt een gebaar dat aangeeft dat de andere vrouw deze kaart met haar deelt. Maar er is slechts voor één persoon gestempeld. De controleur zegt dat de andere vrouw dan óók moet stempelen, waarop beide vrouwen verbaasd naar hem opkijken. Met zijn hand maakt hij een stempelgebaar, en wijst vervolgens op de vrouw die in feite zwart rijdt.

Ineens hoor ik een van de vrouwen roepen, in allesbehalve exotisch Hollands: "Twee keer joh! Je moet twee keer!" En dan valt het kwartje. Binnen de kortste keren staat er nog een stempel op de strippenkaart, en loopt de controleur rustig de rest van de vrouwen af. De haltes daarna blijft de tramcontroleur rustig staan, ergens halverwege het gangpad. Geen enkele passagier wordt meer gecontroleerd. Uitgeblust, verward en verbaasd zie ik zijn blik meerdere malen over de kleurrijke groep vrouwen gaan. En ik? Ik ben de vrouwen meer dan dankbaar. Dankzij hen heb ik de hele reis ongegeneerd mijn knappe controleur kunnen bewonderen.

Vrijdag 21 Maart 2008 Geen reacties

Hoe democratisch

Ik heb u nogal wat te vertellen. Over dametjes met hoofddoekjes die de knapste tramcontroleur ooit (!) in de war brengen. En over mannetjes die zich in Brugge (waar ik afgelopen weekend was, hoera) uren kunnen vermaken met het bestuderen en leeghalen en inruimen van een tasje vol colaflesjes en -blikjes. Ook wil ik u nog vertellen over de keiharde mededeling dat de reparatie aan mijn lieve objectiefje net zo duur is als een nieuwe lens (bij deze: de reparatie van mijn lieve objectiefje is even duur als het kopen van een nieuwe lens). En als laatste wilde ik u nog wat vertellen over mijn ervaringen als tutor binnen de opleiding psychologie, om precies te zijn hoe het voelt om dat te zijn waar ik ooit naar op heb gekeken.

Maar omdat ik zoveel andere dingen te doen heb (het uitzoeken van een nieuwe lens, bijvoorbeeld), mag u kiezen waar ik deze week een stukje over zal schrijven: 

  1. tram, vrouwtjes, knappe conducteur
  2. man, cola, autistisch gedrag
  3. mijzelf, tutor, rolbeleving

Ik hoor graag van u.

Maandag 17 Maart 2008 Geen reacties

Over rondvliegende onderdelen

De man is gewond. Een lange achtervolging met veel vallen en opstaan heeft gezorgd voor scheuren in zijn kleren, schrammen op zijn gezicht en bloed op zijn witte overhemd. Hij rent, maar loopt mank. In zijn hand houdt hij stevig het fragiele buisje vastgeklemd. Niemand anders mag dit buisje vasthouden. Zijn achtervolgers zijn immers van plan de wereld daarmee te vergiftigen. Of zoiets. En dat mag niet gebeuren, dat begrijpt u, de kijker en/of lezer natuurlijk wel.

De film gaat verder. De man valt nog een paar keer, maar weet steeds precies het buisje te redden. Uiteindelijk wordt hij door zijn achtervolgers in een steegje in een hoek gedreven. Zo'n steegje met vuilniszakken, ratten en hoge metalen hekken. Met trillende hand houdt hij het glazen buisje zo ver mogelijk bij zijn belagers vandaan. Hij moet de wereld redden...

Met het buisje boven zijn hoofd loopt de man steeds verder naar achter. Verder, verder, tot hij met zijn rug helemaal tegen de muur staat en écht niet meer verder kan. Dan horen wij, de kijkers een gigantische klap. Een grote ontploffing met veel vuur en rook volgt. Maar slechts op de achtergrond. Want in plaats van dat wij met zijn allen kijken waar de ontploffing vandaan komt houden we ons hart vast; het buisje dat zo stevig door de man werd vastgehouden vliegt door de lucht. De man reikt met zijn hand naar het buisje. De vijanden reiken eveneens. Maar door de aardbeving die nu volgt (ja, alles kan in een film als deze) grijpen beide partijen mis. Zeer nauwkeurig volgt de camera het buisje, dat voor de ogen van de acteurs én het publiek uit elkaar spat op de grond. In slowmotion zien we de glassplinters nog nét het oog van de vijand invliegen (net goed), en zien we ook de spetters met het gifgroene goedje in de rondte vliegen.

Goed. Heeft u dat beeld?

Ongeveer dat beeld, eveneens in slowmotion, voltrok zich vanmiddag voor mijn ogen. Ik liet, patsboem, zó mijn camera uit mijn handen flikkeren. Ik dacht 'hij valt! hij valt!', reikte met mijn hand naar de camera, maar deze had de grond al bereikt. Voor mijn gevoel een eeuwigheid later stopte de camera met stuiteren, en lagen de brokstukken voor mijn voeten op de grond. Met trillende handen raapte ik ze bijeen, en hoewel de wereld door deze val niet zou vergaan had ik wel heel veel zin om te huilen.

Wat ik natuurlijk niet deed, want daar ben ik veel te stoer voor. Maar ik geloof serieus dat ik nu weet wat moeders voelen als hun kind een gebroken arm heeft. De camera heeft de klap overleefd, maar het objectief is kapot: ik zag draadjes lopen (dat hoort niet), de ring waarmee hij op mijn camera gemonteerd wordt is kapot en een of ander stroomdoorgeefstrookje (vrij essentieel) is gescheurd.

Dat wordt repareren. En duimen. Hopen op een goede afloop. Geldelijke donaties, schenkingen (het is deze lens) en warme steunbetuigingen zijn meer dan welkom.

Zaterdag 15 Maart 2008 Geen reacties

Belachelijke tijd

Ik heb gewoon even zin om te roddelen. U kent dat misschien wel, die behoefte.

Vanmorgen, toen ik om zeven uur (belachelijke tijd) uit de kamer van vriendin I. probeerde te sluipen (nee, dat is de roddel niet), stond er ineens een meisje voor de deur. Een prachtig kleurrijk meisje met een prachtige groene jas. Zo'n meisje dat zelfs om zeven uur 's ochtends met een grote glimlach hoort te lopen.

Maar, die glimlach was in de verste verte niet te vinden. Het meisje keek me aan, leek opgelucht dat ze om zeven uur 's ochtends (nogmaals: belachelijke tijd) een levend (lees: wakker) wezen trof, en vroeg: 'Woont hier misschien een Maurice?'

Nu wist ik niet veel over de plek waar ik was, maar wel dat vriendin I. daar met een vrouwspersoon woonde, en dat de kans dat deze vrouwspersoon Maurice zou heten zeer gering was. Dus ik zei: 'nee'.

Hierop werd de paniek in de ogen van het meisje zeer groot. Wanhopig keek ze me aan en zei: 'maar ik ben op zoek naar Maurice. Ik weet bij God niet hoe hij van zijn achternaam heet, maar ik heb een zeer belangrijke armband bij hem laten liggen. Oh, wat genant'.

En ja, genant vond ik het ook. Want ik kon haar niet helpen, en voelde ook iets van plaatsvervangende schaamte voor dit fleurige meisje dat blijkbaar in de holst van de nacht een willekeurige kamer binnen was gegaan met een even willekeurige jongen om daar zeer waarschijnlijk enigszins willekeurige lichaamsoefeningen uit te voeren die uiteindelijk resulteerden in het verlies van een niet zo willekeurige armband.

Tsja.

Vriendin I. en ik vertelden haar dat we haar niet konden helpen, dat wij geen Maurice kenden, en dat ze op de derde verdieping was en of ze dan wel zeker wist dat Maurice op de derde verdieping woonde. 'Nee', was het antwoord. We wensten haar succes, en vluchtten weg. Het fleurige meisje besloot namelijk bij de eerste de beste voordeur aan te bellen, om aan een willekeurige bewoner te vragen of die misschien 'Maurice' heette (of zou ze hem wel hebben herkend als hij open had gedaan?), omdat ze haar armband was verloren.

U begrijpt: daar wilden vriendin I. en ik niet mee geassocieerd worden, zo om zeven uur 's ochtends. Allemachtig, wat een belachelijke tijd.

Vrijdag 29 Februari 2008 Geen reacties

Webruimte

Ooit ben ik begonnen met een gratis account bij een zeer onbekende weblogaanbieder. Daar vermaakte ik mij prima: ik schreef en stukje en kreeg reacties. En wonder boven wonder: liet ik zelf ook reacties achter kreeg ik nóg meer reacties terug. Hoera.

Maar dat was vier jaar geleden. Hoewel ik mij toen tevreden kon stellen met het plaatsen van stukjes is voor mij intussen het hele plaatje belangrijk geworden: het schrijven, het lezen van andere weblogs, het bijhouden van hypes in de blogosfeer en last but not least: het maken van een fatsoenlijke lay-out, zowel voor mijzelf als voor anderen.

En dus zijn in de loop der tijd mijn eisen steeds hoger geworden. Een site moet snel laden (1), de omgeving moet er overzichtelijk uitzien (2), content moet centraal staan (3). En, misschien raadt u het al: ik ben op dit moment over geen van drieën tevreden.

Bij vlagen is mijn site onbereikbaar, en vooral het fotogedeelte heeft te lijden onder de soms dramatische wachttijden.

De omgeving is vrij overzichtelijk, maar niet overzichtelijk genoeg. Dit ligt vooral aan het feit dat ik nog geen bevredigende integratie van foto- en weblog kunnen bedenken, of überhaupt het fotolog meer als een deel van soyrosa.nl laten zijn.

En dan de content: dat sluit wellicht voor een groot deel aan bij punt twee, en ik moet eerlijk zeggen dat ik zelf nog niet precies weet wat ik hiermee bedoel. Misschien simpelweg dat er veel dingen zijn die afleiden van waar het op soyrosa.nl om gaat, en dat al die afleidende factoren geschrapt moeten (mogen) worden.

In ieder geval: ik ben op zoek. Op zoek naar ideeën, op zoek naar inspiratie, en op zoek naar betere oplossingen dan de drie concepten die onder 'mijn documenten' gearchiveerd staan. Tot die tijd kunt u mij misschien helpen met punt 1: heeft u een snelle webhost (anders dan one.com)? Zo ja: wie, wat of waar?

Zondag 24 Februari 2008 Geen reacties

Windmill overload

Vijf meiden, één jongen, wachtend op bus 90 richting Kinderdijk. De trip was al weken terug gepland. Wij de 'locals' zouden hen, de 'exchanges' wel even laten zien wat Nederland allemaal te bieden had. En daar hoort een tripje naar Kinderdijk uiteraard bij. Want als zij daar in het buitenland Nederland als het land van de molens willen zien, nou, dan zullen we ze molens geven ook.

Uiteindelijk bleef er van de 'exchanges' slechts een 'exchange' over. Blijkbaar kunnen uitwisselingsstudenten zomaar tripjes naar Frankrijk plannen. De overgebleven Koreaanse vertelde dat ze erg excited was over het zien van de windmolens.

Na ruim een half uur mochten wij eindelijk de eerste glimp van Kinderdijk opvangen, vriendin I. wees naar buiten. Tussen de huizen door zag iedereen nu inderdaad een aantal windmolens staan. De Koreaanse zag niets. Vriendin I. wees opnieuw. De Koreaanse zag nog steeds niets. Wij wezen nu allemaal, als volleerde toeristen (we waren zelf immers ook nog nooit in Kinderdijk geweest gidsen naar buiten.

En toen gebeurde het: de Koreaanse zag de molens, en liet duidelijk blijken dat ze inderdaad excited was: er werd Ooooh! en Aaaah! en Oh! Ah! Whaaaaa! geroepen, terwijl ze in het gangpad stond te springen en te huppelen. Het arme meisje moest dan ook meer dan tien (!) windmolens tegelijk verwerken. Een medepassagier keek verbaasd naar zoveel enthousiasme. Ik lachte, en zei: "Dit is uniek. Zo'n reactie op een paar windmolens zien we nooit meer!" Waarop B. tegen mij zei: "Inderdaad, en meteen voer voor een stukje op je weblog. Noem het maar Windmill overload.

Dus, bij deze. Omdat de niet-te-filmen reactie niet gefilmd werd, alsnog een stukje ter herinnering.

Donderdag 21 Februari 2008 Geen reacties

Ziet u wat ik zie?

Of nam mijn fantasie een loopje met me?

[klik op het plaatje voor de volledige foto]

Donderdag 14 Februari 2008 Geen reacties

Op de markt

De tram zit vol uitgelaten kinderen. Een jaar of acht, en allemaal op weg naar het centrum van Rotterdam. Buiten schijnt de zon, de kinderen mogen straks allemaal ijs eten van de vrouw die ze alle dertig in de gaten probeert te houden.

De tram stopt op station Blaak. Ik stap uit, en hoor de trambestuurder roepen dat iedereen in moet schikken, 'zodat er nog meer mensen kunnen zitten'. De kinderen bezetten bijna zonder uitzondering twee zitplekken, en vermoedelijk de juffrouw probeert de kinderen ieder netjes op één plek te krijgen.

Ik loop intussen door, naar de markt. Hier ben ik lang niet meer geweest, en besef nu pas weer waarom markten eigenlijk zo leuk zijn. De tientallen etniciteiten die in Rotterdam leven lopen gemoedelijk en soms iets minder gemoedelijk door elkaar heen. Gesluierde vrouwen glijden met hun hand over de bonte stoffen die voor een prikkie te koop zijn. Op de hoofdkussens zitten plakkaten geplakt met de tekst 'wordt niet plat!', en bij de volgende kraam kun je Camera Obscura of twee oude LP's voor een euro kopen.

De honderden geuren, van broodjes kip, pizza, kebab, haring, vietnamese loempia's, patat met mayo, noten, Goudse kaas en geitenkaas wisselen elkaar iedere twee meter af. Tomaten zijn een euro per kilo. Kleding van slechte kwaliteit drie stuks voor vijftien euro. Rompertjes voor de baby zijn twee euro per stuk. Een tweedehands koelkast twee tientjes. Een toerist staat vol trots te kijken naar de fiets waar hij zojuist vijftig euro voor heeft neergeteld, terwijl hij door zijn telefoon roept dat hij er zometeen aankomt with the bike.

Als ik langs de lingeriekraam loop zie ik vele smakeloze stukken ondergoed liggen met te veel kant, strikjes en glitters. Er staan teksten op, plaatjes, maar per slipje hoeft een vrouw slechts een euro vijftig neer te leggen. Tijgerprints, zebraprints, alles is er te vinden. En nog mooier: de tweede helft van de kraam is bestemd voor de mannen. Minder kleurrijk, minder kant, maar voor slechts twee euro kan ook de man krijgen wat-ie hebben wil.

Een man en een vrouw staan de verschillende boxershorts te keuren die marktkraam bevat. Zwarte, grijze, blauwe, rode. De vrouw houdt een setje boxershorts omhoog. Het zijn drie boxershorts, waaronder twee zwarte en één roze. "Deze doen, met een roze d'rbij, Hans?", vraagt de vrouw. Ik kijk naar het roze, en schudt bijna mijn hoofd. Want roze, dames en heren, daar zit nogal wat verschil in. En dit roze was - zeer toevallig - het roze waarop u deze letters leest. Niet geschikt voor mannenondergoed, maar ik vergiste me: "Nee Truus, die zwarte hoef ik niet. Doe mij maar dit setje." En tot mijn stomme verbazing zag ik Hans een setje bozershorts omhoog houden: twee roze, en één rode. Hoe Valentijn.

Dinsdag 12 Februari 2008 Geen reacties

Gehoord in de trein:

"Ik vraag me dan wel eens af of anderen ook mijn problemen hebben."
[...]
"Maar ik weet eigenlijk niet of ik problemen heb."

Zondag 10 Februari 2008 Geen reacties

Welkom bij A. te B.

Zeulend met mijn zeer uitgebreide portfolio vol geniaal schrijfwerk bereikte ik A. te B. Onderweg was de map enkele malen op de grond gevallen. Niet dat dat heel erg was, want verschillende knappe mannen hielpen mij vervolgens de bijna wegwaaiende papieren weer bij elkaar te rapen. Kluns die ik ben.

Verlegen klopte ik aan, daar bij A. te B. Ton opende de deur. "Ha, jij moet Rose zijn!", riep hij enthousiast uit. Samen liepen we het prachtige herenpand binnen, naar zijn grote kantoor, waar mijn blik meteen viel op de vele lege flessen bier die her en der verspreid lagen over de grond. Ton volgde mijn blik, en grinnikte. "Ook een biertje?", vroeg hij mij.

Nou, dat wilde ik wel. Het zweet stond op mijn voorhoofd, ik was zeer gespannen over het komende oordeel. Een biertje zou me wel helpen. Ik reikte hem de enorme stapel papier aan die ik vanuit huize soyrosa had meegesleept. Ton begon te bladeren, urenlang achter elkaar. Zes biertjes later keek hij weer op. "Indrukwekkend, Rose. Ik hak meteen de knoop door. Jij bent wat wij missen binnen het team. Gefeliciteerd, je hebt de baan!"

En zo kwam ik in de redactie van About:blank terecht, waar ik afgelopen week mijn eerste artikel plaatste.

(In werkelijkheid ben ik slachtoffer geworden van een stukje positieve discriminatie. Zij bij A. te B. snakten om een beetje vrouwelijke inbreng in de redactie, in de discussies die daar actief gevoerd worden en in de artikelen die er maandelijks gepubliceerd worden. "Oh, je bent vrouw? En je hebt een weblog? Kom alsjeblieft in onze redactie!", komt dus veel dichter bij de waarheid. En nu valt het tegen, want ik blijk vrij veel mannelijke trekjes te hebben. Aukje noemt me zelfs een nerd. Gelukkig hebben we nog Robert, die als man juist lekker veel vrouwelijke trekjes heeft. Samen staan we sterk, zullen we maar zeggen.)

Zaterdag 02 Februari 2008 Geen reacties

Het wordt weer lente*

Gistermiddag, ik zit in de bus, ben onderweg naar huis. De zon schijnt, de bus is nagenoeg leeg. Verwonderd vraag ik mezelf af hoe dit mogelijk is. Het is immers na vijf uur? Voorzichtig reconstrueer ik mijn dag. Bedenk ik of ik niet per ongeluk om vier uur mijn werk heb verlaten. Want dat licht, die rustige bus, dat past niet bij het vijf-uurgevoel van de afgelopen weken.

Maar nee, mijn collega ging om half vier weg. Daarna heb ik nog ruim een uur zitten werken. Toch? Of leek het een uur, en was het in werkelijkheid een kwartier. Dat kan, op sommige dagen tikken de minuten tergend langzaam voorbij. 

Vijf minuten later - het is nog steeds licht - stopt de bus bij een grote overstapplaats. Drie mensen stappen uit, vijf mensen stappen in. De plek naast mij is leeg. De plek voor mij ook, net als de plek achter mij. Het kan niet anders. Het is nog láng geen vijf uur. Normaal zit de bus overvol. En dan die zon buiten!

Intussen heb ik mijn telefoon aan- en uitgezet. Hij geeft nog steeds 17:18 aan. Buiten is geen klok te bekennen. Waar zijn de kerken als je ze nodig hebt? Om 17:29 stap ik uit de bus. Loop naar huis. Gluur bij alle huizen naar binnen. In de huizen waar de mensen niet achter het fornuis staan te koken, zitten de families aan tafel, te eten. Vroeg, maar niet té vroeg. Het kan blijkbaar weer licht zijn om half zes.

*Een hoopvol stukje op een stormachtige middag. 

Donderdag 31 Januari 2008 Geen reacties

Vrijheid, blijheid, wijsheid?

Een groepje van ongeveer twintig leerlingen bevindt zich in een omgeving die zich het best laat omschrijven als een woonkamer. De jongste leerling is een jaar of zes, de oudste wordt over een paar maanden achttien. Twee leerlingen zitten op een eenwieler. Vijf anderen zitten te kaarten. Nog wat anderen springen buiten op een trampoline, terwijl een van de oudere leerlingen wat zit te lezen in een boekje.

Bovenstaand is ongeveer de setting zoals we deze op een klein aantal scholen in Nederland kunnen vinden. Onderwijs dat is ontstaan uit de vele onderwijsvernieuwingen in Nederland, en onderwijs dat ook kán bestaan, omdat de overheid leerlingen wel verplicht naar school te gaan, maar geen richtlijnen geeft over hoe dit onderwijs ingevuld moet worden.

De school zoals ik hem hierboven heb beschreven is gebaseerd op de aangeboren intrinsieke motivatie waar ieder mens mee wordt geboren. Intrinsieke motivatie houdt simpelweg in dat je iets doet of wilt leren, omdat het je leuk lijkt. Het gedrag, het kunnen doen van een bepaalde activiteit, is op zichzelf een beloning. Extrinsieke motivatie, de tegenhanger, houdt in dat gedrag alleen voorkomt wanneer daar een bepaalde tastbare beloning uit voorkomt. De onderwijsmethode verwacht dat kinderen van nature nieuwsgierig zijn, nieuwsgierig genoeg om zelf te leren wat ze in hun latere leven nodig hebben.

Tests afnemen bij leerlingen is uit den boze op deze school. Leerlingen moeten immers niet leren omdat ze daardoor een hoog cijfer kunnen krijgen. Nee, ze moeten leren omdat ze het leuk vinden. Omdat ze er zélf in geïnteresseerd zijn. En leraren? Die bestaan ook niet. Er loopt een begeleider rond, die zich alleen met de leerlingen bemoeit als ze daar zelf om vragen. Een leerling die de hele dag wil kaarten is een goede leerling. Een leerling die wil leren lezen, is ook een goede leerling.

Vaak leren jonge leerlingen lezen omdat ze dat een oudere leerling zien doen. Er bestaan geen instructies over 'hoe te leren lezen'. Gewoon meekijken, en de oudere leerling geeft antwoord op de vragen van de jongere leerling. Hetzelfde met rekenen, aardrijkskunde, sterrenkunde. Er staan veel boeken in de ruimte, die leerlingen kunnen pakken. Wanneer ze een onderwerp interessant vinden kan er een cursus of workshop aangevraagd worden. Deze wordt dan wekelijks gegeven, maar alleen voor zolang de leerling er plezier aan beleeft.

Alles kan op deze school. Eén jongen in 'de woonkamer' besluit op een dag scheikundeproefjes die hij op het internet vindt, en gaat op eigen initiatief lessen aanvragen om een staatsexamen wiskunde te doen. Een vijftienjarig meisje regisseert haar eigen toneelstuk, een aantal andere leerlingen spelen in haar stuk. Het meisje wordt later regisseur. Voor de lol leert ze een aantal talen. Op de reguliere school waar ze voorheen les kreeg vond ze talen niet leuk. Al die dwang, al die tests, de controle...

Wat ik hierboven beschrijf zijn fragmenten uit een documentaire. Sommige dingen zullen misschien iets anders zijn dan ik ze vertel. Maar het hele gebeuren zette me wel aan het denken. Ik heb leren lezen, gelukkig. Rekenen, ook handig. Maar er zijn tientallen dingen die ik heb geleerd, waar ik nog steeds het nut niet van kan begrijpen. Terwijl mijn leraren keer op keer herhaalden dat 'het ooit van pas zou komen'. Echt gepassioneerd heb ik nooit geleerd. School was (te) makkelijk, en vreselijk saai. Ik deed wat ik moest doen en haalde mijn examens, niets meer, niets minder. 

Maar wat zou er van mij gekomen zijn als ik veel meer vrijheid had gehad? Als men mij had losgelaten in een willekeurige 'woonkamer' met leerlingen van allerlei leeftijden, ik niets hoefde te presteren, maar zelf uit mocht zoeken wat ik leuk vond en wat niet? Zou ik dan nu psychologie studeren? Zou ik dan weten wat fotosynthese precies inhoudt? En hoe zit dat met u? Denkt u dat intrinsieke motivatie voldoende is voor ieder willekeurig kind om te leren wat het moet leren? Ziet u iets in zo'n 'vrij' onderwijssysteem?

Dinsdag 29 Januari 2008 Geen reacties

OV-rampkaart

Het begon zo'n twee jaar geleden. Mijn bijna dagelijkse ritje in de trein werd verstoord door zogenaamde 'poortjes' die geplaatst werden. Ik dacht er in eerste instantie niet al te veel bij na, later kwam ik tot de ontdekking dat ik een enorme 'bofkont' was: ik was uitverkoren om meerdere malen per week te mogen reizen op het proeftraject voor de nieuwe OV-chipkaart. Het traject waar ik op reis is toch een minderwaardig traject, dus wat kan het kwaad?

Zo ben ik vermoedelijk een van de eersten geweest die alle dramatiek rondom de OV-chipkaart heeft mogen meemaken. Poortjes die te snel dichtgingen (met als gevolg oude mensjes die klem zaten tussen de deuren), mensen die de trein misten omdat de poortjes niet wilden openen (of omdat er simpelweg nog niet duidelijk was gemaakt 'hoe dat dan werkte'), en mensen die wanhopig aan mij vroegen 'hoe dat dan zat als er dit of dat'.

Begin 2007 kreeg ik een echte preview card om het OV-chipkaartgevoel eens te kunnen ervaren. Ik vond dat wel makkelijk, want ik hoefde niet meer in de rij te staan om door de poortjes te kunnen lopen. Gewoon even die kaart op de sensor leggen, et voila. Nog leuker werd het overigens toen mijn kaart verlopen was, maar ik hem per ongeluk nog een keer gebruikte: mijn saldo bleek negatief, de poortjes gingen gewoon open, en aangezien het een anonieme kaart was had ik tot 1 januari 2008 (de technische houdbaarheid van de preview card) op andermans kosten kunnen reizen.

Braaf als ik ben heb ik dat niet gedaan, en de kaart zelfs uit mijn portemonnee gehaald. Zonde, want weer een paar maanden later kreeg ik een 'echte' OV-chipkaart, die bleek te werken in tram en metro, maar niet in de trein. Intussen merkte ik dat het OV-personeel alle irritatie rondom de invoering van de kaart erg zat werd. Ik mocht van de treinconducteur gratis reizen (want ze moeten er eerst maar eens voor zorgen dat alles fatsoenlijk werkt!), en verschillende tramconducteurs heb ik horen zeggen dat ze niet meer controleerden, omdat de controleerapparatuur niet bleek te werken.

Kortom, het OV in Rotterdam en omstreken werd een zootje.

Om mezelf nog een beetje gelukkig te laten zijn in dit leven (drama, drama) heb ik uiteindelijk besloten de OV-chipkaart te laten voor wat hij is. Mijn 'gewone' OV-jaarkaart doet het namelijk prima. Ik steek hem omhoog en de conducteurs knikken vriendelijk dat het goed is. Ik gelukkig, conducteur gelukkig, OV-chipkaart gelukkig (want: wordt niet uitgescholden).

Maar, en daar komt het: niet iedereen heeft het zo makkelijk als ik. Vele brave mensen zijn met open ogen en oren in de verkooppraatjes en prachtig glimmende folders getrapt. Zij bezitten nu een OV-chipkaart, en hoeven in theorie nooit meer een strippenkaart te kopen, mits ze in regio Rotterdam blijven reizen. Maar zoals wel vaker lopen theorie en praktijk mijlenver uit elkaar. In- en uitchecken is lang niet altijd mogelijk, om redenen die ik u hier echt niet allemaal kan vertellen, maar die u tijdens het genot van een kopje koffie (maak er maar drie kopjes van, inclusief een groot stuk appeltaart en een stevige lunch) uiteraard even kunt nalezen.

In ieder geval, om een lang verhaal kort niet veel langer te maken, er is een hoop mis met het plan in theorie (daar heb je de theorie weer) erg goed is. En als ik dan gisteren in De Pers (in de trein, waar ik rustig kon reizen dankzij mijn ouderwetse kaart, maar waar de vrouw tegenover mij flink heeft zitten foeteren op haar stukje modern 'genot') dat eenzelfde project in Sydney finaal mislukt is, hoop ik stilletjes dat de kaart voortijdig afgeblazen wordt, zodat we deze verspilling van geld in ieder geval tot een minimum kunnen beperken. Want, zoals ik vandaag een wijze oude man hoorde zeggen, terwijl hij triomfantelijk een blauwe strippenkaart omhoog hield: 'niet alles van papier is slecht'.

Dinsdag 22 Januari 2008 Geen reacties

Aan: de UB-Hyvers

Ik zit in de UB, links van mij zitten een jongen en een meisje. Ze zitten te hyven. Nee, beter, ze zitten Hyvesprofielen van anderen af te kraken. Zo zeggen ze bijvoorbeeld 'hoe typerend!', of 'hahaha', of 'jeetje, dat je zo'n foto online durft te zetten!'. Vervolgens concluderen ze dat 'zo'n Hyves toch wel erg veel kan zeggen over een persoon'. En dat 'allemachtig, 55 foto's van jezelf, da's wel heel genant', en 'zij is echt irritant'.

Nu zit ik hier zelf te bloggen, natuurlijk, en ook dat is niet de bedoeling van de UB, maar ik heb een missie, en het doel heiligt in dit geval de middelen. Ik hoop namelijk dat ze via de universiteitshyve op mijn pagina terecht komen, daarna mijn profiel volledig afkraken om vervolgens door te klikken op mijn blogje dat via RSS op het profiel terecht is gekomen, waarna ze naar rechts kijken, ik met een duivelse blik naar links kijk, met als gevolg dat ze ofwel de rest van de tijd stil zijn en braaf gaan studeren, ofwel gewoon oprotten.

Zo. Veel makkelijker dan gewoon je spullen oppakken en ergens anders gaan zitten, en zeker makkelijker dan even zeggen dat ze stil moeten zijn.

Maandag 21 Januari 2008 Geen reacties

Lieve vriendin I.

Als ze terugkomt van enkele maanden studeren in Canada, zucht ze even diep. Ze vertelt me dat ze weer helemaal bij is. Alle nieuws heeft gelezen. En dat ze sinds haar terugkomst slechts met één specifieke verandering niet kan omgaan:Goeiemoggel!. Daarna noemt ze nog de titel van een 'hit' in Nederland. Een titel die me niets zegt, maar waarvan ik vermoed dat dat juist iets positiefs is.

Dat is typisch iets voor vriendin I. Ze leeft soms in een andere (muziek?)wereld dan ik, maar is een topmeid. Lief, recht door zee, goed (als in: positief) gek, stralend, grappig en één van de weinige vrouwen waar ik volledig mezelf kan zijn. Want u moet weten, lieve lezer, ik vind vrouwen vaak erg vervelend en complex. Maar niet vriendin I. Die zegt gewoon wat ze denkt, en kan soms heerlijk oprecht verontwaardigd zijn.

Die verontwaardiging kwam bijvoorbeeld op toen ik 'twijfelde aan haar verstandelijke vermogens', hoewel ze het ook wel een eer vond eens de hoofdpersoon op mijn weblog te zijn. Dat laatste is overigens volkomen terecht. Dat ik ook wel eens verontwaardigd ben (bijvoorbeeld als ze zegt 'haha, wat ben je toch klein!'), daar denkt ze niet aan. Want ook dat moet u weten, lieve lezer, ik ben helemaal niet klein. Ik ben precies 159 centimeters lang. Zo.

Vriendin I. is één van mijn meest trouwe lezers. Misschien wel de trouwste, samen met mijn moeder en een handjevol zeer trouwe webloglezers. Over mijn weblog zei ze gisteren nog dat ze 'nooit weet wat fictie en non-fictie is'. Eerlijk gezegd is dat verschil er in feite niet. Komt het soms hooguit neer op wat korreltjes zout meer of minder. Maar toch blijft bij vriendin I. de overtuiging heersen dat het verhaal van 'Wimpie' volledig waar is. Dat daar geen woord van gelogen is.

Daarom, om het goed te maken, speciaal voor vriendin I. een gegarandeerd 100% fictievrije alinea:

[fictievrije alinea]
Lieve vriendin I.,
Je bent lief, grappig, spontaan, eerlijk, straalt als je iets te stralen hebt, en bovendien ben je door mij enorm gemist al die maanden aan de andere kant van de wereld. Verder ben je zeker twee keer zo slim als ik, dus het is niet eens mógelijk om aan jouw verstandelijke vermogens te twijfelen. Echt niet. 
Liefs,
Roos
[/fictievrije alinea]

(Behalve als het gaat om je soms verschrikkelijke muzieksmaak.)

Zaterdag 19 Januari 2008 Geen reacties

Raar nieuwjaar

Het is oudjaarsavond. Heel de dag heb je de eerste vuurpijlen gezien en/of gehoord. 's Avonds vier je oud en nieuw met je dierbaren, lekker thuis, want het is ondanks vele goede momenten geen feestelijk jaar geweest. Symbolisch wil je het jaar afsluiten, om ook symbolisch opnieuw te beginnen.

Je zult wat eten, koffie drinken, wat snel over zal gaan in een glas wijn, bier of fris, aangevuld met hapjes en vette oliebollen (hoewel wel gehaald bij de op één na beste oliebollenkraam van Nederland, kuch), je zult lachen om Paul de Leeuw, huilen om Jan Jaap van der Wal en de avond afsluiten met en knallende kurk en bruisende champagne, na de laatste tien seconden afgeteld te hebben.

Het is oudjaarsavond. Heel de dag heb je de eerste vuurpijlen gezien en/of gehoord. 's Avonds vier je oud en nieuw met je dierbaren, in het ziekenhuis, want ondanks de wens om het jaar symbolisch op een goede manier af te sluiten en vol goede moed opnieuw te beginnen, besluit één van die dierbaren wat roet in het eten te gooien. Onderzoekjes, testjes en bezorgde blikken resulteren in een paar daagjes ziekenhuis.

Je eet geen hapjes, geen oliebollen, je drinkt een glaasje water, je ziet geen televisie, en de champagne wordt vervangen door thee, koffie en (speciaal voor deze gelegenheid) een glaasje appelsap voor de liefhebbers. Allemaal in het ziekenhuis, rondom dat ene bed. De zusters komen 'de beste wensen' wensen. En hoewel het voor mij en de mijnen geen symbolisch 'goed begin' was, waren wij gelukkig met zijn allen bij elkaar.

Ik wens u allen een gezond en gelukkig nieuwjaar.

Dinsdag 01 Januari 2008 Geen reacties

Feestdagen

Helaas voor u (of misschien juist niet) doe ik niet aan sentimentele eindejaarslijstjes. Een jaar is gewoon een jaar, en over iets meer dan een week begint de teller weer opnieuw. Ik krijg bij jaarlijstjes hetzelfde gevoel als bij voorstelrondjes: je kunt lang niet zeggen wat je wilt zeggen, het is nooit compleet, nooit af. Wel heeft u kans dat ik uw persoonlijke jaaroverzicht hier op de voorpagina zet. Moet ik 'm wel in de RSS-lezer voorbij zien komen natuurlijk.

De laatste website heb ik zojuist afgemaakt (kijk ook eens naar deze), de RSS-lezer opgeschoond, de laatste toetsen maakte ik afgelopen donderdag en vrijdag, en gisterochtend genoot ik van mijn eerste vrije dag door met camera en al door de sneeuw te ploegen (ja, ik houd van overdrijven). 

Vanaf morgen ga ik genieten van een aantal feestelijke dagen, zodat ik vanaf twee januari weer kan genieten van rust, regelmaat en saai onversierde winkels. Ik hoop dat u hetzelfde doet. 

Nog een goede raad van tante Rose: maak geen ruzie, haal af en toe diep adem als uw tafelgenoot zich niet van zijn beste kant laat zien en eet niet te veel, aangezien dat de kans op ontploffing nóg groter maakt. Fijne feestdagen!

Zondag 23 December 2007 Geen reacties

Prettig gelukkig

Om me heen lopen de mensen te stressen. Ik ook, want ik wil pasfoto's laten maken (hoewel willen dan wel een groot woord is), maar de énige winkel in het winkelcentrum waar je pasfoto's kunt laten maken zit er al weken, misschien zelfs al maanden, niet meer. In mijn hoofd zit-ie blijkbaar nog op dezelfde plek, maar daar heb ik nu niets aan. Dus heb ik stress, want ik doe dingen altijd op het laatste moment. Dom hè.

Een bescheiden onderzoek leert me dat er geen andere optie is binnen een straal van vooral-niet-te-ver. Dan maar even een kaartje uitzoeken, de kaartenwinkel zit nog wel waar hij zich in mijn hoofd ook bevindt.

Zeker vijftien kaartenmolens vol kaarten staan op mij te wachten. Op dit moment alleen maar kerstkaarten, 'toevallig' ook precies waar ik naar op zoek ben. Maar ik zoek (uiteraard) geen gewone kerstkaart. Nee, ik zoek een eenvoudige kerstkaart, zonder tekst. Geen 'prettige kerstdagen', geen 'gelukkig nieuwjaar'. Want hoewel ik dat natuurlijk iedereen toewens (bij deze, ben ik daar ook weer vanaf), is het op dit moment niet voor iedereen prettig en gelukkig.

Hoewel ik vind dat de eis die ik stel aan deze specifieke kerstkaart niet zo hoog is, blijkt het tegendeel waar. Op iedere, maar dan ook echt op iedere kerstkaart in één van die vijftien kaartenmolens staat tekst.

Eén voor één loop ik de kaarten langs, net als de man naast mij. Hij begint me pas écht op te vallen op het moment dat hij begint te mompelen. Je moet voorzichtig zijn met mompelende mannen, je weet maar nooit. Waar ik nog wel eens een kaart laat staan, opent hij ze echt allemaal. Ik begin langzaamaan het patroon te ontdekken: iedere keer nadat hij een kaart heeft opengeklapt, mompelt hij iets.

Als ik even later mijn angst voor de mompelende man heb overwonnen en iets dichterbij sta, hoor ik wat hij na het openen van een kaart zegt: "Ja, gelukkig nieuwjaar. Goh, prettige kerstdagen. Ja, prettige kerstdagen en een gelukkig nieuwjaar. Goh, prettig, ja, gelukkig...".

Op dat moment vermoed ik dat wij allebei niet de kaart zullen vinden waar we zo hard naar op zoek zijn.

Donderdag 20 December 2007 Geen reacties

Storen

Over hoe een stroomstoring zorgt voor:

  • koude handen (want: het normaal gesproken verwarmde gebouw kan niet betreden worden wegens draai- en schuifdeuren)
  • 3,15 aan weggegooid geld (want: sheets voor niets afgedrukt) 
  • twee uur verspilde moeite (want: sheets voor niets gemaakt en presentatie voor niets voorbereid)
  • een eerste kennismaking met de fabuleuze en nu al zeer verslavende wii (want: dan maar even naar de bestuurskamer van de faculteitsvereniging, waar ik nu onderaan de lijst sta in de bowlingcompetitie)
  • een dolgelukkige medestudent (want: die had zich verslapen, wat niet is opgemerkt omdat de lessen niet door konden gaan) 
  • vannacht een slapeloze nacht (want: als we nu al het gebouw niet ín konden vanwege een stroomstoring, hoe komen we er dan uit als dit nodig is en er is wederom een stroomstoring?)
  • en ik heb een haarklem gebroken (maar dat heeft hier niets mee te maken, dat gebeurde gewoon net toen ik dit stukje wilde plaatsen)
Dinsdag 18 December 2007 Geen reacties

Hoi Bob!

Ik werd gechanteerd. Emotionele chantage, zou ik het willen noemen. Hij had me immers geholpen bij het maken van een belangrijke (en dure!) keuze, dus werd het tijd om eens wat terug te doen. Na vier jaar als vriendelijke reageurder op mijn blog te hebben gebuurd, bleek Bob ineens niet meer zo aardig.

Maar ik liet me overhalen. Zo gaat dat, naïef als ik ben. Hij belde me, ik kwam net uit college. "Ik sta bij het klokkenspel". Ik wist wel waar dat was. Ik liep naar het klokkenspel, waar Bob al stond te ijsberen. Ik kon nog weg. Gewoon omdraaien en terug het veilige gebouw in. Hij had me nog niet gezien. 

Toch liep ik naar hem toe. "Hoi, ik ben Rose", zei ik met uitgestoken hand. Hij schudde mijn hand, en vertelde me dat hij Bob was. Alsof ik dat nog niet wist. Hij was minder bebaard dan ik me herinnerde van een foto die hij ooit op zijn website plaatste. Maar hij was het, zonder twijfel.

Bob en ik gingen fotograferen. Dat doet hij namelijk, net als ik. De Rotterdamse havens in. Hij praatte veel. Terwijl hij toch altijd overkwam als een rustige, bijna norse man. Hij was natuurlijk enorm zenuwachtig voor deze date met een superjonge en superknappe jonge meid. Dat vermoeden werd bevestigd toen hij zei: "Ik schrok wel van je stem door de telefoon. Zo volwassen. Ik dacht: dat is toch gewoon een jonge meid?"

Nu is jong natuurlijk relatief, maar 2,35 maal zo jong is toch wel een aardig verschil. Tussen ons gezegd, de ouderdom begint bij Bob al flink toe te slaan. Bob was niet bedacht op een snelle geest. En dus was ik hem regelmatig te snel af. Waar hij zogenaamd heel goed tegenkon. En waarop hij me verzekerde de volgende keer míj op dit gebied te verslaan.

Yeah right, Bob. Je bleek een aardige kerel, een gezellig gezelschap en in bezit van jaloersmakend mooie apparatuur, maar dat leeftijdsverschil en de daarmee samenhangende frisse geest: nee, dat haal je niet meer in.

Niettemin: tot de volgende keer. Want we hebben nog niet eens een kwart van Rotterdam op de foto gezet. En dat ze het waard is om gefotografeerd te worden, heeft afgelopen dinsdagavond voor de volle honderd procent bewezen.

(Overigens kan de geïnteresseerde lezer hier de resultaten van een bijzonder leuke fotografeersessie bekijken.)

Vrijdag 14 December 2007 Geen reacties

Gekte

Psychologen, of zij die 'in opleiding' (psychio's) zijn, krijgen veel vragen naar het hoofd geslingerd. Immers, iedereen op deze aardkloot weet wel iets af van 'de psychologie'. Is het niet via Oprah Winfrey of Dr. Phil, dan is het wel wijsheid van grootmoeder, overgedragen van moeder op kind.

De vragen die ik soms naar mijn hoofd krijg zijn zeer gevarieerd. Is het de ene keer de vraag 'of ik dan gedachten kan lezen', de volgende keer word ik overdonderd met het feit dat psychologie geen wetenschap is, en of ik dat wel besef? In beide gevallen schud ik mijn hoofd. Als u mij zou vragen welke categorie vragenstellers het minst weet over de psychologie, zou ik u het antwoord schuldig moeten blijven.

De mooiste vraag die ik ooit naar mijn hoofd kreeg betrof het 'gek zijn' van psychologen. Psychologen zouden door datgene waar zij mee in aanraking komen snel geneigd zijn symptomen over te nemen, en snel denken te lijden aan een vorm van gekte. En hoe ik dat dan ervoer.

Nu is gekte een gevaarlijk stempel dat gedrukt kan worden. Immers, in Nederland is iemand die enkele malen per dag zijn overleden overgrootmoeder spreekt al snel een tikkie vreemd, en zou door een psycholoog zelfs als 'iemand met waanbeelden' veroordeeld kunnen worden. In bepaalde stammen in (noem eens iets) Afrika is iemand die niet praat met de overledenen zorgwekkend.

Afijn, ik laat uw oordeel over mijn gekte aan u over. U weet immers allemaal wel iets over de psychologie. Is het niet via Oprah Winfrey of Dr. Phil, dan is het wel uit één van de vele psychologiemagazines, of de Libelle. Als eventueel handig hulpmiddel citeer ik een deel uit een mail die ik afgelopen week ontving:

"Ach, ik zie dat je even verderop ook al last hebt van je schaduw! Vervelend zeg".

Nu is het aan u.

Zondag 09 December 2007 Geen reacties

Olifantpoeppapier

Dit is wat ik overhield na een avondje sinterklaasdobbelen (nooit eerder gedaan, maar een goed alternatief voor het gruwelijke fenomeen dat sinterklaassurprises heet):

Buiten een paar opgetrokken wenkbrauwen leek mij ook een SOS allerminst overbodig.

Vrijdag 30 November 2007 Geen reacties

Radicaal

Sinds enkele weken staat er in een winkelcentrum waar ik regelmatig doorheen loop, een stellage met zoet uitziende flesjes en smeersels. Rond die stellages lopen twee of meer jonge vrouwen en/of mannen rond, die mensen de smeersels proberen aan te smeren. U moet weten, ik ben niet zo van de overbodige smeersels, en al helemaal niet als ze op deze manier aan mij opgedrongen worden.

Dus iedere keer wanneer één van de vrouwen of mannen mij aansprak met "Mevrouw, mag ik u...", vertelde ik hen vriendelijk dat ik geen interesse had. Eén van deze dames in het bijzonder viel mij op. Zij sprak mij aan met "Mevrouw, mag ik u iets vragen, Jongedame...?", en bleek ook degene te zijn die er werkelijk íedere dag stond. Zij was de spil van de smeerselfabriek, en had een manier van toenadering zoeken die mij absoluut niet beviel.

Dus na zo'n zes keer (ik ben een geduldig mens, soms) "Nee, bedankt, geen interesse" te hebben gezegd, werd ik deze mevrouw zat. Ik besloot dat het voor eens en voor altijd afgelopen moest zijn, en besloot een keer niet vriendelijk te zijn, maar juist met een zo chagrijnig mogelijk gezicht en mijn neus hoog in de lucht een verwaand handgebaar te maken waaruit duidelijk bleek dat ik niet van haar en haar smeersels gediend was.

En dat hielp. Ik kon weer rustig via het winkelcentrum naar de trein lopen, zonder aangesproken te worden door de jonge vrouw met de bruine paardestaart. Ze had me begrepen, ze deed een stap achteruit als ze me zag, en probeerde niet meer op een paaiende manier mijn aandacht te trekken.

Vandaag, zo'n vijf uur na mijn kappersbezoek, liep ik wederom door het winkelcentrum. De smeersels en de smeerseldame stonden nog steeds op de zelfde plek (vermoedelijk tot de kerst), en ik liep nietsvermoedend met een paar tassen in mijn hand voorbij. Tot mijn grote verbazing hoorde ik "Mevrouw, mag ik u iets vragen, jongedame?", en toen ik omkeek zag ik dat het écht waar was: de bruine paardestaart richtte zich tot mij. Tot mij! Na mij zeker twee weken met rust gelaten te hebben.

Ik hoop dat dit voldoende antwoord geeft op uw vragen omtrent mijn nieuwe haardracht. Ik word blijkbaar niet meer herkend.

Vrijdag 23 November 2007 Geen reacties

Spannend

Ik ga morgen naar de kapper.

Donderdag 22 November 2007 Geen reacties

Ontdigitalisatie #2

Een poosje terug schreef ik over mijn eerste ontdigitalisatie, en hoe goed het voelde mijn eigen foto's in het 'echt' te zien. Acht maanden later is het tijd voor mijn tweede expositie, en dat voelt niet minder goed. Niet alleen is de kwaliteit van mijn foto's verbeterd (dankzij een geweldige camera), ook sta ik op dit moment meer dan 'toen' achter de foto's die ik maak, en heb ik voor mijzelf een beeld gevormd van wat ik mooi vind en wat niet.

Volgens mijn collega versterkt iedere foto in een fotopaar (ze hangen twee aan twee) de andere foto uit het paar. Aan u natuurlijk om te bepalen of u het daarmee eens bent. De foto's (acht stuks) zijn te zien op de Erasmus Universiteit Rotterdam, tram 7, halte Groene Wetering, Universiteitsbibliotheek, direct rechts naast de zwarte draaideur.

(Wilt u de foto's gewoon op uw computer bekijken? Vooruit, bijna alle foto's staan ook op mijn fotolog.)

[Mail me even, mocht u komen kijken! Wie weet ben ik in de buurt, beschikbaar voor een persoonlijke toelichting of een kopje koffie/thee. Geeft mij meteen de gelegenheid nog even ongegeneerd te genieten van het feit dat mijn foto's daar hangen.]

Maandag 12 November 2007 Geen reacties

Ik zag er niet uit

Een man staat midden op de stoep. Hij ziet dat ik zijn richting op loop. Hij zet een stap achteruit, zodat ik voor hem langs moet lopen. Blijft me vervolgens volgen met zijn ogen, tot ik hem passeer. "Pst. Pst! Meisje! Mooi meisje!", doet hij vervolgens. Ik houd niet van Pst. Pst! en loop met mijn neus hoog in de lucht en met grote passen door.

Even later, vriend M. heeft vriendin M. achterop zijn fiets. Vriend M. stopt zodat vriendin M. en ik elkaar even kunnen spreken. "Je ziet er goed uit, Rose!", zegt viend M. Ik zeg hem dat hij er ook mag wezen, waarna vriend M. en vriendin M. weer op de fiets stappen.

Ik loop door, tot aan de Waterweg. Het waait, veel honden worden uitgelaten, trekken hun baasjes met zich mee. Een man wordt door zijn hond richting mij gestuurd. Hij knipoogt, en zegt 'hoi'. Ik vind 'hoi' leuker dan Pst. Pst! en groet terug.

Uitgewaaid en al, nog even door het winkelcentrum op weg naar huis. De bestuurder van Bakker Logistiek opent de deur van zijn vrachtwagencabine. Hij kijkt nog even om, stapt niet in, maar blijft staan. Hij blijft naar me kijken tot ik langs hem heen gelopen ben, knipoogt, en stapt dan in. Ik heb honger, en knipoog niet terug.

Eenmaal thuisgekomen werp ik een blik in de spiegel, en besluit een stukje te schrijven. Ik vroeg me namelijk ineens af hoe men gereageerd zou hebben als ik niet met zo'n bleek gezicht (zonder de gebruikelijke bescheiden veeg mascara), ongekamde haren (fantasieloos bijeengehouden met een haarklem, in plaats van vrolijk los en wapperend), pukkel op de kin, wallen onder de ogen, en verwassen sportbroek de straat op was gegaan.

Maandag 05 November 2007 Geen reacties

Dat ding op die vuurpijl

De wekker. Een zeven voor de dubbele punt. Dat kán niet goed zijn. Maar het is waar. Snooze. Snooze. Snooze. Nog vijf minuutjes, nog één keer snooze. Dan écht douchen, want ik heb een afspraak. Samen even een presentatie in elkaar zetten, dat kan precies in een uur.

Warm bed, nog één keer omdraaien. Een knal. Een enórme knal. Meteen sta ik naast mijn bed, en schuif het gordijn omhoog. Geen rookpluimen. Geen gele lucht. Maar de knal was enorm, onweer kan het niet geweest zijn. De fabrieken 'aan de overkant' zijn mijn hoofdverdachten. Vogels vliegen in paniek rond. Dan begint het te regenen. Geen ontploffing, toch gewoon onweer. De toon voor de rest van de dag is gezet.

Douchen. Ontbijten. Laat, rennen. Brood mee in de trein. Regen, paraplu. Het station staat vol. De trein komt niet. Natuurlijk niet. Ik waarschuw mijn studiegenootje vast: 'ik ben laat, het regent dus de trein rijdt niet, dat had ik kunnen weten, sorry, stom van me'.

De schade blijft beperkt. Hooguit twintig minuten later. Het wordt dertig minuten later, want zelfs trams hebben last van regen. Computerzaal vol. Door de regen van gebouw T naar gebouw H. Een trolley wordt voor mijn voeten geworpen. Ik struikel, vang het op met de verkeerde voet, en hinkel door een te diepe plas. Ik haat deze dag.

Een presentatie blijkt ook in een half uur gemaakt te kunnen worden. Shit, vergeten te printen. Snel naar de printer. Geen Powerpoint, geen hand-outs. Nóg sneller naar de andere zaal. Wel Powerpoint, geen werkende printer. Allersnelst naar de allerlaatste mogelijkheid. Eindelijk hand-outs. Een hinkelend sprintje richting presentatie, tussendoor nog even een pijnstiller. Hoofd-, rug- en stekende buikpijn, vrouw zijn komt altijd op de meest onhandige momenten. Of misschien valt die presentatie gewoon rot.

Presentatie. Presenteren is een eitje als je hoofd er niet bij is. Voorbereiding maakt onzeker. Hakkelen, nadenken, dat soort zaken. Nu niet, dat viel mee.

Terug naar huis. Weer in de tram. 'Rose, bommelding op Rotterdam Centraal, treinen hebben vertraging', lees ik dan. Toepasselijk, denk ik nog, de dag begint met een klap en de dag eindigt met een klap. Maar als ik aankom om CS staat de trein voor me klaar. Wat een wonder. De man die tegenover me zit werpt me een blik toe waar ik de rillingen van krijg. Maar het kan me niets meer schelen. Ik sta op, ga in een andere coupé zitten en laat me rustig naar huis rijden.

Dinsdag 30 Oktober 2007 Geen reacties

Zo rood is Alice

Tram. Zondag. Rotterdam. Moe. Druk. Raampje. Koud. Rotterdam Centraal. Bouwput. Fietsenstalling. Rood. Verrassing. Nieuwsgierig. Gluren. Lopen. Kijken. Zadelhoesjes. Alice. Grappig. Foto. Foto's.

Zondag 28 Oktober 2007 Geen reacties

Breek een been

Lezers van het eerste uur zullen zich nog wel herinneren hoe ik af en toe vol frustratie mijn weblog vol kon schrijven als mijn rug of voeten weer eens niet meewerkten. Voor de nieuwere lezers: ik zou soms graag mijn rug en/of voeten willen ruilen voor een gezonder paar. Nog steeds, hoewel het al stukken beter gaat dan pak 'm beet anderhalf jaar terug.

Niet dat dit stukje daarom draait, mijn voeten en rug. Wel gaat het over het feit dat ik toen al meemaakte hoe mensen omgaan met zichtbare en onzichtbare pijn. De pijn in mijn rug uit zich vaak alleen in het niet stil kunnen staan, terwijl de pijn in mijn voeten zich soms kan uiten in mank lopen. En hoewel ik de pijn in mijn rug vaak als meer overheersend ervaar, was er altijd meer begrip voor de situatie als ik pijn in mijn voeten had en dus zichtbaar mank liep. Dan hoefde ik ineens niet te stofzuigen, terwijl ik wel het loeizware apparaat vanaf een onmogelijke plek moest tillen als ik aan had gegeven last van mijn rug te hebben.

Erger wordt het zodra iemand niet fysiek mankerende is, maar de ziekte zich volledig intern afspeelt. Verschillende en langdurige tegenslagen hopen zich op, worden wel opgemerkt, maar uiteindelijk weer vergeten. Tót de persoon in kwestie breekt, en er geen houden meer aan is.

En dan gebeurt het. Tijdens iedere tegenslag heeft de persoon in kwestie tijd en rust gekregen. Hoefde bij wijze van een tijdje de stofzuiger niet uit de kast te pakken. Want het verdriet was zichtbaar, en er was begrip voor. Maar vanaf het moment dat blijkt dat de persoon van al deze korte perioden 'rust' in zijn geheel niet is opgeknapt en daardoor nu een grens heeft bereikt, wordt van hem/haar verwacht dat de stofzuiger direct weer vanaf de hoogste plank uit de kast gehaald wordt. Want er is toch niets? Al die dingen zijn toch al geweest, opgelost en vergeten? Dit verdriet heeft toch geen zichtbare en/of directe aanleiding?

Echt waar, lieve mensen, mocht u ooit overspannen raken (ik hoop het niet), probeer dan geen begrip te krijgen voor uw situatie. Breek liever uw been. Dan heeft men tenminste een reden om aan te nemen dat u werkelijk een tijdje niet kunt werken.

Donderdag 25 Oktober 2007 Geen reacties

En toen

Ik zat me weer eens te ergeren. Dat doe ik vaak hoor, me ergeren. Ik erger me soms zelfs aan u (dat mag ik natuurlijk niet zeggen). Of aan mensen in het algemeen. Gelukkig ben ik één van u, en ben ik ook maar een mens. Dus erger ik me ook wel eens aan mezelf. Bijvoorbeeld aan het feit dat ik de eerste twee zinnen van dit stukje in mijn mailprogramma zat te typen. Dan zucht ik even diep, dat snapt u. 

Vanmiddag ergerde ik me aan een man. Mannen zijn wel vaker irritant, maar deze was uitzonderlijk vervelend. Het was een vieze onverzorgde man. Zwarte handen met af en toe daar tussen door 'vlekken' die op een vleeskleur leken. Zwarte jas, met een capuchon over zijn vieze pet en een soort van zwarte spijkerbroek met gaten en vlekken. Hij zou zwerver geweest kunnen zijn als hij geen dure mp3-speler en nog duurdere telefoon bij zich droeg. Maar misschien zegt dat eigenlijk niet eens zoveel.

Maar goed, zijn viezige uitstraling was niet het ergste aan deze man. Misschien maakte het wel het geluid dat uit zijn mp3-speler kwam enger. Heel hard hoorde ik al een kwartier lang een eentonig en niet-veranderend geluid uit zijn koptelefoons komen dat nog het meest zou kunnen lijken op het geluid van een mitrailleur, geluid dat ik gelukkig alleen ken van de televisie. Ik voelde me er in ieder geval een beetje ongemakkelijk bij. Maar het allerergste vond ik misschien nog wel het feit dat hij zijn zijn grote kisten (voor de mensen die dit niet kennen, schoenen) op het bankje tegenover hem legde. En nee, dat waren geen schone kisten. Heel vies, alsof de man net door de modder had gelopen. 

Tot nu toe is er dus nog niets gebeurd. Ik heb me alleen nog zitten ergeren aan het beeld van een onverzorgde man met eng geluid in zijn oren en schoenen op de treinbank. Maar dan gebeurt er wat. De conducteur nadert, klaar om onze kaartjes te knippen, een blik op ons treinabonnement te werpen, of zich te ergeren (!) aan de OV-chipkaart die weer eens voor problemen zorgt. Mijn hoop is dat hij buiten deze uiteraard zeer interessante bezigheden (en dan ineens weet je het, je wordt...) ook iets zegt over die schoenen. Die vieze, vuile, zwarte schoenen op de relatief schone treinbank.

En dat doet hij. 
"Dat mag niet, he", zegt de conducteur. 
"Nah", antwoordt de man. 
"Nee, dat is niet zo fijn voor de andere mensen!", zegt de conducteur vervolgens. 
"Ik hoor ze anders niet klagen, hoor", zegt de man op zijn beurt.
"Nee, dat doen mensen inderdaad niet zo snel", merkt de conducteur scherp op.

In gedachten klap ik in mijn handjes voor de conducteur. Hij houdt vol. Net zo lang tot de man zijn schoenen van de bank haalt. Tenminste, dat is wat ik dacht dat zou gaan gebeuren. In plaats daarvan haalt de conducteur een krantje van een andere bank, vouwt deze uit, legt het onder de vieze kisten van de man neer, en gaat vrolijk verder met kaartjes knippen, treinabonnementen bekijken en OV-chipkaarten vervloeken.

Ik wist even niet wat ik moest denken.

Dinsdag 23 Oktober 2007 Geen reacties

Een update

Het komt er niet van iets voor u te schrijven. Ik ben met andere dingen bezig, denk ik. Zo schreef ik afgelopen week meerdere malen een stukje, en drukte vervolgens weer op de knop 'verwijderen', omdat u als lezer soms beter geen stukje kan lezen dan een onzinnig stukje. Om toch een teken van leven aan de (blog)wereld af te geven, even een paar kleine punten waarover ik misschien wel iets leuks had kunnen schrijven, maar waar niet van gekomen is. Een beetje een stukje à la vandenb (die overigens een prachtige recensie kreeg voor zijn nieuwe boek) of Zezunja.

Youp - Ik ging afgelopen week naar Youp van 't Hek. Ik kreeg namelijk kaartjes voor Youp van mijn werkgever, omdat ze me zo lief vinden, daar waar ik werk. En ik vind Youp niet altijd even grappig, maar ik heb nu wel heel hard gelachen. Vooral het eind was leuk, én verrassend. Goed, meer kan ik hier niet over zeggen, anders verpest ik de lol voor hen die nog om Youp gaan lachen, en dat wil ik niet op mijn geweten hebben, dat ik uw lol verpest.

Fotolog - Ik heb tegenwoordig een fotolog. Dat betekent vooral dat ik u niet meer hoef te vervelen met plaatjes als ik een keer enthousiast ben over een geschoten plaatje en dat op u over wil brengen. Klik hier voor de plaatjes, en klik hier als u graag op de hoogte wilt blijven van nieuwe plaatjes.

Rotterdam - Omdat ik het toch niet helemaal kan laten, hier en hier en hier wat foto's van de verbouwing van het Centraal Station te Rotterdam. Een verbouwing die me erg op mijn zenuwen begint te werken, aangezien er zeker acht onzichtbare loopwegen tussen de treinen via de metro naar de trams lopen, en ik continu omver gelopen word, of mensen omver loop, en sinds kort het verschil tussen die twee niet meer herken.

(Mocht u erg emotioneel worden als u denkt aan het afscheid van het oude Centraal Station, kunt u mij mailen voor de plaatjes. Mocht u geen last hebben van tranen, maar misschien wel een plaatje van Rotterdam willen hebben, kunt u hier(ook verkrijgbaar in zwart-wit) wel een vergroting van krijgen, zelf op te halen bij HEMA.)

6,6 - Ik maakte een toets. Een toets over de ontwikkeling van expertise. Het leren was die week wegens omstandigheden niet gelukt, en het was een verdomd moeilijke toets. Wij, een groepje van dertig man, zaten de volle drie uur te zwoegen op de pittige vragen, terwijl honderden studenten die een andere toets maakten na een uur al vrolijk weekend gingen vieren. Toen gisteren bleek dat ik voor deze toets een 6,6 had gekregen, sprong ik bijna een gat in de lucht. Dat doe ik normaal niet voor zo'n relatief mager cijfer, maar nu dus wel, aangezien ik me al neer had gelegd bij een herkansing. Later sms'te ik mijn blijdschap door, noemde het cijfer 6,6, en iedere keer dat ik nu het woordje m'n wil typen met de mobiel, verschijnt het cijfer 6,6. Ik heb namelijk een heel slimme telefoon die uit zichzelf dingen opslaat in zijn beperkte geheugen.

Uur - Bovenstaand stukje heeft me ruim een uur gekost, lieve mensen. Een uur! Als u voorlopig zelfs niet meer dit soort updates ontvangt, weet u waar het door komt.

Zondag 14 Oktober 2007 Geen reacties

Zwart

"Rose, dat zwart, is dat definitief?"
Nou, lieve mensen, dat is maar hoe je het bekijkt. Het zwart op soyosa.nl is, zoals u kunt zien, zeker niet definitief. Het zwart werd echter wel definitief voor een persoon die veel te jong was om nooit meer kleur te zien. Dat hij gek was op zwart, gezien zijn zwarte broeken, t-shirts, schoenen, sokken, jas en tas is niet voldoende troost. Ik hoop dat hij in het door hem zelf verkozen zwart de rust krijgt die hij blijkbaar zocht.

Woensdag 10 Oktober 2007 Geen reacties

Ongeslagen

De man kwam schuin tegenover me zitten. Een vrij lange man, met een koffertje en een plastic tas. Het meisje naast hem - en tegenover mij - zat rustig een boek te lezen. Ik las in het tijdschrift van de universiteit, en probeerde me zo min mogelijk met mijn omgeving te bemoeien.

Dit bleek echter vrijwel onmogelijk. De man had namelijk vervelende gewoontes. Gewoontes die je als treinreiziger beter niet kunt hebben, omdat je er gegarandeerd boze blikken door toegeworpen krijgt. De man was zich echter volledig onbewust van deze ongeschreven treinregels, en zat continu te bewegen. Zijn linkerbeen (minimaal anderhalve meter lang) over zijn rechterbeen, en zijn rechterbeen (ongeveer van dezelfde lengte) terug over zijn linkerbeen, nadat zijn linkerbeen uiteraard van zijn rechterbeen terug was gezwaaid naar de plek waar hij hoorde.

Alsof dit niet vervelend genoeg was, besloot hij na de tweede halte zijn rechterbeen weer naast zijn linkerbeen terug te zwaaien, om vervolgens een kwartslag te kunnen draaien. Met zijn gezicht van ons af keek hij voorovergebogen uit het raam aan de andere kant van het gangpad. Een halte later draaide de man een halve slag, zodat hij met zijn gezicht naar ons toe zat, en zeer geïnteresseerd uit het raampje kon kijken. 

Op het moment dat het meisje en ik elkaar veelbetekenend aankeken, besloot de man dat het tijd was met veel omhaal terug te draaien naar zijn plek, en zijn tas vol papieren te laten vallen op de voet van het meisje tegenover me. Abrupt trok ze haar voeten weg, en keek de man aan met een prachtige boze blik, zoals maar weinig mensen dat kunnen. Een paar seconden later had de man zijn papieren bij elkaar geraapt, terug in het tasje gestopt en was hij uitgestapt.

"Allemachtig", zei het meisje.
"Ja, nou", zei ik.

Ik vertelde haar maar niet dat een tasje op je voet niet zo erg was, als ze in haar achterhoofd hield dat zijn zoon ooit een gat in mijn voorhoofd had geslagen.

Maandag 24 September 2007 Geen reacties

Stevy

De bus kwam niet opdagen. De énige bus, die ons - negentien jonge vrouwen - naar een afgelegen plek aan de rand van de samenleving zou brengen. Bijna letterlijk. Een bus die slechts eens per half uur langs kwam rijden. Maar er was een defect. En dus geen bus. Her en der hoorde ik mensen roepen dat we ons 'dan maar op moesten laten halen door de gekkenbusjes'. We lachten wel, maar waren niet blij.

De vrouw van de kliniek vertelde ons dat we misschien nog wel konden lopen. Drie kwartier, ongeveer. Maar omdat we niet wisten waar we precies waren en geen man bij ons hadden die ons met behulp van een van zijn weinige kwaliteiten kon begeleiden naar die ene plek aan de rand van de samenleving, juichten we dit 'alternatief' niet bepaald toe. Precies op het moment dat we alle negentien de enige auto die we sinds lange tijd hadden gezien wilden bestormen, zagen we in de verte een bus aan komen rijden. Er werd alsnog gejuicht.

De buschauffeur leek in zijn element. Logisch, heel zijn bus zat vol vrouwen. Negentien jonge, één heel oude, één gesluierde met kinderwagen, en één die ik als 'typisch Rotterdams' zou willen omschrijven. De Rotterdamse en de gesluierde vrouw wilden allebei uitstappen. Ze drukten beiden op het knopje, ook al stond het rode lichtje al op 'stop'. Plots beginnen beide vrouwen te zwaaien. "Hier! Hier!", roept de Rotterdamse erbij. De chauffeur trapt hard op zijn rem en doet de deuren open. "Ja man, sorry hoor!", roept hij naar de vrouwen. Als de Rotterdamse in pittig Rotterdams nog even duidelijk maakt wat ze van de chauffeur vindt, omdat hij de gesluierde vrouw mét kinderwagen uit laat stappen in een berm in plaats van op de stoep, begint hij te schreeuwen. "Ja man, weet je wat! Kom morgen maar terug met een wapen, dan kun je me doodschieten!"

U begrijpt, de overige twintig vrouwen waren plots doodstil. En dan waren negentien van hen nog niet eens in de TBS-kliniek geweest.

In de TBS-kliniek was het allesbehalve stil. Er werd gelachen, er liepen veel mensen heen en weer. We spraken het hoofd van de behandelafdeling, we spraken een juriste. We werden weer iets stiller toen we beseften wat TBS eigenlijk écht inhield. En mochten toen nog een rondje over een afdeling lopen, waar wij TBS'ers waarvan het personeel 'dacht dat deze niet al te snel in de verleiding zouden komen ons aan te vallen' vragen mochten stellen, en andersom.

Stevy werd geroepen. "Stevy! Ben je daar! Heb je je kamer opgeruimd? Geen onderbroeken te zien? Mogen deze dames jouw kamer even zien?" Er werd bedeesd goedkeuring gegeven door Stevy. Met zijn allen schuifelden we richting Stevy's kamer. Er stond een jongen/man waar ik de leeftijd niet van kon schatten een beetje ongemakkelijk in het midden van zijn kamer naar ons te kijken. Negentien paar ogen keken misschien wel nóg ongemakkelijker de kamer van Stevy binnen. Zelf voelde ik me een beetje een indringer, iemand die wijst naar een aap omdat-ie een grappig kunstje doet. "Nou, dames, hebben jullie misschien vragen?", werd ons gevraagd. Het bleef stil. "We zijn er stil van", zei een van ons om de stilte te verbreken. Stevy lachte verlegen. "Ik ben er ook stil van...", zei hij toen.

Stevy liet negentien vrouwenharten smelten. Op dat moment leek de realiteit niet recht, maar krom. Een over-agressieve buschauffer is zo vrij als een vogeltje, een bedeesde, verlegen en bescheiden Stevy zit vast in een kamer, afgesloten met een stalen deur.

Het viel me op dat geen van de negentien vrouwen wilde vragen waarom Stevy daar zat. Op de terugweg keken we allemaal iets minder vriendelijk naar de buschauffeur, die blijkbaar de hele middag hetzelfde rondje had gereden.

Donderdag 20 September 2007 Geen reacties

Afrekening

Ik heb dus maar dertig procent korting gekregen, terwijl op het doosje vijftig procent staat!
Oh... Ja.
Ja, ik ontdekte het toen ik met vrienden zat te kletsen. Ik dacht: da's ook raar!
Ja... Nou, even denken. Danneh... dan zal ik deze even terugboeken, goed?
Ja, prima.
Oké, nu is-ie terug dus, hier heeft-u vijf euro vijfentachtig.
Ja, maar ik moet dus nu nog betalen he, want ik wil 'm wel graag meenemen.
Oh ja. Goh, wat een gepruts.
Ja, dus ik moet nu vijftig procent van negen euro betalen.
Ja. [...]
Da's dus vier euro vijftig.
Oh ja. Jeetje, lastig zeg. (het kassameisje geeft ondertussen vijf euro vijfentachtig aan de vrouw.)
Ja, maar hier gaat dus nog vier euro vijftig vanaf he, want die wil ik betalen.
Oh ja, dat is een goed idee.
Dus als jij mij nou vijftig cent geeft, en die vijfentachtig cent, dan mag jij die vijf euro houden.
Ja! Laten we het zo maar doen dan! (Het meisje geeft haastig de vijfentachtig cent plus vijfitg cent uit de kassalade aan de vrouw.)
Goedzo. En dan wil ik nu nog graag deze twee afrekenen.
Oké. Ja. Dat is dan eh... twee keer vier euro vijftig.

Dinsdag 18 September 2007 Geen reacties

Geschaakt #2

Mijn kind zal een genie worden. Iets in die richting moet de vader van Susan Polgar gedacht hebben. Nog vóór zijn kinderen geboren werden schreef hij een boek over hoe een genie opgevoed kon worden. En toen zijn oudste dochter rond haar vierde leeftijd toevallig een schaakbord met schaakstukken tegenkwam, besloot hij dat precies dát het zou zijn waar zij 'de beste' in zou worden.

Susan ging niet naar school, kreeg thuis van haar moeder les in algemene vakken, terwijl haar vader haar leerde schaken. Hij geloofde simpelweg dat iedereen met voldoende inspanning een genie zou kunnen worden, en wilde dit feit empirisch bewezen. Susan, omdat ze de oudste was, was de eerste dochter die de wereld versteld liet staan van haar kunnen. Schaken was (en is, zou je kunnen zeggen, als je naar het aantal vrouwennamen op de schaakranglijsten kijkt) een echte mannensport. Vrouwen konden niet schaken, zo was de algemene opvatting toen Susan nog jong was, hun brein was daarvoor niet toereikend. Als 'bewijs' werd aangedragen dat het vrouwenbrein kleiner was, en dat vrouwen in gebreke blijven als het gaat om ruimtelijk inzicht. Toen Susan echter op zeer jonge leeftijd de betere schakers1 kon verslaan en later zelfs de eerste vrouwelijke grootmeester werd, piepte de wereld wel anders.

(Voor de liefhebbers: zie hier de interessante documentaire 'My Brilliant Brain', in 123456 delen. Hierin kun je Susan onder andere zien vertellen hoe de mannen die door haar als jong meisje verslagen werden plots allemaal hoofdpijn en buikpijn hadden.)

Het meest recente onderzoek laat zien dat ruimtelijk inzicht geen bepalende factor is binnen schaakexpertise. Wél is datdeliberate practice, het veelvuldig gemotiveerd en vaak alleen studeren op bepaalde aspecten van de sport. En gek genoeg is dit waar het vrouwen in de schaaksport aan ontbreekt. Waar mannen ruim 2000 uur per jaar aan zelfstudie besteden, doe vrouwen dat slechts 800 uur. Mijn docente voegde hier grinnikend aan toe dat het nerdgehalte van de mannen binnen haar onderzoek wel opvallen groot was, en dat het verschil in zelfstudie tussen mannen en vrouwen wellicht ligt aan het feit dat het voor vrouwen minder aantrekkelijk is om puur en alleen met een schaakbord, een spelsimulatie of boeken en tijdschriften te zitten.

In ieder geval was niet alleen Susan was succesvol binnen de schaaksport, zusje Sofia ook. Geen van de zusjes haalde het echter bij zus Judit, momenteel op plaats negentien in de wereldclassificatie, ooit zelfs op plaats acht. Het is vader Polgar gelukt om zijn theorie omtrent het 'maakbare' genie bevestigd te zien worden bij alledrie zijn dochters. Het is óók al deels gelukt mensen ervan te overtuigen dat ook vrouwen kunnen schaken, maar dat zij waarschijnlijk de top niet halen doordat zij om onbekende redenen te weinig oefenen. Als we het nu ook nog voor elkaar krijgen om de URL die verwijst naar de top 100 beste schakers van de wereld niet te laten eindigen in 'list = men', terwijl er ook een vrouw in deze top 100 genoteerd staat en er meer vrouwen in zouden kunnen staan, dan wordt het misschien nog wat met de (schaak)wereld.

Dinsdag 11 September 2007 Geen reacties

Tsjechomoment: heldendaad

Ze keek me aan. Strenge donkere ogen, kort donker haar en klein van postuur. Die kleintjes zijn pas écht om bang van te worden. Ik (een meter negenenvijftig, volledig uitgeschreven om het groter te laten lijken) en de mensen uit mijn omgeving kunnen het weten.

"Nicht hier fotografieren bitte!", beet ze me toe. Vlug stopte ik mijn camera terug in de tas. De toon was gezet. Ook de mensen om mij heen werden stuk voor stuk door het kleine heksje toegeblaft. Drie minuten later had niemand van ons meer een camera in de hand.

De pitbull begon te praten. Onverstaanbaar. In rap Tsjechisch vertelde ze de ins en outs van het klooster waar we ons bevonden. Een Cisterciënzers klooster, met een overdadig beklede en versierde kerk daaraan vast. Indrukwekkend en aanstootgevend tegelijk.

Iedereen om me heen stond op. We moesten blijkbaar verder. De mensen om mij heen keken om zich heen. Ik vroeg me af hoeveel van hen konden verstaan wat ze vertelde, ik was duidelijk niet de enige buitenlander in de groep. Gehoorzaam schuifelden we de kerk door, het klooster in. We begrepen wanneer wij mochten lopen als zij ook begon te lopen. Nauwgelet hield ze de achterblijvers in de gaten om hen snel weer richting de groep te dirigeren. Ontspannen was anders.

Terwijl ik me bleef verbazen over haar manier van rondleiden, kwamen we via een grote schilderijenhal in een smallere gang. Voordat we naar binnen mochten lopen, werden we geattendeerd op de voorschriften. Niet fotograferen, en vooral niets aanraken. Langzaam schuifelden we de gang in.

Ik zag boeken, honderden boeken met mooie met goud versierde kaften naast en onder elkaar in lange en hoge kasten. Mijn boekenhart begon te kloppen. De geur van stof verzamelende boeken was merkbaar aanwezig. Ik snoof de geur op en besloot hier de rest van mijn leven te willen blijven. Maar helaas. We moesten verder. De deur aan de andere kant van de gang leidde echter naar een grote ruime en lichte ruimte. Hier stonden er niet honderden, nee, duizenden in met goudverf versierde houten kasten bij elkaar.

Mijn vingers begonnen te jeuken. Als ik iets moois zie, wil ik het vastleggen. Om er thuis nog eens naar te kunnen kijken en er bij weg te kunnen dromen. Voorzichtig probeer ik uit te vinden hoe druk de gevreesde begeleidster is. Ze staat te praten, beweegt haar handen en kijkt om haar heen. Ik voel haar ogen op me gericht, maar merk dat mijn handen richting de rits van mijn fototas gaan. Ze komt een paar stappen dichterbij. Onze blikken kruisen elkaar. Dan draait ze zich om en loopt van me weg.

Mijn handen trillen. Mijn knieën knikken. Als ik zou durven praten zou mijn stem bibberen als een rietje met Parkinson. Als het niet nu is, is het nooit. Twee seconden later heb ik mijn camera in mijn handen. "Laat hem niet vallen!", hoor ik naast me. Weer twee seconden later heb ik de foto gemaakt. Camera in mijn tas. Alsof ik de misdaad van mijn leven heb gepleegd loop ik schuldbewust en zonder oogcontact te maken naar de uitgang. Vijf minuten later sta ik buiten. Mét foto. En wat voor foto. Hij laat vooral zien wat ik aan het begin van deze alinea schreef, en zal me voortaan herinneren aan mijn gedurfde daad onder de strenge ogen van een Tsjechische vrouw van ongeveer een meter negenenvijftig.

Zaterdag 08 September 2007 Geen reacties

Geschaakt

Het onderzoek naar expertise draait de komende weken voornamelijk om het schaakspel. Mozart was een expert. Verschillende topsporters worden experts genoemd. Maar hoe zijn zij een expert in hun gebied geworden? En waarom zijn wij (als in: u en ik, de gewone mens, of weet ik iets niet van u dat ik wel moet weten?) geen Albert Einstein?

Het nature-nurturedebat houdt me vaak lange tijd bezig. Voorlopig wijst onderzoek grotendeels naar de nurturekant, maar het geroep om erkenning van aangeboren talent blijft hardnekkig bestaan. De beste tekenaars, bijvoorbeeld, laten al op zeer vroege leeftijd een grote voorsprong zien op leeftijdsgenoten. Een vijfjarige die een gedetailleerde tekening kan maken van een groep touwtrekkende mensen, tegenover een andere vijfjarige, die een simplistische tekening maakt van een huis met een schoorsteen en een zonnetje. U kent die tekeningen wel. En nog extremer: een twee-jarige, die al de vorm van een appel tekent, ten opzichte van een andere tweejarige, die slechts kan krassen, wat veel 'normaler' is voor die leeftijd.

In overige vakgebieden is zo'n aangeboren talent echter nog niet gevonden. Zelfs van Mozart, waar vaak van wordt gezegd dat dit een soort 'wonderkind' was met een aangeboren muzikaal talent, blijkt dat zijn vader hem al op vroege leeftijd gecompliceerde oefeningen voorlegde, zodat zijn talent lijkt voortgekomen uit vroegtijdige en langdurige oefening.

Schaken staat in de psychologie model voor een grote variatie aan complexe cognitieve taken. En omdat er in de schaaksport classificaties gemaakt kunnen worden van 'beginneling' tot 'grootmeester', is dit een mooi onderzoeksthema. Adriaan de Groot, pionier op het gebied van onderzoek naar expertise door middel van zijn proefschrift 'het denken van den schaker', vond uit dat schakers een enorm geheugen hebben voor betekenisvolle opstellingen. Maar hebben zij dan een goed geheugen, zodat ze goed kunnen schaken? Of kunnen ze door oefening steeds beter schaken en ontwikkelen ze daarom een goed geheugen?

Onderzoek naar dit aspect van de schaaksport wijst uit dat een beginneling slecht is in het onthouden van schaakopstellingen die slechts vijf seconden worden aangeboden. Schaakgrootmeesters scoren hierop bijna honderd procent. Schotel je diezelfde schaakexpert echter een niet-bestaande schaakopstelling voor, onthoudt hij net zo weinig als de schaakbeginneling. Schakers hebben dus een zeer specifiek goed geheugen voor schaakopstellingen, maar hebben gemiddeld genomen geen beter geheugen dan ieder ander.

Het onderzoek naar aangeboren of aangeleerd talent heeft me in ieder geval nu al in de greep. En het wordt nog mooier, want wat hierboven staat is pas het begin van mijn nieuwe studiejaar. De boodschap die ik u vandaag mee wil geven is deze: mocht u nog geen expert zijn in uw vakgebied, huil dan niet. Uit onderzoek blijkt dat de meest getalenteerde mensen gemiddeld tien jaar (of tienduizend uur) oefening nodig hebben om ergens goed, beter of 'de beste' in te worden.

Dinsdag 04 September 2007 Geen reacties

Sneller dan ooit

Het voelt een beetje als het wennen aan een nieuwe portemonnee. Je weet dat er geld in zit (of in ieder geval een pinpas waar geen geld mee op te nemen is, hoewel de ingetoetste pincode juist is), maar laat de centen op de grond vallen omdat in je vorige portemonnee het geldvakje andersom opende.

Ook op een nieuwe computer (nieuw als in: mooi tweedehands en waarschijnlijk de laatste stap op weg naar de aankoop van een appelcomputer) is het weer even zoeken. Last.fm installeren, Feedreader downloaden, OPML-bestand importeren, de meldingen die dat ding geeft uitschakelen (op het moment van schrijven zie ik nog steeds pop-ups verschijnen, helaas berichten die ik op mijn oude computer al als 'gelezen' had gemarkeerd), snelkoppelingen aan Firefox toevoegen, en als een speer cleartype aanzetten, want al uw (en mijn) internetpagina's zien er plotsklaps lelijk uit. 

En dat is pas het begin. De eerste noodzaak, zeg maar. Gelukkig hoef ik niet te wennen aan de snelheid van het nieuwe apparaat. Zodra ik probeer mijn oude harde schijf (die voor het gemakt even naast de nieuwe harde schijf werd geplaatst) te openen, is het verschil in snelheid duidelijk merkbaar. Zo min mogelijk doen dus, om zo snel mogelijk te kunnen ontstressen van al die seconden (!) die ik heb moeten wachten voordat ik een bestand en/of programma kon openen. 

Ondertussen is Feedreader uitgepop-upt, en kan ik al uw berichten als 'gelezen' markeren. Mijn nederige excuses, maar ik ga geen 1421 ongelezen items doorwerken. Zodra u een nieuw bericht plaatst, bent u de eerste bij wie ik weer kom reageren. En sneller dan ooit. Alleen in mijn beleving, uiteraard. Vermoedelijk zult u er niets van merken.

Maandag 27 Augustus 2007 Geen reacties

Over de intercom(meneer)

Ik lees, luister muziek, kijk af en toe om me heen, het overbekende treinreisrecept. De trein remt af, er luidt een intercomdeuntje, ik doe één van mijn oordopjes uit.

Er staat voor ons een trein stil met onbekende reden.
[...]
Waarom hij stilstaat weten wij niet.

Mijn blik kruist die van een man elders in de trein. Om zijn mond is een brede grijns te zien, waardoor ik ook kan lachen. (Herkent u dat? Dat u in bepaalde sociale situaties pas kunt lachen als er iemand met u meelacht?) We rijden een stukje verder, maar erg snel gaan we niet als je bedenkt dat we in een intercity zitten. Voor de tweede keer een intercomdeuntje.

De reden dat we nu zo langzaam rijden is dat we achter een stoptrein rijden.
[...]
Dus het zal allemaal niet zo snel gaan.

Terwijl de intercommeneer nog iets mompelt over vertraging en het missen van aansluitingen, glijden mijn ogen automatisch in de richting van de man. Nog vóór ik zijn gezicht volledig in beeld heb zie ik dat hij al grijnzend naar mij zit te kijken, en ik kan niet anders dan meelachen. We rijden weer verder, en komen met veel extra stops aan in Utrecht. Het intercomdeuntje. Ik begin bij voorbaat al te lachen.

Dames en heren, aan de overkant staat nog een intercity naar...
[...]
Helaas, daar gaan de deuren al van dicht.

(U had erbij moeten zijn.)

Maandag 20 Augustus 2007 Geen reacties

Ijzersterk

Ze vertelt wel eens over vroeger. Over de tijd dat er oorlog was, en zij met een paar cent op zak naar het naburig dorp moest fietsen om aardappelen te halen. De soldaten in de berm floten haar na, zoals ze wel vaker nagefloten werd. Een meisje in een rok op de fiets. "Achteraf besef je hoe gevaarlijk dat heen en weer fietsen was", zegt ze dan.

De familie vertelt andere verhalen. Hoe ze hoestend van de astma boven de groene zeep de kleding van haar kinderen stond schoon te boenen. Hoe haar (van horen zeggen lieve, ik heb mijn opa nooit gekend) man niet begreep dat mijn oma van zijn salaris eigenlijk niet rond kon komen, maar wel verwachtte dat hij zomaar nieuwe schoenen kon kopen.

Het zijn de verhalen die je pas later hoort, of later pas gaat begrijpen. Voor die tijd noemde ik haar oma Bus, omdat zij zo lang ik me kan herinneren met de bus op bezoek kwam. Weer een tijdje later werd oma Bus niet oma Knoop, maar knopenoma. Het kleine gele blikje in haar donkere dressoir oefende een sterke magische kracht op me uit. Ik kon tijdenlang spelen met de honderden verschillende knopen die in het blikje zaten. Achteraf denk ik dat het een soort Dagobert Duck-effect bij me teweeggebracht heeft. Ik kon niet zwemmen in het blikje met knopen, maar ze door mijn handen laten glijden lukte wel. Tellen, sorteren en er figuurtjes mee leggen lukte ook.

Het is een herinnering uit de tijd dat oma nog sterk was. Sterk van lichaam, moet ik daar aan toevoegen. Want sterk is ze nog steeds, hoewel haar lichaam het opgeeft. Breuk na breuk teistert haar lichaam. De waslijst medicijnen die ze al haar leven lang slikt begint zijn tol te eisen. Wat jaren terug begon lijkt nu in sneltreinvaart het lichaam mijn oma op te breken. Letterlijk bijna, terwijl haar hart blijft tikken. Platen in haar heup en arm houden de botten bij elkaar. En pas nu er écht geen hoop meer is op een zelfstandig bestaan, begint ze heel voorzichtig het leven los te laten.

Oma Bus, knopenoma, en oma Ijzer. Want ook dat stukje van haar zal ik altijd onthouden. Haar ijzersterke wil, en onuitputtelijke kracht op momenten dat u en ik het allang hadden opgegeven.

Maandag 13 Augustus 2007 Geen reacties

Minder somber

De man, een jaar of vijftig, staarde voor zich uit, leek niet te zien wat er in of buiten de bus gebeurde. Hij leek me somber, diep in gedachten verzonken, zijn vingers spelend met de rits van zijn dunne jas. Ik vroeg me af of hij zorgen had. Of gewoon zijn gezicht in de 'ontspannen plooi' hield, zoals we dat allemaal wel eens doen.

De bus reed naar de tweede halte na mijn opstappen. Na de bocht konden de mensen overstappen op het busstation in Naaldwijk. Een meisje, ongeveer mijn leeftijd, stond vast op. Greep zich in de bocht vast aan één van de palen in het gangpad. Maar het was al te laat. Haar vrije arm greep de paal, haar andere arm, vol papieren, raakte uit balans. Voor ze het wist lag zij bovenop de sombere man, en haar papieren op de grond.

Met een dieprode kleur over heel haar gezicht stond ze op, mompelde een paar woorden, raapte haar papieren zo snel mogelijk op van de grond, en stapte uit. De rest van de reis had de sombere man een brede grijns om zijn mond.

Donderdag 09 Augustus 2007 Geen reacties

Tsjechomoment: contrast

De eerste indruk die ik krijg van Tsjechië als we via Oostenrijk het land binnenrijden is dat het ruwer is, minder gekamd. Oostenrijk is netjes, het berglandschap ziet er verzorgd uit, en de mooie ruime huizen zijn stuk voor stuk behangen met plantenbakken vol kleurige bloemetjes. Kneuterig.

Tsjechië lijkt stoerder. De huizen hebben meestal geen plantenbakken vol bloemetjes. Integendeel. Hoe verder je het land inrijdt, des te vaker je ziet dat zelfs de kozijnen niet geverfd zijn. Ook begint langzaam maar zeker op te vallen dat de wegen gek genoeg geen streep op het midden van de weg hebben. En dat er in de bergen hard gereden wordt, mensen 'op de gok' inhalen, en de bochten niet afgeschermd zijn met paaltjes, hekjes, of enige andere afscherming.   

Langs diezelfde wegen zitten vaak vrouwen. Vrouwen op een stoeltje, onder een parasol, met naast zich op een tafeltje ondefineerbare etenswaren in potten. Wachtend op een auto die stopt om de bessen (?) te kopen. Een paar uur later zitten ze er nog. Soms staat er een pot minder, soms nog dezelfde hoeveelheid. Je vraagt je af of dit de enige manier is waarop zij hun geld verdienen. 

Een land vol contrasten, want een paar dagen later loop je in een 'grote' stad, vol hippe winkels en mensen die moderne kleding kopen. En of je nu in een dorp of een stad loopt, die contrasten zijn zichtbaar. Niet alleen onder de bevolking, ook op de muren van de huizen en restaurants. Ieder huis heeft een andere kleur. Een vrolijk geheel. Zelfs zonder kneuterige plantenbakken met bloemetjes.

muur in kleur

[Inderdaad, de foto klopt niet helemaal bij het verhaal. U moet de plant even wegdenken. Zucht.]

Maandag 06 Augustus 2007 Geen reacties

Uit- en inpakken

Zo. De vakantielogjes zijn geschreven. De drie merels zijn uitgevlogen. Alle e-mails zijn eindelijk beantwoord (nu niet meteen wéér gaan mailen he!). Alle duizenddertig Berlijnfoto's zijn opgeslagen. De koffer is uitgepakt.

De koffer is ook weer ingepakt.

Vrijdag 20 Juli 2007 Geen reacties

Berlijnmoment: lekker

Na een dag OV'en, lopen en foto's schieten, werd het tijd om iets te eten. Écht eten dan maar, en het liefst in een écht Duits restaurant. Denkend aan zo'n heerlijke wienerschnitzel liep het water me al in de mond. Duitsers zijn niet bepaald zuinig met hun stukken vlees, en als ik ergens gelukkig van word is het wel van véél vlees. Echt vlees. Lekker vlees. Sappig vlees. Zonder groente.

Verlangend keek ik om me heen. Eén restaurant met het woord schnitzel op de menukaart zou genoeg zijn. Ik zou er binnenstormen, schnitzel! schnitzel! roepen, en mijn (uiteraard welverdiende) stuk vlees met smaak verorberen. Dat kon niet fout gaan. Dacht ik.

Iedere honderd meter die we verder liepen bracht twijfel met zich mee. De variatie in restaurants was niet bepaald om over naar huis te schrijven. Eerst een Indiër, dan een Kebabzaak (ook lekker), daarna een Italiaan, dan weer een Indiër, dan weer een Kebabzaak, enzovoort. En nergens stond schnitzel op het menu.

"Kom op Rose, we lopen nog even verder", probeerde M. me aan te moedigen. Het lood was ondertussen zó ver in mijn schoenen gezakt (onderschat nooit de enorme teleurstelling van het verlangen naar een stuk vlees en deze niet krijgen) dat lopen niet meer zo hard ging. Maar misschien dat daar om de hoek...? "Zo niet, dan gaan we maar gewoon zitten hoor", zei ik, moe en licht teleurgesteld.

Daar gingen we, de hoek om. We naderden een eettent, en mijn blijdschap was groot. Er stond in ieder geval geen Indisch, Italiaans of Kebab aangekondigd. Niet dat er verder wél iets aangekondigd stond, maar dit was al iets. Een blik op het bord buiten leerde ons dat er grillspecialiteiten werden geserveerd. Altijd goed, grill, en hoewel ik de schnitzel nog niet kon ontdekken gingen we tóch naar binnen.

Uitgehongerd en vol verwachting bekeken we de kaart. Geen schnitzel. Wel grill. Genoeg grill. Ergens op de kleine kaart stonden tien verschillende grillspecialiteiten onder elkaar opgenoemd. Lamsgrill dan maar. "Lammspieße bitte",bestelde ik in mijn beste lelijke Duits. De serveerster keek me bevreemd aan. "Aber, so geht das nicht!", zei ze. Wat ze daarna zei heb ik maar half gehoord, zo overdonderd was ik. De kern van wat ze vertelde begreep ik wel: we zouden alle tien de stukken vlees te eten krijgen.

Lieve lezers, ik heb in Berlijn geen wienerschnitzel mogen proeven. In plaats daarvan heb ik in het eerste Rodiziorestaurant van Berlijn gegeten. Er was véél vlees. Sappig vlees. Lekker vlees. En al dat vlees werd om de paar minuten door de kok met een groot vlijmscherp mes zó van de spies op het bord gesneden. Een volgende keer in Berlijn zou ik graag de vijf stukken vlees waar we (want: wat een enorme hoeveelheden!) niet aan toe zijn gekomen alsnóg willen eten. En die wienerschnitzel natuurlijk.

Donderdag 19 Juli 2007 Geen reacties

Berlijnmoment: luguber

Hoofdjes. Honderden hoofdjes liggen verspreid over de bodem. De nis waar we in staan is misschien wel dertig meter hoog. De grimmige sfeer wordt versterkt door het minimale licht dat van bovenaf naar binnen valt.

Voor ons staan wat mensen te twijfelen of ze het zullen doen. De kunstenaar wil graag dat niet om, langs, maar óver zijn kunstwerk gelopen wordt. Zodra de eerste stappen gezet worden klinkt het geluid van metalen gezichtjes die over elkaar heen schuiven en op elkaar getrapt worden. Anders dan het was kan ik het niet omschrijven.

M. en ik zetten zelf ook een paar stappen. En nog een paar. De andere mensen keren terug. Voorzichtig, balancerend op de onvaste ondergrond. Eén jongen heeft zijn schoenen uitgedaan. Hoe verder we naar 'de overkant' lopen, des te harder klinkt het metaal in de hoge smalle ruimte. Het geluid is ondertussen nóg minder prettig geworden, omdat meer voeten over de hoofdjes lopen. Het doordringende geluid overstemt alles. Niet dat er veel ander geluid is om te overstemmen, aangezien niemand praat, maar iedereen gespannen naar beneden kijkt om te kunnen zien waar de voeten bij de volgende stap geplaatst zullen worden.

[falling leaves, kunstwerk in het Jüdisches Museum in Berlijn]

Maandag 16 Juli 2007 Geen reacties

Alles freundlich?

De vrouw komt aanrennen. De bus, net opgetrokken, remt en stopt. De vrouw stapt dankbaar in, blij dat ze niet in de stromende regen op de volgende bus hoeft te wachten. Ze laat haar kaart afstempelen, en neemt plaats in de bus. De bus is ondertussen voor de tweede keer opgetrokken, en tot onze verbazing stopt hij meteen weer. De buschauffeur stapt uit, bukt, en komt de bus weer binnen. Rustig loopt hij naar de vrouw, en werpt haar iets toe. "Oh, dankjewel!", hoor ik de vrouw zeggen. Als ik - nieuwsgierig als ik ben - kijk, zie ik dat de vrouw een plastic regenkapje vasthoudt. Weer een aardige busschauffeur, denk ik nog, hoe aardig zou het personeel in een grote stad als Berlijn zijn?

Komende week ga ik dit proberen te ontdekken. Als er noemenswaardige verschillen zijn doe ik daar uiteraard uitgebreid verslag van. Nu maar hopen dat ik de mate van vriendelijkheid niet verwar met de - in mijn oren - vaak onvriendelijk klinkende taal.

Vrijdag 06 Juli 2007 Geen reacties

Het is geen lesgeven

Ik dacht écht dat ik gelijk had. Ik bedoel, ik denk sowieso graag dat ik gelijk heb, maar hier was ik wel héél erg van overtuigd. Dus niet: "Nee hoor, ik denk niet dat dat iets voor mij zou zijn", maar wel: "Nee, ben jij nou effe helemaal gek geworden? Nóóit!" Om maar even een idee te geven.

Lesgeven. Wie doet dat nou? Ik bedoel, alle leraren en leraressen zijn suf en saai1. Ruiken naar hele dagen koffiedrinken, en met een beetje pech krijg je in groep acht die leraar met de houten plastic poot. Die stinkt (en niet alleen naar koffie). En spuugt. En het (de sadist) leuk vindt een klein blond meisje tegenover hem te laten zitten. (Ja, inderdaad, arme ik.)

Dus nee. Geef mijn portie lesgeven maar aan Fikkie, dacht ik bij mezelf. Voor het gemak vergat ik dat ik in diezelfde groep acht graag medeleerlingen uitlegde hoe ze een staartdeling moesten maken. Of hoe persoonsvormen en d'tjes en t'tjes werkten. En dat ik op de universiteit vaak te horen kreeg dat 'ik zo duidelijk uit kon leggen, want dat ze het nu wél snapten'. Ontkennen, ik werd er steeds beter in. Lesgeven? Echt. Niks. Voor. Mij.

En dus bleven er mensen beweren dat ik er wél geschikt voor was. Mijn moeder is er tot op de dag van vandaag van overtuigd dat ik ooit voor een (avond)opleiding les zal geven, omdat ik zo enthousiast kan vertellen. Mijn medestudenten complimenteren me met mijn heldere uitleg. Op de persoonlijke beoordeling schrijft mijn tutor dat 'ik vaak net dat beetje extra inzicht in de groep breng'. Dat ik graag mijn sterke punten benadruk schreef ze er niet bij, maar deze alinea teruglezend had dat er best kunnen staan, denk ik zo.

Een andere tutor zei een jaar geleden: "Rose, je moet volgend jaar tutor worden." Ik zei nog dat ik dat maar niet moest doen. Omdat iedereen dan gelijk zou krijgen. In ieder geval een beetje. "Toch moet het", zei ze. Een beetje reflecterend bedacht ik dat ik eigenlijk, stiekem, die groepsprocessen wel érg leuk vond. En dat de rol van gespreksleider beter bij me paste dan iedere andere rol binnen een onderwijsgroep. Dat ik het fijn vond om de groep te observeren en te sturen. En dat dat baantje van tutor misschien tóch wel heel leuk zou zijn.

Uiteindelijk schreef ik toch maar een mailtje. "Hey, ik wil dit eigenlijk niet, want ik wil niet dat iedereen gelijk krijgt, maar zou ik volgend jaar (schaduw)tutor kunnen worden ?" En ik kreeg antwoord. "Nou, omdat je dit echt niet wil, zetten we je volgend jaar een aantal blokken in als (schaduw)tutor, goed?"

Ik sus mezelf met de gedachte dat een tutor eigenlijk geen les geeft. Dat het slechts een bijbaantje in het onderwijs is, en bovendien een goede aanvulling op mijn master. Dat dat alles is. Echt waar.

1. Behalve de juf uit groep 3, die mij leerde lezen. Tof mens, die jufgroepdrie. Meestergroepzes was ook wel gaaf trouwens. En inderdaad, deze was ook wel lief.

Woensdag 04 Juli 2007 Geen reacties

Berlijnmoment: jaloers

Zij was alles wat ik op dat moment wilde zijn. Een vrouw met een boek en een plek om te zitten. Zelf stond ik in de rij, een rij van een uur, zoals de wachtrij-informatiemeneer ons vertelde. Ik telde de opgestoken paraplu's. Drie vlak voor me, en nog een stuk of wat verderop.

Zelf stond ik ook onder een paraplu. M. hield hem netjes boven mijn hoofd, zodat ik foto's kon maken. Na een kwartier, half uur, of (waarschijnlijker) drie kwartier was ik het zat. Mijn rug is niet bestand tegen lang staan, en begon te zeuren. En als mijn rug zeurt, moet ik snel iets bedenken om te voorkomen dat ik zelf ook ga zeuren.

Ik zag mijn kans schoon. Als ik dan geen vrouw met een boek en een plek om te zitten was, zou ik er in ieder geval voor zorgen dat ik een beetje bij mijn ideaal in de buurt was. Naast haar op de trap onder het dak, bijvoorbeeld.

Ik zicht een plekje op de trap, zwaaide naar M., en bestudeerde de rij. Naast me keek de vrouw op van haar boek. Ook zij bestudeerde de rij. Plots zag ik een glimlach op haar gezicht verschijnen. Ze zwaaide. Een man zwaaide terug.

Ik glimlachte ook. Eigenlijk leken de vrouw en ik veel meer op elkaar dan ik vijf minuten terug nog dacht. Wij waren twee vrouwen met een boek danwel camera, een plek om te zitten en een man die voor ons in de rij stond. Tevreden heb ik zitten wachten op het moment waarop we het fabuleuze gebouw van de Reichstag in mochten lopen.

Maandag 18 Juni 2007 Geen reacties

Gemengde service?

Gezien in een computerwinkel

[vergeet niet op de afbeelding te klikken] 

Zondag 17 Juni 2007 Geen reacties

Tijdzone

1. Het is donderdagochtend, de wekker piept me wakker. 07:00, geeft-ie aan. Ik lig stil, luister. Het klinkt niet als 07:00, eerder als 06:00. Ik doe mijn mobiel aan, en inderdaad, daar staat 06:02. 
2. Het is donderdagavond, tijd om te gaan slapen. Het is 00:30. Ik wil mijn wekker instellen, er staat 01:31. Ik zet de tijd een uurtje terug, stel de wekker in voor de volgende morgen en ga slapen.
3. Het is vrijdagochtend, 09:05. Ik blijf nog even liggen, en ga een kwartier later mijn bed uit. Douchen, ontbijten, computer aan. Het is 08:38.
4. Ik leef in een andere tijdzone.

Vrijdag 15 Juni 2007 Geen reacties

Andere tijdzone

1. Het is donderdagochtend, de wekker piept me wakker. 07:00, geeft-ie aan. Ik lig stil, luister. Het klinkt niet als 07:00, eerder als 06:00. Ik doe mijn mobiel aan, en inderdaad, daar staat 06:02. 
2. Het is donderdagavond, tijd om te gaan slapen. Het is 00:30. Ik wil mijn wekker instellen, er staat 01:31. Ik zet de tijd een uurtje terug, stel de wekker in voor de volgende morgen en ga slapen.
3. Het is vrijdagochtend, 09:05. Ik blijf nog even liggen, en ga een kwartier later mijn bed uit. Douchen, ontbijten, computer aan. Het is 08:38.
4. Ik leef in een andere tijdzone.

Vrijdag 15 Juni 2007 Geen reacties

Gegiechel

Ik val meteen met de deur in huis: ik kan niet giechelen. Nooit gekund ook, zelfs niet in de jaren dat er liters puberaal hormoon door mijn lichaam vloog. Giechelvriendinnen zijn en waren helemaal uit den boze. Ik kan er gewoon niets mee. Lachen is goed, maar giechelen? Nee. Dankjewel.

Waar het vandaan komt weet ik niet. Ik heb sowieso meer met mannen- dan met vrouwenhumor. Nou ja, ook niet álle mannenhumor natuurlijk, want soms blijft het niveau hangen op een bepaald punt. Oké, laten we het er maar op houden dat ik soms erg kritisch ben.

In ieder geval zijn giechelvrouwen irritant. In de trein, op straat, op een terras, in de winkels. Je ziet ze overal. En horen, dat vooral. Als ik giechelvrouwen hoor gaan mijn haren recht overeind staan. Of heb ik plots behoefte aan mijn oordopjes en harde muziek. 

En dus vermijd ik ze. Op de momenten na dat ik er écht niet onderuit kom. Dan zie ik ze, hoor ik ze, of besluiten ze tegenover me in de trein te gaan zitten. Op zulke momenten probeer ik snel hoe ver de volumeknop van mijn mp3-speler open kan, en zak ik onderuit met mijn neus in iets te lezen.

Terwijl ik op zo'n moment luister naar muziek, gluur ik af en toe naar de (meestal jonge) vrouwen tegenover me. Met moeite onderdruk ik een gevoel van jaloezie. Want, hoe irritant het giechelen ook is, het ziet er wel heel gezellig uit. Heb ik al die jaren iets gemist?, gaat er dan door me heen. Ben ik om een specifieke reden geboren zonder giechelgen? Is het misschien aan te leren?

Gisteren besloot ik - lekker rustig - in de trein bij twee oude dametjes te gaan zitten. Rustig genoten ze van een milkshake. Ik had nog nooit twee oude dametjes met milkshakes gezien. Toen de shakes bijna op waren, slurpten ze niet - zoals ik zou doen - het laatste restje koude vocht door het rietje, maar haalden netjes het deksel van de beker af en drónken die laatste druppels op.

En toen begon het. Ze wilden hun lege bekertjes weggooien. Het bakje in het vierzitje was echter propvol. Ze probeerden, en bijna viel een leeg flesje uit de prullenbak. "Hihi", zei het ene vrouwtje. "Hihihi", zei het andere vrouwtje. Voor ik het wist zat ik tussen twee oude giechelende vrouwen. Ze giechelden om de bekertjes. Ze giechelden om de jongen met belachelijk opgestoken haar. Ze giechelden ook om de conducteur die hun kaartjes met de kinderknipper knipte. Eigenlijk giechelden ze een kwartier lang non-stop.

Achteraf besefte ik dat ik geen moment de behoefte had gevoeld mijn oordopjes in te doen. Geen moment! Ik had genoten van de twee vrouwtjes die zoveel lol konden hebben om zulke kleine dingen. Tegelijkertijd vroeg ik me af of zij al heel hun leven hadden gegiecheld. Of dat ze het pas hadden geleerd op latere leeftijd. Misschien zelfs pas toen ze elkaar leerden kennen?

De vrouwtjes hebben mijn houding tegenover giechelvrouwen niet doen veranderen. Ze hebben me wel in laten zien dat giechelen als je boven de zeventig bent ineens schattig en leuk is. Ook voor de omstanders. Het stemt me hoopvol. Misschien hoef ik tóch niet als 'nooit gegiecheld' begraven te worden. Ik moet gewoon geduld hebben. Een paar decennia, ofzo.

Woensdag 13 Juni 2007 Geen reacties

Wimpie

Er wordt gesproken over job performance. Selectieratio's. Assessments. Validiteiten. Ik luister maar half. Intrinsieke en extrinsieke motivatie. Allebei laag bij mij. Ik ben normaal gesproken makkelijk te motiveren, ik vind bijna alles leuk. Maar arbeid en organisatie? Misschien als ze ophouden vage concepten op te leuken door er fancy termen aan te geven.

Langzaam glijden mijn ogen door de halflege (of halfvolle?) zaal. Vele studenten blijven weg vanwege het mooie weer. Geef ze eens ongelijk. Maar ik, stuud als ik ben, zit zelfs nog in zo'n muffe zaal als iedereen op het strand ligt. Vriendin I. stoot me aan. Ze wijst. Ik volg haar hand. Twee rijen voor me zie ik wat ze bedoelt. Een lieveheersbeestje loopt over de rand van een stoel. Het beestje is vast verdwaald. Heen en weer, en weer heen. Drie keer achter elkaar.

Om me heen hoor ik mensen verontwaardigd mompelen. Half krijg ik mee dat de gastdocent verklaart dat IQ toch écht de beste voorspeller is voor baanprestatie. Ik kijk naar de mensen die mompelen. Zij volgen zéker niet alle colleges, want dit feit is al menig maal verkondigd. 

"Oooh, wat eng!", hoor ik dan naast me. Vriendin I. doet alsof ze rilt. Ik snap niet wat ze bedoelt, maar ze wijst weer naar het lieveheersbeestje. (Ik doop lieveheersbeestje even Wimpie, want ik weet nu al dat het slecht af gaat lopen met het beestje en ik kan even geen 'echte' Wimpie bedenken, wel zo prettig als ik dit later nog eens teruglees.) Wimpie is ondertussen van de rand van de stoel op de stoelzitster geklommen. Stoelzitster zit voorovergebogen, en Wimpie gebruikt haar rug als klimberg.

Vriendin I. rilt, zucht en steunt. Want wat als het beestje in de nek van stoelzitster klimt? Ik maak me vooral zorgen over de zithouding van stoelzitster. Mocht stoelzitster namelijk besluiten weer ontspannen achterover te gaan zitten, wordt Wimpie zonder meer geplet.

Mijn ogen blijven gefixeerd op de capriolen van Wimpie. Een vouw in het vestje van de stoelzitster wordt gebruikt als trap. En binnen korte tijd zit Wimpie centimeters hoger: op de schouder van de stoelzitster. Terwijl ik opgelucht ademhaal (want: Wimpie kan niet meer geplet worden), zegt vriendin I. dat ze het toch écht doodeng zou vinden als het beestje in de nek zou kruipen. En dat het nóg enger is als zo'n beestje gaat vliegen. 

Terwijl ik begin te twijfelen aan het verstandelijk vermogen van vriendin I., besluit Wimpie dat het tijd is voor een nieuwe uitdaging. Het wordt tijd om te gaan vliegen. "Nee he, oooh!", hoor ik naast me als Wimpie zijn vleugels uitslaat. Ik moet zeggen dat ik het ondertussen ook spannend begin te vinden. Wimpie zit namelijk bijna in het haar van stoelzitster, en stoelzitster heeft nog geen seconde doorgehad dat een horrorverhaal zich op haar rug en schouder afspeelt.

Als de poging van Wimpie mislukt, besluit ik bijna dat het tijd is om hem te helpen. Maar Wimpie is een stoer Wimpie. Hij verzamelt nogmaals moed, snuffelt nog even aan het haar van stoelzitster, spreidt zijn vleugels. Kom op Wimpie, je kan het!, en Wimpie vliegt uit. Geschokt kijk ik hem achterna. Hij vliegt namelijk niet netjes weg, zoals ik had verwacht, maar vliegt in volle vaart schuin naar beneden. Vlak over de hoofden van tientallen medestoelzitters, zó richting de grond. 

Ik heb hierna niets meer van Wimpie vernomen. Van het hoorcollege over ontwikkelingsassessments ook niet. Vriendin I. was opgelucht, Wimpie was niet in de nek van stoelzitster gekropen. Ik heb glazig voor me uit zitten staren en de mogelijke zonden van Wimpie overdacht. Zijn moed, zijn kracht. En zijn vermoedelijk vroegtijdige overlijden.

Sjongejonge, wát een dag.

Dinsdag 12 Juni 2007 Geen reacties

Digitale spiegelreflexcamera #2

En dus werd er wat over en weer gemaild. Welke camera? Nikon? Sony? Canon? Waarom die? Beeldstabilisatie in de camera, of liever in het objectief? Tests werden zorgvuldig gelezen, plussen en minnen werden gezet. Om uiteindelijk het in eerste instantie gekozen budget iets te verhogen, en dé camera te gaan kopen. De nachtmerries stopten, en een pauw is niet half zo trots als ik nu ben.

De eerste (nog niet al te spannende, want er moet eerst véél geoefend worden) plaatjes, vandaag geschoten (vergeet niet te klikken):

[Het ventje leek het innig verstrengelde stelletje streng toe te willen spreken. "Kunnen jullie dat niet ergens anders doen?"]

[Een lamp. (Ik zei toch dat de eerste plaatjes nog niet al te spannend waren?) Te bewonderen in het Letterkundig Museum in Den Haag. Ook een leuk museum voor (kinder)boekliefhebbers.]

[De Koninklijke Bibliotheek, Den Haag. Hier is bovengenoemd museum ook te vinden. Zoals ik al eerder schreef: soms is een beetje symmetrie wel fijn.]

[Het jonge meisje probeerde zo goed mogelijk op de te grote schoenen van haar moeder heen en weer te lopen. Zij kan nu al beter op hakken lopen dan ik ooit zal kunnen.]

(Mijn eeuwige dank gaat overigens uit naar Bob, redder in nood tijdens dagen vol twijfel. Vijfendertig e-mails verzonden, en nog bleef hij geduldig en vriendelijk antwoorden.)

Zondag 10 Juni 2007 Geen reacties

Be aware #2

Daar stond-ie. Nummer twee. Ik kocht er voor de zekerheid ook nog een fotografietijdschrift bij, want je weet maar nooit. Een nieuwe afstraffing zou betekenen dat ik het tijdschrift in de hoek moest gooien en verbranden. Om daarna in huilen uit te barsten. 

Twee maanden terug mailde ik de redactie. Eerst mijn complimenten, en daarna mijn puntjes van kritiek. Het principe van 'eerst-positief-dan-negatief' schijnt psychologisch verantwoord te zijn, dus vooruit.

Ik kreeg een keurig mailtje terug. Werd bedankt voor mijn complimenten (werkte motiverend, ha!), en de volgende keer zou er óók op de afbreekstreepjes in gevaarlijke zijbalken gelet worden. 

Dus speurde ik afgelopen week de afbreekstreepjes af. Allemaal. En kon geen foutje ontdekken. Ik ben een gelukkig mens. Is dat niet fijn om te weten? Juist, dat dacht ik dus ook.

Zondag 10 Juni 2007 Geen reacties

Rotterdam?

Boven aan de roltrap zie ik mijn trein al staan. Over acht minuten vertrekt-ie, de mensen stappen nu in en uit. Op mijn gemak loop ik tussen de mensen door, naar het rustige deel van het perron. Een jonge man loopt net als ik tussen diezelfde mensen. Verdwaasd kijkt hij om zich heen, hij lijkt niets te snappen van de vertrekborden.

We lopen elkaar tegemoet, en vlak voor me staat hij ineens stil. "Rotterdam?", vraagt hij. Hij wijst met zijn vinger naar beneden, en stampt met zijn voet op de grond. In het Engels leg ik hem uit dat dit Rotterdam is, en waar deze trein heengaat. "No, no, no!", zegt de man. Hij wijst naar de grond, stampt met zijn voet op de tegels, en herhaalt: "Rotterdam?"

Voor ik het weet sta ik heftig te knikken en naar de grond te wijzen. "Rotterdam", spreek ik al wijzend en knikkend uit. De man begint te lachen. "Rotterdam!" zegt hij, terwijl we allebei staan te lachen. "Dankjoewel", zegt hij, en nog lachend sprint hij weg. Alsof de bevestiging dat hij in Rotterdam is hem vleugeltjes heeft gegeven, zo snel.

Maandag 14 Mei 2007 Geen reacties

Blauwtje

Het jochie heeft een dikke bos donker haar. Felblauwe ogen. De donkerblauwe jas versterkt de kleur. Hij staat daar, en kijk nieuwsgierig de tram rond. Houdt zich vast aan de zilverkleurige paal, zijn moeder heeft een hand om zijn middel. Zij zit. Twee haltes verder stapt een andere moeder in. Opvallend is het kleine meisje aan haar rechterhand. Haar ogen lijken zwart, het steekt mooi af tegen het wit van haar jas.

De moeders groeten elkaar. Raken aan de praat.Schoolpleinmoeders, is mijn conclusie. Het jochie staat nog steeds op dezelfde plek. Kijkt nieuwsgierig naar het meisje dat zo plotseling voor hem staat. Hij haalt een rol snoep uit de zak van zijn blauwe jas. Wikkelt een stuk papier van de rol af, en steekt een rozekleurig snoepje in zijn mond. Van top top teen bekijkt hij het meisje. Haar zwarte ogen, haar lange haar, haar mooie jas. De rest van de tram lijkt ineens niet interessant meer.

Het meisje kijkt terug. Kijkt ook weer weg. Vraagt aan haar moeder wanneer ze 'er' zijn. Moeder antwoordt niet, zij is in gesprek. Het jochie ziet dat hier een kans ligt; er wordt niet op hem gelet. Hij wikkelt nog een stukje papier van zijn rol snoep af, en steekt hem voor zich uit.

"Ook één?" Het meisje schudt haar hoofd. "Nee, ik heb zelf lekker lekkerdere." Arrogant steekt ze haar neusje in de lucht, en gaat een stukje verderop in de tram op een bankje zitten. Het jongetje kijkt beteuterd. Vraagt aan zijn moeder wanneer ze 'er' zijn. Moeder antwoordt niet, zij is in gesprek. En heeft geen flauw benul dat haar zoon zijn eerste blauwtje gelopen heeft.

Woensdag 09 Mei 2007 Geen reacties

Zij #1

Rose is een zacht, lief en opgewekt persoon. Het zijn de woorden waarmee mijn moeder de persoonlijkheidsomschrijving begint die ik haar gevraagd heb te schrijven in het kader van mijn studie. Als toekomstig psycholoog moet je immers niet alleen een test af kunnen nemen, maar ook weten hoe het is deze te ondergaan. Hoe pijnlijk, spannend of verhelderend het kan zijn om eens iets abstract op papier te zien. En hoe die abstractie eigenlijk weer nieuwe vragen oproept. Is deze persoonlijkheid wel geschikt voor het door mij gewenste beroep?

Verbaasd heb ik de woorden van mijn moeder gelezen. Op een half A4'tje beschreef ze wie ik was en hoe ze me zag. Het leek zo simpel. Als ik echter aan het begin van een nieuwe blokperiode (om de vijf weken) mijzelf voor moet stellen begin ik standaard met dezelfde woorden: "Ik heb een hekel aan voorstelrondjes." En dat meen ik dan ook. Hoe kan een mens vertellen wie hij of zij is in drie zinnen?

De vraag wie ik ben, wat ik wil en waarom ik dingen doe is sowieso een boeiende. Een vraag die niet zomaar te beantwoorden is. Een vraag die bovendien al honderd maal door mij beantwoord is, maar nooit volledig doordacht. En omdat men in de wetenschap leert een grote vraag op te delen in kleine deelvragen om zo tot een antwoord te komen, begin ik een serie. Een serie over de overbekende ik-vraag, met de - zeer rake - omschrijving van een half A4'tje als leidraad.

Over de woorden 'zacht, lief en opgewekt' zeg ik alleen dat ik ook wel eens bot, onaardig en chagrijnig ben. Dan kunt u in ieder geval nooit zeggen dat ik niet gewaarschuwd heb.

Donderdag 03 Mei 2007 Geen reacties

Niet zo digitaal

Ik word wakker. Bekijk mijn mailbox. Klik op een linkje. "Een enthousiaste jongedame met heel veel blonde krullen, die altijd een goed humeur lijkt te hebben." Dat gaat over mij! Niet dat ik me meteen aangesproken voelde bij die woorden. Uiteraard niet. Maar er stond ook een zelfportret van mij bij dat stukje. Die afwijking heb ik namelijk. Ik maak zo nu en dan een zelfportret. Voornamelijk omdat ik het vreselijk vind wanneer andere mensen een foto van mij maken.

Dus mocht u mij niet willen zien, klik dan niet op dit linkje. Wilt u weten wat er nog meer over mij geschreven werd, klik dan wel. Wilt u het allebei (geen foto, wel tekst), dan heeft u pech. Dan zou ik er nog een nachtje over slapen. Heeft u mij ooit al eens gevonden op een van mijn netwerken, vrees dan niet. Dan heeft u de foto al eens gezien en schrikt u vast niet meer zo erg.

Hoe dan ook, ik werd er erg vrolijk van, al die positieve woorden.

Woensdag 25 April 2007 Geen reacties

Blokhoofd

Het alarm gaat. Wij - ongeveer vijfendertig man - moeten ons verschuilen in een kelder. Een beetje giechelig lopen we de trap op (deze kelder bevindt zich toevallig op zolder), en komen terecht in een ruimte waar de stoelen in een kring staan. De herrie om ons heen is niet direct verklaarbaar, en wanneer het geluid wegvalt is het doodstil. Ongemakkelijk kijkt iedereen elkaar aan. Die herrie was een stuk beter te verdragen dan deze stilte.

De man waar ik direct al een hekel aan had - hij keek nogal lelijk naar me - stoot de vrouw naast hem aan. "Ik heb maagpijn", zeurt hij. Zeikerd, denk ik. De vrouw denkt hetzelfde als ik, en duwt hem van zich af. Rechts van me ritst een jonge vrouw (type: stoer en mannelijk) luidruchtig haar jas open. In zo'n stilte klinkt álles hard. Recht tegenover me begint een andere jonge vrouw (type: overdreven meisjesachtig) hysterisch te lachen.

"Voeten naast elkaar! En handen op de schoot!" roept de onaardige zeikerd. De zeikerd blijkt een Joegoslaaf met een grote mond en een slecht gevoel voor humor te zijn. Bijna iedereen doet meteen wat hij zegt, de uitzonderingen hebben maar één extra waarschuwing nodig om ook netjes met twee voeten naast elkaar te gaan zitten. Ondertussen wordt er een rooster gemaakt met de taken die volbracht moeten worden in de kelder. Beheer over de telefoon, beheer over de brandblusser, koken, wc schoonmaken, vegen... Verschillende mensen in de kring krijgen een taak. Jan de Veegman krijgt een bezem in zijn handen geduwd: "Ik zou zeggen, begin straks maar eens flink met vegen, Jan!"

Het publiek voelt zich ondertussen flink gespannen. Een toneelstuk bezoeken is één, maar meedoen is een ding waar maar weinigen op zitten te wachten. Als de stroom uitvalt haalt iedereen opgelucht adem omdat vier acteurs snel op de fiets springen om weer stroom op te wekken. En als de Joegoslaaf de vrouwen die onder de douche staan begint te begluren en en public zijn gulp naar beneden ritst om zichzelf 'een handje te helpen' voel je om je heen de gegeneerde blikken en de neiging hem bij het sleutelgat weg te trekken.

En zo gaat het spel nog een poos door. Een spel tussen acteurs en publiek, het publiek hoeft telkens nét niet mee te doen. Maar toch blijft de twijfel. Als ze maar niet... Als uiteindelijk de telefoon gaat en een eeuwigheid blijft rinkelen, kijkt wederom iedereen elkaar aan. Ga jij? Ga ik? Moet ik? Maar niemand neemt op. De stap om op te staan van de stoel, over of om één van de acteurs heen te lopen en te midden van iedereen die telefoon op te nemen is groot. Te groot. En hoewel collega F. (de regisseur) deze voorstelling niet de beste vond, heeft hij het met de spelerstoch voor elkaar gekregen mij en de rest van het publiek in één van de bekendste psychologische vallen te laten lopen.

Maandag 23 April 2007 Geen reacties

Asociaal

Bij elkaar telde ik bijna vierhonderd vrienden, de dubbele vrienden niet meegerekend. Ja, ik had écht dubbele vrienden. Toen ik zag dat dat ongeveer veertig meer vrienden waren dan Driek bezat, moest ik even diep en rustig ademhalen. Daar ging mijn minderwaardigheidscomplex. Ik had bijna vierhonderd vrienden! Een blik in het adresboek van mijn telefoon leerde me echter dat ik slechts van een tiende van die vrienden een telefoonnummer bezat. En dat ik met diezelfde tien procent chatberichten uitwisselde. En dan niet eens op regelmatige basis, nee, hooguit zo af en toe, als er in een opwelling aan een van beide kanten het initiatief werd genomen.

Waarom wel de telefoon- en chatlijst regelmatig bijwerken, maar de sociale netwerken laten verloederen? Ik klikte op 'deny friend request' omdat de naam van een nieuw aangemelde 'friend' me niets zei, en besloot per direct een grote schoonmaak te houden.

Eerst maar eens alle netwerken opzoeken. Ik kwam Hyves, Last.fm en Virb.com tegen in de werkbalk van mijn favoriete browserHyves en Last.fm werden niet door mij verwijderd. Van de eerste werd ik in eerste instantie lid omdat de uitnodigingen om lid te worden zo opdringerig bleken, dat éénmaal registreren mij een hoop frustratie bespaarde. Ondertussen blijft mijn netwerk groeien en wordt het in stand gehouden vanwege de vele 'verloren' contacten die er al gevonden zijn. Afgelopen maand maakte ik zelfs een nieuw account aan, omdat ik op de oude niet meer in kon loggen. De tweede, Last.fm, mijn favoriet, blijft vanwege het geniale concept met recommendations en de mogelijkheid je eigen muziekstijl te analyseren en uit te breiden.

Virb.com was een ander verhaal. Hiervoor had ik een (op dat moment) schaarse uitnodiging gehad van Marco, die me uitdaagde gebruik te maken van de CSS-mogelijkheden. Dit was het eerste sociale netwerk waar je je eigen design mocht gebruiken! Mijn enthousiasme was groot, en ik zette het design van soyrosa.nl op Virb.com. Persoonlijker had een profiel er nog nooit uitgezien. Daarna was de lol er echter vanaf. En daalde een grote hoeveelheid stof neer op mijn Virb-profiel. Ik klikte met enige weemoed op delete, en de laatste woorden van Virb waren: "This is very permanent and by committing account suicide, there is no guarantee you will go to social networking heaven." Daarna ging het scherm op wit.

Een dubbel account bij Flickr riep wat vraagtekens op. Ik begreep niet waarom ik twee accounts had, en al helemaal niet waarom ik in eerste instantie op één van de twee niet meer in kon loggen. Ik heb nooit veel gedaan met Flickr, in tegenstelling tot vele andere bloggers. En Zooomr, waar ik maanden geleden een gratis pro-account kon krijgen, is lang zo leuk niet, omdat deze in Nederland niet populair is geworden onder bloggers. Het enige account waar ik geen vrienden heb. In ieder geval is één Flickr is nu verleden tijd, de andere is nog wat leeg, maar ik kan in ieder geval nog bij andere Flickeraars reageren. En daar gaat het om, toch? Netwerken. Zeer sociaal.

Als laatste is er nog Trig.com, technisch en optisch gezien het mooiste sociale netwerk waar ik lid van ben. Inderdaad 'ben' in tegenwoordige tijd, aangezien mijn account nog niet verwijderd is. Hiervoor moest ik, zeer ouderwets, een mail sturen naar de 'staff', een antwoord heb ik nog niet terug. Ik wacht af. Stiekem hoop ik dat het lelijke en lompe Hyves ooit net zo mooi wordt als Trig. Waarschijnlijk niet.

En dus ben ik nu nagenoeg vriendloos. Minder dan een kwart is overgebleven. Gelukkig dient Twitter zich aan, een verschrikkelijk maar zeer populair concept. Iedere minuut van de dag kan bijgehouden worden. Berichtjes als "Working on my weekly eating and exercise plan", "updating my blog post", of "Geniessen mit Daniel" vliegen per seconde over het scherm. En op verschillende weblogs zie ik het Twittervirus zich al verspreiden. Als ik daar nu ook een account had... bedacht ik me tijdens mijn opruimwoede. Dan had ik vandaag kunnen typen: "Appel eten in de tuin", "Antwoorden van toets nakijken, 11 fout", en "Lezen over speed-reading". Lekker burgerlijk. Maar vooral had ik kunnen typen: "Meerdere accounts van sociale netwerken verwijderd". Dan hadden al mijn zogenaamde vrienden in ieder geval nog geweten waarom ik ineens verdwenen was. Wel zo sociaal.

Zaterdag 21 April 2007 Geen reacties

Zon enzo

De terrasbootjes zitten weer vol. Parasolletjes, stoeltjes, mensen drinken, lachen en praten. Een broodje eten op een balkon, praten over de toekomst. Het is ijsjesweer, en de favoriete plaatselijke ijswinkel staat stampensvol. Het pleintje voor de ijswinkel is mogelijk nóg voller. Iedere straatsteen, elk randje wordt benut om op te zitten en te genieten van de verkoeling op de tong.

Een wandeling langs de bootjes, op weg naar de haven. De ateliers zijn vandaag opengesteld. Schilderijen in vrolijke kleuren. Foto's van kiezelsteentjes. Door een samenspel van licht, vorm, plaats en schaduw is in ieder kiezelsteentje een gezicht te zien. Eén gezicht is mijn favoriet, de afbeelding krijg ik mee.

Aangekomen bij de veerpont, even zitten langs het water. Luisteren naar het geklots, kijken naar de golven, genieten van de zon en twee armen om me heen.
"Wat een rotleven, he", zeg ik loom.
"Ja...", hoor ik achter me zuchten.

Zondag 15 April 2007 Geen reacties

Schuif, orden, recht

Het is alweer ruim een jaar geleden dat ik afscheid nam van mijn boekwinkelmeisjesbestaan. Een rug die het werk niet meer kon verdragen en een baas die te kennen gaf die verantwoordelijkheid niet meer te willen dragen leidden tot een afscheid. Een afscheid waar achteraf een nieuw begin uit is ontstaan, al was dat in eerste instantie niet uit vrije wil.

Ik genoot die jaren erg van 'het vak'. De vaste klanten, waar je van wist welke schrijver zijn of haar favoriet was. De paniekklanten, die geen verstand hadden van boeken, maar ze wel cadeau wilden doen. De kinderen, mijn favoriete klanten. Kinderboeken zijn leuk, en ik maakte er een sport van zo snel mogelijk uit te zoeken welk boek de jonge boekenwurm aan zou spreken. De moeders en vaders, die een eerste leesboek wilden hebben voor hun zoon of dochter. De opa's en oma's, die nog nooit van AVI's gehoord hadden. De belezen, geleerde en kritische klant (dit was er maar één, de meesten waren alleen maar belezen), die elke nieuwe medewerker uittestte over de kennis van literatuur.

Natuurlijk waren er ook de zeikkla klanten die er plezier aan beleefden zo veel mogelijk kritiek te uiten. Een categorie klanten waar je dan achteraf over zei: "De klanten worden steeds brutaler..." Of je zei wat een zeikkla iets anders, maar dat gebeurde vaak iets minder hard.

Eén ding heb ik in drie jaar aan- en na een jaar nog niet afgeleerd: het rechtleggen van boeken in boekwinkels en niet-boekwinkels. Kaften rug aan rug zetten, stapeltjes boeken rechtleggen, boeken verschuiven, dat soort dingen. Een diep verankerd automatisme, waar ik gedachteloos aan toegeef als ik mijn ogen langs de kaftruggen laat gaan. Thuis liggen tot mijn grote ergernis wegens ruimtegebrek de boeken dwars op andere boeken, staan zelfs naast het beeldscherm van mijn computer, wat de drang deze zooi elders te kunnen compenseren waarschijnlijk alleen maar vergroot.

Maar goed, de clou. Ik ben dus betrapt. Vanmiddag. En niet door zomaar iemand. Nee, door een ex-collega. Oké, ik ken hem niet, en hij mij niet, maar toch. Ik had hem nog niet gezien toen ik kaftjes stond te bestuderen. Op de koopjestafel. En koopjestafels zijn zeer gevaarlijk voor iemand met mijn afwijking. Want mensen zijn gek op koopjes, en pakken dus ieder boek op en gooien het ongeïnteresseerd weer neer. Of zetten het terug, zonder daar verder bij na te denken. En dus was het een gevaarlijke tafel voor mij.

Daar gingen ze, mijn handjes. Schuif, orden, recht. Zoiets. Gedachteloos, tot ik plots het idee had gespiegeld te worden. Andere handen deden ook schuif, orden, recht. En dus keek ik op. En zag daar iemand die hetzelfde deed. Hij zweeg, keek me aan, pakte een nieuw stapeltje boeken van zijn karretje en deed weer schuif, orden, recht. Toen voelde ik me dus betrapt. En nu ben ik bang dat hij een logje aan het typen is, waarin zoiets staat als: "En toen stond daar ineens een meisje mijn werk over te doen! De klanten worden steeds brutaler..."

Wat een sukkel zeg, die ex-collega van me. Hij kan me natuurlijk ook gewoon even bedanken. Tsjongejonge. Graag gedaan hoor.

Donderdag 12 April 2007 Geen reacties

Verloren spoor

Spoor 5. Spoor 5? Met behulp van een visualisatie van het station kom ik hooguit tot vier. Maar het staat er. Spoor 5. De trein is warm. Raampjes open, de nieuwe Rails doorbladeren. Uitstappen. Tellen. Zie je? Vier sporen. En toch moet ik naar de vijfde. Daar ga ik.

Het eerste spoor, daar loop ik vanaf. Het tweede spoor, daar loop ik voorbij. Het derde spoor keur ik amper een blik waardig. Het vierde spoor. Het vierde spoor bestaat niet. Verbaasd stap ik op perron 5.

Een man, met een gitaar. Zo'n gitaar waar heel de wereld al mee bezocht lijkt te zijn. De broek die om de benen van de man hangt is er waarschijnlijk al die reizen bij geweest. En de haren van de man. De haren van de man lijken op het stro van mijn konijnen.

Hij loopt. Slentert. Slentert langs de rand van het spoor. Tuurt naar beneden. Blijft af en toe stilstaan. Zijn schoenen zijn verbazingwekkend schoon. Zien er nieuw uit. Hij hurkt op zijn knieën. Steekt de hals van de gitaar over de rand. Schraapt ermee over en tussen de stenen tussen het spoor. Ik denk nog: hij is net als ik verbaasd over het missende spoor.

Twee minuten later springt hij net op tijd weer op het perron. Met een oud, vies en gescheurd tijdschrift. Ook hij kan het vierde spoor niet vinden. De trein staat stil. Ik vertrek, richting mijn eindbestemming. Ik ben er nog nooit geweest. Maar om er te komen moet ik uiteindelijk toch nog overstappen. Op spoor 4.

Dinsdag 00 0000 Geen reacties